Terreur als vrucht van wanbeleid

home

Ilona Eveleens

Een slachtoffer van de kerst-aanslag in een kerk, die de radicaal-islamitische Boko Haram heeft gepleegd. © AP

De Nigeriaanse islamitische terreurbeweging Boko Haram baart, ook buiten het land zelf, steeds meer zorg. De beweging is een typisch product van armoede en decennia van wanbestuur.

Het leven is sinds Kerstmis een nachtmerrie voor Nancy Maduka. Op die dag verloor het 13-jarige Nigeriaanse meisje haar ouders, broers en zussen in een bomaanslag op de Sint Theresa kerk in Madalla, een gehucht even buiten de hoofdstad Abuja. Nancy voelde zich die dag niet lekker en bleef thuis. Dat redde haar het leven.

Vrees voor Boko Haram en leger
De radicaal-islamitische sekte Boko Haram eiste de verantwoordelijkheid op voor drie gecoördineerde aanslagen op Eerste Kerstdag, waarbij meer dan veertig mensen om het leven kwamen. Boko Haram terroriseert het noorden van Nigeria tot aan de hoofdstad Abuja aan toe.

Het aantal en de doeltreffendheid van de bloedige acties van de sekte namen vorig jaar in razend tempo toe. Donderdagavond kwamen bij een aanval op een kerk in Gombe, in het noordoosten, nog zeker vijf mensen om.

De regering antwoordt met een meedogenloos optreden door politie en leger - tegen schuldigen en onschuldigen. In Maiduguri, de geboorteplaats van de sekte, weet de geteisterde bevolking niet niet wie ze meer moeten vrezen, Boko Haram of het leger en de politie.

Religie als rechtvaardiging voor geweld

Met bomaanslagen en moorden, gericht tegen leger, politie, christenen en gematigde moslims, wil Boko Haram een islamitische staat afdwingen in het noorden van Nigeria.

"Boko Haram hanteert religie als rechtvaardiging voor het geweld. Maar de echte oorzaken zijn economisch en politiek", meent Babangida Aliya, gouverneur van de deelstaat Niger, en voorzitter van het forum van noordelijke gouverneurs. "De groep heeft veel aanhang onder de enorme schare werkloze jongeren. Hun ideologie is veel minder religieus. Zij willen een baan en eten op tafel."

In de deelstaat Borno, waarvan Maiduguri de hoofdstad is, is 72 procent van de kinderen tussen 6 en 16 jaar analfabeet. In de andere noordelijke deelstaten ligt het percentage iets lager maar wel boven de helft.

Nigeria is een typisch voorbeeld hoe koloniale regimes in Afrika diverse regio's en volken bij elkaar in een staat gooiden. Conflicten werden vaak aangewakkerd door de koloniale leiders, die meestal een groep of regio voortrokken. De onafhankelijkheid in 1960 bracht Nigeria geen eenheid tussen noord en zuid, tussen moslims en christenen, of volken.

Noorderlingen behoren merendeels tot het Hausa-Fulani volk en zijn overwegend moslims. Daar de olierijkdom en veel van de vruchtbare grond in het zuiden liggen, zagen noorderlingen de weg naar nationale invloed via het leger. Decennia van militaire regimes zorgden dat de nationale macht stevig in handen was van het noorden. Dat bracht economische ontwikkeling.

Sjaria
In 1999 kwam een einde aan de militaire dictatuur en deed democratie haar herintrede. In twaalf deelstaten in het noorden werd de sjaria, de islamitische wetgeving, ingevoerd. Maar niet alle noorderlingen zijn moslims.

Veel christelijke zuiderlingen vestigden zich al voor 1960 in de regio. Zij verzetten zich tegen de invoering van de strikte religieuze wetgeving. De sjaria leidde tot bloedige, religieuze conflicten in het noorden en in de Middle Belt, de streek tussen Noord en Zuid, waar bijna evenveel christenen als moslims wonen

'Westers onderwijs is verboden'
Tegelijkertijd bloedde het Noorden economisch leeg. Industrietjes sloten de poorten wegens corruptie en slecht bestuur of gewoonweg door gebrek aan nieuwe investeringen nu de politieke macht niet langer het alleenrecht van het Noorden was. In diezelfde tijd, 2001, werd Boko Haram gevormd. De naam betekent letterlijk in de plaatselijke taal 'westers onderwijs is verboden'.

De beweging borduurt voort op Maitatsine, een sekte die in de jaren tachtig actief was in het Noorden. Ook die groepering verzette zich tegen modernisering en westerse invloed en voerde aanslagen uit op staatsdoelen. Bij geweld veroorzaakt door Maitatsine in 1980 kwamen in de noordelijke stad Kano ruim vierduizend mensen om het leven.

Boko Haram beperkte zich aanvankelijk tot religieuze praktijken maar naarmate de economische situatie in het Noorden verslechterde, werd de sekte militanter. In 2009 kwam het tot een ware veldslag met politie en leger. Leider Mohamed Yusuf werd gearresteerd en in gevangenschap vermoord door de politie.

