Thomas Rap: gentleman in het boekenvak

home

Onno Blom

Thomas Rap - die deze week op 65-jarige leeftijd overleed in zijn woonplaats Eemdijk - was een van de laatste klassieke uitgevers in de vaderlandse literaire wereld. De tijden veranderden, hij niet. Tijdens de 35 jaar dat hij als kleine zelfstandige zijn vak uitoefende, huldigde hij over uitgeven steevast hetzelfde criterium: ,,Sommigen doen het om geld te verdienen, anderen willen groot worden. Ik wil alleen uitgeven wat ik leuk vind.''

Thomas Rap werd op 30 september 1933 aan de Hooikade in Den Haag geboren. Toen hij zes jaar oud was, sloeg het noodlot toe. Zijn moeder stierf in haar tweede kraambed en zijn vader overleed korte tijd later. Van verdriet. De kleine Tom belandde in een weeshuis. Gedurende zijn middelbare schooltijd werd hij opgenomen in een pleeggezin. Een warme, deftige familie, waarin hij leerde het leven na een valse start weer luchtig te nemen.

Toch was het zijn pleegvader die hem na verloop van tijd, vergezeld van excuses, aanspoorde iets van zijn leven te maken. Rap rolde daarop van het ene baantje in het andere. Zo was hij vrachtwagenchauffeur, houthakker en werkte een tijdje bij Shell. Zijn carrière in het boekenvak begon bij antiquariaat Hertzberger, op de Amsterdamse Keizersgracht. In de kleine uitgeverij, die bij het antiquariaat hoorde, heeft hij het vak geleerd. Hertzberger legde hem helder uit waar het om ging: ,,Het is een eenvoudige zaak, Rap. Je zegt tegen iemand, van wie je denkt dat-ie dat kan: schrijf jij eens een boek voor me. Vervolgens breng je het manuscript naar de drukker.''

In de jaren zestig raakte Thomas Rap verzeild in hoofdstedelijke kunstenaarskringen. Hij vond er het joie de vivre terug dat hij zelf voorstond. Tegen Het Parool zei hij in 1967, een jaar nadat hij voor zichzelf was begonnen: ,,Ik vond dat het niet genoeg leefde, de uitgeefwereld, het was er saai en duf.'' Het is geen verrassing dat Raps eerste boeken niet van humor gespeend waren.

Zijn allereerste uitgave was 'Waf' van Frans de Jong, een boek uit 1966 'om de honden het blaffen te leren'. 'Tulips' van Wim T. Schippers was hetzelfde jaar zijn eerste 'echte' uitgave. Rap omschreef het als ,,een boekje van twintig bladzijden, waarop je tulpen in een 'lullige' vaas op een 'lullig' buffetje ziet staan, pagina na pagina hetzelfde beeld.''

Vanaf dat moment ging Rap werken aan een 'leuk', zeer divers fonds. Daar zitten opmerkelijke tekenaars en schrijvers bij - Opland, Peter Vos, Tim Krabbé, Heere Heeresma - en opmerkelijke boeken. Veertien etsen van de kunstenaar Frans Lodewijk Pannekoek, door Gerard Reve voor arbeiders verklaard, de heruitgave van 'Mandarijnen op zwavelzuur' van W.F. Hermans (volgens Rap 'de man met het onverslaanbaar rechtvaardigheidsgevoel') en in 1972, ver voordat zoiets comme il faut was, elf gedichten voor Piet Keizer. Al deze boeken brengen tegenwoordig in het antiquariaat goed geld op.

Thomas Rap begon zijn bedrijf in een tijd waarin weliswaar de Vijftigers al de poëzie waren binnengestormd, maar waarin uitgevers zich nog voordeden als deftige heren van de goede smaak. 'A gentleman's occupation' noemde Rap zijn vak. Hij vergeleek zich graag met 'de twee Geerten': Geert van Oorschot en Geert Lubberhuizen van De Bezige Bij. ,,Ik spiegelde me aan hen, zag tegen ze op als vaderfiguren.''

Voor Rap was, meer nog dan zijn twee illustere collega's, de handel in boeken bijzaak. ,,Mijn generatie is van veel lachen, niet koken, plannen maken en geloven in het eeuwige leven,'' zei hij vorig jaar in een interview in NRC-Handelsblad. Die instelling heeft hem zakelijk niet altijd windeieren gelegd. ,,Er ging wel eens iets mis,'' zegt Adriaan Jaeggi, redacteur bij Uitgeverij Thomas Rap.

Vier keer moest Rap opnieuw beginnen. De eerste keer, in 1971, gingen hij en zijn tien jaar jongere compagnon Jaco Groot (nu directeur van de mooie, kleine uitgeverij De Harmonie) uit elkaar. In 1977 verkocht hij zijn boedel aan Elsevier en in 1981 aan Bert Bakker. Vanaf 1985 huisde Uitgeverij Thomas Rap aan de Staalstraat in Amsterdam. De laatste jaren dreef het bedrijf vooral op de inkomsten van de boeken van Youp van 't Hek, die Rap had leren kennen toen de cabaretier nog een volstrekt onbekende was.

,,Ik zat in de Spuistraat, toen er aangebeld werd en een jeugdig kereltje vroeg; is dit iets om uit te geven?'' Rap herkende het talent en moedigde hem aan door te gaan met schrijven. Toen hij Youps eerste theatershow op televisie zag, belde hij hem om te vragen of hij zijn theaterwerk mocht uitgeven. De bundels met columns, die jaren later volgden, werden kassuccessen. Van 'Rijke Meiden' van Van 't Hek werden vorig jaar 300 000 exemplaren verkocht.

Zo slaagde Rap, met een handvol medewerkers, erin toch een omzet van twee à drie miljoen per jaar te draaien èn zelfstandig te blijven. ,,Hij kon geen baas boven zich velen'', vertelt Adriaan Jaeggi, ,,daarvoor was hij teveel een individualist. Hij liet zich de wet niet voorschrijven. Door niemand.''

Toch besloot Rap vorig jaar definitief te stoppen als directeur en zijn zaak voor de toekomst veilig te stellen. Na flirts met Bas Lubberhuizen en Uitgeverij L.J. Veen kroop Uitgeverij Thomas Rap onder de vleugels van De Bezige Bij. Adriaan Jaeggi ging zijn werk als redacteur voortzetten, zelf bleef Rap aan als adviseur.

Over zijn ziekte sprak hij in de pers met geen woord. Dat past niet voor een gentleman. In alle afscheidsinterviews vertelde hij simpelweg dat het na 35 jaar voorjaar- en najaarsaanbiedingen genoeg was geweest: ,,Ik heb het wel gezien.''

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie