Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Tante Wies proeft al meer dan 60 jaar bier

Home

ANETTE KARIMI

De schuimkop welt bijna over het glas. Ze brengt het naar haar mond en neemt voorzichtig een klein teugje. Het is even stil in de keuken. Dan zet ze het glas weer op het aanrecht. “Lekker glaasje bier. Heerlijk”, zegt ze genietend. “Niet te bitter.”

Ze doet het al meer dan zestig jaar, Wies Meens (82) uit Limburg. “Bier proeven is mijn eerste werk. Dan kan ik er goed tegen voor de dag.” Een 'taak', die ze niet toevallig kreeg. Brouwer Henry Hubert Meens kwam elke ochtend naar de keuken met zijn vers gebrouwen Edelpils. “Wies, proef eens even”, herhaalt ze haar vaders verzoek.

“Het is gewoon altijd zo gebleven”, vertelt ze. “Als het niet goed is, dan horen ze het wel.” 's Ochtends rond half acht vindt het ritueel plaats. Met het neef Harry, de vierde generatie aan het hoofd van de bierbrouwerij, en adjunct-directeur H. Vanderbroeck, proeft ze het vers gebrouwen bier. Gewoon in de keuken. Na de 'laatste' keuring van Wies, één van de oudste telgen uit het geslacht Meens, worden de flesjes gevuld.

Verzonken tussen zacht glooiende heuvels ligt de kleine bierbrouwerij Alfa in het Zuid-Limburgse buurtschap Thull. In 1870 besloot Joseph Meens zijn boerenbedrijf met een kleine bierbrouwerij uit te breiden. Hij had de beschikking over een natuurlijke bron, en het afgewerkte mout diende prima als veevoer.

Wies' vader, Henry Hubert, nam de bierbrouwerij over in 1900. 1 maart beleefde de brouwerij haar 125-jarig jubileum. “Alfa is de eerste letter van het griekse alfabet”, legt ze uit. “Dus het eerste èn het beste bier.” Wies Meens groeide met het bedrijf op, en bleef haar hele leven op de brouwerij wonen. Een paar meter van haar keuken bevinden zich de bierketels. Daarin heeft ze nooit staan roeren. “Ik moest voor mijn ouders zorgen.”

Al gaat ze ook niet meer dagelijks kijken naar het bierbrouwen, Wies blijft controleren of het bedrijf naar behoren draait. “Wordt er goed verkocht?”, vraagt ze wekelijks in het bedrijfskantoortje. Andersom lopen ook de werknemers haar woonkamer binnen.

“Tante Wies?”, roept het hoofd van de technische dienst, die komt binnenvallen. Ze verdwijnt even naar de keuken om advies te geven. “Ach, zo is het allemaal gegroeid”, zegt ze weer terug in de woonkamer. “De kinderen uit de buurt begonnen me tante Wies te noemen.” Weer volgt een uitbundige lach. “Dat is toch beter dan mejuffrouw Meens. Die poespas hoef ik niet”, zegt de vrijgezelle dame.

De zachte, zoete smaak is hèt kenmerk van het edelpils. Daarover oordeelt tante Wies. De andere vijf soorten Alfa-bier zijn seizoenbieren, die er pas later bijkwamen. “Als zij ook maar een klein verschil proeft, gaat alarmfase één in”, zegt Vanderbroeck.

Het gebeurt zelden dat de zorgvuldige vermenging van de tanks, waarin het bier wordt opgeslagen, niet het goede resultaat oplevert. “Een leek zal het smaakverschil niet opmerken.” De getrande zintuigen van Wies Meens zijn nodig, om de kleinste afwijkingen van het 'juiste' edelpils te proeven. Als het bier haar ietsje te bitter is, wordt het vullen van de flesjes gestopt.

Hoeveel flesjes ze inmiddels heeft gedronken, weet ze niet. Jaarlijks brouwt Alfa achttien miljoen flesjes bier van een halve liter en dertig centiliter. “Dat drink ik niet elke dag, hoor,” zegt ze met een knipoog.

In de crisisjaren net voor de Tweede Wereldoorlog ging het Alfa slecht. Het gezin Meens met vijf meisjes en vier jongens kon het nauwelijks bolwerken. Vader Meens kreeg in de daaropvolgende jaren herhaaldelijk het aanbod Alfa te verkopen. Maar de eigenzinnige bierbrouwer wilde er niet aan.

“Hij had een trots karakter en wilde niet opgeven”, zegt zijn dochter. Hij werkte keihard om de brouwerij draaiende te houden. Maar scheelde niet veel, of de brouwerij moest het afleggen tegen de grotere concerns.

De vele familie-brouwerijtjes in Limburg konden de concurrentie met de grote bedrijven niet aan en werden in de jaren vijftig en zestig opgekocht. “In elk dorp waren wel drie brouwerijtjes”, vertelt tante Wies. “Nu zijn er in de hele streek nog maar drie familiebrouwerijen.”

Ze loopt naar een zwaar eiken kast en pakt een paar vergeelde brieven. In een statig handschrift, gericht aan de landbouwhogeschool in Wageningen, vroeg in 1912 vader Meens welke hop-planten op zijn land het best voor de bierproduktie zouden gedijen. “Wel bewaren, hè, als tante Wies er niet meer is”, maant ze de adjunct-directeur.

“We hebben het gehaald”, verzucht Wies. Maar pas de laatste vijftien jaar gaat het echt goed met de kleine bierbrouwerij. “We hebben de wind mee”, bevestigt Vanderbroeck. “De consument slaat niet meer klakkeloos bier achterover, maar zoekt bewust naar een eigen smaak.”

'Bier gebrouwen met eigen bronwater': die zinsnede mag de brouwerij als enige op het etiket vermelden. In Nederland zijn er tien erkende bronnen, die elk half jaar worden gecontroleerd door het ministerie van WVS op natuurzuiverheid. De Alfa-bron is de enige die voor de bier-produktie wordt gebruikt.

“Je blijft er gezond bij”, is tante Wies' rotsvaste overtuiging. “Mijn vader dronk bier en is 91 jaar geworden. Hij was nooit een dag ziek.”

Van 70 000 hectoliters gerstenat nu, hoopt het bedrijf naar 120 000 hectoliters bier per jaar te groeien. Het ambachtelijk brouwen met natuurlijke grondstoffen blijft het uitgangspunt van Alfa. Om die traditie voort te kunnen zetten, werken dertig werknemers bij de brouwerij. “Eigenlijk allemaal familie”, zegt Vanderbroeck. Tante Wies knikt. “Goed zijn met het personeel, dat helpt je je brood te verdienen.” Dat was, vertelt ze, één van vaders gevleugelde, 'filosofische' uitspraken.

Bij het 125-jarig jubileum op 1 maart was er eerst een feest voor de werknemers. Al sinds jaar en dag, legt de adjunct-directeur uit, resulteert hun betrokkenheid tot minder dan één procent ziekteverzuim. Dat moet ook wel: “Als hier hier iemand ziek wordt, is er geen vervanging.”

Ook Tante Wies prijst zich, gezegend met een ijzeren gestel, gelukkig, en blijft voorlopig de 'laatste' schakel in het proces van bierbrouwen.

Deel dit artikel