Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Theatermaker Daria Bukvic: de combinatie van vrouwelijke seksualiteit en intellect verwart mensen

Home

Arjan Visser

Daria Bukvic: ‘Als ik één ding aan mijn jeugd heb overgehouden dan is het wel de altijd sluimerende angst om verlaten te worden.’ © Mark Kohn
tien geboden

Daria Bukvic (Tuzla, 18 juli 1989) is theaterregisseur. Haar eerste voorstelling ‘Nobody Home’ trok meteen een groot publiek, in 2016 won ze de Amsterdamprijs voor de Kunst. Na ‘Othello’ en ‘Melk & dadels’ (2018), gaat op 16 maart haar voorstelling ‘Onze straat’ bij Het Nationale Theater in Den Haag in première en daarna op tournee door het hele land.

I Gij zult de Here uw God aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten

Lees verder na de advertentie

“Mijn moeder is moslim, mijn vader is rooms-katholiek. In voormalig Joegoslavië was religie een bijzaak; het was een socialistisch land waar mensen ondanks verschillende achtergronden tóch met elkaar trouwden. Het geloof was ook iets wat je maar beter een beetje privé kon houden als je iets in de samenleving – of in de partij – wilde bereiken. Toen de droom van een multi-etnische heilstaat onhoudbaar bleek te zijn, besloten mijn ouders hun vaderland te verlaten. Mijn moeder en ik vluchtten in 1992, twee jaar later kwam ook mijn vader naar Nederland toe. We woonden eerst in het AZC en verhuisden daarna naar een klein Limburgs dorp waar wij een van de weinige allochtone families waren. Om erbij te kunnen horen, bleek het katholieke geloof mijn ideale ingang. Ik deed op school en in de kerk overal aan mee; hoe meer gebeden en liederen ik kende, hoe groter de kans was dat ik geaccepteerd zou worden – dat dacht ik tenminste. Toen ik op mijn achtste geen communie mocht doen omdat mijn ouders me niet gedoopt hadden, was dat een vreselijke klap. De pastoor heeft geprobeerd mijn moeder over te halen om mij alsnog te laten dopen, maar dat wilde zij niet. Vier jaar later, bij het vormsel, vroeg hij het nóg een keer, maar mijn moeder hield vol: Daria moet later, als ze achttien is, zelf beslissen of ze een religie wil aanhangen of niet. Voor mij was het op dat moment heel pijnlijk. Ik herinner me dat ik mezelf daarna nóg steviger vastklampte aan al die rituelen. Ik ging tóch hosties halen en volgde ook buiten schooltijd alle vieringen op de voet. Stond ik tijdens een of andere processie bloemen te strooien en hoopte dat meneer pastoor me zou zien: ik doe echt mee hoor! Toen ik in een ander, groter dorp – met een iets bredere kijk op de wereld – naar de middelbare school ging, ben ik door de minder mooie verhalen over de katholieke kerk van mijn geloof gevallen. Eerst verdween God samen met het instituut uit mijn leven, maar later kwam het besef dat er meer tussen hemel en aarde moest bestaan terug. Ik ben absoluut anti-religieus, maar ik geloof wel dat we allemaal over een innerlijke goddelijke kracht beschikken en dat ieder voor zich kan besluiten om daar naar te luisteren of niet. Het klinkt misschien gek, maar ik heb me in een scheppende zin altijd oppermachtig gevoeld; ik heb nooit getwijfeld of ik de doelen die ik mezelf gesteld had wel zou kunnen bereiken. Soms voelt het alsof alles en iedereen zich inspant om mij te laten stijgen. Mijn leven is zo’n gekke, onverwachte samenloop van omstandigheden dat ik het af en toe moeilijk vind om níet te geloven dat daar een bepaalde betekenis achter zit.”

