Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Stralend zand, en een verschuivend land NATUURKUNDE

Home

MARK TRAA

Schrik niet: de Nederlandse stranden worden radioactiever. De hoeveelheid natuurlijke radioactieve straling in zand is uiterst klein, maar feit is dat de zee geneigd is zware mineralen op te hopen bij de kust.

De ene zandkorrel is de andere niet. Zand bestaat uit lichte en zware korrels. De lichte bevatten vooral kwarts en veldspaat, de zware onder meer zirkoon en monaziet. De beide laatste mineralen bestaan op hun beurt uit betrekkelijk hoge concentraties radioactief uranium en thorium. Het zijn geen doses om ons zorgen over te maken, maar ze zijn wel honderd tot tweehonderd maal zo groot als in de lichte mineralen. Met een stralingsmeter zijn ze prima te onderscheiden.

Wetenschappers maken dankbaar gebruik van dit verschil in radioactiviteit als ze de gedragingen van licht en zwaar zand onderzoeken. Kustbeschermers is er veel aan gelegen om onderzeese zandverplaatsingen te doorgronden. De verschijningsvorm van een zandkorrel is daarvoor van wezenlijk belang.

Zo verplaatsen zware korrels zich vrijwel uitsluitend in de richting van de golven - dus kustwaarts. Het is een enkele reis, want het terugtrekkende water mist kracht om deze mineralen nog in omgekeerde richting te bewegen. Lichte korrels zijn minder richtinggevoelig. Ze gaan met alle stromingen mee. Alleen op het eindpunt van een golfbeweging (zoals op het strand) hopen ze zich op - echter uitsluitend de grootste exemplaren.

In de zomer zijn de golven doorgaans te zwak om de zware mineralen te verplaatsen. Wel hebben ze nog juist voldoende kracht om lichte mineralen op het strand te deponeren. In de herfst en de winter, bij ruiger weer, blijft de aanvoer van zware mineralen naar het strand gehandhaafd en komen juist de kleine korrels niet meer: ze worden dan wel meegevoerd door de 'heen'golven, maar de 'terug'-golven deponeren ze weer op hun punt van vertrek. Per saldo spoelen er elk jaar meer zware dan lichte korrels aan.

Die overheersing wordt nog versterkt door eb en vloed. Bij de afvoer van zand in de richting van de open zee zinken de zware mineralen als eerste naar de bodem. Ze blijven dus het dichtst onder de kust liggen. In het geval van de Waddeneilanden blijken de zware mineralen zich op te hopen aan de uiteinden van de eilanden. De vloed, afkomstig uit het noordwesten, zorgt voor een voortdurende aanvoer van zandafzettingen bij de eilanden. De ebstroom is daar naar het zuidwesten gericht en neemt vooral licht materiaal mee de Waddenzee in.

Uit dit mechanisme is een les te trekken voor kustbeschermers. Tot dusver werden afgekalfde stranden 'opgeblazen' door er licht zand op te spuiten. Juist dit type zand verdwijnt echter in de winter in zee. Het lijkt slimmer om de zeebodem vlak voor het strand op te hogen met zwaar-mineraalzand. Dat zal zich dan vanzelf naar de kust toe bewegen.

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie