Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Talen: Die fetten Jahre sind vorbei

Home

NICOLE BESSELINK

Brede bacheloropleidingen vervangen kleine talenstudies. Zoals in Groningen, waar elf talen voortaan de studie Europese talen en culturen vormen. 'Je kunt niet voor elke Russische schrijver specialisten in huis houden.'

Met dikke zwarte letters waarschuwt de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) haar websitebezoekers. Wil je Fries, Frans of Fins studeren? Dat kan hier, zeker, maar let op: niet meer binnen een eigen opleiding. Wie vanaf dit jaar een vreemde taal wil leren, zal in Groningen de brede bacheloropleiding Europese talen en culturen moeten volgen. Alleen Engels, Nederlands, Grieks, Latijn, Hebreeuws en Arabisch blijven - voorlopig - zelfstandig.

Als eerste universiteit neemt de RUG haar talenstudies flink onder handen, maar ook elders zitten ze niet stil. De Vrije Universiteit in Amsterdam voegt volgend jaar haar talenstudies samen tot een paar brede bachelors. Studenten kunnen er vanaf dit collegejaar al geen opleiding Frans en Roemeens meer volgen. Iets verderop, in Utrecht, wil de universiteit de laatste studie Portugees in Nederland opheffen.

Forse stappen, maar de universiteiten moeten wel. Al jaren daalt het aantal taalstudenten door de opkomst van bredere opleidingen als internationale betrekkingen en communicatiewetenschappen. Gevolg: te veel personeel dat te veel kosten maakt voor een te kleine groep studenten. Bovendien wil staatssecretaris Halbe Zijlstra dat instellingen snoeien in hun aanbod. Hij pleit voor minder kleine opleidingen en meer brede bachelors omdat die de kans op uitval zouden verkleinen. Studenten hebben dan meer tijd om hun interesses te ontdekken.

Je kunt inderdaad nog alle kanten op als je kiest voor de studie Europese talen en culturen, zo houdt de RUG haar studenten voor. Een afbeelding van een blauw verkeersbord met pijlen in vier richtingen moet dat illustreren. En je kunt er ook nog eens overal mee terecht, ronkt de folder: van het onderwijs tot het bedrijfsleven en de Europese Unie.

Hoe mooi dat ook mag klinken, op de Groningse letterenfaculteit zien docenten de fusie toch vooral als een harde bezuinigingsmaatregel. "Het idee is dat we talen aantrekkelijker maken door ze in Europees perspectief te plaatsen", zegt Henk Harbers, universitair docent Duits. "Maar Engels en Nederlands doen niet mee terwijl die ook bij Europa horen. Dat geeft exact aan dat er maar één reden was om met deze studie te beginnen: bezuinigen."

Vooral tijdens de vergaderingen in aanloop naar het nieuwe collegejaar kwamen de frustraties naar boven, vertelt Sander Brouwer, universitair docent bij Slavische talen en culturen. "Iedereen uit dan zijn twijfels, zit te somberen of te huilen. Docenten kunnen er niet tegen dat studenten nog maar zestig pagina's van hun geliefde schrijver zullen lezen."

Neem Harbers. Die heeft deze zomer met pijn in het hart moeten snoeien in zijn leeslijst. "Er staan geen boeken meer op van Heinrich Böll, Gottfried Keller en Max Frisch. Eerst lazen studenten nog dertig hele werken in het jaar. Daar blijven fragmenten van een paar pagina's van over. Straks hebben studenten maar een snippertje van de canon van de Duitse literatuur gelezen."

Bij Spaans, Frans en Italiaans - eerder al opgegaan in de studie Romaanse talen en culturen - gaat het niet veel anders, vertelt hoogleraar Hub Hermans. "Ik had afgelopen jaren voor Romaanse letterkunde een reader met 700 bladzijden vol teksten. Daar heb ik er voor moderne Europese letterkunde maar twee van kunnen overnemen."

Alle drie vrezen ze dat de vakkennis en taalvaardigheid onder studenten afneemt omdat die zich niet meer voltijds met één taal bezig houden. "Vorig jaar stonden er nog tot veertig studiepunten voor taalvaardigheid op het programma", vertelt Harbers. "Dat zijn er nu nog maar dertig. Wij gaven ook bijna alle colleges in het Duits. Nu moeten we veel in het Nederlands doceren. Een student Fries die zich in Faust wil verdiepen, moet de colleges ook kunnen volgen."

Maar docenten vrezen ook voor hun eigen positie nu de Groningse letterenfaculteit ook nog eens 2,5 miljoen euro per jaar moet bezuinigen. "Je krijgt automatisch competentiekwesties", zegt Harbers. "Wie is het meest geschikt om brede colleges te geven? In hoeverre kan een Romanist de Duitse literatuur behandelen?"

Ook Hermans, die de noodzaak tot moderniseren wel inziet, zag deze zomer dat het vooral lastig was de poppetjes op de goede plek te krijgen. "Ik wil niet zeggen dat bij die onderhandelingen het slechtste in een mens naar boven komt, maar je ziet wel dat iedereen de trukendoos hanteert. Je moet het vergelijken met de Europese Commissie. Daar zie je ook getouwtrek tussen landen die uiteindelijk een breder Europees perspectief voor ogen hebben."

Als voorbeeld noemt Hermans de opleiding Finoegrische talen en culturen, waar Fins en Hongaars onder vallen. "Die studie trekt superweinig mensen, maar ze hebben wel een staf van vier of vijf mensen. Die moeten nu ook aan de slag bij andere vakken zoals taalwetenschap. Dat zal niet van een leien dakje gaan. Sommigen zullen de dag verwensen dat de opleiding begint."

Zorgen over de toekomst en frustraties over vakgebieden die verdwijnen, lijken de boventoon te voeren in het Harmoniegebouw, waar de talen huizen. Maar werd het ook niet hoog tijd dat al die talen hun koppen bij elkaar staken? Fries moet elk jaar sappelen om een student binnen te halen en ook bij talen als Fins, Hongaars en Noors loopt het al jaren geen storm meer.

Ja, zegt slavist Brouwer, er valt ook best wat te zeggen voor een brede talenstudie. "Het is helemaal niet van God gegeven dat literaire cultuur vanuit een nationalistische traditie benaderd moet worden. De Russische literatuur heeft zich zonneklaar ontwikkeld door de Europese literatuur. Er zit een grote logica achter onze nieuwe benadering om de literatuur te bekijken vanuit een minder verkokerd, Europees perspectief."

Dat is wennen, maar hij gooit zijn kont niet tegen de krib. "Natuurlijk kan ik zeggen: belachelijk, alleen Russische literatuur is de moeite waard. Ik kan in huilen uitbarsten omdat Toergenjev, waar ik nota bene op ben gepromoveerd, niet meer gelezen wordt, maar misschien moeten we toegeven dat je niet voor elke Russische schrijver een specialist in huis kunt houden.Ik zou niet weten hoe je in tijden van bezuinigingen tegenover de Nederlandse belastingbetaler kunt verantwoorden dat je een studie met tien studenten per jaar overeind houdt - als het althans geen unicum is voor Nederland. De vette jaren zijn voorbij."

De vetlaag mag er dan vanaf gaan bij de talen, toch zal nog moeten blijken of dat genoeg is. Met zo'n 120 inschrijvingen hebben de talen evenveel studenten getrokken als voorgaande jaren, maar het is nog de vraag of zij zich netjes over alle talen zullen verspreiden. Wat als niemand over een halfjaar, na een semester vol algemene taal- en cultuurcolleges, voor Fins en Fries kiest? Wat als studenten niet tevreden zijn omdat ze van alles een beetje voorgeschoteld krijgen en zich niet meer volledig op één taal kunnen storten? Dat kan alsnog betekenen dat universiteiten talen moeten opdoeken.

Het alternatief lijkt simpel: een complete, zelfstandige taalstudie op één plek in het land. Voor Duits gaan studenten bijvoorbeeld naar Nijmegen, voor Frans naar Utrecht en voor exotische talen als Swahili en Koreaans moeten ze in Leiden zijn. Dat wil Zijlstra ook: universiteiten moeten doen waarin ze goed zijn. Kunnen ze het elders beter, dan moeten ze de studie afstoten.

