Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Spijt om het afgestane kind

Home

Iris Pronk

1938, plaats onbekend: baby's die door hun moeder zijn afgestaan wachten in een opvanghuis op hun nieuwe ouders. © Spaarnestad

Elk jaar staan zo'n twintig Nederlandse moeders hun pasgeboren baby af ter adoptie. Waarom nemen zij die onomkeerbare beslissing? Onderzoekster Pien Bos pleit voor een alternatief: langdurige pleegzorg.

Neem Nicky, zestien jaar oud. Ze heeft een wild leven, met coke en speed en seks. Ze vrijt met een foute man, die drugs verhandelt en zijn mes graag trekt. Maar dat was een fling, een kortstondig oponthoud in het bestaan van een woeste puber.

Nicky heeft alweer een nieuwe vriend als ze ontdekt dat ze ruim zes maanden zwanger is. De messentrekker is de vader van haar kind. Wat te doen? Abortus mag niet meer, daarvoor is haar zwangerschap al te ver gevorderd. Het meisje neemt een heftig besluit: ze staat haar baby af ter adoptie.

Eerste grootschalige onderzoek
Tussen 1998 en 2007 maakten 197 vrouwen dezelfde keuze als Nicky, zo blijkt uit 'In één klap moeder, en ook weer niet', het eerste grootschalige onderzoek naar vrouwen die in Nederland hun kind ter adoptie hebben afgestaan. "Het goeie nieuws is dus: het gaat om nog geen twintig vrouwen per jaar", zegt antropologe Pien Bos, een van de onderzoeksters.

Maar verder bevat het rapport vooral treurige verhalen, over vrouwen die ongewenst zwanger raakten en dat vaak pas laat ontdekten. De meesten meldden zich met een buik van 30 of meer weken bij de Stichting Ambulante Fiom, een welzijnsorganisatie voor vrouwen met problemen rond vruchtbaarheid en zwangerschap.

Op die buik na hebben deze vrouwen, zo lijkt het, weinig met elkaar gemeen. De oudste is 44 jaar als ze in het ziekenhuis bevalt van een kind dat ze niet wilde. De jongste is 13, een vroege puber nog, mogelijk met giebelende vriendinnen, Adidas-gympen en huiswerk voor wiskunde. Gemiddeld is de 'afstandsmoeder', zoals ze heet in het hulpverlenersjargon, ruim 23 jaar oud.

Migranten
Ook de culturele achtergronden van de moeders verschillen van elkaar, al is de meerderheid (110 van de 197) migrant. Hun wortels liggen in 39 verschillende landen, waaronder Marokko, Polen, Suriname en Turkije.

Het niet gewilde kind op komst brengt een schok teweeg in heel verschillende levens, zo blijkt uit het rapport. Sommige vrouwen werken als prostituee, andere zijn caissière bij de Albert Heijn, student of scholier.

Zo is er het Turkse meisje Fidan (16), die haar zwangerschap pas met zeven maanden ontdekte, tijdens een vakantie in Turkije. Haar moeder is woedend, vindt de baby een schande, en eist dat haar dochter vertelt wie de verwekker is. Als Fidan dat weigert, is haar vonnis geveld: "We hebben niet echt een gesprek gehad. Mijn moeder zei gewoon 'je gaat 'm afstaan. Klaar.'"

Schaamte en schuld
Het verhaal van Fidan illustreert een van de vaste patronen die Bos en haar collega-onderzoekers onder alle diversiteit ontdekten: aan de zwangerschap van de jonge, niet getrouwde vrouw kleven schaamte, schande, schuld en eerverlies. Dergelijke woorden vonden zij vooral in de dossiers van islamitische vrouwen terug.

Maar vrouwen voeren nog veel meer redenen aan om de banden met hun kind vlak na de geboorte door te snijden, vertelt Bos, die als onderzoeker en docent verbonden is aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Een persoonlijkheidsstoornis bijvoorbeeld, of een verslaving, of hun eigen, jonge leeftijd, of het feit dat de zwangerschap het gevolg was van betaalde of gedwongen seks.

Dat laatste overkwam tenminste 29 van de 197 vrouwen. Hulpverleners noteerden in hun dossiers zinnen als "verkrachting, 's nachts van haar fiets getrokken... kind herinnert haar aan de vreselijke ervaring... is bang dat ze haar kind wat zou verwijten omdat het voortkomt uit verkrachting..."

Onomkeerbare beslissing
Vanwege die gewelddadige, traumatische ontstaansgeschiedenis is het beter voor hun kind als het opgroeit in een ander, liefdevol nest, zo redeneren deze vrouwen. Maar ook de vrouwen die wél vrijwillig met de man in kwestie vreeën, formuleren het vaak zo: "Mijn kind is beter af in een adoptiegezin".

Dit standpunt betrekken zij echter in de moeilijkste periode van hun leven, zegt Bos. Aan de conceptie denken de meeste vrouwen niet graag terug, de (late) ontdekking van de zwangerschap is een grote schok. In hun buiken groeien kinderen, door hun lijven gieren de hormonen, in hun hoofden heerst chaos. "Die omstandigheden zijn niet ideaal voor het nemen van een onomkeerbare beslissing", aldus de onderzoekster.

Grote tijdsdruk
Vrouwen moeten die onder grote tijdsdruk nemen: na de geboorte blijft hun kind drie maanden in een zogeheten 'neutraal terrein pleeggezin'. In die periode kan de moeder haar gedachten opnieuw ordenen, en alsnog besluiten om zelf voor haar kind te gaan zorgen.

Volgens schattingen van de Fiom zijn er jaarlijks zo'n zestig vrouwen die overwegen om hun kind af te staan; veertig van hen doen dat uiteindelijk toch niet.

Afstandsverklaring
De moeders die de afstandsprocedure wél willen doorzetten, worden door de Raad voor de Kinderbescherming uitgenodigd om een afstandsverklaring te ondertekenen. Die kunnen zij nog intrekken totdat de rechter over het adoptieverzoek beslist. Hun kind verhuist intussen van het tijdelijke pleeggezin naar de aspirant-adoptieouders.

Bij deze procedure, die hier sterk vereenvoudigd is weergegeven, zijn verschillende partijen betrokken. Hun rollen liggen vast: de hulpverlener van de Fiom behartigt de belangen van de moeder, Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming die van haar baby, en de rechter beslist. Die weegt ook mee dat een jong kind zich moet kunnen hechten aan zijn verzorgers. Dat veel veranderingen en verhuizingen zijn ontwikkeling kunnen schaden. Vandaar dat er over zijn lot niet eindeloos kan worden getwijfeld.

Spijt
Maar bij de moeders rijst die twijfel vaak wel, zegt Bos, die in 2008 promoveerde op een onderzoek naar afstandsmoeders in India. Voor deze nieuwe, Nederlandse studie bestudeerde zij niet alleen dossiers, maar interviewde ze ook zestien vrouwen die hun kind hadden afgestaan.

Wat blijkt: negen van hen hadden van die beslissing later spijt. Zo zegt de Turkse Fidan, negen jaar na de bevalling: "Als ik nou terugdenk, dan heb ik echt de verkeerde beslissing gemaakt, dat weet ik honderd procent zeker. Ja echt."

Zo gaat dat vaker: de moeders groeien, krijgen weer vat op hun levens, verlangen naar hun kind, soms zelfs als de vader een verkrachter is. Want de helft van zijn genen zijn toch de hare.

Ze kijken op straat al zijn leeftijdgenootjes na, en denken: 'Nu had ik mijn zoon wél kunnen verzorgen'. Maar dan is het jongetje al een kleuter, en zegt het al jaren 'mama' en 'papa' tegen zijn adoptieouders. Die mogen bepalen of en hoe vaak de moeder haar kind weer mag zien; recht heeft zij daarop niet.

"Zo'n afstands- en adoptieprocedure kan in vijftien maanden na de geboorte zijn afgerond", zegt Bos. "Maar voor de moeder is dit een diep ingrijpende beslissing, waarvan zij de gevolgen niet kan overzien." Dat geldt voor al deze vrouwen, en zeker voor de moeders die op het moment van de bevalling nog maar vijftien, zestien of zeventien jaar oud zijn.

Waarom geen bescherming?
Dat deze meisjes, die te jong zijn om te stemmen of een auto te besturen, wél hun kind mogen afstaan ter adoptie, vindt Bos ongehoord. "Het is een onomkeerbaar besluit, net als suïcide, al gaat die vergelijking mank. Maar toch: tegen zelfmoord proberen we mensen te beschermen. Waarom staan we in Nederland dan wel toe dat kinderen afstand doen van kinderen?"

Terwijl er volgens haar wel degelijk een alternatief is voor het adoptiegezin: de ongewenste baby zou in een 'perspectief biedend pleeggezin' kunnen worden geplaatst. Deze pleegouders verzorgen het kind als het hunne, van de luiers tot en met de puberteit, maar moeten daarnaast ook ruimte bieden voor contact met de moeder. Ook als zij daar pas jaren later aan toe is.

Langdurige pleegzorg
"Met langdurige pleegzorg blijft duidelijk: dit kind hoort bij deze moeder", zo beargumenteert Bos. "Het kind wordt niet het eigendom van iemand anders, en de moeder is niet afhankelijk van de goodwill van de adoptieouders."

