Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Syrië als het Spanje van toen

home

Koen Vossen en politiek historicus

Net als nu in Syrië werd tijdens de Spaanse Burgeroorlog veel gevochten in de dichtbevolkte straten van dorpen en steden. De foto is ergens in Spanje genomen. © afp

Net als de idealisten die nu naar Syrië gaan, vertrokken honderden Nederlanders bijna tachtig jaar terug naar Spanje om te vechten in de burgeroorlog. Wat moet Nederland met de terugkerende strijders? Hun paspoort afpakken?

Djihadreizigers, zo heten ze in het jargon van de Algemene Inlichtingen en VeiligheidsDienst (AIVD). Jonge Nederlandse moslims die naar Syrië zijn vertrokken om daar deel te nemen aan de gewapende strijd. Geschat wordt dat het om bijna honderd ideologisch bevlogen fundamentalistische moslims gaat. Zeker twee van hen zouden inmiddels het leven hebben gelaten in de strijd.

Het is niet de eerste keer dat jonge Nederlanders vrijwillig naar een oorlog vertrekken om zich bij een van de strijdende partijen aan te sluiten. Tussen 1936 en 1939 vertrokken een kleine zevenhonderd Nederlanders naar Spanje om te vechten in de Spaanse Burgeroorlog.

Ook toen meldden zich op verschillende politiebureaus verontruste familieleden van jonge mannen die plots waren vertrokken. Zo overhandigde de tachtigjarige Klaas Kraake op het politiekantoor in Wezep een ansichtkaart uit Spanje van de hand van zijn twee kleinzoons, de 24-jarige tuinman Hendrik en zijn 22-jarige broer Evert. Daarop stond: "Kammeraden, hier bij schrijf ik dat we gisteren in Spanje aan zijn gekomen. En hebben een zware togt achter ons. Zondag zijn wij aan de grens gekomen en hebben den hele nacht in de bergen gelopen. Daar hat je bij moeten zijn, dan hat je er van mee kunnen genieten. Wij hadden haast geen beenen meer maar nu is alle leet vergeten."

Sterk geradicaliseerd en gehard door de strijd
De ansichtkaart van de gebroeders Kraake is te vinden in de archieven van de Centrale Inlichtingendienst, de toenmalige AIVD. Net als de AIVD nu vreesde de Centrale Inlichtingendienst destijds dat deze oorlogsvrijwilligers sterk geradicaliseerd en gehard door de strijd naar Nederland zouden terugkeren. Dat de meeste vrijwilligers communisten waren, was reden temeer om de Spanjegangers scherp in de gaten te houden. In 1937 besloot de regering zelfs om de Spanjestrijders het staatsburgerschap te ontnemen, een maatregel die ook nu wederom is geopperd om potentiële djihadreizigers te ontmoedigen.

Er zijn meer opvallende overeenkomsten tussen de djihadreizigers van nu en de Spanjestrijders van destijds. Zoals de huidige djihadisten het als hun plicht zien om hun moslimbroeders te helpen, zo voelden ook de vrijwilligers uit de jaren dertig zich verplicht naar Spanje te gaan: "Ik moest meehelpen met het Spaanse volk, ik kon niet anders, mijn idee drong mij er automatisch heen", schreef een gewond geraakte Spanjestrijder vanuit het hospitaal aan zijn vrouw. De burgeroorlog in Spanje gold voor veel van hen als een heilige oorlog tegen het fascisme waarvan de afloop beslissend was voor de toekomst van de wereld. Uit heel de wereld stroomden ideologisch gemotiveerde vrijwilligers naar Spanje toe: geschat wordt dat zo'n 35.000 buitenlanders deelnamen aan de door de communisten geleide Internationale Brigades.

