Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Stippen tellen voor de wetenschap

Home

HENK VAN HALM

Iedereen kent het lieveheersbeestje, misschien wel het meest geliefde insect. Tegenwoordig symbool tegen zinloos geweld vanwege zijn vermeende vreedzaamheid. Lieveheersbeestjes kunnen gevoelig bijten, maar dat weet bijna niemand. Ook niet dat er negenenvijftig soorten lieveheersbeestjes in ons land rondlopen en rondvliegen.

Het aantal stippen geeft geen leeftijd aan, maar is een soortkenmerk. Die tekening kan binnen een enkele soort nogal variëren. Erger nog, er zijn verschillende soorten met een vrijwel gelijke vlekkentekening, wat het herkennen er niet gemakkelijker op maakt.

De Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging heeft weer een nieuw waarnemingsproject ontwikkeld om mensen beter naar de natuur om zich heen te laten kijken. Ging het eerder om vliegenzwammen, hommels en overdag vliegende nachtvlinders, ditmaal gaat het om lieveheersbeestjes. Van de negenenvijftig zijn acht gemakkelijk herkenbare en redelijk veel voorkomende soorten gekozen en afgebeeld op een zoekkaart (kosteloos verkrijgbaar bij bezoekers- en infocentra van Staatsbosbeheer en It Fryske Gea en de verkooppunten van het IVN of door een briefje te sturen naar het KNNV Lieveheersbeestjesproject, Postbus 19320, 3501 DH Utrecht, met insluiting van een postzegel van 80 cent). Aan die zoekkaart is een waarnemingsformulier gehecht, dat teruggezonden kan worden. Er is ook een boekje over lieveheersbeestjes uitgegeven: Lieveheersbeestjes in beeld met een handige uitklapkaart, waarop achttien soorten zijn afgebeeld (te bestellen voor fl.7,95 + fl.3,50 verzendkosten op giro 13028 van de KNNV Uitgeverij in Utrecht, met vermelding van de titel).

Alle binnenkomende gegevens worden uiteindelijk verwerkt in een overzicht van de verspreiding en de biologie van deze acht soorten en van andere bijzonderheden die uit de waarnemingen naar voren kwamen.

Bladluizenverdelgers

Het zevenstippelig lieveheersbeestje is de gewoonste soort, in elke tuin op allerlei lage planten en struiken te vinden. De zeven zwarte stippen zijn verdeeld over de twee knalrode dekschilden: drie op elk schild, het zevende boven aan de naad tussen beide schilden. Op het zwarte halsschild zijn twee witte vlekken te zien, maar die tellen niet mee.

Het vrouwtje legt in het vroege voorjaar eitjes op de onderkant van bladeren van planten, die door bladluizen zijn aangetast. De larven, blauwgrijs met zwarte stekelige wratten en flets oranje vlekken, zijn onvermoeibaar op jacht naar bladluizen, waaronder veel soorten die schadelijk zijn op groenten en vruchtbomen. Kevers en larven eten naast bladluizen ook trips en larven van bladhaantjes en zelfs van verwante lieveheersbeestjes.

Soms tref je in het voorjaar ongelooflijke aantallen kevers bijeen aan op dijken, waar ze tussen de basaltstenen hebben overwinterd. 's Zomers zie je ze vaak massaal op het strand, waar ze zich verzamelen om de schaarse helmsprieten en andere voorwerpen. Het schijnt dat ze van overzee door de wind met zwermen bladluizen worden aangevoerd. Voedselgebrek maakt ze hongerig, wat ik wel eens aan den lijve ondervonden heb. Vooral badgasten worden gebeten.

Andere bladluizenjagers

Het elfstippelig lieveheersbeestje kom je nogal eens in huis tegen, waar het dikwijls overwintert. Het lijkt heel veel op de zevenstip, maar heeft op elk dekschild vijf stippen plus het ene boven aan de naad direct achter het halsschild. Het zoekt bladluizen voornamelijk op lage planten en grassen en komt zelden in bomen of struiken.

Het tweestippelig lieveheersbeestje is bijna even algemeen als de zevenstip. Het heeft maar een stip op elk dekschild, maar grotere witte vlekken op het halsschild dan de twee voorgaande soorten. Het zoekt de bladluizen op allerlei loofhout.

Het oogvleklieveheersbeestje is misschien het mooiste lieveheersbeestje dat wij in ons land kennen. Het is tevens de grootste soort, niet zo knalrood, meer roodgeel, dan de andere soorten. Het heeft lichtgeel omrande zwarte vlekken op de schilden en veel meer witte vlekken op het halsschild. Het komt een enkele keer op berken of eiken, maar vooral op dennen voor, wat betekent dat je het met name ontmoet op zandgronden. Ook deze soort kan in opmerkelijke aantallen op het strand voorkomen.

Het veertienstippelig lieveheersbeestje, in heel Nederland te vinden, is een buitengewoon variabele soort, waarbij de veertien zwarte stippen op de citroengele dekschilden op allerlei manieren kunnen samenvloeien, soms tot een opmerkelijk dambordpatroon.

Leven van meeldauw

Het tweeëntwintigstippelig lieveheersbeestje leeft nu eens niet van bladluizen, maar van meeldauwschimmels. Toen mijn druif eens bijna ten onder ging aan het 'wit', zag je ze overal op de aangetaste bladeren. Het is ook citroengeel, met tien zwarte stippen op elk dekschild en vijf zwarte spikkels op het halsschild. Eigenlijk dus vijfentwintig stippen, maar misschien was de naamgever slecht in tellen.

De zestienpunt (bleekgeel met acht onregelmatige zwarte vlekjes op elk dekschild) voedt zich ook met meeldauw en tevens met stuifmeel van grassen en met bladluizen, als hij die tegenkomt. Het is het minst voorkomende van de acht lieveheersbeestjes, voornamelijk te vinden aan de grote rivieren, langs de kust en op vochtige heideterreinen.

De viervlek is zwart op twee witte vlekjes naast de kop en vier rode vlekken op de rug na. Hij jaagt voornamelijk op allerlei bomen op bladluizen en schildluizen en is zelden op lage planten en struiken te vinden. Vooral algemeen op zandgronden.

Hartstochtelijke minnaars

Soms zie je lieveheersbeestjes paren. Dat gaat op een bijzonder energieke wijze en zeer voortvarend. Zonder veel omslag wordt het vrouwtje benaderd en vindt met veel gewiebel de copulatie plaats. Met veel meer passie dan de doodstille zaadoverdracht bij snuit- en loopkevers bijvoorbeeld. Wie het eenmaal gezien heeft, vergeet dat nooit meer. Lieveheersbeestjes observeren is meer dan alleen stippen tellen.

Het zevenstippelig lieveheersbeestje (rood met zeven zwarte stippen) is de bekendste soort, omdat deze overal in het land veel in tuinen voorkomt.

De wrattige larve van de zevenstip loopt over lage planten op jacht naar bladluizen, haar voornaamste voedsel.

Het oogvleklieveheersbeestje leeft voornamelijk op naaldbomen en is gemakkelijk te herkennen aan de lichtgeel omrande stippen op de dekschilden.

Het tweeëntwintigstippelig lieveheersbeestje behoort tot de kleine soorten. Hier paren er twee op een met schimmeldraden van de meeldauw overtrokken blad.

FOTO'S HENK VAN HALM, TROUW

Deel dit artikel