Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Strenge veiligheidsregels passen soms niet bij oorlog

Home

Marno de Boer

Nederlandse militairen op patrouille in Mali. © ANP

De Onderzoeksraad voor Veiligheid vindt dat Defensie teveel risico's nam met militairen in Mali. Maar strenge veiligheidsregels passen soms niet bij oorlog, zo weet het Franse leger uit ervaring.

In het debat over veiligheid bij de Nederlandse missie in Mali botsen twee werel-den. Volgens de Onderzoeksraad voor Veiligheid was de medische zorg voor militairen niet goed geregeld. Maar minister van defensie Jeanine Hennis en Commandant der Strijdkrachten Tom Middendorp zien dat anders. "We moeten ons realiseren dat je in de woestijn onder operationele omstandigheden geen academisch ziekenhuis mag verwachten."

Lees verder na de advertentie

Dit fundamentele verschil van inzicht raakte afgelopen anderhalve week enigszins ondergesneeuwd in de politieke discussie. Die draaide vooral om de vraag of Hennis de Kamer wel voldoende had geïnformeerd over de risico's rond de stad Kidal in het noorden van Mali. Daar moest Nederland in bepaalde situaties gebruik maken van een Togolees VN-hospitaal, in plaats van de eigen medische voorzieningen op het basiskamp in Gao. De vraag was onder meer of het hospitaal wel of niet voldoende was toegerust. Of, zoals generaal Middendorp hij bij zijn afscheid aan de orde leek te stellen: hoeveel veiligheid en gezondheidszorg mag je verwachten tijdens een militaire operatie op een ander continent?

Voorzichtig

Nederland stelt hoe dan ook hoge eisen. Toen de missie in Mali in 2013 tot stand kwam, spraken Hennis, Middendorp en Kamerleden uitvoerig over de medische voorzieningen in het gebied. Hennis garandeerde dat gewonde militairen binnen een uur traumazorg konden krijgen. Dat 'golden hour' geldt als de periode waarin ernstig gewonde militairen een hospitaal moeten bereiken om een goede kans op overleven te hebben. Als Nederland medische voorzieningen van andere landen gebruikte, zouden die aan de eigen standaarden voldoen. Om het zekere voor het onzekere te nemen, gingen er uiteindelijk ook Nederlandse transporthelikopters mee. Zij konden militairen die bij een patrouille gewond raakten, evacueren en naar het ziekenhuis brengen.

Daarnaast stuurde Defensie gevechtshelikopters. Die konden voor de gehele VN-missie Minusma verkenningen uitvoeren, maar waren er primair om de Nederlandse militairen vuursteun te geven, mochten zij in een gevecht belanden. Kamerleden drongen er bij de opzet van de missie nogmaals op aan dat de Nederlandse militairen echt te allen tijde op deze luchtsteun konden rekenen.

"We moeten ons realiseren dat je in de woestijn onder operationele omstandigheden geen academisch ziekenhuis mag verwachten."

Tom Middendorp, Commandant der Strijdkrachten

Daarmee koos Nederland voor grote voorzichtigheid. De gevechtseenheid in Mali bestaat uit leden van het Korps Commandotroepen, de elite-eenheid van de landmacht. Zo'n speciale eenheid is eigenlijk bedoeld om diep in vijandelijk gebied inlichtingen te verzamelen, of belangrijke installaties en mensen uit te schakelen. Commando's worden dan ook getraind om zichzelf te redden. Ze moeten erop rekenen dat helikopters of vliegtuigen voor medische evacuatie of vuursteun hun locatie te laat of helemaal niet bereiken.

Nederland wil speciale eenheden inzetten, maar aarzelt om hen bloot te stellen aan de risico's van het vak. Opvallend is dan ook dat Defensie momenteel wel plannen heeft voor een 'commando speciale operaties' dat de speciale eenheden van de mariniers en landmacht samenbrengt. Zo'n organisatie, waarbij de special forces bijna een zelfstandig krijgsmachtonderdeel vormen, komt voor in landen die zwaar inzetten op risicovolle en soms geheime operaties, zoals de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.

