Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Strijd met de 'onkerk'

Home

Gerrit-jan Kleinjan

Foto: Herman Engbers

Duizenden orthodoxe hervormden weigerden zeven jaar geleden mee te gaan met de nieuw gevormde Protestantse Kerk in Nederland. Het werd een vechtscheiding.

Hij had precies een rondje om de wereldbol kunnen rijden met zijn Volvo. Maar in plaats van een tocht langs de evenaar reed dominee Gerrit Jan Wisgerhof de afgelopen zeven jaar bijna iedere avond door Nederland, Zo'n 40.000 kilometer in totaal. En dat terwijl hij net met pensioen was gegaan. Nee, glimlacht de oud-predikant, "ik viel bepaald niet in een gat."

Wisgerhof (72) had meteen na zijn emeritaat een nieuwe fulltime taak. Hij werd voorzitter van de Commissie van Bijzondere Zorg, de werkgroep die de boedelscheiding van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) en de Hersteld Hervormde Kerk moest afwikkelen. Dat werd een slepend proces dat zeven jaar zou duren. Menigmaal moest de rechter er aan te pas komen om de kerkelijke kemphanen uit elkaar te halen. Maar nu is de klus afgerond. Met de hersteld hervormde gemeente in Vriezenveen is de laatste voorziening getroffen. Het eindrapport van bemiddelaar Wisgerhof en zijn commissie wordt vandaag aangeboden aan de synode van de PKN.

De Hersteld Hervormde Kerk, zo leert het rapport, heeft van de PKN in totaal ruim 40 miljoen euro meegekregen in de vorm van landerijen, kerkgebouwen, geld en andere goederen. "Wie had dat gedacht, zulke toestanden in een tijd waarin de kerk zo in de verdrukking is gekomen", verzucht Wisgerhof. "Nee, ik heb niet de mooiste kanten van de kerk gezien, de afgelopen jaren."

Het behoudende deel van de toenmalige Nederlandse Hervormde Kerk weigerde in 2004 mee te gaan in de vorming van het grootste protestantse kerkgenootschap in Nederland, de Protestantse Kerk in Nederland - een fusie van gereformeerden, hervormden en lutheranen. Toen de PKN ontstond wendden zo'n 40.000 ontevredenen zich af van de nieuwe superkerk met ruim 2 miljoen leden. Ze richtten hun eigen kerk op: de Hersteld Hervormde Kerk (HHK).

Zonder slag of stoot ging dat niet. De herstelden claimden in verschillende gevallen de naam én goederen van de gemeenten waarvan zij daarvoor nog deel uitmaakten. Daarbij liepen de spanningen hoog op, herinnert Wisgerhof zich. "In sommige kerken hadden de herstelden letterlijk alle sleutelposities. Ze hadden de sleutels van het orgel, de kerk, de kluis. De kerkleden die wel bij de PKN wilden, konden geen kant op."

Len Ruijgrok (55), predikant in het Zuid-Hollandse dorp Monster, zag de scheuring onder zijn ogen gebeuren. Aanvankelijk probeerden hij en zijn gemeente zich buiten het gekrakeel te houden. "De kerkenraad zei: het kan toch niet zo zijn dat een commissie van buitenaf de gemeente dwingt om in tweeën uiteen te gaan. We dachten: dat lossen we zelf wel op." Maar zo werkte het niet, ervoer Ruijgrok. Hij kon even zijn gang gaan, maar toen stond Wisgerhof met zijn commissie op de stoep: de landelijke PKN dwong de gemeente van Monster tot een definitieve keuze.

Het was een bittere tijd, vertelt Ruijgrok. "Uiteengaan was de enige mogelijkheid die nog restte." Ernstig: "Dat heeft een enorme impact op mij gehad. De scheuring liep dwars door het meelevende deel van de gemeente. Dat er geen ruimte meer voor je is, dat gaat je door merg en been." Hoewel hij als predikant probeerde het hoofd koel te houden, welde er regelmatig woede in hem op. Want zijn kerkgebouw ging naar de PKN, net als zijn pastorie en een deel van zijn gemeente. "Er komt dan makkelijk wat vleselijks bij kijken."

