Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Stierenvechten stuit op toenemend Frans verzet

Home

Marijn Kruk en Nîmes

Nîmes viert vijf dagen feest tijdens de Feria, een stierenvechtfestijn. Maar niet iedereen is enthousiast. „Deze barbarij moet stoppen.”

Vertwijfeld laat de enorme zwarte stier zijn blik door de arena gaan. Hij ademt zwaar. Op zijn rug tekent zich een diep rode vlek af. Nadat de ’de picadores’ op paarden hem zo juist hebben verzwakt, is het nu de beurt aan de ’peones’ die de ’banderillas’ met een sierlijk gebaar in zijn nek werpen.

De blaaskapel heft nu een trage Paso Doble aan: tijd voor de eindstrijd. De matador treedt naar voren; zwaait met zijn rode doek en steekt tot vijf keer met zijn zwaard in de nek van de stier. Vanaf de tribune klinkt boe-geroep. „Ik hou wel van een mooi gevecht”, zegt Ada Bohollo (19) op de tribune tussen de 6000 toeschouwers. En dat wil zeggen: een aanvallende stier, een sierlijke bewegende matador en een snelle dood. Liefst in één zwaardsteek.

Samen met haar moeder Isabella (47) schreeuwt zij verwensingen de arena in. „Maar dit is niets!” Dit is niet Madrid, maar Nîmes. En Ada en Isabella zijn geboren Nîmoises. Het Zuid-Franse stadje is het bloeiende centrum van de tauraumachie zoals stierenvechten in Frankrijk wordt genoemd. Helemaal tijdens de Feria van Nîmes die tot en met maandag duren. Ruim een miljoen mensen bezoeken dit jaarlijkse evenement. Vijf dagen is het feest met optochten en optredens, er wordt gedanst, gedronken en gegeten. En naar stierengevechten gekeken vooral, want daar draait het allemaal om tijdens de Feria. Dit keer zullen zestig stieren er aan moeten geloven.

Vooral in Zuid-Frankrijk is het stierengevecht populair. Het stierengevecht werd in 1951 gelegaliseerd op plaatsen waar sprake was van een ’ononderbroken lokale traditie’. De afgelopen jaren nam het een hoge vlucht. Behalve in Nîmes zijn er Feria’s in Arles en Alès. De arena’s van Bayonne, van Carcassonne en Fréjus organiseren geregeld, zo niet wekelijks gevechten. Matadors als Juan Dauttista, Marc Serrano en Sébastien Castella worden als helden vereerd.

In Spanje, de bakermat van het stierengevecht, is het niet onopgemerkt gebleven. „Vroeger dachten we dat er nooit een goede matador uit Frankrijk zou kunnen komen”, zegt José Manrudia in de coulissen van de arena. Manrudia, geboren Spanjaard en oud-matador, is nu directeur van de matadorsopleiding in Nîmes. „Maar tegenwoordig doen de Fransen volop mee. Denk aan Sebastien Castella die wordt gerekend tot de drie beste vechters ter wereld.”

Links en rechts schudt Manrudia handen. Zo’n dertig leerlingen heeft zijn school onder haar hoede. Van de gevechten tot nu toe heeft hij geen al te hoge dunk. „Aan de matadors ligt het niet; de stieren zijn nogal middelmatig vandaag. Ze vallen weinig aan en treden niet in het spel”

Niet iedereen in Nîmes is even gecharmeerd van het stierengevecht. Claire Starozinski bijvoorbeeld, een voormalige onderwijzeres, richtte in 1994 de Stichting Anti Corrida op en komende zondag en maandag laat ze een vliegtuigje over de arena vliegen met de tekst ’stierenvechten verjaagt de toeristen’.

Haar verzet is principieel. „Deze barbarij hoort niet langer thuis in het Frankrijk van 2008”, zegt ze. Haar stichting wordt gesteund door prominente Fransen als de filosoof Michel Onfray en de protestzanger Renaud.

Sinds een paar jaar heeft Starozinski een luisterend oor bij de regering. Ze toont een brief van president Sarkozy waarin staat dat de regering op het ogenblik studeert op een toegangsverbod voor kinderen jonger dan 15 jaar. „Een stap op weg naar een volledig verbod”. De komende zomer zal haar vliegtuigje ook langs de kusten van de Côte d’Azur trekken.

Op de tribune maken Ada en Isabella zich op voor het laatste gevecht van vandaag. Bezwaren wuiven ze weg. „Het zit nu eenmaal in de cultuur”, zegt Isabella, „het is iets heiligs”.

„Het is waar dat er veel mensen tegen zijn of zeggen dat het wreed is”, zegt Ada, „maar de stieren hebben een mooi leven gehad, en kom daar maar eens om in de bio-industrie.”

Deel dit artikel