Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

THE PEOPLE OF THE LABYRINTHS

Home

JOSE TEUNISSEN

In een vingerafdruk, in hersenen, in een stadsplan: een doolhof-structuur is in veel dingen te herkennen. Geert de Rooy en Hans Démoed zijn er mateloos door geboeid. Ze noemden hun modemerk The People of the Labyrinths om aan te geven dat handgeverfde stoffen met ingenieuze printlagen het belangrijkste kenmerk van hun kleding zijn. Wat dertien jaar geleden begon als een klein tweemanszaakje is intussen uitgegroeid tot een wereldmerk; Démoed en De Rooy hebben negen mensen in vaste dienst; hun kleding wordt van Ajaccio tot Tokio verkocht in de betere winkels van de wereld; en Elizabeth Taylor behoort tot de vaste klantenkring.

“We zagen Liz Taylor pas nog in onze kleding zwaaiend voorbijkomen op CNN. Ze was net gescheiden van die truckchauffeur en er werd venijnig opgemerkt: 'Ze ziet er zelf uit als een truckchauffeur.' Dat commentaar krijgt ze nou altijd als ze in een 'the People of the Labyrinths-creatie verschijnt' ”, vertelt Geert de Rooy in het Arnhemse atelier. “Ze hebben haar ook al eens in een jurk van ons op de cover van de Times gezet naast Bill Clinton in vrijetijds-kloffie met als onderschrift 'America dresses down'. Amerikanen zien haar liever in een klassiek glamourgewaad en onze kleren beantwoorden niet aan dat beeld. Maar die negatieve reacties vinden wij en ook onze Amerikaanse winkels best. Zolang je een item bent in de pers, ben je in de picture.”

Extreme reacties roepen de kleren van Démoed en De Rooy altijd op. Dat bleek onlangs ook weer toen presentatrice Angela Groothuyzen optrad in een People of the Labyrinths-jurk die haar zwangerschap nogal duidelijk uit liet komen. Het kostte de Avro zoveel leden dat ze er extra telefonistes voor in moesten zetten. Fans en vijanden dus. Dat lijkt allemaal het gevolg van de uitgesproken opvatting van het duo, die hen op de Arnhemse academie al legendarisch maakte.

De Rooy: “Als modestudenten gingen we al tegen de keer in. Eind jaren zeventig was de academie nog helemaal in de ban van design. Daar kwamen dan van die zeer doordacht vormgegeven notenkrakers uit, maar daar viel geen noot mee te kraken. In de modelessen moesten we uitgaan van de cirkel of het vierkant. Dat was voor ons een gepasseerd station. Daarom hebben wij demonstratief een Bauhaus-begrafenis georganiseerd, met een enorme sarcofaag expres met heel veel decoraties en goedkoop plastic. De docenten waren verbijsterd, maar wij gingen over op grootse, gedecoreerde Elizabethiaanse jurken. Daarmee zwoeren we dat hele designdenken af. We vonden het een gif. In de twintigste eeuw heeft het de hele decoratietraditie om zeep geholpen.”

Dat decoreren wilden Démoed en De Rooy weer in ere herstellen en daarom gingen zij het zoeken in de bewerking van de stof. Ze ontwikkelden verfprocédés en allerlei technieken om de stof heel ingenieus, in laagjes, te bedrukken. De laatste eeuwen was er zoveel aan het kledingstuk zelf gedokterd dat er aan de vorm nauwelijks meer iets te verbeteren viel, vonden ze. Bovendien was een kledingstuk voor hen niet dat onpersoonlijke, droog vormgegeven ding, maar een dierbaar stuk textiel dat heel dicht op de huid zit. Démoed: “Via de bewerkingen en de prints konden we elk kledingstuk weer die essentie, dat unieke en waardevolle karakter, geven. Bij ons is door het handwerk ieder kledingstuk een beetje anders.”

Ze brachten het in het begin bijna als een leer in praktijk. De Rooy: “In die tijd was het kledingstuk soms niet meer dan een lap met twee gaten, een stukje stof wegknippen vonden we al zonde. En uit principe maakten we alle kledingstukken toen nog in één, redelijk oversizede, maat. Later zijn dat er drie geworden, een S, een M en een L, maar verder gaan we nog altijd niet.”