Met dat 'vleselijks' kreeg Wisgerhof ook dikwijls te maken. Hij had de opdracht om de zaken netjes af te handelen, maar zijn opdrachtgever, de PKN, werd 'voortdurend negatief weggezet' door de herstelden. "We werden soms gewoon agressief benaderd. We kregen heel wat over ons heen. Volgens sommigen vertegenwoordigden we een 'onkerk'. Dan zeiden ze: 'Ik zou niet graag in jouw schoenen staan. Jij moet straks tegenover God verantwoorden dat jouw kerk de zonde zegent'." Daarmee doelden ze onder meer op het homohuwelijk, zegt Wisgerhof, dat in de PKN mogelijk is.

Len Ruijgrok - hagelwit overhemd, donker pak, dito stropdas - is nu synodevoorzitter van de landelijke Hersteld Hervormde Kerk. "Het was een breuk omwille van de belijdenis", zegt hij. Ruijgrok legt uit dat de Nederlandse Hervormde Kerk alleen gereformeerde belijdenissen onderschreef, de zogeheten 'drie formulieren van enigheid': de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels - sleutelgeschriften waarin de leer van Calvijn tot handzame proporties is teruggebracht.

De PKN onderschreef in 2004 naast deze gereformeerde leer óók andere belijdenissen, bijvoorbeeld die van de lutheranen. "Die kennen helaas elementen die strijdig zijn met Gods Woord en Zijn bepalingen. Die kunnen we daarom niet onderschrijven. De PKN heeft een nieuwe identiteit aangenomen. Wij zijn achtergebleven op de oude fundamenten van de vaderlandse kerk. Niet juridisch, maar wel geestelijk."

Gerrit Jan Wisgerhof van de PKN heeft de argumenten vaak gehoord bij zijn ritjes door Nederland. Hersteld hervormde kerkenraden spiegelden hem heel wat horrorscenario's voor, vertelt hij. De nieuwe kerk zou zijn losgeraakt van een eeuwenoud fundament. "Er waren predikanten die zeiden: 'nu krijgen we de vrouw op de kansel en een kerstboom in de kerk'." Maar volgens Wisgerhof sloten veel herstelden de ogen voor de praktijk van alledag in de Nederlandse Hervormde Kerk, waar homorelaties in veel gemeenten allang werden ingezegend en waar vrouwen op de kansel heel normaal waren. Wisgerhof: "Men idealiseerde de hervormde kerk."

Fred van Lieburg, religiehistoricus aan de Amsterdamse Vrije Universiteit, deelt die visie. Volgens hem is de kerkscheuring van 2004 een bevestiging van een kloof die er al langer was. "Het rommelde al jaren op de rechtervleugel van de oude Nederlandse Hervormde Kerk." In de jaren tachtig ontstond er een ultra-gereformeerde stroming die zich 'het gekrookte riet' noemde. Die greep terug op zeventiende-eeuwse theologen ('oude schrijvers'), die de nadruk leggen op persoonlijke vroomheid ('levensheiliging') en een afkeer van wereldse cultuur aan de dag leggen.

Wisgerhof zag de breuk daarom aankomen. Bij de kerkfusie kwam alle jarenlang opgekropte frustraties over de in hun ogen te vrijzinnige koers van de hervormde kerk aan de oppervlakte. Dat er óók nog aan de belijdenis werd gemorreld, was het laatste duwtje. Wisgerhof. "Lang heeft men gedacht: 'het waait wel over'. Maar op een gegeven moment was het duidelijk: het voorkomen van deze scheuring is niet mogelijk."

Volgens Van Lieburg is de opvatting van de herstelden dat zij de ware 'geestelijke' voortzetting zijn van de hervormde kerk, een onjuiste voorstelling van zaken. "Wat is geestelijke continuïteit? Vier eeuwen lang heeft de hervormde kerk de gemeenschappelijke belijdenis op allerlei manieren uitgelegd. Niemand heeft patent op de enige ware uitleg.

