Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Suriname negeert het verleden

Home

PIETER VAN MAELE

Het is woensdag veertig jaar geleden dat Suriname onafhankelijk werd van Nederland. Maar bij de koloniale geschiedenis wordt nauwelijks stilgestaan. Een beladen verleden, vol bloedvergieten, is overwoekerd.

De 87-jarige Cees de Kom beantwoordt de telefoon met een zucht. "Het oude huis van mijn vader bezoeken? Néén, daar heb ik geen zin in. Het is vervallen, het ziet er niet uit. Het is helemaal geen visitekaartje voor mijn vader. Wil je met me praten, dan kom je maar op mijn balkon zitten."

Zijn vader, dat was Anton de Kom. De nationalist De Kom door het koloniaal bewind in 1933 uit Suriname verbannen omdat staatsgevaarlijk zou zijn. In Nederland ontpopte hij zich een jaar later tot antikoloniale schrijver met zijn historische essay 'Wij slaven van Suriname'. Dat verscheen weliswaar in gecensureerde vorm; de uitgever durfde het niet aan het originele, zogenaamd opruiende manuscript te publiceren.

De Kom beschrijft in het boek het droevige bestaan van de vele slaven in Suriname, ook na de afschaffing van de slavernij in 1863. Het lot van De Kom zelf is niet minder tragisch. Als lid van het communistische verzet sterft hij in 1945 in het Duitse concentratiekamp Sandbostel, dertig jaar voor zijn Suriname onafhankelijk zou worden.

Reden te meer om hem te eren. Zo werd in Amsterdam Zuidoost in 2006 het Anton de Komplein naar hem genoemd, met daarop een standbeeld van De Kom. Hoewel, een eer? Tijdens de onthulling brak protest uit, ook zoon Cees vindt het bronzen beeld 'een gedrocht'. "Mijn vader, in zijn bloot bovenlijf? Alsof hij zelf een slaaf was. Mijn vader liep altijd onberispelijk gekleed rond. Bovendien lijkt hij wel de Hitlergroet te doen, terwijl hij door de nazi's is vermoord. Ik vind er niks aan, het steekt me zelfs hoe dat beeld eruitziet."

Lees verder na de advertentie

Schots en scheef

In De Koms geboorteland gaat het nog fouter met de erfenis van de bekendste antikoloniale Surinaamse schrijver. Bij het oude woonhuis van Anton de Kom, in de binnenstad van Paramaribo, spreken de feiten voor zich: het hele pand, een krot, staat schots en scheef. Dakplaten en raamkozijnen ontbreken, net als de helft van de voordeur. Losgerukte elektriciteitskabels slingeren aan de gevel. IJzeren golfplaten houden samen wat nog samen te houden valt.

Het straatnaambordje van de Anton de Komstraat - in 1981 liet legerleider Desi Bouterse de Pontewerfstraat hernoemen - hangt met nog twee roestige schroeven vast. Een visitekaartje valt het inderdaad niet te noemen.

Hoe valt het te verklaren dat een land het huis van een nationalist van het eerste uur laat verkommeren? Volgens Cees de Kom komt het door een gebrek aan historisch besef. "Het verleden, ach ja, dat houdt veel Surinamers niet bezig. De Surinamers zijn onvoldoende trots op hun helden, laat staan dat ze weten wat die voor hen hebben gedaan. Tot vandaag beseffen de Surinamers niet wie heeft gestreden voor hun onafhankelijkheid. Velen denken dat we die onafhankelijkheid van Nederland cadeau hebben gekregen. Moet je nagaan: de winkelzaak tegenover mijn vaders huis, die wil er een parking van laten maken."

