Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Steun aan Syrische rebellen maakt Nederland juridisch kwetsbaar

Home

Ghassan Dahhan, Milena Holdert, Iris Ludeker en Edwin Kreulen

© Studio Trouw BR

Met de hulp aan Syrische rebellen heeft Nederland zich juridisch in een kwetsbare positie gemanoeuvreerd. Zowel het Assad-regime, Syrische burgers die hebben geleden onder de rebellen, en Nederlandse Syriëgangers staan mogelijk sterker, als het ooit tot rechtszaken komt.

Welke juridische wapens kan Assad inzetten tegen Nederland?

Lees verder na de advertentie

“Syrië kan hypothetisch gezien bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag aankloppen, waar staten kunnen procederen", zegt advocaat Geert-Jan Knoops. "Daar kan hij naar voren brengen dat Nederland en andere Europese landen het internationaal recht schonden door te interveniëren in de interne strijd in Syrië. Het zou niet de eerste keer zijn dat een land met succes zo’n zaak voert.

“De Amerikaanse president Reagan was in de jaren tachtig fel tegen de linkse regering van Daniel Ortega in Nicaragua, en is toen de Contra’s, een rechtse rebellenbeweging, gaan steunen met trainingen, maar ook met materiaal en geld. Nicaragua heeft in 1986 een zaak aangespannen tegen de VS bij het Internationaal Gerechtshof, omdat het vond dat Washington het zogeheten non-interventiebeginsel had overtreden, het principe dat je je niet mengt in de interne politiek van een ander land.

Overigens zei Amerika toen, net als Nederland nu, dat het de hulp gaf voor een goed doel, maar de rechter oordeelde anders

Geert-Jan Knoops

“De VS werden door het Internationaal Gerechtshof inderdaad verantwoordelijk gehouden voor het overtreden van het non-interventiebeginsel, en zijn toen veroordeeld tot herstelbetalingen – die ze overigens nooit betaald hebben.

© Studio Trouw

Een risico

“Er is een zekere parallel tussen de situatie in Syrië en die in Nicaragua, omdat de goederen die geleverd zijn kunnen leiden tot een bijdrage op het slagveld. En dus kan die levering gezien worden als inmenging. Nederland kan op basis van de uitspraak van de Nicaragua-zaak ook aansprakelijk gesteld worden.

“Overigens zei Amerika toen, net als Nederland nu, dat het de hulp gaf voor een goed doel, namelijk het steunen van vrijheidsstrijders tegen een gewelddadig regime. Maar de rechter oordeelde anders. Dus Nederland loopt nu ook een risico.

“Assad kan dezelfde argumenten aanvoeren als destijds Ortega, door te wijzen op de schending van die beginselen, maar ik denk niet dat hij dat zal doen. Allereerst omdat de rechter zal kijken of er rechtvaardigheidsgronden waren voor Nederland om dit te doen. Het zou best kunnen zijn dat rechters zeggen: er is objectief sprake geweest van schending van het internationaal recht door Nederland of andere landen, maar er is in het internationaal recht ook een rechtvaardigingsgrond: je kunt je beroepen op een noodtoestand of op zelfverdediging. Dat is een discussie die dan pas komt en dat risico zal Assad niet nemen, denk ik.”

Maken Syrische slachtoffers kans in zaak tegen Nederland?

Nederland heeft misschien weinig te vrezen van Syrië, maar de staat kan zijn borst natmaken als gedupeerde Syriërs zich melden bij een Nederlandse rechter. Slachtoffers of nabestaanden van (oorlogs)misdaden die begaan zijn door rebellen die Nederlandse steun kregen, hebben een zaak als ze Nederland aansprakelijk stellen, zegt Göran Sluiter, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.

De rechter oordeelde dat als je kunt weten dat het ergens niet pluis is, je geen steun mag geven

Göran Sluiter

Dat kan via het civiele recht, zegt Sluiter.  Slachtoffers kunnen via die weg proberen schade te verhalen op de staat als die behulpzaam is geweest bij het begaan van misdrijven. Sluiter doet grootschalig onderzoek naar deze vorm van secundaire aansprakelijkheid: “Er ligt veel jurisprudentie voor een dergelijke zaak.” 