Toen ik op mijn achtste geen communie mocht doen omdat mijn ouders me niet gedoopt hadden, was dat een vreselijke klap

II Gij zult de naam van de Heer uw God niet zonder eerbied gebruiken

“Mijn afstudeervoorstelling ‘Het Eenzame Westen’ is geschreven door de Ierse schrijver Martin McDonagh. Sommige mensen zouden het kunnen zien als anti-katholiek, misschien zelfs blasfemisch, maar ik gebruikte het stuk vooral als een afrekening met de bekrompen dorpse gemeenschap waarin ik ben opgegroeid. ‘Melk & dadels’ (uit 2018, geschreven door Tofik Dibi en de vier actrices, AV) is geen anti-islamitische voorstelling, maar het verhaal van vier Marokkaans-Nederlandse vrouwen en hun ervaringen als millennials die opgroeien tussen twee culturen. Ze leveren ook harde kritiek op de islam, da’s waar, maar het is hun waarheid die wordt verteld. Het is niet mijn bedoeling om te provoceren, het is eerder zo dat mijn mening – de manier waarop ik in het leven sta –- door sommigen als provocerend wordt ervaren.”

III Gij zult de dag des Heren heiligen

“Theu Boermans (regisseur en schrijver, AV) zei ooit: ‘Het theater is de kerk voor de seculiere mens’. Ik sta nu ook in de kerk en nee: ik preek niet voor eigen parochie. Het is een grote misvatting te denken dat alle links georiënteerde theaterliefhebbers allemaal open-minded zijn. De dames van een Haagse Shakespeare-leesclub vonden het schandalig dat ik durfde te veronderstellen dat een stuk als ‘Othello’ ook over racisme zou kunnen gaan. Na ‘Nobody Home’ (een portret van een jonge generatie gevluchte theatermakers, gespeeld in 2015 en 2016, AV) hoorde ik van een welgesteld echtpaar dat ze nooit geweten hadden dat er in dit land kinderen in detentiecentra werden opgesloten. Er is nog zoveel om voor te strijden. Het gaat traag – maar hé, zo lang ben ik er nog niet, dus eigenlijk kan ik daar niks over zeggen – al zie ik wel dat er niet langer alleen maar witte theatermakers zijn die eurocentrische verhalen vertellen en steeds hetzelfde repertoire herkauwen. Ik denk dat ­Nederland er voor de kinderen die nu op de basisschool zitten, heel anders uit gaat zien. Er is een namelijk een generatie van mondige bi-culturele Nederlanders opgestaan die zich, anders dan hun ouders, niet langer dankbaar en ­afhankelijk op wensen te stellen. Ik vind het verdrietig dat er mensen zijn die de veelkleurige realiteit van Nederland niet accepteren, die echt geloven dat, bijvoorbeeld, Zwarte Piet over tien jaar nog bestaat. Dat vind ik ongelooflijk.”

IV Eer uw vader en uw moeder

“Mijn moeder staat voor fysieke veiligheid, concreet en dichtbij. Zij heeft me tegen zich aangedrukt, ze heeft me beschermd, het leven gered. Ik kan me nog altijd heel verantwoordelijk, maar ook heel schuldig voelen. Ik leid het leven dat zij eigenlijk had moeten leiden. Tegelijkertijd heeft zij wel honderd miljoen keer tegen me gezegd dat ik géén schuld heb, en als ik die wel zou hebben gehad dat ik die dan al lang en breed heb afbetaald. Ze zegt: ‘Als ik jou en je broer hier zo gelukkig zie, weet ik dat alles de moeite waard is geweest.’ De band met mijn moeder is heel hecht, maar ik heb met haar ook de meeste botsingen gehad omdat we qua karakter erg op elkaar lijken. Met mijn vader ligt dat allemaal iets ingewikkelder. Hij was er tussen mijn derde en vijfde niet. Ik ontwikkelde een enorme verliefdheid voor hem, hij werd een soort Griekse held die ik, als hij eenmaal bij ons zou komen wonen, nooit meer los zou laten. In het AZC had ik twee Bosnische vriendjes, een jongen en een meisje, die allebei – een paar maanden na elkaar – hun vader in de oorlog verloren. Ik wist: papa is in gevaar. Er bestond een kans dat hij het ook niet zou overleven. Maar ineens was hij daar! Er was helemaal geen afstand tussen ons ontstaan, er was alleen gemis geweest. In zekere zin is hij altijd die god-figuur voor mij gebleven. Daar hoeft hij ook niet veel voor te doen. Mijn vader is een soort Bosnische boeddha. Hij straalt een onwaarschijnlijk soort innerlijke rust en tevredenheid uit. Het is alsof ik nog steeds bezig ben die twee verloren jaren met hem in te halen; ik kan geen genoeg van hem krijgen. Als ik één ding aan mijn jeugd heb overgehouden dan is het wel de altijd sluimerende angst om verlaten te worden. Mijn vader werd door een oorlog bij me weggegrist. Zoiets kan zo weer gebeuren; onheil is nooit ver weg... Ik raak ook dat extreme gevoel van verantwoordelijkheid niet meer kwijt. Nu mijn broertje en ik ons eigen geld verdienen en mijn ouders allebei een baan hebben – die van hem: oké, die van haar: mwah – kunnen ze voor het eerst geld aan zichzelf uitgeven en samen naar de bioscoop gaan, bijvoorbeeld. Mijn moeders mantra is: o God, zorg ervoor dat er geen oorlog meer komt en bespaar ons alle gekke, enge ziektes. Ze hebben het eindelijk voor elkaar. Als ik mijn ouders iets gun, dan is het dat nu alles heel lang blijft zoals het is.”

