Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Toneel Theatraal 1872 - 1996

Home

NICO VAN ROSSEN

Zonder koning Willem III zou het vakblad Toneel Theatraal nooit hebben bestaan. Hij verleende subsidie aan het Nederlands Toneelverbond, toen schrijver en toneelvernieuwer Schimmel bij hem aanklopte met de mededeling dat er iets aan het Nederlands toneel gedaan moest worden.

Het Nederlands Toneelverbond is de enige rode draad in de geschiedenis van Toneel Theatraal, waarvan deze maand het laatste nummer verscheen. Ook het dansblad Notes houdt op te bestaan. Uit de as van deze twee bladen verrijst in februari 1997 bij een andere uitgever een nieuw theaterblad, dat niet uitsluitend aan toneel of dans gewijd zal zijn maar dat een multidisciplinaire formule krijgt.

Toneel Theatraal was het oudste kunstvakblad van Nederland: 125 jaar en 117 jaargangen (de eerste in 1872 als orgaan van het Nederlandsch Toneelverbond, met een onderbreking tussen 1942 en 1951) volgden de opeenvolgende redacties het wel en wee van het toneelleven. In den beginne als Het Tooneel, later onder naamswijziging samengevoegd met De Tooneelspiegel (1935), waarin opgenomen Toneelschild (1951), in 1961 verdwijnt de tweede 'O', waarin opgenomen Teatraal (1964), voortgezet als Het Toneel*Teatraal (1970), gefuseerd met Mickery Mouth tot Mickery Mouth & Toneel Teatraal (1973), voortgezet als Toneel T(h)eatraal (1974), sinds 1990 met een 'H'.

Al die tijd is dus het Nederlands Toneelverbond betrokken, lange tijd als financier en uitgever, de laatste decennia uitsluitend als mede-financier en bestuurder. Het daadwerkelijke uitgeven was uitbesteed (sinds 1954) aan het Theater Instituut Nederland of een van de voorlopers daarvan. Met deze uitgever is het, zo blijkt uit het redactioneel van het laatste dubbelnummer, uiteindelijk misgelopen. Het Theaterinstituut wilde een multidisciplinair blad, de redactie van Toneel Theatraal niet, waarop de uitgever het tijdschrift de deur wees. Met als gevolg dat dit jaar het Toneelverbond weer als officiële uitgever optrad. De ironie van het lot wil dat een enquête onder de abonnees van zowel Toneel Theatraal als Notes inmiddels uitwees, dat men liever een multidisciplinair blad wilde. Zodoende.

Het laatste nummer is een apart document van zeer uiteenlopend niveau geworden, waarin oud-redacteuren zowel terugblikken als vooruitkijken. Historisch interessant zijn de passages uit voorgaande jaargangen, vanaf de allereerste. De citaten laten de cirkelgang van de (toneel)geschiedenis zien. 'Inmiddels moet de belangstelling in het Nederlandsch tooneel levendig worden gehouden', vermeldt de eerste redactie in 1872. Deze uitspraak of woorden van gelijke strekking komen door alle jaren heen met regelmaat terug. Soms als drijfveer, maar steeds vaker als mismoedige en rituele verzuchting. De historische afwezigheid van een toneeltraditie - zoals die wel aanwezig was in landen die in vroeger tijden over een hofcultuur beschikten - doet zich tot op de dag van vandaag gelden. En als we Ben Albach, de hoogbejaarde éminence grise van het Nederlands toneel, mogen geloven, valt er sinds Willem III helemaal niets meer van het hof te verwachten. 'Zelfs koningin Beatrix vertelde me indertijd, dat zij nooit naar Nederlands toneel gaat, zij zegt dat zij daar geen tijd voor heeft. Zij gaat liever naar ballet of misschien naar de opera, als het maar een hoge status heeft.' Wat dat betreft hebben we ook weinig van onze toekomstige vorst te verwachten. Als Alex zijn imago trouw blijft, zal hij wellicht naar musicals gaan, of naar Holiday on Ice, maar vermoedelijk geeft hij de voorkeur aan bungee-jumpen.

Naast inhoudelijke statements van onder anderen Mieke Kolk en Hana Bobkova valt vooral de bijdrage van thriller-schrijver en regisseur Paul Binnerts, tussen 1992 en 1994 hoofdredacteur. Zonder twijfel beschouwt hij het einde van Toneel Theatraal als een karaktermoord. In zijn parodistische 'Kroniek van de toekomst', die loopt tot en met het jaar 2006, vormen de perikelen rond een nieuw theaterblad een wraakzuchtige constante. Hij voorspelt ernstige aanloopproblemen voor 'Theater 2000', ziet dat de formule al na een jaar wordt aangepast ('niet meer alles door elkaar, maar elke discipline krijgt zijn eigen katern, zodat de lezer met een specifieke belangstelling meteen weet waar hij moet zijn'), en schakelt in 1999 een projectmanager in om dan ontstane problemen na het vertrek van de hoofdredacteur uit de wereld te helpen. In 2000 verschijnt 'Theater 2000' enkele maanden niet - niemand die het merkt, en een jaar later wordt het blad opgeheven. Weer een nieuw blad sneeft al spoedig, waarna in 2006 een schotschrift verschijnt onder de titel Toneel Theatraal. Déjà vu, of in modieuzere termen: de toekomst van het verleden. Adieu Toneel Theatraal, welkom.

Deel dit artikel