Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Steden strijden tegen donkere winkelstraat

Home

Marten van de Wier

Breda gaat het wonen boven winkels weer stimuleren. Ruim twintig Nederlandse steden doen hetzelfde, maar de resultaten zijn wisselend.

Soms drukken dronkelappen op hun zwalktocht door de stad haar deurbel in. En rond tien uur ’s avonds staan vaak jongeren beneden op straat nét iets te hard te praten. Maar Pritha Primasari (27) krijgt er een prachtig appartement in de historische binnenstad van Breda voor terug. Op vijf stappen lopen zijn de terrasjes van de Grote Markt. „Het nadeel is wel dat je niet veel meer van de rest van de stad ziet als je hier woont. Je komt het centrum niet meer uit”, zegt Primasari.

Primasari woont boven Barf, een zaak in huishoudelijke artikelen, en schuin boven coffeeshop Paradijs. Maar veel andere bovenverdiepingen in het centrum staan leeg. Daarom blaast Breda het project ’Wonen boven winkels’ nieuw leven in. De gemeente draagt met een subsidie van maximaal 10.000 euro per pand bij aan het renoveren van etages. Ook andere steden doen dat. Ruim twintig gemeenten zijn lid van de vereniging Wonen boven winkels Nederland.

Volgens het ministerie van vrom staan in Nederland zo’n 40.000 verdiepingen in de stadscentra leeg. „Het geeft een unheimisch gevoel als je ’s nachts door zo’n donkere winkelstraat loopt”, vindt de Bredase wethouder Pieter van Yperen. Verlichte ramen op de bovenverdiepingen gaan dat tegen. Bovendien zorgt bewoning ervoor dat de etages niet verloederen.

Pandeigenaren zijn echter vaak alleen geïnteresseerd in de begane grond. Verhuren van de bovenverdieping levert in verhouding niet zoveel op. In veel gevallen is de trap eruit gesloopt. Om bovenverdiepingen weer bewoonbaar te maken, moeten ze grondig gerenoveerd worden en een eigen voordeur krijgen. Eigenaren zien die investering niet zitten.

Etiènne van de Rakt, eigenaar van de winkels onder het huis van Primasari, snapt dat wel. Hij liet zijn panden met geld van de gemeente renoveren. In 2002 stopte Breda met ’Wonen boven winkels’, omdat het geld op was. Nu verbouwt hij op eigen kracht een pand aan de overkant. „Eigenlijk is het van de zotte. Het kost teveel, het rendement is te klein.” Hij is blij dat Breda de regeling nu weer van stal haalt. „Ik ben een oude kraker. Vijftig procent van de binnenstad staat leeg, terwijl dat vaak prachtige woningen zijn met mooie oude plafonds. Zonde.”

De vorige ronde leverde Breda 110 woningen op. In andere steden gaat het minder vlot. Gemeenten moeten fors investeren in het overtuigen van eigenaren. Dat verklaart het succes van Breda, denkt Hans Thoolen, coördinator stedelijke kwaliteit. „Een architect met laptop ging persoonlijk bij alle eigenaren langs om te kijken wat mogelijk was. Je moet dan iemand hebben die zowel technisch is als communicatief, en creatief kan omgaan met de regelgeving.”

Maastricht boekte nog meer resultaat, maar die gemeente koopt zelf bovenwoningen aan via een NV. Eigenaren lopen daardoor minder risico. „Wij vinden dat geen taak van de lokale overheid”, zegt beleidsmedewerker Maarten Visser van Den Haag. In de hofstad verschenen slechts vier tot zes woningen met gemeentesubsidie. Volgens Visser komt dat omdat de gemeente zich alleen richt op de hoofdwinkelstraten. In de aanloopstraten doken in vijf jaar 70 woningen op, zónder steun van de gemeente.

Lees verder na de advertentie
(Trouw) © Maarten Hartman
Pritha Primasari in de Bredase winkelstraat waar ze woont. In de Nederlandse stadscentra staan zo¿n 40.000 appartementen leeg omdat verhuur voor de eigenaren niet lucratief is. (FOTO MAARTEN HARTMAN) © Maarten Hartman

Deel dit artikel