Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Sprookjes van Grimmgaan over het leven zelf.

Home

door Bas Maliepaard

Roodkapje en Sneeuwwitje, maar ook Gelukkige Hans en Berenpels: dit jaar werden alle sprookjes van de gebroeders Grimm door de Unesco op de lijst van Werelderfgoed geplaatst. Afgelopen weekeinde verschenen de verhalen in een nieuwe, sprankelende Nederlandse vertaling van Ria van Hengel. Charlotte Dematons voorzag ze van 450 illustraties in kleur.

„Vroeger las ik mijn kinderen al 'vertalend' voor uit de oude uitgave van Grimm", vertelt Ria van Hengel. „Ik week ontzettend veel af van de tekst, omdat die vaak houterig en ouderwets was. Ik heb geprobeerd het boek nu zo te vertalen dat voorlezers dat niet meer hoeven doen."

Charlotte Dematons vond dat het nieuwe sprookjesboek er wel wat kleurrijker uit mocht gaan zien. „Door de indeling van de tekst, in vier grijze kolommen, had het oude boek een behoorlijk saaie uitstraling", zegt ze. „Als ik vroeger een sprookje wilde voorlezen, sloeg ik de pagina's zonder illustraties zelfs over. In het nieuwe boek wilde ik op elke dubbele pagina een tekening hebben die de tekst onderbreekt."

In de negentiende eeuw tekenden de gebroeders Jakob en Wilhelm Grimm 'hun' volkssprookjes op. Dat ze door het land trokken om de verhalen te verzamelen, is een door hen zelf bedachte en inmiddels wijdverbreide mythe. De meeste sprookjes werden hun verteld of toegestuurd door voornamelijk ontwikkelde vrouwen.

De gebroeders Grimm waren literatuurwetenschappers, maar vooral Wilhelm had ook literaire kwaliteiten. Hij heeft specifieke elementen uit de verhalen versterkt en daarmee een echte sprookjesstijl gemaakt. Wilhelm legde het accent op herhalingen, op rijm en de beroemde beginwoorden 'Er was eens'.

Ria van Hengel vertaalde de sprookjes uit de laatste druk die de gebroeders nog zelf hebben verzorgd. „Het voelde daardoor haast als wetenschappelijk werk", zegt ze. „Ik ben terug gegaan naar de bron en heb me niets aangetrokken van andere uitgaven. Als literair vertaalster ben ik gewend dat elk woord in de brontekst ertoe doet, dat je trouw moet zijn aan wat de auteur heeft geschreven. Ik kon de verhalen niet navertellen of ze een beetje oppoetsen. Het moest een ritmische, soepele tekst worden zonder het origineel geweld aan te doen."

Die trouw leverde lastige dilemma's op. Van Hengel noemt bijvoorbeeld het rijmpje uit Sneeuwwitje. „'Spiegeltje, spiegeltje aan de wand' Hoe maak je dat af? Is het 'wie is de schoonste' of 'wie is de mooiste' van het land? Op dat soort momenten moet je kiezen als vertaler. Ik heb 'schoonste' laten staan, omdat ik 'mooiste' te plat vond."

Het is de klassieke spagaat van een vertaler die oude teksten naar modern Nederlands moet omzetten. De voorbeelden die Van Hengel noemt, doen een beetje denken aan de discussies rond de nieuwe bijbelvertaling. Daarin werd van de kribbe een voederbak gemaakt. „Zoiets zou ik niet gedaan hebben", zegt Van Hengel. „Ik vraag me steeds af welke sfeer er om een woord hangt, welke lading het heeft. Soms is het oude woord gewoon beter. De beslissing maak ik op gevoel. Alle koningen spreken bijvoorbeeld in mijn vertaling van Grimm. Dat benadrukt de verheven positie van de koning. Het gewone volk zegt iets, de koning spreekt."

Charlotte Dematons liep bij het illustreren van de sprookjes tegen vergelijkbare problemen aan. „Ik heb ooit sprookjes van Annie M.G. Schmidt geïllustreerd", vertelt ze. „Daarbij kon ik een prinses op een fiets tekenen. Bij de Grimm gaat dat niet, dan schoffeer je het sprookje. Je kunt er niet omheen dat de verhalen in een andere tijd spelen. Ik heb wel kleine grapjes in het boek verwerkt. De duivel eet bijvoorbeeld ergens een boterham met hagelslag. Maar een prins op gymschoenen zul je niet tegenkomen."

Een mix tussen modern en traditioneel is wel in Dematons stijl van illustreren terug te zien. Soms tekende ze moderne, haast grafische figuren, dan weer romantische, gedetailleerde portretten. „Die vrijheid heb ik mezelf gegeven", zegt Dematons. „Het is een enorm dikke pil met wel tweehonderd sprookjes, die elk een andere sfeer hebben. Ik wilde dus niet het hele boek door geforceerd eenzelfde stijl gebruiken. Bij een zwaar, donker sprookje hoort een ander beeld dan bij een licht, dansend verhaal."

Zo maakte ze een plaat waarop rijen kleine soldaatjes langs marcheren, die er allemaal hetzelfde uitzien, terwijl ze verderop een prinses in vol ornaat tot in de puntjes heeft uitgewerkt. „In het geval van die soldaten is het helemaal niet interessant of ze een snor of een baard hebben", legt Dematons uit. „Het feit dat ze als groep marcheren, was belangrijk. Doordat ik die beweging wilde laten zien, werd het automatisch een gestileerde tekening. De prinsessen heb ik soms expres grote, krullerige jurken, diamanten en gouden kronen gegeven. Als ik op een basisschool kom, vraagt er altijd wel een kind: 'Juf, wilt u een prinses voor me tekenen'. Daar hebben die kinderen dus gewoon recht op!"

De sprookjes van Grimm staan bekend om de gruwelijke gebeurtenissen die erin voorkomen. Wie kan zich niet de heks herinneren die in Hans en Grietje in de oven wordt geduwd? In het voorwoord van de nieuwe vertaling schrijft de uitgever dat het boek in die zin een 'weerspiegeling van een voorbije samenleving' is. En, ouders hoeven niet bang te zijn dat hun kinderen slapeloze nachten aan een sprookje overhouden.

Ria van Hengel merkt dat een dergelijke geruststelling nodig is. „Bij sprookjes denken mensen te vaak alleen maar aan gruwelijke voorvallen. Die komen er ook in voor, maar er zit zoveel meer in de verhalen. Kinderen zien vooral dat het goede blijft bestaan en het slechte is vernietigd. Ik denk juist dat het voor veel kinderen een hele opluchting is dat het kwaad altijd weer met wortel en tak wordt uitgeroeid."

Charlotte Dematons heeft de gruwelijkheden niet expliciet getekend. Het blijft bij wat bloedspetters op de pagina, of lege galgen, hangend in een boom. „Ik denk niet dat die bungelende lijken echt iets hadden toegevoegd", zegt ze. „Ik heb gekozen voor suggestie, dan kan iedereen zelf bedenken hoe erg het eruit heeft gezien. Het was een uitdaging om dingen te omzeilen en ze er toch te laten zijn."

„Sprookjes gaan over dingen die ons allemaal bezighouden", zegt Ria van Hengel. „De verhalen van Grimm gaan over het leven, over de drijfveren van het menselijk bestaan. De meeste sprookjes beginnen met een moeilijke situatie. Daar moet iemand zijn weg in vinden. Vindingrijkheid, moed en trouw is daarbij belangrijk. Elk sprookjesfiguur draagt een herkenbare eigenschap met zich mee. Ze maken geen interessante psychologische ontwikkeling door, maar laten wel duidelijk zien wat er kan gebeuren als je zoals zij in het leven staat."

Die herkenbaarheid verbaasde Charlotte Dematons, toen ze aan de opdracht begon. „Bij het lezen kwam ik mijn eigen familie tegen en de buurvrouw en de juf van school. Ze zaten er allemaal in! En dat terwijl die sprookjes al zo oud zijn. Ik vind het een grote rijkdom dat wij dit soort verhalen nog kunnen lezen."

Deel dit artikel