Dat slachtoffers niet kansloos zijn, wijst de Srebrenica-zaak uit: nabestaanden van mensen die daar omkwamen, wonnen in 2012 hun zaak tegen de Nederlandse staat. Hun geliefden werden door Nederlandse militairen overgedragen aan Bosnisch-Servische militairen, die hen vermoordden. De rechter achtte de staat secundair aansprakelijk: weliswaar begingen Nederlandse militairen niet zelf misdrijven, maar zij stelden anderen daartoe in staat. Net zo zouden Syrische slachtoffers kunnen stellen dat Nederland rebellen in staat stelde om misdrijven tegen de burgerbevolking te begaan.

Lat niet zo hoog

En er ligt meer jurisprudentie. Wapenhandelaar Frans van Anraat werd in 2007 veroordeeld vanwege medeplichtigheid aan oorlogsmisdrijven. Hij had in de jaren tachtig grondstoffen voor chemische wapens geleverd aan het Iraakse regime, dat die onder meer inzette bij de aanval op het Koerdische stadje Halabja. Tijdens het proces werd bewezen dat de wapens gefabriceerd waren met de grondstoffen van Van Anraat. 

Maar, stelt Sluiter, zo hoog ligt de lat niet eens. Zakenman Guus Kouwenhoven leverde in de jaren negentig wapens aan het Liberiaanse regime, dat verantwoordelijk was voor grootschalige moordpartijen en verkrachtingen. Of Kouwenhovens wapens werden gebruikt bij afzonderlijke misdrijven kon niet bewezen worden, maar veroordeeld werd hij wel. Sluiter: “De rechter oordeelde dat als je kunt weten dat het ergens niet pluis is, je geen steun mag geven.” 

Slecht nieuws voor Nederland, want voor een rechtspersoon als de staat ligt de kennislat hoger dan voor een individu. Van de staat kan verwacht worden dat die zich goed op de hoogte stelt.

De staat kan aanvoeren dat de geleverde spullen niet voor de gewapende strijd bedoeld waren. Maar ook dat zegt niet alles. Laura H., echtgenote van een IS-strijder, werd veroordeeld omdat zij voor haar man had gekookt. Daarmee zou zij ‘voorbereidende handelingen’ hebben verricht voor diens misdrijven.

Staan Syriëgangers nu sterker in hun rechtszaken?

Advocaten van Syriëgangers kunnen gebruikmaken van de informatie dat het Nederlands kabinet een aantal groeperingen in het land steunde. Dat zou betekenen dat meerdere zaken niet doorgaan en dat oude zaken waarin jihadstrijders zijn veroordeeld, over moeten, zegt Geert-Jan Knoops, die behalve advocaat ook hoogleraar internationaal recht is. “De Nederlandse staat wist of kon weten dat die steun gebruikt zou worden voor operaties op het slagveld.”

Als diezelfde staat – in de gedaante van het Openbaar Ministerie – burgers vervolgt die in diezelfde groeperingen actief zijn ‘onder het mom van een bijdrage aan een terroristische organisatie’, dan meet de overheid volgens Knoops met twee maten. “Dat valt juridisch niet te verdedigen. Het zou kunnen betekenen dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk wordt verklaard.” Er is dan geen reden meer om de Syriëganger te vervolgen. 

Er zijn serieuze aanwijzingen dat er veel meer informatie is; een advocaat kan aan de strafrechter om onderzoek vragen

Geert-Jan Knoops

Het gelijkheidsbeginsel in het strafrecht zou het Openbaar Ministerie hier parten kunnen spelen. De staat kan immers niet stafrechtelijk worden vervolgd. Dan zou het heel vreemd zijn dat burgers op dit punt wél voor de rechter moeten komen, aldus Knoops. “Het zou mij niet verbazen dat de Nederlandse strafrechter in zo’n geval inderdaad zegt: ja, dit valt niet uit te leggen.”

Nieuwe gegevens

Het zou het beste zijn, aldus Knoops, dat het Openbaar Ministerie alle jihadzaken stillegt totdat precies duidelijk is welke groeperingen steun kregen van het kabinet. Dat zou betekenen dat lopende zaken vertraging oplopen.

Het is volgens Knoops goed mogelijk dat rechtszaken waarin Syriëgangers al zijn veroordeeld, opnieuw moeten worden gevoerd. In het Nederlandse rechtssysteem is herziening (heropening van een al afgesloten strafzaak) immers mogelijk. “Ook als sprake is van nieuwe gegevens die de ontvankelijkheid raken. Er is nu informatie naar boven gekomen die ten tijde van de berechting van een aantal zaken nog niet bekend was bij de strafrechter. Die mensen zijn veroordeeld.” De Hoge Raad kan besluiten tot een dergelijke herziening.

Ook als een advocaat iemand verdedigt die bij een heel andere groepering meevocht dan het lijstje dat van Nederland steun kreeg, zou het lonend kunnen zijn om te vragen om een nieuw onderzoek, zegt Knoops. Nederland mag IS dan niet gesteund hebben, er is nog veel onduidelijk. “Er zijn serieuze aanwijzingen dat er veel meer informatie is. Dan kan een advocaat aan de strafrechter om onderzoek vragen. Daarbij wordt het OM opgedragen na te gaan of de groepering in dat strafdossier wellicht ook steun van Nederland heeft gehad.”

Lopende jihadzaken

In Nederland zijn tientallen Syrië-reizigers voor de rechter gekomen voor jihadisme, en naar verwachting komen er nog zeker evenveel zaken op de rol. Het gaat vooral om mannen die zich aansloten bij groeperingen als IS, waarvan het uitgesloten is dat die steun kregen van de Nederlandse overheid.

Vorig jaar werd de 41-jarige Driss M. veroordeeld tot drie jaar cel, waarvan een jaar voorwaardelijk, nadat hij op Facebook had aangekondigd dat hij ten strijde zou trekken en dat hij zich had aangesloten bij Jabhat al-Shamiya, een van de organisaties die wél steun kregen. De rechtbank zag geen bewijs voor terrorisme, alleen voor het voorbereiden van moord. 

Binnenkort dient het hoger beroep van M.. Hij verklaarde juist tégen IS te hebben gevochten. Een woordvoerder van het landelijk parket, het onderdeel van het Openbaar Ministerie dat jihadzaken behandelt, zegt dat justitie een eigen definitie van een terroristische organisatie hanteert. “Daarbij gaat het om de wens een kalifaat te stichten. We maken geen onderscheid tussen extremistische en terroristische organisaties.”

Het is te verwachten dat het OM ondanks de informatie van deze week, opnieuw zal vragen om een terrorismeveroordeling voor M.. Diens advocaat Michiel Pestman liet al weten dat de nieuwe informatie deze claim nog verder op losse schroeven zet.

In ons dossier Nederlandse steun aan Syrische rebellen leest u alle artikelen die verschenen over en naar aanleiding van de onthullingen van Trouw en Nieuwsuur, waaronder:

Nederland steunde 'terreurbeweging' in Syrië

De Nederlandse regering heeft een gewapende groepering in Syrië gesteund die door het Openbaar Ministerie als ‘terroristisch’ wordt beschouwd. Dat blijkt uit onderzoek van Trouw en Nieuwsuur. 

Zo kwam verslaggever Ghassan Dahhan in contact met Syrische rebellenleiders

Verslaggever Ghassan Dahhan ontdekte samen met Nieuwsuur-journalist Milena Holdert dat de Nederlandse regering een gewapende groepering in Syrië heeft gesteund die door het Openbaar Ministerie als ‘terroristisch’ wordt beschouwd. Hoe achterhaal je waar die Nederlandse steun terechtkomt? Dahhan legt uit hoe hij te werk is gegaan.

Deel dit artikel

Overigens zei Amerika toen, net als Nederland nu, dat het de hulp gaf voor een goed doel, maar de rechter oordeelde anders

Geert-Jan Knoops

De rechter oordeelde dat als je kunt weten dat het ergens niet pluis is, je geen steun mag geven

Göran Sluiter

Er zijn serieuze aanwijzingen dat er veel meer informatie is; een advocaat kan aan de strafrechter om onderzoek vragen

Geert-Jan Knoops