Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Tjitze Baarda

Home

JAN GREVEN

Gistermiddag nam Tjitze Baarda, hoogleraar Nieuwe Testament, afscheid van de Vrije Universiteit. Hij gaat met pensioen. Hij heeft zijn hele, zeer arbeidzame leven gewijd aan één onderwerp: de grondtekst van het Nieuwe Testament, of liever nog de grondtekst van de vier evangeliën. Baarda, zelf de bescheidenheid zelve, is in de loop van de jaren in zijn vakgebied een wereldautoriteit geworden, die bovendien fascinerend kan vertellen over de lotgevallen van woorden, zinnen of stukjes van zinnen voordat ze als 'tekst' in de bijbel terechtkwamen.

Helemaal risicoloos waren zijn bezigheden niet. In de gereformeerde traditie waar Baarda uit voortkomt werd de tekst van de bijbel beschouwd als een product van rechtstreekse bemiddeling door de Heilige Geest. Bij zo'n opvatting is het not done bij bijbelteksten zo iets als een ontstaansgeschiedenis te veronderstellen. Wetenschappers die dat toch deden en bijvoorbeeld achter de evangelie-teksten om via her en der gevonden oude handschriften op zoek gingen naar oudere, en misschien ook wel oorspronkelijker Jezus-woorden, konden dan ook op strenge bestrijding uit gereformeerde kring rekenen.

Voor de gereformeerde theologie-studenten van Baarda's generatie vormden die oude handschriften net zo'n probleem/uitdaging als de fossielen voor hun collega's in de biologie. Hun bestaan en daarbij horende datering (sommige ouder, of zo men wil jonger, dan de ons bekende evangeliën) kon je net zo min ontkennen als bestaan en datering van fossielen (ouder dan de aarde volgens het Genesis-verhaal kon zijn).

Wilde je je intellectuele eerlijkheid als wetenschapper niet verliezen, dan kon je er niet om heen: of het nu ging om de schepping of om de tekst van het Nieuwe Testament, van beide moest je vaststellen dat hun ontstaansgeschiedenis meer voeten in de aarde gehad had, dan je altijd was voorgehouden. Terwijl je toch van beide verteld was, dat God daar zelf voor getekend had, zonder dat daar een lange voorgeschiedenis aan vooraf gegaan was.

De ontdekking 'de bijbel is niet Gods Woord in de zin zoals mij dat altijd voorgehouden is' betekende indertijd voor Baarda niet dat hij van zijn geloof af viel (net zo min als de acceptatie van de evolutieleer voor sommige gereformeerde biologen reden is geweest kerk en geloof de rug toe te keren). Integendeel, het scherpte zijn blik voor wat hij 'de betrouwbaarheid van de evangeliën' noemde, ook al fundeerde hij die betrouwbaarheid niet meer op 'de bijbel is het letterlijk te nemen Woord van God'.

Je kunt het tragisch noemen, pijnlijk misschien, maar liever noem ik het intellectueel schandalig dat Baarda, die niet meer wilde dan beschrijven hoe hij bij alle ontdekkingen die hij op zijn vakgebied gedaan had, zijn vroomheid en geloof had behouden, aan het einde van de jaren zestig door zijn kerk op zo'n botte wijze de pin op de neus gezet kreeg, dat hij daarna nooit meer op een voor leken begrijpelijke wijze over zijn vak geschreven heeft.

'Intellectueel schandalig', omdat de theologen die toen zo tegen hem tekeer gingen net zo goed als hij op de hoogte waren van wat er zich op Baarda's onderzoeksterrein afspeelde, maar er hun ogen voor sloten. Maar ook 'intellectueel schandalig' omdat op deze wijze onvermijdelijk een kloof in stand werd gehouden tussen wat de wetenschappers wel wisten, maar waar het gelovige kerkvolk maar beter niet over geïnformeerd diende te worden.

The Gospel Quotations of Aphrahat the Persian Sage (de evangelie-citaten van de Perzische wijze Aphrahat), luidt de tekst van Baarda's proefschrift. Met als zevende stelling: 'De opvatting dat het zgn. 'onechte slot' van Markus (16,9-20) van de hand van presbyter Aristion zou zijn, berust op een misvatting'. Van de hand van wie dat 'onechte slot' dan wel is, wat het betekent dat het niet van presbyter Aristion is, wij, leken, zullen het nooit weten en het zal ons ook nooit uitgelegd worden. Zo bouw je effectief een muur om je heen, waarachter je rustig je werk kunt blijven doen.

Uit angst voor verlies van zekerheden een rustig pleidooi overschreeuwen om bij alle nieuwe ontdekkingen geloof en vroomheid vast te houden, zo heeft de kerk in zake Baarda met grote kracht haar eigen glazen ingegooid.

Deel dit artikel