Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Te weinig eer voor graaf Johan Maurits

Home

Aldert Schipper

Eigenaardig dat Nederland zo weinig gedaan heeft aan de vierhonderdste geboortedag van graaf Johan Maurits van Nassau-Siegen. In Den Haag, waar hij het Mauritshuis liet bouwen, is dit voorjaar een expositie geweest van schilderijen die hij in Brazilië liet maken. Maar daar hielden de feestelijkheden wel zo ongeveer mee op.

De graaf was een zeventiendeeeuws fenomeen, een heer van stand in een rommelige tijd. Over het verblijf van Johan Maurits in Brazilië van 1637 tot 1644 is veel te zeggen – dat is ook wel gedaan, vooral door tijdgenoten, want hij had een enorm gevoel voor public relations. Er was meteen al een geschil met de West-Indische Compagnie, want die wilde Brazilië vooral uitmelken, maar de graaf wilde er meer van maken. Zijn achterneef, stadhouder Frederik Hendrik, de stedendwinger, dacht dat hij een eigen rijk in ZuidAmerika wilde vestigen en misschien was dat ook wel zo. Hij hield van Brazilië en van de mensen daar. En de Brazilianen hebben dat begrepen: zij hebben dit jaar uitbundig feestgevierd. Hij stichtte er Mauritsstad, bouwde er een schitterend paleis, voerde een soort parlement in, stimuleerde de suikerrietteelt en beveiligde het land tegen invallers.

Heidenen moest je bekeren, dat wist Johan Maurits ook wel. Hij was een kind van zijn tijd. De bekeerde Indianen zag Johan Maurits als de ware Brazilianen. Maar Indianen die niets zagen in het calvinisme kregen niet de troepen op hun dak. De gouverneur stuurde Frans Post en Albert Eckhout op hen af om hen te schilderen.

Eigenlijk was het verblijf niet zo succesvol. De WIC riep hem voortijdig terug. Hij rekte zijn terugkeer nog een jaar, maar toen moest hij gaan. Johan Maurits was toen pas veertig. Toch liet hij door Barlaeus een biografie schrijven, die stijf stond van bewondering. De dichter Franciscus Plante kwam daarnaast voor de man in de straat met een lobbyhymne 'Mauritas'. De Leidse universiteit huldigde de graaf met veel bombarie om zijn grote daden voor de wetenschap.

Johan Maurits' grote pre was zijn vriendschap met de keurvorst van Brandenburg, Friedrich Wilhelm van Hohenzollern. Ze kenden elkaar doordat deze laatste van 1634 tot 1638 aan het hof in Den Haag was. In die periode heroverde de net 30-jarige Johan Maurits de Schenkenschans, een onneembaar geachte vesting in de Rijn bij Millingen. De 16-jarige Friedrich Wilhelm mocht mee.

In de zeventiende eeuw gold de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden als de modernste staat ter wereld. Zo moest Pruisen ook worden, vond Friedrich Wilhelm. Hij was troonopvolger in een periode dat Bran-denburg (Pruisen) nog in opkomst was. Johan Maurits en Friedrich Wilhelm hadden elkaar nodig; Johan Maurits was klant van de Amsterdamse Bank van Lening en zou later ook bekend zijn bij de joodse financiers Abraham Cohein in Amsterdam en Elias Gomperts in Kleef. Friedrich Wil-P-tante helm had een zwakke en bangelijke vader die moest toezien hoe Brandenburg eerst werd geplunderd door de Zweden en de troepen van de Duitse keizer en ten slotte door zijn eigen leger dat lange tijd zonder soldij bleef. Toen Friedrich Wilhelm als 20-jarige in 1640 zijn vader opvolgde, moest de herbouw van het land beginnen vanuit het veel verder naar het oosten gelegen Pruisen, dat in de oorlog buiten schot was gebleven.

De andere Europese vorstenhuizen zagen wegens zijn ijverige en brave gereformeerde karakter lichtspottend op de keurvorst neer. Hij kon wel een man van de wereld naast zich gebruiken, een oudere vriend die in ZuidAmerika al een rijk had gesticht, dat – naar men zei – klonk als een klok. Zo kwam Johan Maurits, 'koning' van Brazilië, op het Pruisische toneel. Zijn eerste opdracht in 1649 was te bemiddelen tussen de Kleefse adel en de keurvorst. Hij kwam heel ver in de onderhandelingen, maar aan het eind haalde Friedrich Wilhelm zijn schoonmoeder Amalia van Solms naar Kleef er bij om het verdrag af te ronden. Dit verstoorde de verhouding met Amalia grondig, terwijl er eerder sprake was van een warme relatie tussen de twee, ja volgens roddels uit die tijd zelfs van een iets té warme. Johan Maurits gaf daar wel aanleiding toe, want hij bleef zijn leven lang een ongehuwde, rondreizende edelman met een kleine hofhouding. Na zijn aankomst in Kleef voerde Johan Maurits religieuze tolerantie in. En hij begon net als in Brazilië meteen met ingrijpende landschappelijke bouwwerken. Daarvoor haalde hij een oude bekende, Jacob van Campen, de beroemde architect van het Mauritshuis in Den Haag, naar Kleef. Die bouwde er met dijken, kanalen en fonteinen een schitterend classicistisch park. De meeste van de gebouwen zijn in de laatste Wereldoorlog te gronde gegaan, maar het schitterende park ligt er nog in volle glorie. Ook de Nassauer Allee, de beroemde Lindelaan, is er nog. Johan Maurits bestelde kort na zijn aantreden zeshonderd lindebomen in Holland. Die kwamen te staan langs een kaarsrechte laan. Dit maakte een zodanige indruk op de keurvorst, dat deze hetzelfde wilde in Berlijn: Unter den Linden. En de Berlijnse Tiergarten werd aangelegd naar voorbeeld van de Parkanlagen in Kleef. Johan Maurits adviseerde de keurvorst bij het aanstellen van architecten, vestingbouwers, schilders, beeldhouwers en handwerkers voor het hof in Potsdam.

