Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Talenten die er vast wel komen

Home

HENNY DE LANGE

De crisis echoot niet door in het werk van de Rijksacademie-toppers. Engagement is er wel, soms wat obligaat. Leuk zo'n lipstick in kogelhuls, maar wat zegt het?

De subsidie wordt meer dan gehalveerd - van 3,4 naar 1,2 miljoen euro - en van de 33 arbeidsplaatsen blijven er maar negentien over. Toch ligt er geen grauwsluier over de Rijksacademie van beeldende kunsten in Amsterdam. "We gaan gewoon door met dit fantastische instituut", zegt directeur Els van Odijk. Ook in het werk van de kunstenaars echoot de crisis niet door. Komend weekeinde laten ze tijdens de traditionele open atelierdagen zien waar ze mee bezig zijn tijdens hun tweejarig verblijf op de Rijksacademie.

Elk jaar nodigt de Rijksacademie 25 veelbelovende kunstenaars uit (uit meer dan 2000 aanmeldingen uit de hele wereld) om zich in een eigen atelier verder te ontwikkelen. In navolging van beroemde kunstenaars als Breitner, Berlage en Mondriaan die ook hun carrière begonnen aan deze academie. De open atelierdagen trekken niet alleen kunstliefhebbers, maar ook museumdirecteuren, galeriehouders en kunstverzamelaars die speuren naar toptalenten.

Zenuwslopende dagen zijn het, verwoordt de Russische fotografe Irina Popova (1981) de spanning onder de kunstenaars. "Wordt mijn werk gesignaleerd door een gerenommeerde tentoonstellingsmaker of een belangrijke galerie? Daar hoopt iedereen op." Haar foto's over Rusland getuigen van haar kritiek op de veranderingen die zich daar afspelen, maar ook van heimwee naar haar vaderland. Bezoekers moeten eerst een laagje aarde wegvegen om de foto's (onder glas) goed te kunnen bekijken. "Dierbare herinneringen zitten vaak diep weggestopt", zegt ze.

Wat opvalt bij deze lichting residents is de enorme variatie in het werk: schilderijen, tekeningen, sculpturen, installaties, videofilms, performances, fotografie. Dat de schilderkunst een revival beleeft, is al langer zichtbaar. Ook dit keer zitten er verrassende schilders bij. Bert Jacobs (1983) verwerkt de dagelijkse stroom van beelden en informatie die de media uitstorten, tot een 'beeldenbubbel' op het schildersdoek. De verf bulkt er letterlijk uit. Jeannoux van Deijck trekt de aandacht met gelaagde, kleurrijke schilderijen op glasplaten.

De crisis mag niet doorklinken in hun werk, dat wil niet zeggen dat deze kunstenaars zich afsluiten voor de buitenwereld. Alleen etaleren sommigen wel erg nadrukkelijk hun geëngageerdheid, alsof je er daarmee bent als kunstenaar. Maar daarvoor is meer nodig dan een slaapverwekkende video of minimalistische uitstalling. Zo zet de installatie van Kurt Nahar (1972) over de moord in december 1982 op vijftien tegenstanders van het militaire regime van Desi Bouterse in Suriname niet echt aan tot diepere gedachten. De Palestijnse Dima Hourani (1985) verbeeldt de politieke situatie in haar thuisland in een megagrote rode lipstick in een verleidelijke goudkleurige kogelhuls. Aantrekkelijk om te zien, maar wat zegt het verder?

Op subtielere wijze toont Marc Oosting (1975) zijn engagement. Deze zomer trok hij door Canada waar hem opviel dat de geschiedenis van de indianen volledig gewist is op monumenten en plaquettes. Hij maakte er wrijfafdrukken van.

En dan zijn er ook altijd de uitschieters naar boven, die zonder de Rijksacademie waarschijnlijk ook wel internationaal zullen doorbreken, zoals Femmy Otten (1981) met haar muurwerken en reliëfs die doen denken aan de oude Grieken, en Thomas Raat (1979). Raat is geïnteresseerd in wat hij het 'rendement' van het modernisme noemt. Het gaat hem niet om de iconen, maar om de navolgers van deze stroming. De abstracte coverbeelden op Amerikaanse populair-wetenschappelijke pockets schilderde hij - ontdaan van logo's en teksten - sterk uitvergroot op panelen. Het leidde tot een serie van 27 ijzersterke, soms duizelingwekkende patronen.

Gert Jan Kocken (1971) komt er zeker wel. Het Stedelijk Museum in Amsterdam kocht al werk van hem aan. Kocken maakt kolossale landkaarten over de loop van de geschiedenis van steden die geleden hebben onder de Tweede Wereldoorlog. Na onder meer Berlijn en Hiroshima is nu Rome aan de beurt. Foto's van tientallen kaarten brengt hij door middel van eindeloos knippen en plakken bij elkaar in één grote landkaart. Heel gedetailleerd is daarop bijvoorbeeld te zien op welke plekken - Vaticaanstad en een aantal kerken - de Engelsen en Amerikanen de stad niet zouden bombarderen, volgens afspraken tussen president Roosevelt en de paus. Monumenten als het Colosseum interesseerden de paus kennelijk minder, want die stonden op de kaarten die de piloten van de bommenwerpers meekregen, niet gemarkeerd als groene (dat wil zeggen: niet te bombarderen) zone. Kocken steekt heel veel research in zijn gelaagde landkaarten, die zo gedetailleerd zijn dat de straatnamen te lezen zijn. Ook van Amsterdam en Rotterdam bracht hij de geschiedenis in kaarten in beeld. Met navrante details: elke stip op een kaart van Amsterdam stond voor tien joden. En voor Rotterdam stond elke stip voor één bom.

Open atelierdagen
Zaterdag en zondag zijn de ateliers in de Rijksacademie van beeldende kunsten, gevestigd in de oude cavaleriekazerne aan de Sarphatistraat 470, open van 11 tot 19 uur. Ook op andere plaatsen in Amsterdam laten jonge kunstenaars dit weekeinde hun werk zien. Het volledige programma van Amsterdam Art Weekend is te vinden op www.capitala.nl.

Deel dit artikel