Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Susya laat zich niet zomaar platwalsen

Home

REPORTAGE | SANDER BECKER

De Israëlische bezetter heeft hun dorp al vaak vernield. Toch keren de Palestijnse herders telkens terug naar Susya. Via de rechter hopen ze nu te voorkomen dat Israël hun dorp definitief van de kaart veegt. Een dorpse kijk op de bezetting, aan de vooravond van het bezoek van de Amerikaanse president Obama aan Israël.

Het is noodweer in de winterse heuvels ten zuiden van de Palestijnse stad Hebron. IJzige slagregens teisteren het kale landschap. De kuilen in de blubberige kalkbodem staan vol water. Mistflarden trekken in de snijdende wind voorbij. De hemel hangt er dicht overheen, loodgrijs en troosteloos.

Over een lint van asfalt slingert de auto langzaam tussen de heuvels door. Dan, in de verte, een paar honderd meter van de weg af, doemt het ineens op: het Palestijnse dorp Susya. Een dorp kun je het in feite nauwelijks noemen. Een paar grauwe tenten zijn het, meer niet. Ze liggen ruim verspreid over het naakte bergplateau.

Vanachter een half opengeslagen tentzeil, schuilend voor de pijpenstelen, kijkt Nasser Nawaja (29) vol verwachting naar de terreinwagen, die ronkend en hobbelend zijn woning nadert. "Kom snel binnen", roept hij als het gevaarte stilstaat.

Nawaja's tent, geschonken door een hulporganisatie, heeft een oppervlak van twee garageboxen. De jongeman woont er samen met zijn vrouw, twee kinderen (3,5 en 5 jaar oud) en zijn vader en moeder. In de ruimte hangen kleden. Er staan wat banken en een stoel. Verder is het leeg. Schemerig ook. De wind rukt aan het tentzeil. Het tocht. Binnen is het net zo koud als buiten. Maar het is in elk geval droog.

"Ik zou liever in een grot wonen", begint Nawaja verontschuldigend. "Een grot is warm in de winter, met al je schapen erin, en koel in de zomer. We hádden een grot, hier vlak achter. Maar die is jaren geleden vernield door Israëlische soldaten. Ze hebben ons dorp toen met de grond gelijk gemaakt. Ik zal het laten zien. Kom, rennen!"

Helaas, terug de plensbui in. Honderd meter klauteren tussen plassen en schapenkeutels. En ja: daar ligt wat ooit een ondergrondse woning moet zijn geweest, ingetrapt en volgestort met puin. Een ander gat in de rotsbodem, even verderop, diende voor de opslag van regenwater. Ook dit is vernield; soldaten hebben er een roestige auto in achtergelaten, zodat niemand er ooit nog drinkbaar water uit kan halen.

Welkom op de Westelijke Jordaanoever. En welkom in Susya, een agrarisch dorpje met 400 mensen en 3500 schapen. De bewoners trekken al generaties met hun kuddes door het gebied. Hun verblijfplaats wisselde vaak per seizoen.

Het Palestijnse Susya bestaat in elk geval sinds het begin van de 19de eeuw. Maar hoe lang blijft het nog behouden? Samen met vijftien andere Palestijnse dorpen op de zuidelijke Westoever dreigt Susya te worden weggevaagd door het Israëlische leger, dat er sinds de inval van 1967 de dienst uitmaakt. Sommige dorpen moeten wijken omdat hun grond van de ene op de andere dag is bestempeld tot militair oefenterrein. Andere dorpen zouden een bedreiging vormen voor een van de vele Joodse nederzettingen in het gebied. En in Susya? Daar zijn alle woningen illegaal verklaard omdat de juiste papieren ontbreken.

Voor Nawaja begon de ellende in 1986, toen hij drie was. Alle dorpelingen werden destijds uit hun grotwoningen in het oude Susya verdreven. In het dorpje waren resten van een oude Joodse tempel gevonden. Het gebied werd daarom omgedoopt tot archeologisch park. De Palestijnen moesten maar zien waar ze heentrokken.

"We vestigden ons een paar honderd meter verderop, op onze landerijen", zegt Nawaja. Zo ontstond het huidige Susya. Maar ook dit dorpje werd al snel ontruimd. Het lag een paar honderd meter verwijderd van een Joodse nederzetting die kort tevoren was gesticht, in 1983. De kolonisten voelden zich onveilig door de Palestijnse nabijheid. Dus reden Israëlische soldaten begin 1990 's nachts het dorp in. Ze laadden alle Palestijnen in vrachtwagens en gooiden hen er 15 kilometer noordwaarts weer uit.

Een deel van de inwoners keerde terug. Ingeklemd tussen het archeologische park en de Joodse nederzetting houden zij sindsdien stand, ondanks nieuwe ontruimingen. In 1997 was er een grote evacuatie waarbij alle grotwoningen en waterputten werden vernield. In 2001 waren er nog twee van zulke invallen, blijkt uit documentatie van Breaking the Silence, een Israëlische organisatie die aandacht vraagt voor misstanden die Israël in bezet gebied begaat.

Niet alleen de Israëlische staat en het leger, ook kolonisten doen er alles aan om de Palestijnen te verjagen. Dat gaat vaak met grof geweld. "Eén keer hebben ze 's nachts de tent van mijn broer in brand gestoken", vertelt Nawaja. "Het had niet veel gescheeld of hij was gestikt. Ze hebben mij persoonlijk diverse keren met de dood bedreigd. Ze vallen ons vaak aan als we door de velden trekken, en ze proberen te verhinderen dat we op onze akkers werken. Verder vernielen ze geregeld onze olijfbomen en watertanks. En laatst hebben ze vier autobanden lekgestoken. Ik heb het op video."

Nawaja heeft een camera gekregen van de Israëlische mensenrechtenorganisatie B'Tselem, waar hij zich actief voor inzet. Dankzij die camera kan hij aan de wereld tonen hoe het er in zijn dorp aan toegaat. Op één filmpje, te zien op internet, wordt Nawaja in het open veld aangevallen door een kolonist met een geheven sikkel. De kolonist pakt de camera af en slaat hem stuk tegen een steen. Soldaten staan erbij en kijken ernaar. Politieagenten, volgens Nawaja op de hand van de kolonisten, lieten het er ook bij zitten.

De inwoners van Susya hebben hun hoop nu gevestigd op het Hooggerechtshof in Jeruzalem. Deze hoogste juridische instantie in Israël bepaalt binnenkort of de vernietigingsbevelen van de Israëlische staat tegen het dorp Susya rechtmatig zijn.

De staat betoogt dat ze het volste recht heeft om Susya plat te walsen. Want toen de inwoners uit de archeologische zone weg moesten, hebben ze geen toestemming gekregen om verderop te bouwen. Vrijwel alle tenten, watertanks, schapenhokken en windmolens in het nieuwe dorp zijn dus 'illegaal'.

Maar, werpen de Palestijnen tegen, we kunnen toch niet op een kale rots wonen? Israël jaagt ons eerst uit onze woningen en verhindert daarna dat we een nieuw dak boven ons hoofd bouwen.

Als Palestijnen een bouwvergunning aanvragen, wordt die inderdaad in 95 procent van de gevallen afgewezen. Joodse kolonisten, even verderop, ondervinden minder problemen. Zij wonen in stenen huizen, en zij zijn wél aangesloten op het water- en elektriciteitsnet. Terwijl veel van die Joodse nederzettingen - de zogeheten buitenposten - zelfs volgens Israël illegaal zijn. Daar wringt iets, vinden de inwoners van Susya.

Dat vindt het Hooggerechtshof ook. Eind januari bepaalden de rechters alvast dat de Palestijnen niet onmiddellijk konden worden weggejaagd, omdat er nooit een alternatief woonplan voor hen was opgesteld. Ze gaven de betrokken partijen 90 dagen de tijd om een 'masterplan' voor Susya te ontwerpen. Het maken van zo'n plan is eigenlijk de taak van de bezettende macht, Israël, maar die laat het tot dusver afweten. Daarom hebben de Palestijnen, met geld van hulporganisaties, zelf planontwerpers in de arm genomen. Ze hopen vurig dat ze de rechters in Jeruzalem voor hun idee kunnen winnen.

De dorpelingen krijgen juridische hulp van Rabbis for Human Rights, een Israëlische organisatie die opkomt voor onderdrukte gemeenschappen op de Westoever. "We hopen dat de rechters ons plan integraal aanvaarden", zegt woordvoerder Yariv Mohar. "Dan blijft Susya waarschijnlijk grotendeels behouden. Maar eerlijk gezegd verwacht ik dat de rechters het plan maar voor een deel zullen goedkeuren; ze willen het dorp waarschijnlijk flink verkleinen. Mochten ze ons plan helemaal verwerpen, dan is het voorgoed afgelopen met Susya."

Het verhaal van Susya staat niet op zichzelf. Het past volgens betrokkenen binnen een onuitgesproken streven van Israël om de Westoever grotendeels etnisch te zuiveren: Palestijnen eruit, Joodse kolonisten erin. De winst zou zijn dat Israël de gejudaïseerde zones gemakkelijker definitief kan inlijven tijdens toekomstige vredesonderhandelingen met de Palestijnen.

De zuiveringszones vallen nagenoeg samen met de zogeheten C-gebieden. De Westelijke Jordaanoever is in de jaren '90, in de zogenoemde Oslo-akkoorden, opgedeeld in A-, B- en C-gebieden. In die eerste twee hebben de Palestijnen enig zelfbestuur; in zone A verzorgen ze zowel veiligheids- als burgerzaken, in zone B alleen burgerzaken. In de C-gebieden, 60 procent van de totale Westoever, is Israël volledig heer en meester. En vooral daar zouden de Palestijnen worden verjaagd.

Politiek gezien snijdt dit verhaal hout. In het Israëlische parlement gaan namelijk stemmen op om de C-gebieden blijvend bij Israël te trekken. De ultrarechtse Naftali Bennett, aanvoerder van kolonistenpartij Bajit Jehoedi (Het Joodse Huis), maakte er een speerpunt van in zijn verkiezingscampagne van januari. Zo lijkt het alsof Israël, door de Palestijnen uit zone C weg te pesten, vooruitloopt op een gedeeltelijke annexatie.

Onzin, reageren ze bij Regavim, een Israëlische organisatie die strijdt tegen de 'overname van nationale gebieden door vreemde elementen'. "De werkelijkheid is precies andersom", zegt de Australisch-Israëlische woordvoerder Ari Briggs. "De Palestijnse overheid stuurt zoveel mogelijk Palestijnen uit A- en B- gebieden naar onze C-gebieden, om zo ons land in te pikken. Ordinaire landroof is het, die indruist tegen de Oslo-akkoorden. Susya is een illegale Palestijnse nederzetting. Maar die waarheid hoor je nooit in de westerse media. Daar brengen ze alleen gekleurde verhalen over illegale Joodse nederzettingen."

Regavim wil dat het Hooggerechtshof de vernietigingsbevelen tegen Susya goedkeurt en de uitvoering ervan afdwingt. De organisatie heeft in haar pleidooi luchtfoto's en archiefdocumenten ingezet om te bewijzen dat de tenten in het dorpje van recente datum zijn; de Palestijnen zouden daarom geen aanspraak kunnen maken op historische bewoning van het gebied. "Het zijn krakers", concludeert Briggs. "En wat doen jullie in Nederland met krakers? Die stuur je toch ook weg? De mensen uit Susya kunnen bovendien makkelijk in de stad Yata gaan wonen, een paar kilometer verderop. De meesten hebben daar familie en een huis."

Maar zo eenvoudig ligt het niet, beweren ze in Susya. Een paar dorpelingen hebben inderdaad familie in Yata, maar dat geldt lang niet voor iedereen. Bovendien, in de stad zien ze de inwoners van Susya al aankomen, met hun 3500 schapen. Nee, als het aan de dorpelingen ligt, blijven ze lekker op hun plek, waar Palestijnse herders al generaties rondtrekken. Die historische wortels kan Israël toch niet zomaar doorsnijden?

In zijn tent schuilt Nasser Nawaja nog altijd voor de regen. "Mijn vader is ouder dan de staat Israël", zegt hij. "Welk recht heeft Israël in vredesnaam om hem hier weg te jagen?" Zelf blijft hij koste wat het kost op zijn stek, gaat de jongeman stellig verder. Die vastberadenheid komt voort uit zijn familiegeschiedenis. "Mijn opa woonde vroeger in het dorpje Gerityan. Toen de Israëliërs kwamen, in 1948, stuurden ze iedereen weg. Mijn opa nam mijn vader, vier jaar oud, op zijn arm en vertrok naar Susya. In 1986 verdreven de Israëliërs iedereen uit Susya; mijn vader nam mij, drie jaar oud, op de arm en vertrok. Zou ik mij nu opnieuw laten verdrijven, mijn 3-jarige zoontje op mijn arm? Ik peins er niet over. De geschiedenis is de beste leerschool die we hebben."

Deel dit artikel