EIGEN GENERATIE Met die toch wat eigenzinnige kleren dachten Démoed en De Rooy vooral hun eigen generatie aan te spreken. Maar tot hun grote verbazing vonden ook chique oudere dames die oversizede maat wel praktisch en flatterend. Onder de inkopers was er al gauw een tweedeling. Sommigen waren zeer gecharmeerd en werden trouwe klanten, anderen snapten niet hoe ze tegen de The People of the Labyrinths-collectie aan moesten kijken en begrijpen het nog altijd niet. Het luxueuze ski-kledingmerk Jet Set bijvoorbeeld moest zich eerst door wat vooroordelen heenbijten. De Rooy: “Jet Set kocht ons in op één van onze eerste beurzen, maar dacht: 'Die jongens zijn vast aan de drugs en die bestelling zullen we wel nooit krijgen.' Toen we die heel keurig en stipt afleverden, belden ze direct om te vragen of we dezelfde soort prints wilden ontwerpen voor hun ski-kleding. 'Zullen we er dan ook meteen knopen en ritsen bij zoeken', stelden we toen voor. 'Want de knopen en ritsen die jullie gebruiken vinden we zo lelijk.' Nu maken we al bijna tien jaar een hele ski-collectie voor ze en daarnaast ook een snowboard-, bad- en sportcollectie.”

GEEN TRENDS The People of the Labyrinths werd zo in korte tijd een internationaal succes. Toch hebben Démoed en De Rooy in al die jaren de officiële modewereld bewust ontlopen. Ze gaven weinig interviews, ze zochten de bladen niet op, deden geen shows en ze zijn in Arnhem, ver weg van de modescene, blijven wonen. De Rooy: “The People of the Labyrinths is geen modemerk dat trends volgt, het is een eigen stijl en een manier van werken. We hebben al die jaren geprobeerd dicht bij onszelf te blijven. Dat deden we het liefst in alle rust en in ons eigen tempo, zonder opgejaagd en afgeleid te worden door die hijgerige modewereld.

In sommige seizoenen stonden we daardoor heel ver af van de modetrends en werden we weleens afgeschilderd als verdwaasde hippies, maar op dit moment komt de mode heel dicht bij wat wij doen. De tatoeageprints, de tekens van primitieve stammen, het gebruik van bont, dat zie je nu in veel collecties. Dan is het wel een nadeel dat we ons zo weinig geprofileerd hebben. Jean-Paul Gaultier probeerde ons onlangs te beschuldigen van plagiaat. Gelukkig kunnen we dan wel bewijzen wij die prints en die oranje naar buiten gestikte naden al tien jaar gebruiken. Dat hij nu dezelfde soort dingen ontwerpt, daar zitten we niet mee. In de mode hangen bepaalde dingen nu eenmaal in de lucht, maar je moet de zaken moeten natuurlijk niet omdraaien of letterlijk kopiëren. Dan sturen we er wel een advocaat op af.''

Démoed: “Ons merk is vrij onbekend. Geen probleem. Dat vinden onze winkels en vaste klanten juist aangenaam. Aan onze kleren zit namelijk niet zo'n nadrukkelijke sfeer vast als aan kleren van bijvoorbeeld Jean-Paul Gaultier of Katherine Hamnett, die veel in shows en bladen te zien zijn. Bij ons kan de winkel of de klant nog grotendeels bepalen welke sfeer het kledingstuk meekrijgt. Dat is ook de reden waarom we in Oostenrijk door oude gravinnen worden gekocht en in Los Angeles door skaters. Die diversiteit bevalt ons ook. Het geld dat normaal in dure shows of reclamecampagnes zou verdwijnen steken wij nog steeds liever één keer per jaar in een heel mooi boek over de collectie. Dat ligt voor de klant als een aardigheidje in de winkel. Twee jaar geleden bijvoorbeeld met foto's van Erwin Olaf.”

ASSEPOESTER De telefoon gaat. Een lid van de familie Kwant, een Duits Wirtschaftswunder in chocola, belt met de vraag of Démoed en De Rooy een groots Assepoesterbed willen maken voor de verjaardag van moeder. De Rooy: “Ook dit soort leuke dingen komt via onze kleding op ons af. Op verzoek bedrukken en ontwerpen wij gordijnen en stoelen. Op dit moment werken we aan de inrichting van een boot.”

“Het ontwerpen voor sterren is natuurlijk iets speciaals”, vervolgt Démoed. “We liepen de extravagante Amerikaanse tour-operator Jill Siegel eens toevallig tegen het lijf in St. Moritz in een Jet Set skipak van ons. De tranen sprongen in haar ogen, ze ritste haar pak open, en er kwamen wel acht lagen People of the Labyrinths onder te voorschijn.”

“En laatst”, gaat hij enthousiast verder, “kregen we telefoon uit Beverly Hills dat Liz Taylor nog een vest wilde. Dat sta ik dan beneden in te verven en dan twijfel ik wel even of ik een briefje in de zak zal stoppen met de vraag of ze me een paar leuke foto's en een handtekening stuurt. Maar dat durf ik dan toch net niet te vragen.”

Deel dit artikel