Het spreekt echter vanzelf dat ook keurvorstin Louise Henriette op de verhollandsing van Pruisen invloed had. Louise Henriette was de dochter van stadhouder Frederik Hendrik. Friedrich Wilhelm kende haar als meisje van toen hij aan het hof in Den Haag was. Nadat eerst de dochter van de koning van Zweden een huwelijk met hem weigerde, trouwde Friedrich Wilhelm in het paleis Noordeinde met zijn jeugdliefde.

In het voorjaar van 1657 vertrok een opvallende optocht uit Kleef. Het was vorst Johan Maurits die met honderden edelen, soldaten, bedienden en ambtenaren in zijn gevolg in tientallen prachtige, met goud en zilverbeslag versierde oranje en groene koetsen richting Frankfurt trok. Johan Maurits was door de keurvorst uitverkoren om daar namens hem mee te doen aan de keuze van de nieuwe Duitse keizer. De topdiplomaat stond op 5 augustus 1658 vooraan bij de kroning van deze keizer, Leopold de Tweede.

Johan Maurits bleef intussen contact houden met de Republiek waar hij zijn militaire functies had gehouden. In 1665 leidde hij in Friesland de staatse troepen tegen 'bommen Berend', de bisschop van Münster. Bij die gelegenheid zakte hij samen met enkele andere ruiters door een brug in Franeker. Het was januari, hij had een ijzeren kuras aan maar de Friezen wisten hem uit het ijskoude water op te vissen.

Het duurde maanden eer Johan Maurits er helemaal bovenop kwam. Hij had de dood in de ogen gezien.

Johan Maurits droeg de Hollandse moderniteit uit in het opkomende Pruisen. Dat zag men terug in de architectuur, maar ook in het verlichte be-Vanmiddag stuur. In 1671 legde Friedrich Wilhelm de loper uit voor de hugenoten. Er kwamen geleerden en handwerkslieden naar Pruisen. Hetzelfde gold voor Joden, die zich in Pruisen mochten vestigen in een periode dat pogroms in Polen en Rusland alledaags waren. De keurvorst handelde naar voorbeeld van het tolerante regime van Johan Maurits in Brazilië.

Friedrich Wilhelm begreep dat Pruisen met zijn ligging aan de Oostzee voor de nationale glorie – net als de Republiek – een vloot nodig had. Hij ging in zijn kopieerdrift zelfs zo ver dat hij in Afrika een handelspost stichtte. In 1680 vertrokken uit de haven van Emden twee fregatten met de rode adelaar in top, het begin van de Pruisische slavenhandel. Ook Johan Maurits had zich daar in Brazilië vlijtig mee beziggehouden. Maar de Pruisen werden geen zeevarende natie ook al bestelde Friedrich Wilhelm nog zoveel schepen in de Republiek. De Pruisische Afrika Compagnie zou nooit renderen en Groß Friedrichsburg aan de Guineese kust werd uiteindelijk verkocht aan de Hollanders.

Pruisen was een staat, geen land.

Het lag versplinterd tussen Litauen en de Nederlanden. Daarom was een beroepsleger nodig. Friedrich Wilhelm bracht een staand leger op de been, dat de meeste vijanden afschrikte.

Zo'n leger was voor deze kleine staat alleen haalbaar als er een goed belastingstelsel was. Daarmee gingen de jonkers, de regionale adel, ten slotte akkoord. Maar dan moesten de belastinggaarders onkreukbaar zijn. Het begin van het eigen ethos van de Pruisische ambtenaar. Ook daarbij hielp Johan Maurits. In Kleef legde hij geregeld de nadruk op de onkreukbaarheid van de ambtenaren. Zonder Johan Maurits was Pruisen nooit de tolerante en efficiënte staat geworden die het later zou zijn.

Johan Maurits, 'de Braziliaan', overleed in december 1679, in Berg en Dael vlak bij Kleef. En toen zijn jongere vriend de keurvorst in 1688 stierf, na een regering van bijna vijftig jaar, werd deze in heel Europa 'de Grote Keurvorst' genoemd en stond Pruisen met één miljoen inwoners op de kaart.

Deel dit artikel