Franse risico's

De manier waarop Frankrijk met militaire operaties omgaat, is dan ook fundamenteel anders dan in Nederland. De president beslist op eigen houtje over inzet van de krijgsmacht, en de legerleiding neemt flinke risico's. Zo intervenieerde Frankrijk in 2007 in de Centraal Afrikaanse Republiek. Tientallen parachutisten werden net voor de opmars van een rebellenleger gedropt. Ze hielden op die route de vijand met succes tegen, maar als het mis was gegaan hadden ze niet op versterking of evacuatie kunnen rekenen.

De Amerikaanse krijgskundige Michael Shurkin onderzocht hoe deze benadering bijdroeg aan het succes van de interventie waarmee Frankrijk in 2013 jihadisten uit het noorden van Mali verdreef. Die operatie bereidde de weg voor de VN-missie waaraan Nederland nu meedoet. Volgens Franse militairen zijn de afstanden in de Sahel zo groot, dat je zonder luchtsteun moet leren vechten. Want als je altijd in de buurt van helikopters of vliegtuigen wilt zijn, ben je te voorspelbaar voor de tegenstander.

De Franse interventiemacht gooide in 2013 dan ook doelbewust veiligheidsprotocollen overboord. Zo bleef er tempo in de opmars en kreeg de tegenstander geen kans zich te hergroeperen. Volgens de Franse legervoorschriften zouden er voldoende medische voorzieningen aanwezig moeten zijn om tegelijkertijd twaalf gewonde militairen te opereren, maar in de praktijk was er op enig moment slechts capaciteit voor twee slachtoffers. Ook liet men de eis varen dat militairen nooit verder dan een uur van traumazorg verwijderd mogen zijn.

Nederland wil speciale eenheden inzetten, maar aarzelt om hen bloot te stellen aan de risico's van het vak.

Ook nu nog nemen de Fransen grote risico's. In een missie die zich over vrijwel de gehele Sahel uitstrekt, jagen zij op terroristen. In Irak trekken Franse commando's diep de steden in waar zich nog strijders van Islamitische Staat bevinden, op zoek naar Franse jihadgangers waarvan Parijs niet wil dat zij levend terugkeren. In zulke omstandigheden lijkt het onmogelijk goede zorg te garanderen.

In Nederland heeft de Onderzoeksraad voor Veiligheid niet naar de Franse aanpak gekeken. Als vergelijkingsmateriaal voor de standaarden voor adequate medische zorg in Mali gelden de Zweedse en Duitse contingenten die net als Nederland deelnemen aan de VN-missie. Zweden is een neutraal land dat ook in vergelijking met Noorwegen en Denemarken extreem weinig risico's neemt met zijn militairen. Het Duitse leger bleef tijdens de oorlog in Afghanistan in het relatief veilige noorden, en probeerde daar ook nog eens het gevaar te mijden.

Uitvoerbaarheid

Op dit moment vinden bij alle Nederlandse missies extra veiligheidscontroles plaats. De uitkomst daarvan zal een rol spelen als de Kamer binnenkort debatteert over voortzetting van missies in Mali en elders. Aanscherping van de eisen rond bijvoorbeeld medische zorg lijkt dan wellicht een goede zaak, maar kan ook nadelige effecten hebben.

Zo kan de uitvoerbaarheid van de missie in het geding komen. De afstanden in Mali zijn zeer groot. Nederland voert verkenningen uit voor de hele VN-missie, en bestrijkt daarmee een gebied ter grootte van Frankrijk. De eis om altijd binnen het 'golden hour' van een medische hulppost te blijven, beperkt onvermijdelijk de actieradius van patrouilles.

