Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Texel: Lieftallig wereldje in zee

Home

Rob Schouten

Recensie

Bij schrijvers roept het gedroomde eiland behoudzucht op. ‘Ik wil het liever met minder mensen delen’.

Arnold en Erik van Bruggen (red.)
Dag lief fijn eiland. 23 schrijvers over Texel
Brandt
232 blz. € 18,50

Lees verder na de advertentie

Het eilandgevoel, wie kent het niet? ‘Kurken op zee’ noemde Boudewijn Büch eilanden ooit en hij bezocht er zo veel mogelijk. Zelf herinner ik me een tocht naar de Aran-eilanden, voor de Ierse kust. Ik kon het vasteland nog zien, maar had toch het gevoel een oerwereld op het einde van de aarde te bezoeken.

Het toeval wilde dat tegelijk met het boek ‘Dag lief fijn eiland. 23 schrijvers over Texel’ de roman ‘Eindeloos eiland’ van Huub Beurskens bij mij op de mat viel. Eilanden zijn natuurlijk verre van eindeloos! Ze zijn beperkt van omvang en overzichtelijk. Het is makkelijker om van ze te houden dan van hele landen. Want wat betekent het om te zeggen: “Ik hou van Nederland”? Welk Nederland bedoel je, zuid, noord, de stad of het platteland, het Gooi of de Achterhoek? Naarmate het favoriete lapje grond kleiner is, heb je er meer mee. Was ik maar op een eiland geboren in plaats van in Hilversum, denk ik weleens, ik zou in elk geval duidelijke roots kunnen aanwijzen.

Oordeel: Actuele, ironische en nostalgische odes aan Texel, een appetizer voor wie er nog nooit was

Van ons

Gelukkig hebben we de Wadden, waar bijna iedere Nederlander weleens is geweest, voor ons nationale eilandgevoel. We mogen er dan niet allemaal geboren zijn, ze zijn wel van ons. Zelf werd ik op jeugdige leeftijd op Ameland getrakteerd. In beeld: heel het gezin in zwart-wit op het strand, alleen de kinderen in zwemkleren, mijn ouders en grootouders echter in vol ornaat in rotan strandstoelen. 

Later ging ik als padvinder naar Schiermonnikoog, nog weer later naar Vlieland (het mooist) en Terschelling. Alleen op Texel ben ik nog nooit geweest. ‘Dag lief fijn eiland’ is dus geen feest der herkenning voor mij; eens zien of ze me voor dat eiland kunnen winnen.

Intussen roept Texel wel degelijk van alles en nog wat bij me op: de Slufter, De Koog, De Razende Bol, en sinds Jan Wolkers er in 1980 neerstreek ken ik ook wijlen z’n beroemdste bewoner. Dat en o ja, schapen.

Zelfs Maarten van Rossem, toch niet vrij van een fikse zuurgraad, schrijft bevlogen over zijn favoriete va­kan­tie­be­stem­ming

Het juiste Texelgevoel

Veel van de 23 schrijvers brengen een ode aan het eiland, waar ze óf in hun jeugd idyllische jaren hebben beleefd, zoals de samenstellers Arnold en Erik van Bruggen en de diverse leden van de familie Dros, óf juist later graag naartoe reisden: Tessa de Loo, Jan Rot, John Jansen van Galen. Kijk alleen maar naar de slotregels van hun stukjes: “Nu je het zegt, we gaan snel weer” (Jan Rot); “Het is een magische plek, ver verwijderd van het gewone leven, waar verleden, heden en toekomst elkaar opheffen” (Tessa de Loo); “Texel, wat ben je toch ontroerend mooi” (Erik van Bruggen). En je ziet ze verrukt wandelen naar de Slufter of de Hoge Berg (op ontroerende eilandschaal, 15 meter hoog, niet veel hoger dan een fikse boom).

Zelfs Maarten van Rossem, toch niet vrij van een fikse zuurgraad, schrijft bevlogen over zijn favoriete vakantiebestemming. Om het juiste Texelgevoel op te roepen heeft hij zelfs een proustiaanse methode voorhanden: “Voor mijn neus op het bureau staat voor noodgevallen een klein potje Texelse heidehoning. Ik heb het dekseltje eraf geschroefd en ruik: TEXEL!”