Mijn moeder staat voor fysieke veiligheid, concreet en dichtbij

V Gij zult niet doden

“Of mensen van nature goed zijn? Hm... nu komen we op een ingewikkeld terrein. Kijk, ik ben een oorlogskind. Tijdens een oorlog gebeuren de gruwelijkste dingen, dus ik vind het heel moeilijk om zo’n vraag met ja te beantwoorden. Hoeveel moet je in je jeugd hebben meegemaakt, hoeveel shit moet je van huis uit hebben meegekregen, om later in een concentratiekamp een vader te dwingen zijn zoon te verkrachten? Misschien bestaat er toch zoiets als aangeboren kwaad... Maar nee, stop, ik wil optimistisch, onbevangen en vol vertrouwen in het leven blijven staan! Ik wil bovendien geen superieure moraliteit ontwikkelen; er huist ook een draak in mij. Ik kom elke week wel iemand tegen wiens kop ik eraf zou willen bijten, maar ik doe het niet, ik doe het niet! Het gaat erom dat je probeert de goedheid in jezelf te herkennen en te voeden. Als ik boos word op anderen, om wat er om mij heen gebeurt, hou ik me vast aan de gedachte hoeveel geluk ik heb gehad met twee ouders die mij door alle stormen heen in veiligheid hebben gebracht. Zonder die goedheid, zonder hun liefde was ik nooit op deze plek terechtgekomen.”

VI Gij zult geen onkuisheid doen

“De hoogopgeleide elite vindt zichzelf vaak heel open-minded, maar zodra je vrouwelijke seksualiteit en intellect gaat combineren, raken sommigen daar toch nog steeds een beetje van in de war. Ze zien liever iemand die haar vrouwelijkheid verbergt achter een bril, een coltrui en een knotje, maar ik blijf nu eenmaal een Balkanmeisje: ik schaam me niet voor wat m’n moeder me gegeven heeft. Ik hou van lange nagels. Ik hou ervan om mezelf op te maken en grote oorbellen te dragen. Ik heb te weinig volgers om haat-comments bij mijn foto’s te krijgen – ja, als ik zeg dat Zwarte Piet racisme is – maar moet je eens zien wat bekende, slimme vrouwen die hun uiterlijk niet verbergen allemaal voor seksistische shit naar hun hoofd geslingerd krijgen omdat ze ‘te veel van zichzelf laten zien’. Waarom volg je hen op Instagram? Kijk dan niet!”