Daar zijn wel oplossingen voor. De afgelopen jaren werden soms medische evacuatiehelikopters tijdelijk gestationeerd in Gao als militairen risicovolle verkenningen in de buurt van Kidal uitvoerden. Tijdens het fatale ongeluk op 6 juli 2016 was dit echter niet het geval, omdat het risico van de toen uitgevoerde oefening met mortiergranaten laag werd ingeschat. Aanscherping van de regels kan ervoor zorgen dat de helikopters, die na iedere vlucht veel onderhoud nodig hebben, vaker bezig zijn oefeningen te begeleiden. En dat betekent weer minder patrouilles, want die mogen niet de poort uit zonder een helikopter achter de hand te hebben.

Veiligheidsparadox

De paradox van stringente veiligheidsmaatregelen is bovendien dat ze gevaarlijk kunnen zijn, omdat ze vertragend zijn en voorspelbaarheid in de hand werken. Als Nederlandse militairen alleen rond Kidal mogen opereren als hun helikopter op de VN-basis voor medische evacuatie paraat staat, weten eventuele tegenstanders ook precies wanneer er iets staat te gebeuren. De Franse stijl van oorlogvoeren gaat juist uit van snelle risicovolle manoeuvres. De gedachte daarachter is dat als je voor de tegenstander onvoorspelbaar bent, je het initiatief houdt en daarmee de overhand in een gevecht krijgt. Uiteindelijk is dat veiliger.

De gedachte achter de Franse stijl is dat je het initiatief houdt als je voor de tegenstander onvoorspelbaar bent

Nu is het in Mali misschien niet zo erg als de missies iets trager verlopen of voorspelbaarder worden. De plaatselijke strijdgroepen zijn over het algemeen niet erg goed getraind en bewapend. Maar bij een zwaardere tegenstander, zoals het Russische leger of een van de vele geharde groeperingen in Syrië, zou dat wel anders zijn. Een leger dat rigide vasthoudt aan op de burgermaatschappij geënte regels voor de nabijheid van medische zorg en geen risicovolle manoeuvres uitvoert, laat de tegenstander tevoren weten wat er gaat gebeuren.

Haagse werkelijkheid

Strikte veiligheidsmaatregelen hebben nog een ander effect. Ze kunnen bijdragen aan de 'papieren werkelijkheid' die Defensie volgens de Onderzoeksraad voor Veiligheid soms creëert. Kabinet en parlement hebben in Nederland de neiging om militaire missies allerlei praktische restricties op te leggen, die de taakuitvoering in de weg zitten.

Zo mochten bij de politietrainingsmissie in het Afghaanse Kunduz (2006-2010) Nederlandse F16's aanvankelijk alleen luchtsteun verlenen aan bondgenoten als ze toch al in de buurt vlogen. Ze mochten er niet speciaal voor opstijgen, want dan zou de Nederlandse inzet teveel lijken op een vechtmissie. Aan bondgenoten werd natuurlijk niet gevraagd om de Nederlanders in geval van nood ook maar aan hun lot over te laten. Om de relatie met andere landen goed te houden, stegen de Nederlandse F16's op op het moment dat een bondgenoot aan een gevaarlijke patrouille begon, zodat ze tijdens een gevecht 'toevallig' in de buurt waren.

Dit soort restricties veroorzaken irritatie en gebrek aan begrip tussen politiek en krijgsmacht. Een poging om de eisen aan de medische zorg tijdens missies flink aan te scherpen, zou daarom weleens ongewenste gevolgen kunnen hebben. De kans is aanzienlijk dat militairen er op creatieve manieren mee omgaan, omdat ze anders het doel van de missie niet meer kunnen bereiken.

Lees ook
Kritiek Mali-missie kwam hard aan bij geroemde generaal.
Top Defensie moet zich aankoop fatale mortiergranaat aanrekenen


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel

"We moeten ons realiseren dat je in de woestijn onder operationele omstandigheden geen academisch ziekenhuis mag verwachten."

Tom Middendorp, Commandant der Strijdkrachten

Nederland wil speciale eenheden inzetten, maar aarzelt om hen bloot te stellen aan de risico's van het vak.

De gedachte achter de Franse stijl is dat je het initiatief houdt als je voor de tegenstander onvoorspelbaar bent