Niet dat er geen plannen zijn om het huis op te knappen. Aan plannen ontbreekt het in Suriname nooit. De nazaten hebben een stichting opgericht die het huis beheert. De Kom legt een map met bouwtechnische tekeningen op zijn salontafel. "Geld is in mindere mate een probleem, voor minder dan een ton kan het huis helemaal worden opgeknapt", legt de tachtiger uit. "Mocht ik willen, dan vraag ik wat politici om hulp en dan is de financiering zo rond. Alleen: dat wil ik dus niet. Mijn vader is van alle Surinamers, daar moet de politiek niet tussenkomen. De uitdaging zit hem in het traject daarna. Wat willen we eigenlijk met het huis? Het moet meer worden dan enkel een museum, want met een handvol dagelijkse bezoekers zullen we niet uit de kosten komen. Het zou een mooi kantoor kunnen worden, met een kamer aan mijn vader gewijd."

Open zenuw

Met de opmerking dat Surinamers hun geschiedenis niet kennen, raakt De Kom een open zenuw. Elke straathoek in Paramaribo ademt koloniale historie, maar veel inwoners halen er hun schouders voor op. Dat zie je alleen al aan de vele historische houten panden in de hoofdstad die jaarlijks tegen de vlakte gaan.

Oorzaak is niet alleen een gebrek aan interesse. Neem de Decembermoorden, de moord in 1982 op vijftien tegenstanders van het militaire regime onder leiding van Desi Bouterse. Zonder twijfel de zwartste bladzijde uit de Surinaamse postkoloniale geschiedenis. De hoofdverdachte is sinds 2010 president van het land, nabestaanden voeren een verbeten juridische strijd om hem ondanks een amnestiewet veroordeeld te krijgen. De belangen zijn dus torenhoog. Toen in 2011 een nieuw geschiedenisboek voor de basisschool zou verschijnen waarin ook de Decembermoorden ter sprake kwamen, stak de partij van Bouterse daar een stokje voor. Dat de president bloed aan zijn handen heeft, horen schoolkinderen niet te weten.

Op de plek waar in de nacht van 7 op 8 december 1982 de trekkers werden overgehaald, Fort Zeelandia, verwijst nog weinig naar de gruwelijkheden van toen. Er is een museum, maar dat heeft voor de executies nauwelijks aandacht. Op de plek van de kogelinslagen, op de eerste verdieping, staat pas sinds 2009 een herdenkingsplaquette.

Pal eronder serveert de Nederlander Marcel Wittenberg van restaurant Baka Foto, sinds april 2010, gegrilde tonijn, lamskoteletjes en Nieuw-Zeelandse ossenhaas. "Het ging allemaal per toeval. Het museumbestuur zocht iemand om hier een restaurant uit te baten, ik had eerder een goedlopende zaak in Suriname gehad. De keuken is fusion Surinaams, waarmee we mikken op expats, diplomaten, zakenlieden en toeristen", legt hij uit.

Het is een aanpak die werkt. Tijdens het gesprek rinkelt de mobiele telefoon van Wittenberg, een reservering voor een groep van zeven later die avond. "Al vanaf de start houden we er rekening mee dat we op een beladen plek zitten. Geregeld vragen Nederlandse toeristen ons fluisterend of dit inderdaad de plek is waar 'het' is gebeurd. Er is een personeelslid dat niet alleen in de keuken wil zijn. Daarnaast lopen we weleens een reservering mis. Een enkel huwelijksfeest bijvoorbeeld, met vierhonderd gasten, want in zulke grote groepen is er altijd wel iemand die niet wil dineren op de locatie van de Decembermoorden. Vooral vijftigplussers."

"Aan de andere kant, moet je zo'n prachtige plek als deze eeuwig wegstoppen om het drama dat hier is gebeurd? We onderhouden een goede band met de nabestaanden, misschien werken we zelfs therapeutisch. Er is een weduwe die Fort Zeelandia weer durft te bezoeken na hier met haar dochter een aantal maal een goed glas wijn te hebben gedronken."

Sunil Oemrawsingh, neef van de vermoorde Sugrim Oemrawsingh, bekijkt het inderdaad nuchter. "Zolang ze in Fort Zeelandia geen wilde dansfeesten organiseren, heb ik met dat restaurant geen moeite. Het fort is van alle Surinamers, niet van de nabestaanden. Al zal ik er zelf niet aanschuiven."

