Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Tjeu van den Berk

Home

door Elma Drayer

De gevel is onopvallend, triomfantelijke torens ontbreken. De St.Josephkerk, hartje Haarlem, is een waterstaatskerk uit 1843 - vóórdat de rooms-katholieken in Nederland gelijke rechten kregen. Maar binnen, zegt Tjeu van den Berk (63), hebben ze zich uitgeleefd: een kleine Sint Pieter, met fraaie gebrandschilderde ramen, een fiere, beschilderde koepel en veel heiligenbeelden. En wat muziek betreft, zegt Van den Berk, is dit 'heilige grond'. Kerkcomponist Hendrik Andriessen was hier jarenlang organist, later de fameuze Albert de Klerk.

Tegenwoordig trekt de St. Josephkerk behoudende katholieken 'uit de hele regio', zegt Van den Berk. De mis-met-twee-heren is gregoriaans en geheel in het Latijn, een clubje van uitsluitend mannen scharrelt rond het altaar, en achterin de kerk staat een suisse, bewaker van de orde. ,,Daar kreeg je vroeger een por van als je niet meeknielde.''

Praktisch theoloog Van den Berk - vrijdag neemt hij afscheid van de Katholieke Theologische Universiteit Utrecht - is gespecialiseerd in mystiek en spiritualiteit. Met 'mystagogische' blik zal hij de uiterst klassieke mis (,,Het kan niet ouderwetser'') in de St.Josephkerk bekijken.

De theoloog voelt zich, fluistert hij, onmiddellijk teruggeworpen in zijn kindertijd, jaren veertig in Brabant. ,,Dat deed ik vroeger als elfjarig jongetje ook'', zegt hij als een gezette misdienaar de gelovigen wierook toezwaait. ,,Alleen zat de kerk toen afgeladen vol.'' Hij schat het aantal zéér verspreid zittende gelovigen op 150. ,,Het is geen schim meer van wat het ooit was. En dan dat koortje, vier mannen! Vroeger stonden er daar dertig.''

De mis op deze 31ste zondag door het jaar begint, zoals het hoort, met het Asperges me: de celebrant wandelt een rondje door de kerk met de wijwaterkwast. Pastoor Beemer wenst ons vervolgens 'veel devotie', waarna een dik uur met veel knielen, staan, knielen, staan volgt. De beide priesters en de misdienaren voeren de heilige handelingen met choreografische precisie uit: keurig tegelijk schrijden ze naar het altaar, draaien ze zich om, knielen ze neer.

,,Beste medechristenen'', zegt pastoor Beemer, de armen losjes over de Bijbel gedrapeerd. Zijn preek betreft het verhaal van tollenaar Zacheüs die door Jezus uit de wilde vijgenboom wordt gepraat. Van den Berk luistert met een vuist tegen zijn kin gedrukt. Na wat lichte exegese komt de pastoor tot de kern. Het gaat, zegt hij, om één vraag. ,,Zie ik werkelijk Jezus zoals hij is? Begrijp ik dat hij de redder is, ook voor mij?'' De priester zegt amen, er klinkt zacht orgelspel. Van den Berk gaat rechtop zitten en slaakt een zucht.

Eén bank naar achteren zingt een vrouw alle teksten mee, met hoge, heldere stem. ,,Hoorde je dat'', zegt Van den Berk later. ,,Geen Latijnse vervoeging deed ze fout.'' De eucharistieviering gaat alsof er nooit een Tweede Vaticaans Concilie is geweest.De gelovigen lopen niet een voor een langs de priester, maar ontvangen de hostie geknield, in communiebanken vooraan in de kerk. En een enkeling laat zich de heilige hostie op de tong leggen.

De hele mis zit Van den Berk erbij als een observant. Hij zingt niet mee. ,,Ik zou het nog zó kunnen, maar dat roept te veel emoties op.'' Hij knielt niet. En ook de eucharistie laat hij aan zich voorbijgaan. ,,Meedoen vind ik oneerlijk. Ik voel me er niet bij betrokken. Dat moet je alleen doen als je het meent.'' Maar tijdens de zegen, vlak voor het verlaten van de kerk, slaat hij ineens routineus een kruis. Tot zijn eigen verbazing, zo lijkt het.

Na afloop is de theoloog een beetje ontdaan. Hij voelt zich 'onwaarschijnlijk dubbel', zegt hij. De wierook, de kaarsen, het vertrouwde Latijn, het gregoriaanse zingen - op zichzelf was het prachtig. ,,Zo'n liturgie zit natuurlijk perfect in elkaar. En ik twijfel geen moment aan de diepe eerlijkheid van die mensen.'' Maar hém deed het 'helemaal niks'. ,,Alleen omdat ik ooit een katholiek jongetje was voelde ik weemoed. Als ik mijn ogen dicht deed, waande ik me in Zeelst, 1948. Deed ik ze open, dan was het inhoudelijk uitermate schamel. En het had toch kunnen gebeuren dat het me echt wat deed.''

De preek zit hem nog het meest hoog. ,,Je denkt, nu begint het: de kern is of wij Jezus nog als redder zien. Zegt-ie ineens amen!'' Hoe is het mogelijk, vindt Van den Berk. ,,Een vraag stellen, die niet beantwoorden en ons ermee laten zitten! En je nog met schuldgevoel achterlaten ook. Uit niets blijkt toch in deze wereld dat Jezus onze verlosser is? De clou is natuurlijk dat niemand dat meer zo ziet. Niemand kan en wil die oude waarheden nog accepteren. Misschien hield Beemer wel wijselijk zijn mond.''

Natuurlijk, deze traditionele mis stond stijf van de eeuwenoude symboliek. Maar, zegt hij, je hoorde dat ze 'alles wat ze deden en zeiden' letterlijk namen. ,,Christus ís verrezen, zei Beemer met nadruk. De grote truc van de consecratie, je zag dat je dat niet symbolisch mocht opvatten. Ze doen net of het sprookje echt is. En dat haalt in mijn ogen het mysterie onderuit. Ik denk dat ze onwaarschijnlijk bang zijn om dat werkelijkheidsidee te laten vallen.''

De oude kerkvaders wisten heel goed dat geloven alles met symboliek te maken heeft, zegt hij. De officiële kerk wil er niks van weten. ,,Dat is toch pijnlijk? Ze houden mensen voor de gek. Alsof je nog met guldens betaalt terwijl de euro allang is ingevoerd. Het mensbeeld en godsbeeld dat achter zo'n mis zit is volstrekt verleden tijd. Daarom knarst het zo. De kerk heeft de ziel van moderne mensen geen voedsel meer te bieden. Maar die willen nog stééds weten waartoe ze op aarde zijn, het bestaan blijft een mysterie. Daarom gaan ze naar psychologen, therapeuten, leesgroepen. Of ze zoeken het in de kunst, ze gaan naar het theater, de concertzaal. Dáár worden ze in hun buik geraakt. Niet in de kerk. Zo'n kerk als deze is de laatste der Mohikanen. Ze zal letterlijk uitsterven.''

En waarom sloeg Van den Berk dat kruis aan het eind van de mis? ,,Volstrekt reflexmatig'', zegt hij. ,,Het zit natuurlijk toch heel diep. Ik dacht meteen: ah, daar ga ik.''

Deel dit artikel