Spinoza maalde niet om opheffen van banvloek

home

David Wertheim directeur van het Menasseh ben Israel Instituut voor joodse sociaal-wetenschappelijk en cultuurhistorische studies.

Filosoof verzette zich tegen beeld van een luisterende, handelende, straffende God

Onlangs keerde opperrabbijn Binyomin Jacobs zich in Trouw vanuit orthodox standpunt tegen het opheffen van de ban op Spinoza. Maar ook vanuit andere gezichtspunten, waaronder dat van Spinoza zelf, is het onzinnig.

De ban op Spinoza’s werk is al lang niet meer van kracht. Het wordt binnen vrijwel alle geledingen van het jodendom bestudeerd. Zelfs rabbijn Jacobs kent zijn werk en stoort zich dus niet aan het verbod op lezen van Spinoza. Maar ook in Ets Haim, de roemruchte bibliotheek van de Portugees-joodse gemeente in Amsterdam, waar Spinoza’s verbanners ooit hun kennis vandaan haalden, staan de eens zo gevreesde boeken over Spinoza gewoon op de plank.

De ban is in het verleden zelfs officieel al eens herroepen. De historicus Joseph Klausner deed dat in 1925 door een lezing over Spinoza af te sluiten met de dramatische uitroep: „De ban is opgeheven! Gij bent onze broeder! Gij bent onze broeder! Gij bent onze broeder!" Men kan beweren dat Klausner geen officiële vertegenwoordiger van de joodse gemeenschap was, maar hij zag zichzelf wél zo.

Vind je dat de ban moet worden opgeven dan moet je nog steeds beantwoorden wie nu dan wel die joodse gemeenschap zou moeten vertegenwoordigen: de liberaal-joodse kerkgenootschappen, de orthodox-joodse kerkgenootschappen, Een Ander Joods Geluid, Leon de Winter, Ajax? Zoals de Israëlische Spinozaexpert Yirmiyahu Yovel al gezegd heeft: mede dankzij Spinoza bestaat er geen coherente joodse gemeenschap meer om de ban op te heffen.

Maar het opheffen van de ban is vooral toch een affront tegen Spinoza zelf. Men zou er ter ere van de denker een probleem mee oplossen dat voor Spinoza’s filosofie niet bestaat. Dat zit zo: De ban was in de eerste plaats een vervloeking, een smeekbede gericht aan God met het verzoek om Spinoza te straffen. Maar Spinoza’s gehele denken verzet zich tegen een menselijk godsbeeld en ook een beeld van een luisterende, handelende en straffende God. Aan Spinoza’s God kan daarom helemaal geen smeekbede worden gericht. Spinoza kan dan ook nooit erg geschrokken zijn van die vervloeking en het is niet gek dat er geen enkele aanwijzing bestaat dat Spinoza wat aan zijn zware straf heeft willen veranderen.

Het is opvallend dat rabbijn Elisa Klapheck zich wel zorgen maakt over de vervloeking. Met een herroeping van de ban wil zij in feite de joodse gemeenschap vragen om God te verzoeken Spinoza, waar hij nu ook moge zijn, eindelijk met rust te laten. Zij verraadt daarmee nu net een vorm van geloof, die Spinoza superstitio noemde en hij te vuur en te zwaard wilde bestrijden. Het lijkt mij dan ook weinig sjiek om zo deze grote denker te eren.

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie