Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Szász, de bewaker van onze nationale trots: de harde gulden Niks doen aan de wisselkoersen, leidt ook tot onevenwichtigheid Politieke voorkeur speelt binnen de bank geen enkele rol

Home

KEES DE VRÿ; WIM SCHOUTENDORP

AMSTERDAM - Hij loopt nog wat onwennig rond in zijn zojuist betrokken, nieuwe werkkamer. Voor een ordelijk mens als André Szász is er dan altijd weer die spanning: kan ik al mijn dierbare spullen nog wel terugvinden?

Na een carrière van 32 jaar bij de Nederlandsche Bank heb je immers een groot archief. Een paar keer excuseert hij zich dat hij even moet zóeken naar een papier. Van een rommeltje is echter geen sprake. De ordners met opschriften als 'dissertatie' en 'Bretton Woods' staan keurig met de ruggen gelijnd in de kast.

Niet bekend

Maar als directeur internationale zaken bij de centrale bank vervulde Szász vanaf 1973 achter de schermen bekwaam de rol van bewaker van onze nationale trots: de harde gulden.

Ontelbare discussies en vergaderingen heeft hij de afgelopen turbulente decennia in de wereld van monetaire diplomaten meegemaakt. Over de zin en onzin van stabiele wisselkoersen. Over revaluatie en devaluatie. Over de invloed van speculanten. Over de bereidheid van landen, of juist het gebrek eraan, om onderling beleid af te stemmen. Over de natuurlijke spanning tussen de politici en centrale bankiers.

Vanwege zijn enorme detailkennis en strategische inzichten werd Szász in die kringen een gerespecteerd man. Ook buitenlanders, onder wie Duitse monetaire autoriteiten, maakten dankbaar gebruik van zijn vakkennis.

Vakkennis die een extra dimensie kreeg door zijn relativeringsvermogen en zijn gevoel voor humor.

Szász' vertrek valt samen met de sterk toenemende internationalisering van de monetaire politiek. Nationale belangen, zeker die van kleine landen zoals Nederland, tellen steeds minder.

Europa groeit gestaag naar een monetaire eenheid, zo is dat tenminste in Maastricht afgesproken, met die ene munt en ene centrale bank als einddoel.

Hoewel sommigen nog wat moeite hebben met het opgeven van die nationale onafhankelijkheid, zit Szász er niet mee. Hij is een Europeaan pur sang, geboren uit Hongaarse ouders en via Nederlands-Indië in Nederland terechtgekomen.

Een merkwaardige combinatie, een Hongaar in Nederlands-Indië. “Dat is best uit te leggen, hoor. Mijn vader was arts en na de nederlaag in de Eerste Wereldoorlog van Oostenrijk-Hongarije, als bondgenoot van Duitsland, zagen veel jonge, ondernemende mensen in Hongarije en Oostenrijk geen mogelijkheden meer. Nederland wierf in die tijd actief voor artsen met Nederlands-Indië als bestemming. Nederlandse artsen voelden toen niet veel voor uitzending naar de tropen. Dat had met de economische toestand te maken. Het neutrale Nederland kwam redelijk welvarend uit de Eerste Wereldoorlog.”

André werd in 1932 in Jogjakarta geboren. Hij kreeg er belangstelling voor het koloniale moederland en ging na zijn schooltijd in Amsterdam economie studeren. Na zijn afstuderen in 1959 begon Szász in 1960 bij de Nederlandsche Bank. Hij zou er niet meer weggaan.

Die Hongaarse achtergrond is voor Szász niet onbelangrijk geweest. Als Hongaarse staatsburgers hoefden hij en zijn ouders niet het Jappenkamp in tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië.

Daarnaast, zegt Szász, heeft hij in het algemeen meer oog dan anderen voor het belang van CentraalEuropa voor het lot van het oude continent.

“Nu de verhoudingen in Europa zo aan het veranderen zijn, ben ik minder verrast over de rechtstreekse invloed van Oost- op West-Europa. Door het IJzeren Gordijn hebben Europeanen gedurende tientallen jaren leren denken in twee gescheiden werelden. Ik heb daar geen last van. Bij mij komen die werelden samen.”

Het monetaire gespreksonderwerp van vandaag de dag, de dollar in zijn verhouding tot andere belangrijke munten, heeft in Szász' arbeidzame leven altijd al een vooraanstaande rol gespeeld. In zijn eerste jaren bij de bank wordt het al duidelijk dat het systeem van vaste wisselkoersen - het zogeheten Bretton Woods-systeem, stammend uit 1944 - het niet lang meer zou houden.

Crisis stapelt zich op crisis. In 1967 moet het Britse pond, in die tijd nog een zeer belangrijke munt, fors in waarde dalen. Kort erna wil de Franse centrale bank zijn dollarreserves inwisselen voor goud. De Amerikanen hebben in die tijd nog zo'n verplichting.

Maar door de oorlog in Vietnam komen zo veel dollars in omloop dat de VS in 1971 die inwisselbaarheid van dollars tegen goud moeten intrekken. In 1973 wordt Bretton Woods definitief ten grave gedragen.

Szász laat doorschemeren dat een systeem waarin de belangrijke munten in de wereld toch in een zekere vaste verhouding tot elkaar staan, zijn voorkeur heeft boven de wanorde die ontstaat na het loslaten van het Bretton-Woods-systeem. Niet dat Szász het woord 'wanorde' ooit in zijn mond zal nemen.

Hij formuleert omzichtig, zich zeer bewust van het gevoelige onderwerp. Niettemin is hij af en toe goedlachs, en altijd aimabel. “Paul Volcker, voormalige onderminister van financiën en voormalige president van de Amerikaanse centrale bank, zei na de uiteenspatting van Bretton Woods dat de periode van stabiele wisselkoersen samenviel met de grootste welvaartsstijging die het Westen ooit heeft gekend.

Hij noemde het daarom verrassend dat de wereld niet meer betrokken is geweest bij dit systeem. Hij vroeg zich af, naderhand terugkijkend, of de VS niet iets meer belang hadden moeten hechten aan het stelsel van vaste wisselkoersen. Volcker wil meer coördinatie, dat wil zeggen: hou bij je interne beleid rekening met externe afspraken en doelstellingen. Ik vind dit geen onzin, er zit veel waars in.” De Amerikanen willen er echter niet aan. Szász haalt een recent artikel uit de International Herald Tribune aan, waarin de huidige onderminister van financiën, Summers, zegt dat geen enkele Amerikaanse president gelukkig is, als hij zal worden gedwongen ten koste van een recessie thuis de internationale positie van de dollar te moeten verdedigen. “Ook bij andere gelegenheden, handelsoverleg bijvoorbeeld, wekken autoriteiten soms de indruk dat zij zich niets aan de dollar gelegen laten liggen. En dan gebeurt dat een beweging die al gaande is, wordt versterkt.”

Szász, begripvol als hij is, zegt ook wel te kunnen invoelen dat politieke autoriteiten andere verantwoordelijkheden hebben. “Renteverhoging om de koers van een munt ten opzichte van het buitenland te verdedigen, ligt uiterst gevoelig. En zeker in de VS. Met hun kleine externe sector hebben ze er ook weinig belang bij om de dollar ten koste van alles op koers te houden. Amerikanen zeggen dan dat de staart de hond kwispelt, in plaats van de hond de staart.”

Het stabiliseren van wisselkoersen is lastig, wil Szász zeggen, maar de vraag die hij zich dan stelt is: wat is het alternatief. Dat alternatief hebben we nu, de markt levert via vraag en aanbod de juiste koers op. Dat is althans de theorie.

De praktijk, zegt Szász, geeft twee risico's. “Als er toch geen verplichtingen zijn onderling om de koersen stabiel te houden, kunnen autoriteiten bezwijken voor de verleiding om de wisselkoers te gebruiken voor bijvoorbeeld handelsdoeleinden.

Daar leent de wisselkoers zich niet voor. Uiteindelijk zal de wal het schip keren, maar er kan dan al veel zijn gebeurd.

Dat kan vergaande gevolgen hebben: een sterk overgewaardeerde munt in een land zal onvermijdelijk de roep om protectie versterken. Omgekeerd zie je bij een sterk ondergewaardeerde munt juist bij de handelspartners de roep om protectie de kop opsteken. Wat ik dus wil zeggen is: wisselkoersen overlaten aan marktkrachten en steeds maar roepen dat het je eigenlijk niks kan schelen, leidt ook niet tot een evenwichtige situatie.''

Het loslaten van de onbarmhartige marktkrachten op de wisselkoersen, is naar de mening van Szász gevaarlijk. “Dat geeft zulke grote risico's dat er altijd weer een poging zal worden ondernomen de weg terug te zoeken. Dat betekent niet een herstel van het oude stelsel van Bretton Woods, maar wel een zodanige coördinatie dat daarvan verplichtingen uitgaan. Verplichtingen die voor alle landen gelden, met een belangrijke rol voor het IMF. Dat heb ik liever dan adhoc regelingen tussen een aantal grote landen, die bij zwaar weer zeggen 'als jij dit doet, doe ik dat en anders niet'. De belangen van de kleinere landen wegen daarbij nauwelijks.”

Of het er ooit weer van komt, is de vraag. Centrale bankiers kunnen best eisen dat de wisselkoersverhoudingen ten koste van alles moeten worden verdedigd. Maar als dat ten koste gaat van binnenlandse economische groei en die verdediging dus banen kost, zullen de verantwoordelijke politici op straffe van de politieke dood toch een andere koers varen.

Szász heeft die spanningen tussen politici en verdedigers van de wisselkoers vaak aan den lijve ervaren. Hij erkent volmondig het primaat van de democratisch gekozen politici. “De taak van een bestuurder van een centrale bank is beleidsmakers de alternatieven te schetsen. Zij moeten uiteindelijk kiezen. Maar 'tien procent èn beter waar', zoals vroeger de slogan van kruidenier De Gruyter luidde, is geen optie.”

Szász bekent met zijn naaste medewerker H. Boot regelmatig in zijn (oude) werkkamer een rollenspel te hebben opgevoerd, waarbij hij zich al ijsberend probeerde in te leven in de positie van gesprekspartners. Hij noemt het een van de meest boeiende onderdelen van zijn werk. Szász ten voeten uit: “Dat gebeurt toch veel minder dan je zou verwachten, je de vraag stellen: wat is het standpunt van de ander, en waarom.”

Buiten de bank mag de politiek dan van grote invloed zijn op zijn bezigheden, binnen de bank heeft Szász nooit iets gemerkt van politieke spanningen, ook al is Duisenberg een prominente PvdA'er en stemt Szász VVD. “Het spreekt zo vanzelf dat partijpolitiek geen enkele rol speelt, als je bij de bank bent. Ook niet in discussies over monetaire politiek. Ik heb nooit iets gemerkt van daar denkt-ie anders over, of niet voor niets stemt hij op een andere partij. Nooit.”

Stil zitten in zijn Amsterdamse rijtjeshuis hoeft André Szász niet, nu hij met de vut is. Hij is nog hoogleraar Europese studies aan de Universiteit van Amsterdam, is net benoemd tot commissaris bij de Bank Nederlandse gemeenten, is aangesteld als lid van de Raad van toezicht voor de Hongaarse (!) dochter van verzekeraar Aegon en gaat een boek schrijven over de geschiedenis van de Europese monetaire samenwerking. “Dat hoop ik hier op deze kamer, die ik van de bank nog een paar jaar mag gebruiken, te doen. Met al dat materiaal hier in de kast. En ik wil nog een handicap met golf proberen te halen.” De putstick staat temidden van vele papieren al klaar in de hoek.

Deel dit artikel