VII Gij zult niet stelen

“Als kind was ik bang dat ik verslaafd zou raken aan stelen. Ik heb drie of vier keer iets gestolen, puur voor de kick, maar ook omdat ik op die manier toch nog een beetje uit de pas kon lopen, zonder iemand pijn te doen. Ik was al zo verschrikkelijk braaf; ik deed er alles aan om te voorkomen dat ik op zou vallen. Het was een onmogelijke opgave. Ik voelde me per definitie verdacht. Ik voelde me vies. Vies en zielig. Ik schaamde me voor alles. Van de kleren die we droegen tot het eten wat we aten. En dan waren mijn ouders ook nog eens zo fokking dun. Mijn moeder door haar stress, mijn vader omdat hij tijdens die oorlogsjaren nauwelijks fatsoenlijk had gegeten. Wij waren precies wat je je bij een familie van Bosnische vluchtelingen voorstelt: mager en grauw. Weet je wat ik nog altijd een verschrikkelijke uitdrukking vind? ‘Een gezonde Hollandse meid’. Gezonde Hollandse meiden, dat waren van die Arische, stevige, boerenkinderen. Daar wilde ik toen nog bij horen, ja, omdat het de meerderheid was. Ik wist niet beter. De omslag kwam toen ik me na vier jaar Toneelschool realiseerde dat juist in mijn anders-zijn mijn kracht ligt. Ik moest niet langer proberen om mezelf aan te passen, maar juist mijn eigenheid cultiveren. Dat besef was een bevrijding. Totaal. Ineens begon ik door het kabaal van de meerderheid heen mijn eigen stem te horen.”

VIII Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen

“Na die ommekeer ging ik niet ineens ‘de waarheid’ vertellen, maar ik kon wel een ander licht op de dingen laten schijnen. Bijvoorbeeld door te vertellen hoe de Nederlandse emancipatie stokt door dat eeuwige gezeur over hoe tolerant en vooruitstrevend we hier zijn. Ik verdien niet zoveel als mijn mannelijke collega’s, mijn moeder heeft minder kans op een goede baan, het wantrouwen jegens ‘buitenlanders’ is op sommige werkplekken nog altijd even groot... Ik ben wel optimistisch over de toekomst, maar er is nog geen enkele reden om te stoppen met het aan de kaak stellen van lastige thema’s in het theater.”

IX Gij zult geen onkuisheid begeren

“Vroeger was ik een flierefluiter, nu ben ik bijna obsessief trouw. Dit is de real deal, ik zoek geen uitvlucht meer. We zijn nu vier jaar samen. Ik ben een pe­riode bang geweest dat hij me zou verlaten, maar inmiddels heb ik geaccepteerd dat die angst erbij hoort: als je niet het risico wilt lopen om pijn te lijden, zul je ook nooit echte liefde krijgen. Je kan alleen maar winnen als je iets te verliezen hebt.”

Zodra je vrouwelijke seksualiteit en intellect gaat combineren, raken sommigen daar toch nog steeds een beetje van in de war

X Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort

“Eerst was ik bezig om de apenrots te beklimmen, maar toen ik begreep dat ze niet zomaar een plaatsje voor me wilden inruimen, ben ik zelf maar zo’n rots gaan bouwen. Ineens zag ik al die apen opzij kijken: hé, nóg een rots? Het is gek, inmiddels werk ik bij Het Nationale Theater, heb prijzen gewonnen, een paar hitvoorstellingen gemaakt en tóch zijn er nog steeds een paar mensen die geloven dat ik het voordeel van de twijfel krijg omdat ik op de bi-culturele hype zit. Ik heb niet het gemakkelijkste starterspakket meegekregen: vrouw, buitenlander, en vluchteling. Ik ben van veel dingen de betrekkelijkheid wel gaan inzien, maar dat wil niet zeggen dat mijn schaamtegevoel weg is, of dat ik minder bewijsdriftig ben geworden. Ik ben het alleen iets breder gaan zien; nu ikzelf een mooie plek heb bemachtigd, wil ik proberen de sluizen voor anderen open te breken.”

Arjan Visser interviewt iedere twee weken iemand aan de hand van de Tien Geboden.

Deel dit artikel

Toen ik op mijn achtste geen communie mocht doen omdat mijn ouders me niet gedoopt hadden, was dat een vreselijke klap

Mijn moeder staat voor fysieke veiligheid, concreet en dichtbij

Zodra je vrouwelijke seksualiteit en intellect gaat combineren, raken sommigen daar toch nog steeds een beetje van in de war