Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Swarttouw: Arrogant en deftig, maar ook ruw en ordinair

Home

RUUD VERDONCK

AMSTERDAM - Voor het grote publiek was de maandag overleden Frans Swarttouw een van de merkwaardigste ondernemers van het land; een arrogante schobbejak met sympathieke trekjes. Een man die kon poseren als een bijna ouderwetse havenbaron.

Tegelijkertijd kon Swarttouw zich in een aflevering van tv-programma 'De Achterkant van het Gelijk' ook ontpoppen als een alleszins redelijke ondernemer. Hij vond alleen dat de macht van de arbeiders te ver was doorgeslagen. Daarin moest een midden worden gevonden. Afgelopen jaar verklaarde hij echter dat de macht van de markt te ver was doorgeslagen. Een welvarende ondernemer moet het evenwicht behouden.

Frans Swarttouw was telg van een familie van Rotterdamse havenbaronnen. Zijn grootvader stichtte de Frans Swarttouw Havenbedrijven. Hij studeerde economie in Rotterdam en werd in 1958 op 26-jarige leeftijd president-directeur van het inmiddels Quick Dispatch geheten bedrijf, gespecialiseerd in de snelle overslag van bulkgoederen. Tien jaar later vertrok Frans Swarttouw naar een nieuwe concurrent: Europe Container Terminus, ECT.

Hij ontplooide zich daar als de ondernemer die werd voorzien van elke omschrijving die in de buurt kwam van de harde macht die hij uitstraalde, maar waarmee hij ook ECT opbouwde. Later werd dat teruggebracht tot een samenballing van typisch Rotterdams genoemde eigenschappen als handen uit de mouwen, recht door zee, geen gelul. Bij vele gelegenheden ontglipten Swarttouw, die zo beheerst arrogant deftig kon spreken, ook de ordinairste uitdrukkingen. Culminerend in 1983, tijdens een volstrekt mislukte poging tot een radio-interview met Wim Kayzer van de Vara, in: “Ik heb me de laatste tijd de klote gewerkt. Ik voel me als een maandverband in een kut vol bloed.” De twist werd wel uitgezonden en tekende een ander beeld van de Fokker-topman.

Het was een kant van Swarttouw die op momenten van spanning en tijdens onderhandelingen tevoorschijn kon komen: ruw, plat, ordinair. Een kant die hem bij de onderhandelingen in de Rotterdamse haven tijdens de jaren van arbeidsonrust van pas was gekomen.

Toen was Frans Swarttouw al vijf jaar voorzitter van de raad van bestuur van de Koninklijke Nederlandse Vliegtuigfabriek Fokker. Hij was er in 1978 heen gehaald door oud-minister Langman en werd binnen een jaar voorzitter. Daarmee brak een tweede, hectische schijf van zo'n tien jaar aan in de carrière van Swarttouw. De samenwerking van Fokker met de Vereinigte Flugtechnische Werke uit Duitsland stond toen al onder zware druk. De ontwikkeling van een nieuw type, de VFW614, was een kolossale mislukking geworden. Frans Swarttouw zag ook niets in die samenwerking en kapte er zo snel mogelijk mee, toen aan beide kanten de economische problemen hoog opspeelden. Civiele vliegtuigbouw en militaire vliegtuigbouw waren totaal niet aansluitende ondernemingen.

Swarttouw zag meer in samenwerking met gelijksoortige bedrijven. In 1981 werd die partner gevonden: McDonnell Douglas. Nog dat jaar beleefde Frans Swarttouw his finest hour als 'mister Fokker'. Op de luchtvaartshow in Parijs presenteerde hij met een superieure glimlach op de lippen het model van MDF-100. Het kwam er nooit van. Swarttouw kon niet met de Amerikanen overweg en liet McDonnell Douglas binnen de kortste keren weer vallen. Fokker moest, met enorme injecties van de overheid, alleen verder. Nee, ook niet met Boeing, en, schoot Swarttouw weer eens uit z'n slof: “Als we met Boeing in zee waren gegaan, had je een situatie gekregen van een vent met zo'n pikkie en een wijf van vijfeneenhalve meter.”

Fokker overleefde op de overheidssteun en binnen de marges nog met redelijk succesvolle producten. Swarttouw, de gedreven onderhandelaar die het er in al zijn beschikbare bescheidenheid over had dat hij in zijn 'toko' alleen maar het pad effende voor zijn 'crew' om de verkopen tot stand te brengen, trad in 1989 officieel om gezondheidsredenen af als bestuursvoorzitter. Maar het waren eerder de aanhoudende discussies over staatssteun, die teveel werden. Hij werd vervolgens commissaris van wat hij 'zijn bedrijf' vond, tot Fokker in 1992 tegen Swarttouws overtuiging in zee ging met Dasa en Swarttouw ook als commissaris opstapte. Ook al heeft Swarttouw later zijn gelijk en eerherstel gekregen, Fokker ging ten onder.

Swarttouw, de macho met zachte kanten, koketteerde ook met de aandacht die omroepen als de Vara en de VPRO steeds voor hem aan de dag legden. Daarin werd hij toch ook erkend als een intellectueel die geen gespreksonderwerp uit de weg hoefde te gaan. Maar dan liefst wel door in de gesprekken de regie, het initiatief zoveel mogelijk zelf in handen te nemen. En liever geen uitglijers meer, maar wel duidelijkheid die voor iedereen te begrijpen is. “De mensen op de werkvloer hielden van me. Dat kwam omdat ik altijd de waarheid sprak.”

Wie interviews met Swarttouw terugleest, moet het opvallen dat hij bij elke gelegenheid wel een pakkende uitspraak had voorbereid, waarvan hij bijna zeker wist dat die tot de kop boven het verhaal verheven zou worden. “Het wordt winter voor Fokker” (1983), “Ik word doodziek van al die verhalen over de zwakken”, “Minder sociale voorzieningen, daar lig ik niet wakker van” of “Ik vind Wim Kok een verademing als minister-president.”

Frans Swarttouw hoorde in 1995 dat hij keelkanker had. Een jaar later interviewde FEM hem. “Werd ik ziek van m'n baan? Doe me een lol!”

Deel dit artikel