Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Tom Naastepad 1921 - 1996

Home

PIETER VAN DER VEN

In zijn woonplaats Rotterdam is dinsdag overleden de r.-k. priester, dichter en bijbeluitlegger Tom Naastepad, 75 jaar oud; gisteren is hij in stilte gecremeerd. Een plechtige uitvaart en bijzetting in het priestergraf wees hij af, in solidariteit met de 12 000 Rotterdamse joden die na de oorlog niet terugkeerden.

Dertig jaar leidde hij de 'Arauna'-gemeente in Rotterdam met haar diensten die bekend waren door een hoge kwaliteit van bijbeluitleg. Hij was de meest protestantse onder de katholieke priesters. De Dordtse psalmen hoorde hij als kind en hij bleef zich kind van Romana èn Reformatie voelen. In de toeëigening van het gedachtegoed van de grote protestantse theoloog Karl Barth kon hij zich meten met de besten onder de barthianen.

Naastepad was in zijn kerk volstrekt een buitenbeentje; zijn Arauna-gemeente was echt een gemeente van het Woord, met diensten zonder liturgisch ritueel. Bezoekers moesten wel houden van een stevige brok onversneden exegese. Zijn aanhang werd dan ook nooit massaal, een club getrouwen van protestanten en katholieken, die zich ook besloot op te heffen toen Naastepad zich in 1992 terugtrok.

Waarom Arauna, Hebreeuws voor dorsvloer? Naastepad zag zijn werk niet als koninklijk en priesterlijk, maar als het bewerken van de dorsvloer, waarop ooit koning David zijn altaar zou kunnen bouwen - naar II Samuel 24 -, waarop het “Offer des Heren zou kunnen worden gevierd, een leerhuis, waarin de eucharistische gezindheid zou worden gekweekt”.

Veel van Naastepads bijbeluitleg kwam via dit leerhuis terecht in boekjes: Op de dorsvloer, Het scharlaken snoer, Het geheim van Rachel, een aantal deeltjes in de serie 'Verklaring van een bijbelgedeelte', over onder meer 'Het gouden kalf', Jona, Amos, Simson, Johannes 12-21. Zij tonen aan wat zijn vakbroeder Rochus Zuurmond eens bewonderend over hem schreef: het beste van de originele exegese komt niet uit de academie maar van de kansel.

In het Liedboek voor de kerken is een tiental liederen van Naastepad opgenomen. Ook (katholieke) bundels als Gezangen voor liturgie hebben er enkele. Maar ook zijn liederen zijn in woord en muziek overwegend reformatorisch; in katholieke kring bleven zij altijd volledig in de schaduw van die van Huub Oosterhuis, die vrijer met de Tale Kanaüns omgaat. Naastepads boeken bevatten nog tal van lied-teksten die niet in bundels zijn te vinden en die wellicht buiten zijn eigen gemeente nooit ergens hebben gefunctioneerd.

Naastepad bleef zijn rooms-katholieke traditie trouw, stapte althans nooit over naar de Reformatie, waar hij theologisch, spiritueel en ook qua kerk- en ambtsvisie zoveel dichterbij leek te staan. Misschien was het wel gebeurd, als het bisdom Rotterdam hem uit zijn kleine dorsvloer-winkel had weggehaald om ergens echt pastoor te worden. Maar ze hebben hem - alle priestertekort ten spijt - zijn gang gelaten. Hij voelde zich wezenlijk in de wijde catholica staan, die voor hem óók de Reformatie omvatte en wat moet je dan nog overstappen, als je toevallig in de rooms-katholieke kerk geboren bent? Je stapt niet uit de kerk, schreef hij, vanwege ongeloof. Want alleen ìn de kerk wordt van ongeloof en leegte geweten.

Hij was eigenlijk te 'protestants' voor zijn prelatenkerk; paus, bisschoppen: hij hield er zich verre van. Over het bezoek van de paus in 1985 schreef hij: “Ik denk met een gevoel van leegte en verbijstering aan die dagen. Welk een vreemd mengsel van arrogantie en popperigheid, van machtswaan en middelmaat. Kerk, waar is uw kuisheid?. . .”

Toen de Rotterdamse bisschop Simonis hem eens vroeg of het waar was dat hij met een vrouw op vakantie was geweest, moet hij geantwoord hebben: “Ja, bisschop, dat is waar. En laat ik u meteen maar nog iets ergers bekennen: vorig jaar was ik op stap met een man.” Vrienden zeggen zeker te weten dat deze vrije vogel altijd strikt celibatair heeft geleefd en dat hij daar zelf relativerend over zei: “In het hemelse gerecht zal ik ervoor gestraft worden.”

De laatste jaren viel het helemaal stil rond Naastepad. Hij trok zich terug op zichzelf, vrienden voelden zich niet langer welkom. Het was uit met de grappen en het gezellige wijndrinken; naar buiten restte alleen de stugge weerbarstigheid, een zekere grimmigheid, die altijd al zijn bijbeluitleg kenmerkte. Zo kluizenaarachtig als hij leefde, zo koos hij ook voor een crematie in stilte. Zijn gezondheid liet altijd al te wensen over, maar de laatste tijd in zijn gemeente viel het hem haast te zwaar. Hij leed aan 'hartkleptomanie', zei hij schertsend, met een van die woordgrapjes waarin hij grossierde en waarmee ook in alle ernst, net als bij Willem Barnard trouwens, zijn preken zijn doorspekt, soms nogal vergezocht.

Een herdenking van iemand als Tom Naastepad moet het laatste woord maar aan de dichter zelf laten. Niet het overbekende 'Eens als de bazuinen klinken' (Liedboek nr 300), wat hijzelf eens parafraseerde, omdat het zo populair bleek in EO's Fruitmand: 'Eens als de ajuinen stinken'. Ook in andere liederen dichtte Naastepad over het uiteindelijke, de jongste dag, het 'land der zegeningen'. Zoals bijvoorbeeld in de twee strofen die vandaag en bij deze gelegenheid in meer dan één opzicht toepasselijk zijn:

Wie in 't horen was geduldig, mag zich haasten naar dit oord met zijn gaven menigvuldig: hem is God Zijn feesten schuldig, woord voor woord.

Al zijn dagen zullen lengen, zalig als de zomertijd als de zon haar goud zal mengen om de volle oogst te brengen wijd en zijd.

Deel dit artikel