Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Te veel eer voor malloten met abjecte ideeën

Home

Elma Drayer

Is het verstandig om onwelriekende opvattingen wettelijk te verbieden? De vraag dringt zich op, nu deze week in Frankrijk een wet door de Senaat kwam die ontkenning van 'internationaal erkende volkerenmoorden' strafbaar stelt - tot vreugde van de huidige Armeniërs, tot woede van de huidige Turken. Zij weigeren tot op de dag van vandaag de massaslachting van hun voorvaderen op het Armeense volk in 1915 genocide te noemen.

In Nederland ligt de strafbaarstelling van revisionisme op dit moment veel onduidelijker. Zeker, heel soms wordt er iemand veroordeeld vanwege Holocaustontkenning, maar niet op grond van een wetsartikel dat zoiets expliciet verbiedt. Als iemand al voor de rechter belandt, dan op grond van het brede verbod op het 'opzettelijk' kwetsen en beledigen van een bevolkingsgroep.

Persoonlijk vind ik zelfs dat te veel eer voor malloten met onfrisse ideeën. In een open samenleving als de onze bestrijd je leugenaars in woord en geschrift, met feiten en argumenten. Of je negeert ze met opgeheven hoofd en dichtgeknepen neus. Bestraffen lijkt me volstrekt zinloos. Alsof kwalijke denkbeelden zich niet kunnen verspreiden als je ze illegaal verklaart.

In mei 2009 gloorde er heel even licht. Mark Rutte, toen nog fractieleider van de VVD, liet zich ontvallen dat Holocaustontkenning niet strafbaar moest zijn - simpelweg omdat zoiets zou moeten vallen onder de vrijheid van meningsuiting. Het was verkiezingstijd, hij kreeg onmiddellijk iedereen over zich heen - van opiniemakers tot medeparlementariërs. Waarna wij hem bij mijn weten nooit meer over het thema hebben gehoord. Twee maanden later diende de ChristenUnie een wetsvoorstel in dat het ontkennen van volkerenmoord radicaal verbood. Bij de daadwerkelijke behandeling ervan, pas in september 2011, wist de initiatiefnemer geen Kamermeerderheid achter zich te krijgen. Andere partijen spraken van een 'overbodig' en 'onwenselijk' wetsvoorstel. En toen trad de stilte weer in.

Intussen is 'Mein Kampf' nog steeds verboden - als enige boek in Nederland. Zeker, je kunt het abjecte werkstukje van wijlen Adolf H. wel in bibliotheken raadplegen, maar de handel mag het niet aanbieden. Zo'n verbod lijkt in dit digitale tijdperk behoorlijk absurd. Toch durft niemand hardop te pleiten voor afschaffing.

De laatste keer dat Den Haag zich erover boog, is alweer bijna vijf jaar geleden. In september 2007 liet toenmalig minister Ronald Plasterk in een interview weten dat het verbod best kon worden opgeheven. "Laat het vrij verkrijgbaar zijn", zei hij, "en dat zeg ik dan maar als minister van media en cultuur." Hij was nog niet uitgesproken of een keur aan parlementariërs buitelde verontwaardigd over hem heen. Waarop de bewindspersoon zijn geste schielijk introk.

En zo vlamt de discussie telkens even op, om daarna weer uit te doven. Zo sukkelen we voort van incident naar incident. Jammer genoeg. Want van een werkelijk fundamenteel debat over de vrijheid van meningsuiting wil het maar niet komen.

Afgelopen dinsdag citeerde deze krant het commentaar van de filosoof Luc Ferry op de commotie rond de Franse genocidewet. Hij wees er fijntjes op dat wetten er 'nu eenmaal niet zijn om leugens en domheid te verbieden'. Het lijkt me een even waar als werkbaar uitgangspunt.

Deel dit artikel