Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

TEXEL HEEFT VELE GEZICHTEN

Home

HENK VAN HALM

De pont doet twintig minuten over de oversteek van het Marsdiep. En als je op de Hors loopt, kun je bij zuidenwind de sirenes van politie en ambulance van Den Helder horen. Texel is een eiland, maar ook maar net aan.

Omdat je er gemakkelijk kunt komen, is het er in de zomer druk. Het fijnst is het er nu en in de late zomer, als de vakanties voorbij zijn en de vogeltrek op gang komt. Je kunt er dan net zo rondzwerven als Jac. P. Thijsse, onbekommerd, zoals zijn lijfspreuk luidde. Thijsse, die vijftig jaar geleden overleed en een speciale voorliefde voor het eiland had, wat Texel in 1995 met een speciaal Thijsse-jaar eert.

Op de kaart lijkt Texel klein, maar pas op: je kunt het niet even in een dag om lopen, zoals Schiermonnikoog of Vlieland. Als je wilt wandelen en maar een dag tot je beschikking hebt, moet je een mooi stuk Texel kiezen, wat niet moeilijk is, want overal is natuur, al verschilt die sterk van plek tot plek. “Texel is Nederland in het klein”, hoorde ik eens een Texelaar zeggen. En het is waar: Texel heeft vele gezichten. Op de fiets kun je daar in een dag wel alles van te zien krijgen, maar dan moet je wel doortrappen. Beter is het in een weekend op de ene dag de waddenkant, op de andere dag de duinkant te doen. Fietsen en tandems kun je in de haven huren.

Van 't Horntje, waar de boot aankomt, richting Oudeschild passeer je aan de Waddenzeedijk een oud verdedigingswerk, de Schans, die door de Vereniging Natuurmonumenten pas helemaal is gerestaureerd. Het ligt aan de rand van het landschapsreservaat tussen Oudeschild en de hoofdplaats Den Burg, waarover ik het een maand geleden al had. Van Oudeschild, een plaatsje vol intieme hoekjes tussen visserswoningen en stolpboerderijen, kom je over het Skillepaadje naar de Hoge Berg met de Zandkuil en de begraafplaats van de in 1945 tegen de Duitsers in opstand gekomen Georgiërs. De Hoge Berg vormt met Wieringen en het Oudemirdumerklif een restant van een stuwwal uit de voorlaatste ijstijd, zo'n honderdduizend jaar geleden. Afgeknabbeld door de rijzende zee is die keileem-bult toch nog net gespaard gebleven en de aanzet geweest voor het ontstaan van het eiland Texel.

Bij eb is de Waddenzee een grijze glanzende slikvlakte. In het slijk leven miljarden kokkels, slijkgarnalen, krabben, jonge platvis en allerlei soorten zeewormen. Van al die waddieren leven waadvogels en steltlopers, die je van redelijk dichtbij vanaf de dijk kunt bekijken in het binnendijkse reservaat de Ottersaat bij Dijkmanshuizen en in het Waagejot bij het dorp Oosterend. Met hun diepe en ondiepe delen en slikkige oevers zijn de plassen broedterrein en vooral bij hoogwater, als de slikken van de Waddenzee onder water staan, voedselgebied voor meeuwen en sterns, voor eenden en ganzen, voor scholeksters, wulpen, tureluren, grutto's en de sierlijke kluten, zwart met wit en met een opgewipte snavel, waarmee zij door het allerbovenste slappe laagje slib maaien en als met een pincet kleine dieren pakken.

Drijvers Vogelweid de Bol, iets ten noorden van Oosterend bij de molen Het Noorden, is een andere hoogwatervluchtplaats, waar de wadvogels in grote troepen overtijen. Ze rusten daar uit zo lang het vloed is. Bijzonder in de Bol zijn de vele duizenden orchideeën die er nu bloeien. Harlekijnsorchis en brede orchis geven de weiden een paarsige tint.

Buitendijks, in de Waddenzee, liggen nog verder naar het noorden de Schorren, in deze tijd een bruingroene kwelder, doorsneden met kreken. Vanaf de dijk kun je dit natuurmonument overzien. Tegen de uiterste rand in de verte broeden de lepelaars, dichterbij kokmeeuwen, grote sterns, visdieven en noordse sterns.

Enig idee van de begroeiing van de Schorren krijg je in de Slufter aan de Noordzeekant. Het zuidelijke deel daarvan is vrij toegankelijk en er groeien dezelfde planten. De zee heeft er een gat in de zeereep geslagen, waar de zoute water vrij in en uit stroomt. Een hoge rechte stuifdijk achter de uitgestrekte strandvlakte zorgt ervoor dat de zee niet echt de achterliggende polder Eierland kan binnendringen. In de zomer ziet de strandvlakte prachtig paars door bloeiende lamsoren, een plant die erg goed tegen overstroming door zeewater kan. Uit de verte lijkt de vlakte dan een beetje op bloeiende heide, maar dan blauwer. Nu ontkiemt in het kale slik de zeekraal massaal en bloeien tussen het korte kweldergras Engels lepelblad, schorrezoutgras en Engels gras. In de modder in de geulen leven wormen, net als op het wad. De uitwerpselen van wadpieren liggen in hoopjes en zien er uit alsof iemand een tube tandpasta heeft leeggeknepen. Alleen is de kleur van de sliertjes niet wit, maar grijs als het slik.