Het klinkt inderdaad logisch, maar je graaft zo je eigen graf, zegt Gerry Wakker, letterendecaan in Groningen en voorzitter van het overlegorgaan van de Nederlandse letterenstudies. "Als je een taal laat vallen, ben je de studenten kwijt. Ze gaan de taal niet meer studeren, ook niet in een andere stad. Studenten kiezen voor een studiestad, niet voor een studie. In Utrecht zijn Grieks en Latijn opgeheven. Daarna daalde het aantal studenten voor die studies landelijk. Dat moeten we niet willen."

Ook onder docenten roepen dergelijke plannen weerstand op. Ze hebben zich in een stad gevestigd en zitten niet te wachten op een verhuizing. Bovendien zijn talenstudies in de loop der jaren verstrengeld geraakt met bredere opleidingen die colleges als zakelijk Duits of Frans aanbieden binnen hun programma. Verdwijnt een taal uit de stad, dan verarmen die studies ook, waarschuwen ze. Verder wijzen ze op de lerarenopleidingen. Wie docent Duits of Frans wil worden, moet op meerdere plekken in het land kunnen studeren. Het kan toch niet zo zijn dat een student alleen in Groningen de lerarenopleiding kan volgen en in Maastricht stage moet lopen?

Alleen in de masterfase hebben de zes talenfaculteiten plannen om intensief samen te werken. Vanaf volgend jaar willen ze voor de schooltalen Nederlands, Engels, Frans, Duits, Grieks en Latijn een 'shopmaster' op poten zetten. Studenten kunnen dan kiezen uit een landelijk aanbod aan colleges: voor het ene vak gaan ze naar Utrecht, voor het andere stappen ze in de trein naar Leiden.

Waarom de universiteiten in de master wel de krachten bundelen? Dat ligt aan de doelgroep, zegt Wiljan van den Akker, letterendecaan aan de Universiteit Utrecht. "Een bachelorstudent is niet dezelfde als een masterstudent. Masterstudenten zijn een paar jaar ouder, minder gebonden aan thuis en bereid om te reizen of te verhuizen voor hun studie. Die duurt vaak ook maar een jaar."

Voor de honkvaste bachelorstudent moeten daarom meerdere plekken blijven bestaan om een taal te studeren, stellen de universiteiten. "Anders komen we met te weinig studenten te zitten terwijl we er juist meer nodig hebben", zegt Wakker, doelende op het tekort aan taaldocenten en landenspecialisten.

Dus probeert vooralsnog elke universiteit op haar eigen manier taalstudenten te trekken: met brede bachelors, zoals in Groningen en Amsterdam, of met het moderniseren van zelfstandige taalstudies, zoals in Utrecht. Daar is Arabische taal en cultuur vanaf dit jaar omgedoopt tot Islam en Arabisch, een opleiding die zich niet meer sec richt op taal, maar ook op cultuur, religie en politiek.

"Veel mensen zijn bang voor wat nog komen gaat", weet ook Wakker. Nog meer bezuinigingen? Nog meer banen weg? Nog minder studenten? Ja, zegt ze, het zijn onzekere tijden, maar haar staf kan ook zelf het tij keren. "Als zij enthousiast colleges geven, kunnen ze weer meer studenten trekken en zijn er vanzelf weer meer mensen nodig."

Meteen naar een Intensivkurs in Keulen
Extremer kunnen de verschillen niet zijn: waar Groningen haar talen onderbrengt in een brede bachelor, hamert de Radboud Universiteit juist op het belang van diepgravende, zelfstandige talenstudies. In Nijmegen tasten studenten niet eerst voorzichtig de talen af, maar maken ze gelijk een sprong in het diepe. Zo vertrokken de eerstejaars studenten Duits afgelopen week meteen voor een vijfdaagse Intensivkurs Deutsch naar Keulen. Vanaf komende maand stappen ze ook wekelijks op de bus naar de Universiteit van Essen om daar colleges te volgen.

"Wij doen niet aan een brugklasjaar waarin de student van alles een beetje krijgt", zegt letterendecaan Paul Sars. "Als je op de middelbare school vijf jaar Duits hebt gehad, weet je waar je bij een studie Duits aan begint. Valt het toch tegen, dan ben je daar bij ons ook snel achter. Misschien is dat heel dom en prijzen we ons uit de markt met ons rigide beleid, maar ik ben bang dat een student die een brede bachelor volgt, uiteindelijk niet één discipline heel goed beheerst."



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie