Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Sterf in stijl, sterf samen

Home

Leonie Breebaart

Anton van Hooff: 'Het woord zelfmoord bestaat in de Oudheid helemaal niet.' © Patrick Post
Interview

Toen Seneca ging sterven riep hij zijn vrienden bij elkaar. Een arts hielp hem de dood te voltrekken. Zo kan het ook, zegt classicus Anton van Hooff. De Oudheid leert ons de angst en schaamte voor de dood te overwinnen.

'Nee hoor, zelf heb ik helemaal geen zelfmoordneigingen", lacht Anton van Hooff . Maar als filosofisch probleem houden dood en zelfdoding de Nijmeegse classicus en filosoof wél bezig. Blijft er na de dood iets van ons over? Hoe houden we de herinnering in leven? Waarom stappen mensen vrijwillig uit het leven - en moet je suïcidalen veroordelen of helpen?

Zulke vragen behoren volgens Van Hooff niet alleen tot de fundamenteelste van de filosofie, ze houden 21ste-eeuwers ook sterk bezig. Zo meldde het tv-programma 'Strohalm' vorig jaar dat een half miljoen Nederlanders rondloopt met suïcidale plannen. Kan de Oudheid licht werpen op onze omgang met de dood - die vraag probeert Van Hooff te beantwoorden in zijn nieuwste boek, 'Sterven in stijl'. "Ik heb weleens tegen een student gezegd: 'Wat er in de Oudheid precies gebeurd is, interesseert me eigenlijk geen barst. Geschiedenis is voor mij denkmateriaal. Het is een spiegel'."

Hoe komen we erachter wat de Grieken en Romeinen dachten?
"Dat is het mooie. Er is ongelooflijk veel materiaal. Monumenten, gedichten, filosofische teksten, tienduizenden grafinscripties. Natuurlijk geven die alleen een indruk van hoe de elite omging met de dood. Anderen werden gewoon in een pot gestopt of kregen houten monumenten, die zijn allang vergaan."

Wat is u vooral opgevallen aan de antieke omgang met de dood?
"Gedurende de hele Oudheid, tot de christelijke tijd aan toe, bestond een geweldige behoefte de doden vast te houden, te vereeuwigen. Liefst in steen, want zo'n steen blijft wel even staan. Natuurlijk kennen wij dat verlangen ook, maar de Grieken en Romeinen bouwden hun grafmonumenten echt met de gedachte dat die eeuwig overeind zouden staan. Ook zijn de grafinscripties vaak zeer uitvoerig: ze memoreren bijvoorbeeld de volledige carrière van de overledene. Op Romeinse grafmonumenten prijken vaak uiterst realistische portretten van de gestorvenen, soms met pukkel en al. Allemaal manieren om de herinnering levend te houden."

Die behoefte de doden te vereeuwigen, kwam die voort uit een gebrek aan geloof in een wereld na de onze?
"Niet helemaal. Het interessante is juist, dat troostende ideeën over een hiernamaals bij de Grieken en Romeinen ook al voorkwamen. Het vermoeden dat er toch iets van de gestorvene moet overblijven, via zielsverhuizing of wat dan ook, vind je al bij Pythagoras en Plato. Grafschriften getuigen daar ook van: "Niet gestorven ben je, Protè, maar je bent verhuisd naar een betere plaats en je bewoont de eilanden van de gelukzaligen in volle feestelijkheid. Daar op de Elyseïsche vlakten dans je blij rond tussen de zachte bloemen ver van alle kwaad."

Lees verder na de advertentie
Gedurende de hele Oudheid, tot de christelijke tijd aan toe, bestond een geweldige behoefte de doden vast te houden, te vereeuwigen

Mummieportretten: jongen 100-150 n.C. (Brits Museum, Londen); Demetrios, gestorven op 89-jarige leeftijd (Brooklyn Museum, New York) ©

En als je daar niet in geloofde?
"Dan kon je twee kanten op. Je kon zeggen: we gaan nou eenmaal allemaal dood, leg je dus neer bij het lot. Dat is de strategie van de stoïcijnen. Maar die is eigenlijk heel kil, daar klaagden ze in de Oudheid al over. Alsof je geen reden hebt om te rouwen als je kind of je vrouw sterft!

Het advies van het epicurisme is troostender, al is het in zekere zin ook een dooddoener: 'Als ik er ben is de dood er niet, en als de dood er is ben ik er niet.' Ja, dat haalt je de koekoek. Maar Epicurus doet ook nog iets anders, hij roept ons op te genieten zolang het nog kan. Een epicureïsche grafsteen roept de voorbijganger als het ware toe: 'Hier lig ik nou, straks lig jij hier ook. Dus drink wijn en vermaak je met de meisjes'. Van alle antieke denkrichtingen staat die filosofie denk ik het dichtst bij het moderne humanisme: de Oudheid is vaak heel herkenbaar.

Later, met de doorbraak van het christendom, wint het geloof in een hiernamaals terrein. 'De dood gaat dood', roept een christelijke epitaaf triomfantelijk. Maar er gebeurt ook iets nieuws: het hiernamaals democratiseert. Dat we op de jongste dag zullen opstaan uit de dood, zelfs vrouwen en slaven, was natuurlijk een aantrekkelijk idee."

En zelfdoding? Hoe werd daar tegenaan gekeken?
"Er zijn twee manieren om aan de dood te ontsnappen: religie en zelfdoding. Religie lost het probleem op dat je eindig bent; zelfdoding het probleem dat je niet zelf je moment mag kiezen. Wat opvalt, is dat het woord zelfmoord in de Oudheid helemaal niet bestaat. Zowel in het Grieks als in het Latijn wordt gerept van een 'vrijwillige dood'. Er zit dus een wilselement in: je bent op zeker moment in een uitzichtloze situatie, je zult verkracht worden of anderszins zwaar vernederd, dan is het zaak de eer aan jezelf te houden, dat is moedig en heldhaftig.

Daarbij speelt mee dat de Oudheid een schaamtecultuur is - een beetje zoals Japan in onze tijd, hoewel je die sociale druk in het Westen ook wel vindt. Een Amerikaanse psychologe die zelfmoord onder meisjes onderzoekt, heeft me eens verteld: hun probleem is dat ze zichzelf zien door de ogen van anderen. Dat heb ik altijd onthouden. Zo was het bij de Grieken en Romeinen ook, steeds vroegen ze zich af: hoe denken anderen over mij? Je zou dus kunnen zeggen dat de Oudheid in dat puberstadium is blijven steken."

Religie lost het probleem op dat je eindig bent; zelfdoding het probleem dat je niet zelf je moment mag kiezen

Maar zondig was zelfmoord nog niet. Wanneer kwam die gedachte op?
"Zodra het idee ontstaat dat de mens bestaat uit ziel en lichaam, dat er een eeuwig element in het lichaam zit, wordt het taboe op zelfdoding groter. Eigenlijk heel paradoxaal, want als je dan zo gelooft in het voortbestaan van de ziel, kun je er toch rustig een einde aan maken? Maar dat mág niet, want dan gooi je iets weg, waar je niet over mag beschikken.

Je ziet dat nog steeds in de islam: zelfdoding is daar taboe. Moslims die zichzelf opblazen zijn dan ook geen zelfmoordenaars, maar martelaars. Die omslag in interpretatie zie je ook in de Oudheid. Het verhaal van een vrouw die spontaan op de brandstapel springt, wordt op een gegeven moment aangepast. Nee, ze sprong niet, ze werd naar die brandstapel gesleept. Want dan heeft kerkvader Augustinus gesproken, die zelfdoding beschouwt als moord op jezelf. En dus als zonde.

Hét voorbeeld is Lucretia. Lange tijd gold ze als het prototype van een vrouw die de eer aan zichzelf hield. Nadat de gehuwde Romeinse was verkracht én ruimhartig vergeven door haar familie sloeg ze alsnog de hand aan zichzelf - met een dolk zelfs, wat in tegenstelling tot het 'verwijfde' gif doorging voor een mannelijker methode. Augustinus is de eerste die haar status als heldin betwist. Moest ze zichzelf zo nodig doden, betoogt hij, ze was toch slachtoffer? Hij suggereert zelfs dat de heldhaftige Romeinse de verkrachting stiekem misschien wel lekker vond en uit schaamte dáárover de dood kiest.

Dankzij Augustinus' ideeën over zelfdoding groeit dan de opvatting dat je niet mag beschikken over je eigen leven. Dat idee heeft lang standgehouden. Nog tot ongeveer 1800 kregen zelfmoordenaars een hondenbegrafenis. Een paar jaar geleden nog mocht een vrouw uit Noord-Brabant, die euthanasie had laten plegen, van de kerk niet begraven worden in heilige grond."

Over hulp bij zelfdoding werd door Romeinen ook anders gedacht?
"Ja, dat zie je aan de uitvoerig beschreven taferelen bij de dood van filosoof en senator Seneca. Eerst wordt hij geholpen door een chirurgijn, later dient een geneesheer hem nog vergif toe. In verslagen van zulke scènes staat vaak dat de senator 'zijn aderen aanbiedt'. Maar vergeet niet dat artsen in de Oudheid een heel andere rol hebben: je huurt ze in en dan doen zij wat jij ze opdraagt. De geneesheer, vaak een slaaf, heeft geen eigen beroepsethiek.

Dankzij Augustinus' ideeën over zelfdoding groeit dan de opvatting dat je niet mag beschikken over je eigen leven

'Met de doorbraak van het christendom, wint het geloof in een hiernamaals terrein. 'De dood gaat dood', roept een christelijke epitaaf triomfantelijk.' © Patrick Post

Dat de eed van Hippocrates de artsen toen al had moeten weerhouden van hulp bij 'euthanasie' is een hardnekkig misverstand. Ten eerste gold die eed alleen voor de aanhangers van Hippocrates, een aparte medische school.

Ten tweede verbiedt die eed helemaal geen hulp bij zelfdoding. In het Grieks staat er: 'Ik zal aan niemand desgevraagd een dodelijk gif verstrekken'. Dus: als iemand ánders mij vraagt de patiënt gif te verstrekken, weiger ik dat. Dát was de grote angst van de Grieken en Romeinen. Een arts kon je wat vergif toedienen zonder dat je het doorhad. Dus als je zo iemand inhuurde wilde je zeker weten: dat zal hij niet doen."

Uw boek heet 'Sterven in stijl'. Zijn we dat sinds de Oudheid verleerd?
"Het probleem is dat wij zelfdoding zien als een uiting van psychische wanhoop. Maar dat denkkader bestond in de Oudheid niet. Daarom trok de stervende zich ook niet terug. Hij riep zijn familie bij elkaar, zijn artsen, zijn vrienden en begon te delibereren. Is er nog hoop. Nee? Nou, dan stap ik eruit. Dat mensen zo'n besluit samen nemen, daar ben ik hartelijk vóór. Waarom? Omdat nabestaanden na een zelfdoding vaak met vreselijke vragen blijven zitten. Wat ging er mis? Waarom heb ik het niet gezien? Als ze hun dood bespreken, kunnen degenen die achterblijven zich er beter mee verzoenen.

Soms heb je ook letterlijk de hulp van vrienden nodig. Dat heb ik geleerd van Veroni Steentjes, een vrouw die ik al twintig jaar ken en aan wie dit boek is opgedragen. Sinds haar puberteit is ze verlamd over haar hele lichaam. Ze kan dus letterlijk niet de hand aan zichzelf slaan. Ze vindt het leven nog steeds de moeite waard, maar wil wel zeker weten dat iemand haar helpt als ze eruit wil stappen. Geen arts durfde haar dat te beloven. Gelukkig heeft de Levenseindekliniek in Den Haag nu gezegd: als je zover bent, zullen wij je helpen. Dat ze zelf over haar leven kan beschikken, maakt het voor haar levenswaard."

Hebt u voor zichzelf ook alvast een grafschrift bedacht?
Lachend: "Als epicurist zou ik het liefst helemaal geen steen willen, alleen vindt mijn vrouw dat ik daarover dan niets meer te zeggen heb. Maar als het dan toch moet, kies ik voor 'vixi': ik heb geleefd. Ik heb uit het bestaan gehaald wat erin zat. En dat is nu afgelopen."

Het probleem is dat wij zelfdoding zien als een uiting van psychische wanhoop

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie
Gedurende de hele Oudheid, tot de christelijke tijd aan toe, bestond een geweldige behoefte de doden vast te houden, te vereeuwigen

Religie lost het probleem op dat je eindig bent; zelfdoding het probleem dat je niet zelf je moment mag kiezen

Dankzij Augustinus' ideeën over zelfdoding groeit dan de opvatting dat je niet mag beschikken over je eigen leven

Het probleem is dat wij zelfdoding zien als een uiting van psychische wanhoop