Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Tegenwoordig is iedereen een kleine Rousseau

Home

REPORTAGE

Weinig filosofen zijn zo invloedrijk als Jean-Jacques Rousseau (1712-1778). In zijn driehonderdste geboortejaar onderzoekt Trouw de actualiteit van zijn ideeën. Vandaag: fans van de filosoof gaan op excursie naar het Zwitserse Sint Peterseiland. 'Hij was hyperindividualistisch, dat was revolutionair.'

'Weet iemand hoe dit apparaat werkt?" Het is zes uur in de ochtend. Op een parkeerplaats aan de rand van Genève zet een witte tourbus zich in beweging. Tien adepten van filosoof Jean-Jacques Rousseau kijken met slaperige gezichten toe hoe reisleider Rémy Hildebrand (68) de cd-speler aan de praat probeert te krijgen. Dan galmen achttiende-eeuwse melodieën door de bus. "Liederen van Rousseau", roept Hildebrand enthousiast.

De groep in de bus volgt vandaag de voetsporen van Rousseau (1712-1778). Eindbestemming: het Sint Peterseiland in het Zwitserse Bielermeer, zo'n 140 kilometer verderop. Het eiland is een soort bedevaartsoord voor Rousseauisten. De filosoof was naar eigen zeggen nergens gelukkiger.

In juni 1762 werd de toen 50-jarige Rousseau de grond in Parijs te heet onder de voeten. Zijn boeken 'Émile' en 'Du contrat social', die allebei in dat jaar waren verschenen, werden publiekelijk verbrand. Rousseau vluchtte naar het Zwitserse dorpje Môtiers, waar hij drie jaar bleef. Nadat er begin september 1765 stenen naar zijn huis werden gegooid, zocht de filosoof zijn toevlucht op Sint Peterseiland. Hij verbleef er in het enige huis dat het eiland rijk was.

Lyrisch beschreef Rousseau zijn tijd op het eiland. Reisleider Hildebrand - hawaii-bloesje, zonnebril, wit baseballpetje - leest een passage voor. Aandachtig luistert Pascal Beer achter in de bus, ook al heeft hij deze woorden zelf al wel honderd keer gelezen. Voor de 56-jarige docent Frans zijn deze passages ('rêveries' noemde Rousseau ze) een soort Bijbel. "Ik lees en herlees ze. Ze zijn anders dan de rest van Rousseaus werk. Poëtischer. Wat ik mooi vind, is Rousseaus waardering voor het nietsdoen, voor de luiheid. Je voelt de vlam van het innerlijke leven. Je voelt: hij lééft. Hij durft te stoppen met denken. Ik houd van mensen die dromen."

Ook schrijfster Huguette Junod (68) zegt Rousseau te bewonderen. "Zo over jezelf schrijven als hij deed, dat was ongehoord." Aan haar linkerhand draagt ze een gouden ring met de letters 'JJ'. Jean-Jacques? "Inderdaad", glimlacht ze. "Mijn broer heette zo. Mijn ouders hadden hem vernoemd naar Rousseau."

Tien uur. Boven het Bielermeer staat een strakblauwe hemel. Schuin op de golven koerst het kleine, met zeil overtrokken motorbootje op het eiland af. Reisleider Hildebrand wijst naar een laag gedeelte op het eiland. "Daar zitten de konijnen", roept hij. "Toen Rousseau op het eiland kwam, leek het hem een perfecte plek voor konijnen. Dus liet hij die aanvoeren. Tegenwoordig is er een grote kolonie. Directe afstammelingen van die van Rousseau."

Als we aanmeren, kleedt een oude man zich juist om op de steiger. Even staat hij naakt in het volle zonlicht. Terug naar de natuur - welkom op het eiland van Rousseau.

Voor Rousseau hield het adagium 'terug naar de natuur' niet alleen een romantisch verlangen in. Het leidde ook tot wetenschappelijke interesse in de natuur. De filosoof ontwikkelde op Sint Peterseiland een passie voor plantenkunde en nam zich voor alle flora op het eiland nauwgezet te beschrijven. Nog steeds zijn zijn aantekeningen bewaard. Heel precies gaat de autodidact te werk, met zichtbaar plezier in het categoriseren en het leren van nieuwe namen.

Als Rousseau niet bezig was met zijn planten, hielp hij de boeren op het land of zat hij uren te dromen aan de waterkant. Vaak ook dobberde hij in een bootje op het meer. De rust, het ritme van de golven; het hielp hem zijn "bestaan met plezier te voelen zonder de moeite te nemen na te denken".

