Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Tibetanen spelen voor erkenning van misère

Home

Geert Langendorff

Het Tibetaanse voetbalelftal in ballingschap gebruikt de Olympische Spelen in China om de aandacht te vestigen op de situatie in hun land.

Met ingehouden trots dirigeert Jan-Willem den Besten van International Campaign for Tibet (ICT) het Tibetaanse elftal in ballingschap naar een provisorisch ingerichte persruimte op de bovenste verdieping van een gebouw aan de Vijzelstraat, gelegen in het stadshart van Amsterdam. De drukte op het hoofdkantoor van de organisatie doet hem goed. Eindelijk krijgt Tibet de aandacht waarop het volgens hem en de overige stafleden recht heeft.

ICT-directrice Tsering Jampa wijst op een enorme stapel kranten, die op een tafel bij een raam liggen. „De nasleep van de bloedige opstand in 1989 was de laatste keer dat Tibet zo regelmatig in het nieuws kwam”, vertelt ze. „Daarna bleef het angstvallig stil, een generatie lang. De Olympische Spelen in China heeft de internationale interesse voor onze situatie aangewakkerd. We hebben eindelijk weer een stem.”

De ingevlogen voetballers moeten de reikwijdte van de kritische geluiden over de Chinese autoriteiten vergroten. „We streven niet naar een internationale boycot van de Spelen”, benadrukt Den Besten. De geweldloze strijd van de Dalai Lamai die verzoening en verbroedering als grootste goed ziet, sluit naadloos aan bij de olympische gedachte. Het toernooi, met deze idealen als fundament, kan een katalyserende werking hebben op de verbetering van de mensenrechtensituatie in Tibet.

Hoewel de leden van het elftal de culturele identiteit van Tibet moeten uitdragen, heeft geen enkele speler een voet in het bezette land gezet. Het merendeel van de selectie komt uit het Indiase Dharamsala, waar tienduizenden Tibetanen na de annexatie door China in 1950 een veilig heenkomen zochten. Tot hun frustratie weten ze niet eens hoe slecht de achterblijvers er aan toe zijn. Het hooggelegen gebied is hermetisch afgesloten van de buitenwereld.

Tenzin Cheyphel, gestoken in een trainingsjas met de nationale vlag op de borst gestikt, beaamt dit aparte gegeven. „Zelfs mijn moeder heeft nauwelijks herinneringen aan Tibet”, legt de 24-jarige spits uit. „Aan de hand van mijn grootouders ging ze als peuter de grens over. Ik ben geboren en getogen in India maar heb de status van vluchteling. Mijn volk krijgt een identiteitskaart, die jaarlijks moet worden verlengd.”

Veel hinder van zijn statenloosheid ondervindt Cheyphel niet. Hij studeert handel aan een grote Indiase universiteit en droomt van een toekomst als zakenman. De Europese toer met het voetbalteam vormt slechts een onderbreking in zijn drukke studiejaar. „Op 20 mei vliegen we terug naar India”, vertelt hij zuchtend. „Een dag later wacht me een belangrijk tentamen. Elk vrij uur besteed ik aan lezen.”

Gezien het overvolle schema van de ploeg zal Cheyphel zich vooral ’s nachts moeten voorbereiden op het examen. Behalve een bezoek aan Nederland wachten vriendschappelijke ontmoetingen met gelegenheidselftallen in Italië, Oostenrijk, Zwitserland en Duitsland. Het uitdragen van de Tibetaanse zaak staat tijdens de trip bovenaan de agenda. Sportieve prestaties zijn van ondergeschikt belang. Geen international die zich hierover opwindt.

Aanvoerder Tenzin Nangyai (29), woonachtig in Nepal, verwoordt na een korte overpeinzing de even nobele als treurige missie: „In de hoedanigheid van sporter bijdragen aan het versterken van de identiteit en de cultuur van Tibet, voor het te laat is. Weet je hoe veel pijn het doet, als je generaties lang geen thuis hebt?”

Deel dit artikel