"De formele binding is al in 1816 losgelaten, zonder dat de belijdenis werd afgeschaft. Ook in 2004 is dat niet gebeurd. Als het om symbolische continuïteit gaat, speelt er veel meer mee dan symbolische geschriften. Neem bijvoorbeeld de internationale allure en de nationale reikwijdte van de oude hervormde kerk. De Hersteld Hervormde Kerk is echt een kerk van de biblebelt, beperkt tot het platteland en sterk verbonden met de reformatorische zuil."

Predikant Ruijgrok uit Monster betreurt de breuk nog steeds. "Ik vind dat er geestelijk onrecht is gedaan." Aan de andere kant, zegt hij , hebben de Hersteld Hervormden - mede dankzij Wisgerhof en zijn commissie wél miljoenen aan geld en goederen van de PKN meegekregen (zie inzet). Dat stemt hem goed. "Daarvoor is in een deel van onze gemeenten ook dankbaarheid", zegt Ruijgrok. "Juridisch gezien had de PKN alles op kunnen eisen." Mismoedig schudt de predikant zijn hoofd. "Ach, waarover praten we eigenlijk? Over gebouwen van de PKN of gebouwen van ons?" Hij wijst omhoog: "Kunnen we niet beter zeggen dat alles van Hem is?"

Hersteld hervormd Staphorst krijgt het meeste geld: 10 miljoen euro

De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) heeft voor ruim 40 miljoen euro aan geld, kerk- en verenigingsgebouwen, pastorieën, landerijen en andere kerkelijke goederen overgedragen aan de Hersteld Hervormde Kerk. Het is nooit eerder voorgekomen dat scheurmakers een zak geld meekregen.

De scheidingscommissie van de PKN trof in 61 gevallen een regeling. Aan 45 hersteld hervormde gemeenten werd tot 500.000 euro overgedragen, 16 gemeenten kregen meer dan een half miljoen euro mee. Staphorst zelfs 10 miljoen. Het eindrapport noemt geen concrete bedragen per gemeente.

In een aantal gevallen weigerden herstelde gemeentes onterecht geclaimde kerkgebouwen en pastorieën terug te geven. In 19 gevallen moest de rechter er aan te pas komen. Ook de naam Hersteld Hervormde Kerk werd juridisch afgedwongen. Aanvankelijk wilde men de naam 'Nederlandse Hervormde Kerk (in hersteld verband)' voeren. Maar de PKN besloot dat de herstelden geen gebruik mochten maken van namen met daarin de combinatie 'Nederlands(e) Hervormde'. Hoewel het hoofdbestuur van de Hersteld Hervormde Kerk het ze afraadde, bleven zes gemeentes tot eind vorig jaar stug doorprocederen tegen 'onkerk' PKN. Tevergeefs. In alle processen die er zijn gevoerd kreeg de PKN gelijk van de rechter. Die herhaalde dat de Nederlandse Hervormde Kerk door fusie is opgegaan in de PKN.

Stevige fundamenten van een jonge kerk

Binnen zeven jaar wisten de herstelden een compleet nieuw kerkverband op te tuigen, met ruim 56.000 leden, 58 dienstdoende predikanten en 118 (wijk)gemeenten. Ze hebben een eigen jeugdorganisatie, mannen- en vrouwenbond en een actieve zendingsorganisatie die in Malawi en Suriname de hersteld hervormde beginselen onderwijst. Wie niet anders weet, zou denken dat de Hersteld Hervormde Kerk er altijd is geweest. Dat komt, zegt religiehistoricus Fred van Lieburg, doordat de herstelden een belangrijke troefkaart in handen hebben die anderen nooit hadden. "Ze hebben een aantal monumentale kerkgebouwen meegekregen, bouwen voort op de hervormde kerkorde uit 1951 en hebben een stevige theologische opleiding aan de Vrije Universiteit. Zo hebben ze een tastbaar stukje van de mythe mee kunnen nemen die verwijst naar de vaderlandse kerk, zoals de Nederlandse Hervormde Kerk daar wordt gezien."


Deel dit artikel