"Jammer vind ik dat, want de chef schijnt geweldig te zijn", lacht hij. "Nee, welk gerecht hij me ook zou maken, op de plek waar Sugrim is omgebracht zou alles me wrang smaken. Maar het verbieden? Ik woon in Paramaribo tegenover een plek waar slaven zijn verhandeld. Moet je die ook allemaal afsluiten omdat er tijdens de slavernij vreselijke dingen zijn gebeurd?"

Warappakreek

Op een zijtak van de Commewijnerivier, twee uur varen van Paramaribo, is dat beladen slavernijverleden juist weer zichtbaar gemaakt. Letterlijk. Het stroomgebied van de Warappakreek, die eind de achttiende eeuw door slavenarbeid werd verbonden met de Atlantische Oceaan, herbergde ooit bloeiende plantages als Frederikslust, Barbados en Maria Petronella. Na de afschaffing van de slavernij raakten die allemaal in verval, tot Marsha Mormon samen met haar man besloot de kreek weer open te stoten en er toeristen te ontvangen.

"Als nazaat van de slaaf Salomon Jacobus de Rijp, de grootvader van mijn grootvader, maakte ik aanspraak op een stukje van de plantage Reynsfort langs de Warappakreek", legt Mormon uit. "In 2007 zijn mijn man en ik hierheen getrokken, met weinig meer dan een wild plan. Vanuit het dorp Bakkie hebben we met een graafmachine op een ponton het kanaal naar de oceaan ontbost en weer bevaarbaar gemaakt. Het gebied was al langer dan honderd jaar verlaten. Onderweg stuitten we daardoor niet alleen op flessen, munten, graven, sluizen en dammen, maar zelfs op een stoommachine en een stoomauto. Het rijke Surinaamse plantageverleden ligt hier echt voor het grijpen."

Naast toeristenverblijven en een restaurant kreeg Bakkie dan ook een klein museum, waar elke maand honderden toeristen met weerzin kijken naar onder meer de authentieke kromboei die langs de Warappa werd gevonden. Dat is een ijzeren harnas dat slaven maanden achtereen moesten aanhouden, tot hun rug letterlijk krom was gegroeid.

Mormon: "Veel Nederlanders weten niet wat zich op de plantages heeft afgespeeld. Je kunt er natuurlijk over lezen, maar op de plek zelf zijn en die marteltuigen zien, of de metalen kogels die slaven aan de enkel gehangen kregen, dat is nog wat anders."

"Het maakt het Surinaamse verleden plots erg tastbaar. Nederlandse gasten komen me geregeld zeggen dat het voor hen een openbaring is. Ze leren het niet op school, hoor ik dan. Ze wisten niet dat het zo erg was. Terwijl het allemaal echt is gebeurd."

Mormon ziet ook bij Surinamers steeds meer interesse in de koloniale geschiedenis. "Mijn verhaal is natuurlijk niet uniek. Er zijn duizenden mensen als ik die hun roots hebben rond de Warappakreek, en daar nu ook terug naar op zoek gaan. Elke week zijn er weer Surinamers die komen kijken naar het geboortedorp van hun grootouders, of naar de plek waar hun familie als slaaf moest werken."

"We doen dat met respect, we maken van de erfenis van de slavernij geen massa-industrie. De Nederlanders die hier langslopen, worden zeker niet gebrandmerkt als schuldigen. We vertellen gewoon wat hier honderden jaren lang is gebeurd. Tegelijk tonen we Suriname dat het veel meer met zijn geschiedenis kan doen dan het nu doet. Er zijn honderden verlaten plantages als Bakkie, die allemaal liggen te wachten tot iemand er iets mee doet."

"Suriname kan zoveel meer halen uit zijn verleden, ook financieel. Het moet dat alleen maar willen."

Deel dit artikel