Laaggeschoolde werkloze twintigers
Net als de huidige djihadreizigers waren de meeste vrijwilligers jonge, laaggeschoolde werkloze twintigers met weinig toekomstperspectief. De opkomst van het fascisme en de ervaring van de eigen werkloosheid hadden velen ervan overtuigd dat er 'iets' moest gebeuren om de wereld voor de ondergang te behoeden. Bij de Leidse communist Marinus van der Lubbe was de behoefte om een daad te stellen zelfs zo groot dat hij in 1933 de Duitse Rijksdag in brand stak, een solo-actie die voor de nazi's aanleiding was om een golf van terreur te ontketenen.

Het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog in juli 1936 bood de ideale gelegenheid om op een iets meer doordachte wijze een daad te stellen. Aanvankelijk nog ongeorganiseerd, maar vanaf de herfst van 1936 onder toeziend oog van de Communistische Partij Holland gingen tal van jongeren naar Spanje.

Lotgevallen van de Nederlanders in Spanje
In de communistische mythologie zijn de Spanjestrijders verheerlijkt als een groep heldhaftige idealisten. In Nederland publiceerden communistische schrijvers als Jef Last en Gerard van het Reve senior brochures over de lotgevallen van de Nederlanders in Spanje. Van het Reve senior, de vader van schrijver Gerard Reve en slavist Karel van 't Reve, schreef een meeslepend jongensboek over 'Nederlanders onder commando van Hollander Piet in Spanje'. Deze 'Hollander Piet' was de Brabantse communist Piet Laros, die kort na uitbraak van de oorlog op de fiets naar Parijs was vertrokken om van daaruit per trein en te voet naar Spanje te reizen. Driemaal raakte hij er gewond, maar steeds keerde hij terug aan het front.

Tegenover de heldensage van Hollander Piet en enkele anderen stonden echter talloze verhalen van desillusie, desertie, psychische ineenstorting en krijgsgevangenschap. Dat blijkt uit tal van documenten die te vinden zijn in de tamelijk recent ontsloten archieven van de Komintern in Moskou, dat voor een deel is ondergebracht bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam. Beducht voor 'infiltranten' en 'klassenvijanden' hielden agenten van de Komintern de vrijwilligers nauwlettend in de gaten. Een zekere Gustav velde in een uitvoerig rapport over alle 350 Nederlandse vrijwilligers afzonderlijk een oordeel.

'Schwach und indifferent'
Dat was over het algemeen niet erg positief: politiek waren de meeste Nederlanders 'schwach und indifferent', cultureel misten ze vaak iedere ontwikkeling en de militaire discipline viel hen bijzonder zwaar. Drankmisbruik, hysterie en desertie kwamen onder de Nederlanders meer voor dan onder andere nationaliteiten. Oorlog voeren zat de Nederlanders gewoon niet in het bloed, zo concludeerde deze Gustav.

Sommige deserteurs verdwenen in speciale strafkampen, enkelen werden zelfs standrechtelijk geëxecuteerd, zoals de Tilburger Bart Beekmans. Anderen klopten aan bij het Nederlandse consulaat in Valencia. In de archieven van de Centrale Inlichtingendienst zijn tal van ambtsberichten van de Nederlandse consul in Spanje te vinden.

Waarschijnlijk om strafvervolging te voorkomen vertelden veel deserteurs dat zij 'onder bedriegelijke voorspiegelingen naar het buitenland waren gelokt'. Zo verklaarden twee radiotechnici uit Zaandam dat zij naar Zuid-Frankrijk waren vertrokken om daar te bouwen aan 'een geheime radiozender'. Daar aangekomen zouden zij onder bedreiging met een revolver over de Frans-Spaanse grens zijn vervoerd, zo beweerden zij. Zeker honderd Nederlandse vrijwilligers keerden in het geheel niet terug. Vooral het Ebro-offensief in de zomer van 1938 kostte veel levens. Anderen raakten voor het leven verminkt of belandden in een van Franco's kampen waar een enkeling pas na de Tweede Wereldoorlog uit werd verlost.

Rijp om een terroristische aanslag te plegen
Welk lot de huidige djihadreizigers in Syrië te wachten staat, zal de toekomst uitwijzen. Twee en mogelijk drie van hen zijn reeds gesneuveld voor hun idealen, sommigen zouden er volledig ontredderd en overspannen rondlopen. De AIVD vreest dat sommigen van hen als sterk geradicaliseerde, militante strijders zullen terugkomen, rijp om een terroristische aanslag te plegen. Om die reden heeft de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid zelfs 'code oranje' uitgeroepen.

Als we de vergelijking met de Spanjestrijders doortrekken dan is die verwachting niet eens overdreven. Een aantal van hen keerde inderdaad naar Nederland terug als door de oorlog geharde beroepsrevolutionairen. Na de Duitse inval speelden verschillende Spanjeveteranen dan ook een belangrijke rol in gewapende verzetsgroepen als de Vonk- groep, de Nederlandse Volks Militie en CS-6.

Ondanks hun soms heldhaftige rol in het verzet bleven de meeste oud-Spanjestrijders ook na 1945 nog lange tijd staatloos. In het anti-communistische klimaat van de Koude Oorlog kregen zelfs oud-Oostfront-soldaten hun staatsburgerschap soms eerder terug dan voormalige interbrigadisten.

In 1969, toen de Tweede Kamer de kwestie behandelde, bleken elf Spanjeveteranen nog steeds staatloos. Pas in de jaren zeventig en tachtig nam de waardering van en belangstelling voor de Spanjeveteranen toe. Daarbij ging de aandacht wel voornamelijk uit naar een selecte groep van geharde communistische veteranen die bij herdenkingen opdoken. Het verhaal van de vele deserteurs en ontredderden bleef zodoende onderbelicht.

In 1986 onthulde burgemeester Ed van Thijn in Amsterdam-Noord een monument voor de Spanjestrijders. Tien jaar later kregen alle buitenlandse vrijwilligers als dank voor hun bijdrage aan de strijd voor de democratie in Spanje als symbolische geste de Spaanse nationaliteit aangeboden. Tweeëntwintig Nederlandse Spanjeveteranen ontvingen de onderscheiding persoonlijk in het Spaanse parlement.

De eerste 'heilige oorlog' tegen het fascisme
De Spaanse Burgeroorlog brak in juli 1936 uit, nadat een staatsgreep van enkele nationalistische generaals tegen de gekozen linkse regering was mislukt. De generaals, geleid door Francisco Franco, wilden de orde herstellen in Spanje, dat al enkele jaren geteisterd werd door onlusten, stakingen en geweld tegen de rooms-katholieke kerk.

Met de hulp van Adolf Hitler en Benito Mussolini wisten Franco en de zijnen grote delen van Spanje te bezetten, maar in het oosten en in de grote steden mislukte de staatsgreep. Dat was deels te danken aan het verzet van linkse arbeidersmilities. De burgeroorlog die volgde was uitermate bloedig en kostte meer dan 500.000 mensenlevens.

Hoewel aan het conflict allerlei specifiek Spaanse oorzaken ten grondslag lagen (zoals het Baskische en Catalaanse streven naar autonomie), beschouwden velen de Spaanse Burgeroorlog als een strijd tussen de ideologieën die de toekomst van wereld zouden bepalen: fascisme en communisme. Vooral voor linkse Europeanen en Amerikanen was Spanje de eerste veldslag van een 'heilige oorlog' tegen het fascisme.

Van de ongeveer 50.000 vrijwilligers die uit heel de wereld naar Spanje stroomden, vochten veruit de meesten dan ook aan de kant van de regering. Hun hulp mocht niet baten. De Spaanse Burgeroorlog eindigde 1 april 1939 in een overwinning voor Franco. Zijn bewind, dat vooral in de eerste jaren bijzonder gruwelijk was, zou tot 1975 duren.

Lees verder na de advertentie

 
Kammeraden, hier bij schrijf ik dat we gisteren in Spanje aan zijn gekomen. En hebben een zware togt achter ons

Een oproep tot de strijd van de arbeidersbeweging FAI ten tijde van de Spaanse Burgeroorlog. © AFP

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.

Deel dit artikel

Advertentie

Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang tot Trouw.nl.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.