"Kijk, een liguster!", roept de 34-jarige Louis Nusbaumer. Hij houdt het bloempje omhoog. Nusbaumer, die in de hortus botanicus van Genève werkt, draagt een rieten hoed met een bandje om zijn kin, aan zijn nek bungelt een binocle en in zijn hand heeft hij een dik, beduimeld determineerboek. Plechtig zegt hij: "Het oranje goedje uit deze plant doodt wratten".

Heuvels met essen, wilgen, platanen en dennebomen gaan op het eiland over in glooiende maïsvelden. "Rousseaus concept van geluk is nog steeds erg actueel", zegt reisleider Hildebrand. Hij is voorzitter van het 'Comité Européen Jean-Jacques Rousseau' en doceert aan de universiteit van Genève over de filosoof. "Rousseau zei: Wees authentiek. Je moet solitair zijn, je terugtrekken van de oordelen van anderen. In onze maatschappij zoekt iedereen zijn eigen weg. Dat is precies wat Rousseau wilde."

Daar komt Luc Weibel naast Hildebrand lopen. "Tegenwoordig is iedereen een kleine Rousseau", zegt Weibel (68). "Maar in het authentiek moeten zijn zit een hoop conformisme. En bovendien vind ik het een beperkte opvatting van geluk. Rousseau had genoeg aan zichzelf, vond hij. Het water wiegt zijn bootje, hij voelt zich gelukkig. Prima. Maar dat is alleen maar door het contrast met iets anders. Als je echt helemaal alleen zou zijn, dat zou een verschrikking zijn."

Weibel gaat nog even verder: "Trouwens, Rousseau zéi wel dat hij alleen en onafhankelijk was, maar dat was natuurlijk helemaal niet zo. Er was de gastheer en diens knechten, er was zijn concubine Therèse, er waren de bezoekers en hij hield een uitgebreide correspondentie bij."

Toch, relativeert Weibel, moet je Rousseau in de context van zijn tijd bekijken. "Waar hij voor stond, was in zijn tijd niet toegestaan. Hij riskeerde iets. Hij was hyperindividualistisch, dat was voor zijn tijd revolutionair."

Een auto stuift voorbij over het zandpad. "Hoe kwam die hier?!" roept Hildebrand verbaasd. "Die zie je hier nooit!" Dan zegt hij: "We zijn allemaal een beetje een wilde. Rousseau accepteerde dat. Daarom verwijderde hij zich van de samenleving. In de stad, zei hij, is het onmogelijk authentiek te zijn. Het sociale rumoer corrumpeert ons, dwingt ons maskers te dragen, overstemt ons innerlijk." Hij lacht: "Ja, zelf woon ik inderdaad wel in een stad".

Dat is niet erg, vindt de 53-jarige grafist Yvan Hostettler, die heeft meegeluisterd. "Niet álle ideeën van Rousseau zijn nog bruikbaar. Tegenwoordig, met de overbevolking, is het gewoon niet haalbaar om met zijn allen op het platteland te leven. En bovendien is het ook ecologisch beter om in de stad te wonen - minder energieverbruik."

En het is juist zijn interesse in ecologie waardoor Hostettler zich tot de Rousseau voelt aangetrokken. "De mens moet mét de natuur zijn, zei Rousseau, niet tegen. Dat ben ik roerend met hem eens."

Rousseau voelde zich zo gelukkig op het eiland dat hij zich er wel permanent had willen vestigen. Maar aan de idylle kwam abrupt een einde toen de stad Bern, waartoe het eiland behoort, liet weten hem niet langer op zijn grondgebied te tolereren. Nog geen twee maanden na zijn aankomst vertrok de filosoof weer. Fysiek kon hij, schrijft Rousseau, niet meer naar het eiland terug. Maar in zijn fantasie kon dat wel. Dagelijks bezocht hij het eiland "op de vleugels van de verbeelding".

We nemen de boot terug naar het vasteland. Terug naar de samenleving en naar de 21ste eeuw. Pascal Beer uit Lausanne zou het liefst in de 18de eeuw blijven, zegt hij, kijkend naar het wegdrijvende eiland. "Ik heb heb niets met de moderne tijd. Ik houd niet van vooruitgang, en daarom houd ik van Rousseau."

Deel dit artikel