Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Staatsbezoek aan het land van Mandela en Krüger

Home

FRED LAMMERS

AMSTERDAM - Koningin Beatrix bezoekt volgende week Zuid-Afrika. Zij is de eerste Oranjevorst die een staatsbezoek aan dat land brengt. Koningin Juliana ging niet: zij keerde zich al vroeg tegen de apartheidspolitiek van de Nationale Partij. Premier Malan maakte in 1949 nog zijn opwachting bij haar, maar werd koel ontvangen.

Daarna verslechterde de verstandhouding snel, al ging prins Bernhard in de jaren '50 evenals premier Drees nog naar het land waarmee, sinds Jan van Riebeeck er een paar eeuwen eerder een Nederlandse kolonie vestigde, hechte banden werden onderhouden. De betrekkingen bereikten een dieptepunt na het drama van Sharpeville in 1960, waarbij 69 zwarte betogers tegen de apartheidspolitiek door de Zuid-Afrikaanse politie werden doodgeschoten.

Nederland ging Zuid-Afrikaanse producten boycotten. De op Robbeneiland gevangen gezette vrijheidsstrijder Nelson Mandela kon op sympathie rekenen. De Oranjes gaven anti-apartheidsactivisten als Beyers Naudé, Boesak en aartsbisschop Tutu een warm onthaal. Kort na zijn vrijlating in 1990 werd Mandela in Nederland stormachtig begroet.

Dat riep herinneringen op aan de ontvangst in 1900 van de Zuid-Afrikaanse vrijheidsstrijder Paul Krüger. Daarbij speelde koningin Wilhelmina een glansrol. Toen in de Boerenrepublieken Transvaal en Oranje Vrijstaat goud- en diamantvelden waren aangeboord, was Engeland er veel aan gelegen daar de invloed uit te breiden. Er dreigde oorlog.

Gezien de eeuwenoude banden met de bewoners van die landen reageerde Nederland verontwaardigd. Koningin Wilhelmina gaf er als net aangetreden 19-jarige vorstin blijk van geen doetje te zijn. Zij ging in op het verzoek van de Britse historicus Frederic Harrison, die een aandachttrekkende biografie over Willem van Oranje had geschreven, haar collega Victoria te benaderen.

Met haar moeder Emma stelde Wilhelmina in september 1899 een brief op aan haar 'geliefde tante'. Het heette een particulier schrijven, maar betrof een heet staatkundig hangijzer. Wilhelmina schreef koningin Victoria dat zij ontdaan was door de berichten die haar uit Zuid-Afrika bereikten. Haar 'geliefde tante' moest toch begrijpen dat zij het een afschrikwekkende gedachte vond dat twee landen die door hechte vriendschapsbanden met Nederland waren verbonden, met elkaar in oorlog dreigden te raken. Wilhelmina voelde zich daar zo nauw bij betrokken dat tante Victoria het haar maar niet kwalijk moest nemen dat zij daarover deze brief schreef en een beroep deed op de gevoelens van menselijkheid van haar tante, die toch algemeen bekend waren. Zij nam aan dat de dreigende oorlog ook Victoria met grote zorg vervulde omdat het aan beide zijden rouw en verdriet teweeg zou bengen in vele families. 'God geve dat uw wijsheid en ruimheid van opvattingen een weg moge openen deze calamiteit te voorkomen'. Wilhelmina ondertekende haar brief met 'uw zeer genegen nicht en zuster'.

Koningin Victoria antwoordde snel. Zij was ook afkerig van oorlog, maar kon er weinig tegen doen. Krüger had het zelf in de hand. Als hij voor rede vatbaar was zou er geen oorlog komen, liet zij Wilhelmina als 'haar zeer toegedane tante en zuster' weten.

De teleurgestelde Wilhelmina riep, omdat ze van Victoria weinig meer verwachtte, daarop de bemiddeling in van de Duitse keizer Wilhelm II.Zij schreef hem, zonder de regering erin te kennen, een brief. Toen die al hoog en breed in Berlijn was, biechtte de koningin aan minister De Beaufort van buitenlandse zaken op dat ze op eigen houtje iets had ondernomen dat staatkundig niet in de haak was. De Beaufort noteerde in zijn dagboek dat de koningin 'erg zenuwachtig' was toen ze hem over die brief vertelde. Ook Wilhelm liet zijn 'geliefde nichtje' weten niets voor de Boeren te kunnen doen. Hij verpakte zijn afwijzend antwoord in een brief vol bijbelteksten en dooddoeners. 'Alleen wie in God de Heer als opperste rechter gelooft, weet dat Hem niets in het leven van de volkeren ontgaat en dat Hij onrecht onherroepelijk streng bestraft'. Een plan de Russische tsaar Nicolaas te hulp te roepen, liet Wilhelmina varen.

De oorlog was niet meer te keren. De situatie werd zo netelig, dat president Krüger, nu alle hulp uitbleef, besloot zelf naar Europa te reizen om daar de belangen van zijn land te bepleiten. Koningin Wilhelmina werkte van harte mee aan het voorstel van de regering Hr Ms kruiser Gelderland, die op weg was naar Nederlands Indië, van koers te laten veranderen om president Krüger in het Portugese Lourenco Marques op te pikken en naar Marseille te brengen.

Engeland was woedend, maar elders in Europa was er veel bijval. In kranten in binnen- en buitenland verschenen tekeningen over 'het dappere Hollandse koninginnetje dat een oude, in het nauw gedreven grijsaard' de helpende hand bood. Krüger bereikte in Frankrijk, België en Duitsland niets. Vandaar ging hij naar Nederland. Als zijn trein het station van Zevenaar binnenrijdt, is er een telegram van koningin Wilhelmina waarin zij hem hartelijk welkom heet.

Een dag later wordt hij bij koningin Wilhelmina te dineren gevraagd. Als Krüger, denkend dat de vingerkom naast zijn bord is bedoeld om uit te drinken, die aan zijn mond zet, doet Wilhelmina, alsof het zo hoort, snel hetzelfde. Zij wil haar favoriet onder geen beding in verlegenheid brengen. Krügers ontvangst in Nederland is overweldigend. Overal staan juichende menigten.

Koningin Wilhelmina had bewezen niet bang te zijn voor het machtige Engeland. Zelfs in Duitsland werd zij geprezen als 'de enige man op een Europese troon'. Nederland hielp Krüger met veel geld en medische hulp. Uiteindelijk haalde het allemaal weinig uit. De Boeren trokken aan het kortste eind. President Krüger overleed in 1904 in het Zwitserse Clarens.

Wilhelmina bleef zich, hoewel zij nooit een staatsbezoek aan Zuid-Afrika bracht vanwege haar afkeer van verre reizen en warme landen, nauw betrokken voelen bij de gang van zaken daar. Op het eind van haar leven gaf zij een Zuid-Afrikaanse kunstenaar opdracht een portret van Paul Krüger voor haar te schilderen, bestemd voor haar werkkamer op Het Loo.

Het schilderij was in het najaar van 1962 gereed en werd per schip verstuurd. Het arriveerde enige dagen nadat koningin Wilhelmina was begraven in Apeldoorn. Het portret werd alsnog opgehangen op de plek die Wilhelmina daarvoor had bestemd. Bezoekers van het huidige nationale museum Paleis Het Loo kunnen het daar nog bekijken.

- Zie ook ZENZ 5 en 6

Deel dit artikel