Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Succes voor het eerste 06-nummer zonder hijgende dames

Home

ANNIEK VAN DEN BRAND

UTRECHT - Tien jaar geleden werd Gijs Klomp nog voor gek versleten toen hij dolenthousiast raakte over het elektronische spoorboekje dat whizzkid Eduard Tulp op zijn Atari-computer in elkaar had geknutseld. “Ik dacht: geef een paar mensen een telefoon en zo'n computerprogrammaatje, breid het uit met busdiensten en Nederland kan eindelijk één nummer bellen voor reisinformatie.” Klomp, scheidend directeur van reisinformatiefabriek OVR, kreeg gelijk.

Hij ziet het nog voor zich. Eduard Tulp, een informatica-student aan de Vrije Universiteit, zou zijn zelfbedachte NS Reisplanner presenteren aan een geselecteerd publiek. “Ik was niet uitgenodigd, maar ik ging toch.” De eerste poging om de Atari-computer aan de praat te krijgen, mislukte: de machine was vochtig. Hoongelach van wantrouwende NS'ers viel Tulp ten deel. Hoe zou het ook kunnen dat het duimendikke spoorboekje was omgebouwd tot een paar flinterdunne computerschijfjes? Bij de dichtstbijzijnde Hema werd een föhn gekocht om de Atari droog te blazen. “En toen konden we het wonder aanschouwen. Het is niks, riepen de NS'ers in de zaal, omdat er nog wat foutjes in zaten. Maar ik dacht: sodemieter, dit is fantastisch”, zegt Klomp.

Begin 1988 kreeg Klomp de opdracht de telefonische reisinformatie voor de Nederlandse Spoorwegen op poten te zetten. Tot die tijd was het een regelrechte ramp om per telefoon vertrek- en aankomsttijden van treinen te achterhalen. “Pas toen zelfs de secretaresse van de toenmalige NS-topman Leo Ploeger werd platgebeld met vragen over vertrekkende treinen en aansluitende busverbindingen, viel het kwartje”, herinnert Klomp (62) zich. “Dit kan zo niet langer”, riep hij uit.

NS'er Gijs Klomp bood aan, uit de wirwar van informatienummers iets te destilleren dat op een nationaal openbaar vervoer-reisinformatienummer zou lijken, waarin ook bus- en tramtijden zaten. Hij vroeg Tulp een Reisplanner voor het hele openbaar vervoer te bouwen. Dat kon. Maar dan moest Klomp hem eerst vertellen waar zich in de 180 000 Nederlandse straten de 50 000 bus- en tramhaltes precies bevonden en wanneer de verschillende bussen daar stopten. Klomp kocht een dik pak landkaarten, haalde tweehonderd gepensioneerde buschauffeurs achter de geraniums vandaan en gaf hen opdracht alle haltes van Nederland in te tekenen. “Op hun knieën lagen ze met zwarte viltstiften puntjes te zetten.” Helemaal goed ging het niet: ongeveer twintig bushaltes bleken bij nader onderzoek in de Noordzee te zijn beland.

Met geld van de Nederlandse Spoorwegen, het stads- en streekvervoer en het ministerie van verkeer en waterstaat exploiteerde Klomp het eerste 06-nummer waarop geen hijgende dames met obscene praatjes te horen waren. PTT Telecom bouwde informatiecentra en vierhonderd informatrices werden opgeleid. Vanaf het eerste moment stond de telefoon roodgloeiend: op dit telefoonnummer - inmiddels omgevormd tot 0900-9292 - had Nederland gewacht.

De reisinformatiefabriek die in de zomer van 1992 openging, kon technisch gezien jaarlijks iets meer dan negen miljoen telefoontjes aan, tegen een beltarief van vijftig cent per minuut. Klomp stelde zijn doelen hoog: slechts 5 procent van de bellers mocht een in gesprek-toon krijgen, de wachttijd mocht niet meer dan 30 seconden bedragen en een gesprek niet meer dan anderhalve minuut in beslag nemen.

Maar het aantal bellers nam hand over hand toe. Vorig jaar beantwoordden de informatrices 9,8 miljoen telefoontjes, terwijl 17 miljoen mensen een poging deden het nummer te bereiken. “Daar zit een probleem”, erkent Klomp. “Als er meer dan 10 miljoen mensen gaan bellen, raakt het nummer onbereikbaar en lopen de wachttijden op.” Zelfs een tariefsverhoging van 50 procent, vorige zomer, mocht niet baten. Steeds meer mensen bellen.

De enige oplossing is meer informatrices aannemen. Maar dat willen de vennoten niet: tot het jaar 2001 betalen NS, stads- en streekvervoer samen 16 miljoen gulden en geen cent meer. Tegelijkertijd bouwt het ministerie de subsidie langzaam af naar nul. Tot 1996 paste het ministerie nog 50 procent van het exploitatietekort bij, naast de bijdrage van de vervoerbedrijven en bellers. Daarna moesten de openbaar-vervoerbedrijven en de klanten meer gaan bijdragen, was de bedoeling. Maar de vennoten lieten het afweten. Nu betaalt het ministerie tot het jaar 2000 jaarlijks nog vijf miljoen gulden, daarna is het afgelopen.

Uit onderzoek blijkt dat OV Reisinformatie op jaarbasis tussen een half en tien miljoen extra openbaar-vervoerritten oplevert. Die marge is zo groot, omdat niet precies is na te gaan of een beller de gevraagde reis één keer maakt of vaker na één keer bellen. “Wij zijn goud waard voor de openbaar-vervoerbedrijven”, vindt Klomp. De extra reizigers brengen tussen de tien en dertig miljoen gulden extra in het laatje en bovendien zouden de kosten voor de vervoerders veel hoger zijn als ze zelf telefonische reisinformatie zouden verstrekken.

Zakelijk gezien vindt Klomp deze situatie van de gekke: zijn bedrijf moet commercieel worden, de vraag naar zijn product is enorm, de vervoerders varen er wel bij, maar uitbreiden kan hij niet. Dan rest slechts één oplossing: het aantal bellers moet terug.

Een van de manieren om reizigers te verleiden de telefoon te laten staan, is de reisinformatie op andere manieren aan te bieden. Sinds begin dit jaar geeft een sprekende computer treinreisinformatie en sinds half mei kan de ReisWijzer op Internet en het Net worden geraadpleegd (www.ovr.nl). Maar of het echt zoden aan de dijk zet, is de vraag. Inmiddels worden via de sprekende computer en Internet per dag tienduizend reisadviezen verstrekt. “Maar de telefoon blijft voorlopig hèt communicatiemiddel”, constateert Klomp.

Zijn werk zit erop, vindt hij. Telefoonnummer 0900-9292 is inmiddels een begrip. Niet dat er niks meer te doen zou zijn. Tot nu toe geeft OVR uitsluitend informatie over openbaar vervoer, dertien procent van de totale mobiliteitsmarkt. De informatie over de resterende 87 procent, met name over de auto, laat OVR tot nu toe bewust liggen. Dit 'informatiegat' zou OVR kunnen vullen. “Dat je belt met de vraag: ik wil vanavond naar die schouwburg, ik moet daar zo laat zijn en ik vertrek van dat adres. Waar staan de files, hoe moet ik rijden, waar kan ik mijn auto parkeren, of kan ik beter de bus nemen?” Klomps ideeën zijn nog lang niet op.

Deel dit artikel