Inwisselbaar

Geen wonder ook, deze idyllische beschrijvingen; de Hel van Dante mag misschien interessanter zijn, je gaat er niet graag heen. Toch viel me bij al die odes op dat ze eigenlijk nogal inwisselbaar zijn, of liever gezegd, ze vertegenwoordigen een en hetzelfde gevoel: liefde voor een landstreek. Ik heb boekjes over Bergen, over Laren en over Drenthe gelezen waarin min of meer dezelfde zoete en soms zure gevoelens en herinneringen de overhand hebben.

Dat geldt ook voor de gedichten van Aart van den Brink uit het Texelse Oosterend. Welsprekende sonnetten, dat wel, maar als buitenstaander associeer je ze soms even makkelijk met Zeeland of het Groene Hart: Een dijk, een zolder, zon en wolken, wind; / de tantes fietsen lichtblauw door het noorden. / Een dijk, een polder, achterop een kind; / langs school en zendingskerk, verstilde oorden.

Ik wil het ook niet met meer mensen delen, liever met minder

Behoudzucht

Psychologisch komt het eilandgevoel misschien wel het best tot uitdrukking in een vorm van behoudzucht, waar nogal wat auteurs van reppen. Frits van Exter neemt geen blad voor de mond: “Ik wil dat alles ook werkelijk hetzelfde blijft, of liever dat het eiland terugreist in de tijd. Texel roept bij mij ernstige behoudzucht op. Ik wil het ook niet met meer mensen delen, liever met minder. Ik wil het seizoen strenger afbakenen, zodat het in ieder geval tussen oktober en mei helemaal van mij is. Ik wil geen nieuwe, grotere veerboot.”

Ik denk dat dit conservatisme wezenlijk is voor het eilandgevoel. Het eiland moet niet alleen topografisch geïsoleerd zijn, maar ook in de tijd, het moet een soort oer(Neder)land vertegenwoordigen. Realistisch is dat natuurlijk niet: enige jaren geleden riep reisgids ‘Lonely Planet’ Texel tot Europese topbestemming uit, daarmee het toeristische lot van het eiland bezegelend.

Niet in het nationaal geheugen

Lodewijk Dros zet het Texelse dilemma helder uiteen in zijn ietwat ironisch getitelde bijdrage ‘Echt Tessels’: er is natuurlijk een mooi ‘Texelgevoel’, door neef Nico Dros beschreven als ‘het besef dat men deel uitmaakt van een natuurlijk begrensd, lieftallig wereldje’, maar dat gevoel is ook gewoon business geworden. “De meeste Texelaars eten ervan.” En zo komt in dit boek toch ook het idee van Texel in de vaart der volkeren aan bod, eigenlijk als toonbeeld van al die prachtige en daarom direct ook door toerisme ontheiligde streken van Nederland.

Een apart hoofdstuk in de Texelse geschiedenis vormt de ‘Russenoorlog’: aan het eind van de Tweede Wereldoorlog kwamen Georgische soldaten in Duitse dienst op Texel in opstand tegen hun onbeminde broodheren. Een oorlogje binnen de oorlog die Texel wekenlang gijzelde en in totaal liefst 1400 slachtoffers maakte, Duitsers, Georgiërs en Texelaars. Douwe Draaisma doet het hele verhaal uit de doeken en ik realiseerde me dat ik er niets van wist. Kennelijk maakt zulke eilandgeschiedenis toch net iets minder deel uit van het nationaal geheugen dan de historie van het vasteland.

Het meest karakteristieke verhaal komt van Koos Terpstra, die in zijn jeugd saai Texel voor de spannende overkant inruilde en er veertig jaar later terugkeerde als tevreden bezoeker. Van je geliefde Texel dromen, dat moet wel het mooiste zijn, als ik iedereen zo lees. Want het is ook een soort projectie, een hersenschim. Iets van eilanden in de verte.

Op mij ligt Texel nog te wachten, maar dit boek is een appetizer.

© RV


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel

Oordeel: Actuele, ironische en nostalgische odes aan Texel, een appetizer voor wie er nog nooit was

Zelfs Maarten van Rossem, toch niet vrij van een fikse zuurgraad, schrijft bevlogen over zijn favoriete va­kan­tie­be­stem­ming

Ik wil het ook niet met meer mensen delen, liever met minder