Aan de Slufter grenst de Muy, een grote duinplas, die alleen uit de verte te overzien is vanaf een uitkijkpunt bij het dorp De Koog. Er broeden lepelaars aan de plas, die heel beroemd is, omdat het duinlandschap met alle planten en vogels die er thuishoren is nagebouwd in het Heimansdiorama in het Zoölogisch Museum in Amsterdam. In de konijneholen broeden steenuilen, tapuiten, bergeenden en kauwen, boven de lage bosjes jagen bruine en blauwe kiekendieven. In de weiden bij de Muy jagen kieviten met doldrieste vliegtoeren kraaien, kiekendieven, eksters, reigers en meeuwen uit de buurt van hun jongen. Grutto's, tureluren en scholeksters profiteren van de weerbaarheid van de kieviten. De veldleeuwerik zingt er als een stipje tegen de hoge stapelwolken boven het wijde land. Graspiepers en gele kwikstaarten blijven dichter bij de grond, ook als ze zingen.

Het mooiste deel van Texel ligt ten zuiden van De Koog. In de duinen zijn de broedkolonies van storm- en zilvermeeuwen. Helemaal in het zuiden is de Mokbaai, een weidse vlakte waar nu grauwe ganzen met hun kuikens rondscharrelen tussen bergeenden, rosse grutto's, tureluren, groenpootruiters, oeverlopers en kanoetstrandlopers. In de nabijgelegen Geul is een met riet omzoomde plas waar watervogels hun jongen grootbrengen: wilde en kuifeenden, krak-, slob- en tafeleenden, meerkoeten, waterhoentjes en futen. In het riet aan de westkant hebben lepelaars een kolonie, die duidelijk te zien is vanaf een hoge uitkijkpost aan de Mokweg. Vaak staan de lepelaars op een houten vlonder aan de overkant van de plas, over een paar weken ook met hun vliegvlugge jongen.

Een paar honderd meter verder aan de Mokweg is een ingang naar de Horsmeertjes, twee grote plassen met veel riet en bloeiende lissen, met kleine karekieten, rietgorzen en baardmannetjes. In kletsnatte duinvalleien staan bijzondere planten zoals vleeskleurige orchis, rondbladig wintergroen en later in de zomer parnassia.

En tenslotte, op weg naar 't Horntje en de boot passeer je een van de meest karakteristieke Texelse gezichten, de plasjes van de Petten, waar visdieven, kokmeeuwen, scholeksters en kluten broeden op lage schelpeneilandjes en knolboterbloem, pijlkruidkers en heksenmelk de berm kleuren. In de verte het witte kerkje van Den Hoorn, dichterbij de stolpboerderij achter zilverige abelen en Texelse schapen met hun speelse lammeren. De tuunwaoltjes, plaggenmuurtjes die de weiden van elkaar scheiden, zijn keurig gerestaureerd, zoals op meer plaatsen rondom Den Hoorn. Er groeit alleen nog helm op, want voor de kleurige bekleding van grasklokjes, reigersbek, akkerhoornbloem, muurpeper, rolklaver en Engels gras moeten ze nog een paar jaar ouder zijn.

NATUUR DEZE WEEK

De jongen van huismus, kool- en pimpelmees zijn uitgevlogen. Op de Waddeneilanden verzamelen de eidereendemoeders zich met hun kuikens op de wadden. De vrouwtjes waken daar niet alleen over hun eigen kroost, maar ook op dat van elkaar. Op zonnige dagen vliegen veel vlinders. Het bonte zandoogje is gebonden aan zandgrond, het bruine zandoogje aan grasland met hoge grassen. Het hooibeestje is de laatste jaren vooral te vinden in de duinen. Het bruine blauwtje is een kleine bruine vlinder, die alleen wat blauw is op zijn lijf en de onderkant van zijn vleugels. Vaak zijn tientallen baltsende bruine blauwtjes bij elkaar te vinden in de duinen en bij de grote rivieren op plekken waar veel reigersbek bloeit. Ook rupsen zijn nu talrijk. Op de Waddeneilanden kruipen de geelbruin behaarde vingerlange rupsen van de klaverspinner rond op zoek naar een geschikte plaats om te verpoppen. Ringelrupsen leven in spinsels in loofbomen. De bonte rupsen van de basterdsatijnvlinder kunnen een plaag worden, omdat hun loslatende haren in de poriën dringen en jeukende uitslag veroorzaken. Op de heide bloeien gewone en stekelbrem volop met gele vlinderbloemen. De gewone brem is een manshoge struik, de stekelbrem een kruipende heester. De grootte van de bloemen is naar verhouding. Tegen het huis begint de bruidssluier zich te tooien met witte trosjes, die vooral bijen en vliegen aanlokken. In weinig bemeste weiden kleuren scherpe boterbloem en veldzuring het grasland geel en roodbruin. Bermen van wegen met een uitgekiend maaibeheer zijn nu een weelde van kleurige bloei. Het fluitekruid staat nog in volle kanten pracht. Op zandige grond zijn blaas- en knikkende silene, knoopkruid, grasklokje, wondklaver, muurpeper, slangekruid, wilde reseda en wouw te vinden. Gele morgenster, margriet, dolle kervel, beemd-, berm-, slipbladige, zachte en bloedooievaarsbek zijn kenmerkend voor voedselrijke bermen.

EN VERDER

Niet bekend

Deel dit artikel