Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

THEDO REMMELINK snowboarden

Home

ESTHER SCHOLTEN

Verbazing alom. Een Nederlander die goed kan snowboarden? Jawel, al jaren tart Thedo Remmelink de wetten der logica. Hij is de grote onbekende uit de ploeg van chef de mission Ard Schenk. Een vergeten held in de bergen, die in Nagano surfend over sneeuw zijn laatste kunstje hoopt uit te halen.

Hopen ja, niet verwachten. Bravoure is hem vreemd. In de wereld van de stoere jongens, opvallend glimmende brillen en fluorescerende kleding blijft Remmelink - type: aan mijn lijf geen polonaise - bescheiden. Op rustige toon: “De kans op een medaille is niet echt reëel. Ik ben hooguit een gevaarlijke outsider.” Dat zeker, want in het verleden heeft 'de vlaklander' herhaaldelijk aansprekende prestaties neergezet, tot frustratie van zijn concurrenten uit de wintersportgebieden.

Een diepe zucht volgt. Het 'pokeren op uitslagen' kan hem gestolen worden. Als Remmelink - de enige niet schaatsende Nederlandse olympia-ganger - ergens geen zin in heeft dan zijn het hooggespannen verwachtingen van het thuisfront. “Ik vond het wel prima dat de schaatsers tot voor kort alle aandacht kregen. Laat mij maar lekker boarden.” In je uppie met tachtig kilometer per uur een helling afsuizen. Geen poespas, enkel de wereld aan je voeten wanen. Dát is leven.

Hoe meer aandacht, hoe meer afleiding. De spotlichten branden te fel, nu ze voor het eerst in zijn elfjarige carrière massaal op hem gericht zijn. De ironie wil dat de snelheidsduivel er jaren geleden alles voor over had gehad. “Vroeger moest ik al mijn boontjes zelf doppen. Alles draaide toen om sponsoring en dus om aandacht van de media. Dat ging ten koste van de prestaties. Sinds ik steun krijg van de Nederlandse Ski Vereniging en het NOC-NSF heb ik financieel meer speelruimte. Ik heb nu voor mijzelf gekozen. Tegenwoordig draait alles om de sport.”

Zo onbevangen mogelijk wil de Achterhoeker het vliegtuig naar Japan instappen. Zijn coach Noël Gaddo: “Thedo zegt dat hij blij is met een plek bij de beste vijftien om zich in te dekken, voor het geval dat. Maar hij is wel degelijk een van de kanshebbers. Dat heeft hij vaak genoeg bewezen.” Uitgerekend dit olympische jaar echter wist Remmelink voor het eerst geen wereldbekerwedstrijd te winnen. Wel werd hij twee keer vierde en één keer vijfde. Genoeg voor een tiende plaats in het klassement van de World Cup, waardoor hij zich verzekerde van een plaats in de eerste startgroep (van 15 man) op de Spelen. Belangrijk bij een reuzenslalom, want ongebruikte sneeuw is sneller.

Het ontbreken van victories stemt niet ongerust, verzekert Gaddo. “We hebben doelgericht naar de Winterspelen toegewerkt. Zijn vorm kan niet beter, alleen moet hij af en toe iets speelser zijn. Meer als een jonge hond glijden. Gewoon blind gaan.” Vooral bij slecht zicht op de piste wil Remmelink nog wel eens 'te voorzichtig boarden, te stijf op de plank staan'.

Ouderdom komt met gebreken, ook in de topsport. Na de Olympische Spelen - 'een droom die uitkomt' - stopt hij. Met zijn 34 jaar is Remmelink een veteraan. Zeker gelet op de grote populariteit van het snowboarden onder jongeren. Hoe anders was dat zo'n twaalf jaar geleden, toen hij als broekie op de bonnefooi naar Zwitserland vertrok. Van zijn grote liefde had nog vrijwel niemand gehoord. Ook Remmelink niet. De jonge ski-liefhebber wilde gewoon een jaartje in een wintersportland vertoeven. “Dat is een beetje uit de hand gelopen”, constateert hij droog. Inmiddels woont Remmelink al jaren in het Oostenrijkse Kaprun.

De eerste maanden van zijn buitenlands avontuur stonden in het teken van 'lang leve de lol en veel après-ski'. Totdat hij door een baantje in een sportzaak voor het eerst een snowboard zag. Dat was anders, spannend, 'de rock 'n roll onder de ski-sporten'. Remmelink was verkocht. Nog altijd sprekend in onvervalst Achterhoeks accent: “Snowboarden is vrijheid. Ongecompliceerd. Je zit niet te rotzooien met skilatten of stokken. Het is zo'n fantastisch mooie beweging. Het enige dat je doet, is balanceren op een plank.” Met enthousiasme stortte Remmelink zich op zijn hobby, c.q. werk. “Een vetpot is het niet, maar ik kan er van rondkomen.” Jaarlijks staat hij zo'n tweehonderd dagen in de sneeuw. Levend volgens een haast spartaans ritme: trainen, eten, krachthonk, slapen. Een gedreven persoon, iets dat er al jong in zat.

In zijn jeugd stonden de onderlinge wedstrijdjes met zijn twee broers centraal. Van alles maakten zij een competitie: zo veel mogelijk boterhammen eten of zo snel mogelijk naar huis fietsen. Remmelinks zoektocht naar het juiste evenwicht op de hellingen bleek een succes. Als een van de snowboard-pioniers had hij een voorsprong op de rest en kon hij meegroeien met de sport. “Een geluk dat ik het zo vroeg ontdekte”, erkent hij. Ook voor de Nederlandse Ski Vereniging, die voor de verandering eens een wereldtopper in haar gelederen heeft. Er is nog een reden voor Remmelinks welslagen. Als klein lefgozertje speelde hij al met de zwaartekracht, toen in de Hollandse modder. Zijn hele leven heeft hij aan motorcross gedaan. “Een voordeel, want ook dan moet je in bochten hangen.” Remmelink doet veel op gevoel. Een van zijn sterke punten, maar ook een zwakte, meent coach Gaddo. “Tot vlak voor wedstrijden sleutelt hij nog aan het materiaal. Hij is een perfectionist: als het kleinste detail aan de board niet goed voelt, dan gaat het voor geen meter. Elke dag verandert hij wel weer iets aan een binding. Een wispelturige techneut.” Vraag Remmelink hoe het met hem gaat en negen van de tien keer begint hij ove zijn board. Om vlak voor een race toch mentaal tot rust te komen, biedt meditatie uitkomst.

Remmelinks olympische missie staat of valt niet alleen met het materiaal, waarmee hij nu overigens tevreden is. “Er is zoveel dat ik niet in de hand heb. Omstandigheden als de helling, het weer, de sneeuw, de manier waarop het parcours gestoken is, spelen allemaal een rol. De concurrentie is groot en omdat er bij het snowboarden zoveel variabelen zijn, komt het bijna niet voor dat iemand altijd vooraan eindigt.”

Deel dit artikel