"Yusuf zag armoede als een gevolg van westers onderwijs dat de regerende en corrupte elite in Nigeria had genoten", vertelt journalist Ahmad Alkida in Maiduguri. Nigeriaanse politici zijn onbeschaamd rijk, terwijl 70 procent van de bevolking moet rondkomen van minder dan anderhalve euro per dag. De leidende elite verwierf de rijkdom veelal door illegale en dubieuze praktijken.

Sinds 1999 bestond een ongeschreven wet binnen de regeringspartij PDP dat het Noorden en het Zuiden bij toerbeurt de president zouden leveren. Na de zuiderling Olusegun Obasanjo kwam de noorderling Musa Yar'Adua in het presidentiële paleis. Maar hij stierf voor het einde van zijn eerste ambtstermijn.

Het Noorden verwachtte dat de PDP een andere noorderling kandidaat zou stellen voor het hoogste ambt. Maar met veel smeergeld viel de eer te beurt aan de zuiderling Goodluck Jonathan, vicepresident onder Yar'Adua. Het Noorden voelde zich verlinkt.

Alternatief bieden
Mensenrechtenactivist Shehu Sani woont in Kaduna, een stadje waar evenveel christenen als moslims wonen. Een riviertje vormt de natuurlijke grens tussen de twee stadsdelen waar beide groepen wonen. Regelmatig komt het er tot gewelddadig treffen tussen aanhangers van beide religies.

Sani gelooft niet dat geweld met geweld te bestrijden is. Hij vindt dat de regering moet onderhandelen met Boko Haram. "De overheid moet met economische plannen komen. De vele duizenden werkloze jongeren moet een alternatief worden geboden. Ze moeten de kans krijgen op scholing en werk. Pas dan hebben radicale geestelijke leiders geen greep meer op ze."

Internationale gemeenschap bezorgd
Niet alleen in Nigeria, met 160 miljoen inwoners het bevolkingsrijkste land in Afrika, groeit de vrees over Boko Haram. Ook de internationale gemeenschap maakt zich grote zorgen, vooral omdat Al-Kaida in de Maghreb (AQIM), een Noord-Afrikaanse tak van Al-Kaida, steeds meer invloed krijgt op de sekte. Leden van Boko Haram zijn door AQIM getraind in het maken van bommen en uitvoeren van zelfmoordacties.

De regering sloot de grenzen met omliggende landen zoals Tsjaad en Niger. In de onherbergzame en verlaten delen van die landen zouden groepjes AQIM actief zijn. De bevolking in het grensgebied meldt dat Boko Haram milities na aanslagen de poreuze grenzen over glippen om zich in Niger en Tsjaad te verschuilen.

Militante groeperingen zijn niet alleen in het noorden van Nigeria actief. Begin deze eeuw organiseerden werkloze jongeren zich in de olierijke Nigerdelta in het zuiden van het land. Zij waren het beu te leven in een gebied dat Nigeria grote rijkdom verschaft terwijl de plaatselijke bevolking een miserabel bestaan leidt in een door de olie-industrie ernstig vervuild gebied.

Hardhandig optreden van politie en leger had weinig effect. In 2009 werd een amnestie afgekondigd. Shehu Sani: "De milities in het zuiden kregen geld als ze hun wapens inleverden. Ontwikkeling en scholing werden beloofd. Waarom worden zij anders behandeld dan de Boko Haram milities in het noorden?"

Misbruik door politici
Zowel in het Zuiden als in het Noorden misbruiken politici de milities. In het Zuiden spanden politici de gewapende bendes voor hun karretje om verkiezingen in hun voordeel te manipuleren en tegenstanders te intimideren. Hetzelfde geldt voor het Noorden, waar alles erop wijst dat politici die de verkiezingen vorig jaar verloren, Boko Haram inzetten om chaos te creëren.

Sinds de onafhankelijkheid verrijkten opeenvolgende politieke elites zich wanstaltig, en trokken zich weinig aan van het lot van de bevolking. Een schrijnend voorbeeld is hoe het olieproducerende land zelden elektriciteit kan leveren aan de bevolking. Een zoethoudertje was subsidie op brandstof zodat Nigerianen stroomaggregaten konden kopen waarvan het handelsmonopolie in handen is van enkele politici.

Nu heeft de regering de subsidies afgeschaft om geld te sparen, dat naar eigen zeggen wordt gebruikt voor de ontwikkeling van Nigeria. De bevolking gelooft er geen snars van.

Politici hebben te vaak het in hun gestelde vertrouwen geschonden. Ze hielpen mee om van opstandige milities monsters te creëren waarover ze de controle kwijtraakten en die zich nu tegen hen keren. De tijd van vergelding is aangebroken.

Lees verder na de advertentie

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie