Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Toch feest voor een vak in de lappenmand

Home

Elma Drayer

Parapsychologen hebben het moeilijk in Nederland, maar morgen en zaterdag is er een feestelijk congres. Hun tijdschrift bestaat 75 jaar, en het is precies een halve eeuw geleden dat Wilhelm Tenhaeff een eigen leerstoel én een eigen instituut kreeg. Twee parapsychologen en een skepticus blikken terug. ,,Wij zijn geen new-agedominees. Wij zijn gewoon gefascineerd door het verschijnsel.''

Bescheiden is het naambordje, onbestemd groen het pand aan de Springweg, hartje Utrecht. Een kleine hoekkamer van het voormalige klooster is voor Hans Gerding, gepromoveerd filosoof. Sinds 2002 is hij directeur van het Parapsychologisch Instituut. In de mystieke jaren zestig werd hij gegrepen door het onverklaarbare, en nog steeds kan hij er van ondersteboven raken.

Maar de directeur wil er niet omheendraaien: de parapsychologie staat er weinig rooskleurig voor. Terwijl liefst vijftig procent van het Nederlandse volk openstaat voor het paranormale, zegt hij met een vleugje bitterheid, wil geen universiteit geld in onderzoek steken.

,,Waar ik zo moe van word'', zegt Gerding, ,,is dat wij altijd ter verantwoording worden geroepen. Niemand stelt vragen als er een deeltjesversneller van een miljard euro wordt neergezet. Een universiteit zou toch aan waarheidsvinding moeten doen - juist van onbegrepen verschijnselen? Het is toch een heel interessante vraag of de mens beschikt over vermogens die ons nu nog ontgaan?''

Het vak zit, kort en goed, al jaren in de lappenmand. In de jaren zeventig waren er nog twéé leerstoelen parapsychologie aan de Utrechtse universiteit: een bijzondere en een gewone. Maar de bezuinigingsrondes halverwege de jaren tachtig hielpen de gewone om zeep. Nu rest alleen de bijzondere, één karige dag per week, en losgezongen van welke faculteit dan ook.

Het Parapsychologisch Instituut aan de Springweg overleefde wél, maar ongesubsidieerd en moeizaam. De staf van vijf medewerkers houdt zich noodgedwongen vooral bezig met de consument. Mensen met paranormale ervaringen kunnen er ter consult, en wie zich in het hogere wil verdiepen kan kiezen uit een rijk cursusaanbod.

Heel soms doet Gerding nog een onderzoekje. Zo keek hij of er bij de vuurwerkramp in Enschede in mei 2000 sprake was geweest van 'voorschouw': hadden mensen de ontploffing zien aankomen, in droom of vergezicht? Een oproep in de pers leverde tientallen reacties op. Inderdaad, zegt Gerding, zo'n onderzoek achteraf heeft bitter weinig bewijskracht. Helemaal geen punt, vindt hij. ,,Het is toch interessant als mensen dat melden! Intuïtie is zo'n belangrijk instrument in het leven. Dat wil je toch in kaart brengen? En ik vertrouw op mijn mensenkennis als ik ze opbel.''

Volgens de directeur is er veel veranderd in de vijftig jaar dat instituut en leerstoel bestaan. Grondlegger prof. dr. Wilhelm Heinrich Carl Tenhaeff (1894-1981) was bovenal geboeid door beroepszieners als Gerard Croiset en Warner Tholen, naar wie hij 'kwalitatief' onderzoek deed. Al tijdens zijn leven plaatste de eigenzinnige Tenhaeff zich daarmee buiten de parapsychologische hoofdstroom. En inmiddels is zijn reputatie tot het vriespunt gedaald. Zelfs een onverdachte bron als de Encyclopedia of Parapsychology en Physical Research (1991) sneert over diens geknutsel met data, en noemt hem een 'disgrace to the field'.

Moderne parapsychologen moeten niets meer hebben van beroepszieners. Gerding: ,,De praktijk heeft me heel voorzichtig gemaakt. Af en toe doemen er mensen op die meer lijken te zien dan gemiddeld. Maar uit experimenten blijkt dat ze het helemaal niet beter doen. Vaak zijn paragnosten heel goede volkspsychologen, net als de barman of de kapster. Klanten leggen hun hele ziel op tafel. En daar spelen zij slim op in.''

Volgens Gerding wilde Tenhaeff té gretig aantonen dat helderziendheid bestaat. Hedendaagse parapsychologen ontberen die zendingsdrang, zegt hij. ,,Wij zijn geen new-agedominees. Wij zijn gewoon gefascineerd door het verschijnsel. We gaan er nu vanuit dat het paranormale een algemeen menselijk vermogen is, dat bij de een meer aan het licht komt dan bij de ander.''

Tegenwoordig doen parapsychologen hoofdzakelijk 'kwantitatief' onderzoek, met gewone proefpersonen. ,,Er komen nu empirische aanwijzingen naar boven die echt iets aantonen'', zegt Gerding. ,,Ik ben ervan overtuigd dat we paranormale verschijnselen op een dag boven tafel zullen krijgen.''

Enkele kilometers van de Springweg, op het universitair centrum de Uithof, zit Dick Bierman, bijzonder hoogleraar parapsychologie. Alleen op vrijdag, de rest van de tijd werkt hij als psychologiedocent en onderzoeker naar 'onbewuste processen' op de Universiteit van Amsterdam. De huisvesting van de leerstoel - een bescheiden kamertje in een vleugel van het Bestuursgebouw - lijkt niet zonder symboliek.

Uit 'cynisme' kwam fysicus Bierman ooit in aanraking met de parapsychologie, en hij raakte gefascineerd. ,,Mijn drijfveer is pure nieuwsgierigheid naar het onbegrepene. Daar zitten de leukste onderzoeksvragen.'' Enige roem vergaarde hij met zijn ganzfeld-experimenten: aantonen dat de een de gedachten kan beïnvloeden van de ander. ,,Maar dat doe ik al zes jaar niet meer. Veel te tijdrovend.''

Tegenwoordig ziet Bierman meer heil in onderzoek naar presentiment. Heel succesvol, zegt hij. ,,Bijna te mooi om waar te zijn.'' De opzet is 'extreem simpel'. Proefpersonen krijgen afbeeldingen voorgelegd waarvan ze vooraf niet weten of die schokkend dan wel neutraal zijn. Bierman meet intussen de 'huidweerstand'. En zie: tien tot twintig procent van de proefpersonen vertoont een fysieke reactie vóórdat ze het enge plaatje onder ogen krijgen. Metingen met hersenscans leveren hetzelfde resultaat. Een en ander zou volgens Bierman betekenen dat sommigen onder ons daadwerkelijk beschikken over precognitie ofwel voorkennis.

De hoogleraar ('Ik word sowieso meer door data gedreven') worstelt nog met de theorievorming. Is er sprake van 'retrocausale processen'? Van 'tijdssymmetrie'? Moet hij het zoeken in de quantummechanica? ,,Tijdssymmetrie - processen die tegelijk lopen én aan elkaar gekoppeld zijn - heeft minder verstrekkende consequenties dan echte retrocausaliteit. In het laatste geval zou inderdaad iets uit de toekomst effect hebben in het verleden. Ik ben er niet uit.''

Nee, de wetenschappelijke wereld staat nog niet op haar kop van Biermans bevindingen. ,,Ik probeer steeds te publiceren in mainstream tijdschriften. Vreselijk moeilijk. Ze zijn bang zich te associëren met controversiële resultaten. Maar vorig jaar presenteerde ik mijn onderzoek op een congres in de Verenigde Staten. Na afloop kwam er een skepticus naar me toe. Goh, zei hij, het lijkt wel échte wetenschap.'' Ironisch lachje: ,,Ik voelde me zeer vereerd.''

Rob Nanninga uit Groningen, hoofdredacteur van Skepter en skepticus uit roeping, moet het nog zien. ,,Ik ben wat bezonnener geworden. Die ganzfeld-experimenten leken ook heel wat op te leveren. Maar parapsychologen juichten te vaak te vroeg. Later moeten ze dan toegeven dat het verhaal rammelt. Of dat de resultaten niet goed herhaalbaar zijn.''

Nee, hij heeft Biermans presentimentenonderzoek 'nog onvoldoende' bestudeerd. ,,Daarvoor moet ik eerst deskundigen raadplegen en specialistische kennis verwerven. En sowieso moet ik de resultaten in handen krijgen. Als het klopt wat Bierman beweert, zou dat indruisen tegen alles wat wij aannemelijk achten over toekomst en verleden. Een ommekeer van de causaliteit!''

Vroeger werkten skeptici en parapsychologen nog wel eens gezellig samen, in naam van de wetenschap. Maar na een akkefietje rond de poltergeist van Druten - Nanninga wees Bierman op fouten in de statistiek - zijn de betrekkingen bekoeld. Bierman: ,,Dat we minder samenwerken is vooral een kwestie van efficiëntie. Wat brengt het meeste op?'' In zijn ogen is dat onderzoek, en niet het gevecht met hardcore skeptici. ,,Dat is weggegooide tijd.''

Nanninga betreurt de verkilling. ,,Echt, ik sta helemaal niet principieel afwijzend tegenover de parapsychologie. Ik ben niet dogmatisch. Waarom zou ik, als de feiten overtuigend zijn?'' De skepticus noemt de parapsychologie een serieus te nemen wetenschap, al was het maar omdat zoveel mensen geloof hechten aan paranormale verschijnselen.

,,Ik vind wél dat parapsychologen de confrontatie moeten durven aangaan. Maar ze doen in het Tijdschrift voor Parapsychologie niet anders dan ons betichten van fundamentalisme, jaargangen achter elkaar. Ze gaan nooit inhoudelijk op onze kritiek in. Dat is een beetje sektarisch, vind ik. Dat is je eigen tegenstanders creëren. Zo overtuigen ze misschien de achterban, maar niet de buitenwereld.''

Bierman reageert geprikkeld. Hij wíl niemand overtuigen, zegt hij. ,,Dat doen ze maar in de kerk. Ik geloof heilig in de wetenschap.'' En hoezo wil hij de confrontatie niet aangaan? ,,Blote onzin! In bescheiden mate ben ik best te vinden voor discussie. Toevallig ga ik op 2 juni in publiek debat met Nanninga.''

Deel dit artikel