Voor haar is het inmiddels duidelijk: door afstand ter adoptie door minderjarigen kan een dikke streep. Maar de praktijk is weerbarstiger, zegt Astrid Werdmuller van de Fiom, die het onderzoek samen met Bos deed en als hulpverlener al jaren vrouwen begeleidt die afstand overwegen.

"Wij gaan van oudsher uit van het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen. Het is een verworven recht dat zij dit vanaf hun zestiende mogen beslissen." En sommige moeders prefereren voor hun kind nu eenmaal adoptieouders boven pleegouders, omdat ze van de eersten meer liefde en zekerheid verwachten.

Sinds vijf à tien jaar biedt de Fiom perspectief biedende pleegzorg aan als alternatief voor adoptie: "Het staat in onze brochure en in ons protocol." Maar het is wel de vraag, zo erkent Werdmuller, in hoeverre al deze vrouwen echt begrijpen wat pleegzorg precies inhoudt.

Minderjarige moeders
Het recente onderzoek doet haar ook vraagtekens zetten bij het feit dat ook minderjarige moeders afstandspapieren tekenen en hun kind voorgoed aan adoptieouders verliezen. "Dat een besluit tot afstand voor een jonge vrouw wel heel erg rigoureus is, dat vind ik zeker." De Fiom gaat zich dan ook herbezinnen op de begeleiding van jonge moeders.

Maar dan nog is het de vraag of langdurige pleegzorg in alle situaties een beter alternatief is voor het kind, zegt Werdmuller. Die zwakkere, juridische band tussen pleegouders en pleegkind, kan weliswaar fijn zijn voor de biologische moeder met spijt. "Maar er is geen zicht op hoe deze plaatsingen voor het kind verlopen. Ook niet na enkele jaren. Dat zou onderzocht moeten worden."

Belangen van het kind
Want dat kind, ongewenst verwekt, en in verdriet en chaos afgestaan, is er óók nog. "Die piepjonge baby is gebaat bij zo min mogelijk wisselingen, bij continuïteit en stabiliteit, in verband met de hechting", zegt Juul Polders van de Raad voor de Kinderbescherming.

Zij benadrukt dat 'alle inspanningen' erop gericht zijn om een kind bij zijn eigen ouders of familie te laten opgroeien. En dat de raad weliswaar de belangen van de baby voorop stelt, maar óók kijkt naar die van de - soms ook nog piepjonge - moeder. "Wij leveren maatwerk. En we gaan niet over één nacht ijs."

Maar desondanks zijn er ook moeders die verdwijnen, die hun kind de eerste maanden niet opzoeken in het tijdelijke pleeggezin, hoewel ze daarvoor wel de ruimte krijgen. Over die moeders velt de rechter dan uiteindelijk het oordeel: 'Dit kind heeft van zijn moeder niets meer te verwachten'.

"Ik zou willen dat geen enkele moeder afstand doet en spijt krijgt", aldus Polders. Maar de realiteit is anders, life goes on, de klok tikt voor het jonge afstandskind. Hij kan niet wachten tot zijn moeder haar leven op orde heeft. Soms is het adoptiegezin een goede oplossing.

Betere voorlichting
Daar is Bos allerminst van overtuigd. Volgens haar heeft de langdurige pleegzorg onterecht een negatief imago: "Dat zijn hele mooie gezinnen, waarin een kind liefdevol kan opgroeien. En waarin je niet die ruis hebt van adoptie."

Zij pleit voor een betere voorlichting over pleegzorg, en voor een tweede kans op contact tussen moeder en kind. Daar is, zegt Bos, óók het afstandskind enorm bij gebaat. "Voor hem blijft zijn moeder betekenis houden."

Het rapport 'In één klap moeder, en ook weer niet' is geschreven voor Pien Bos (Radboud Universiteit Nijmegen), Fenneke Reysoo (IHEID, Genève) en Astrid Werdmuller (Stichting Ambulante Fiom).

Leven in een leugen

Ongehuwde vrouwen met een zwangere buik zijn sletten en hoeren. Dat kreeg Adelheid Eijsink (60) ingepeperd toen zij zich, zwanger en ongetrouwd, in 1970 meldde bij het Bureau voor Ongehuwde Moederhulp.


Deze voorloper van de Fiom had eigenlijk maar één boodschap, zegt Eijsink: "Jij bent slecht en veel te jong, je kunt niet voor je kind zorgen." Er was voor Eijsink maar één optie: haar kind afstaan ter adoptie. Maar ook dat was slecht, iets waarvoor een vrouw zich moest schamen. Eijsink kon dus maar beter niemand over het kind vertellen, en 'gewoon' verder gaan met haar leven.

In die roerige jaren zeventig - waarin losse seks mode was, maar door de conservatieve meerderheid fel werd veroordeeld - stonden jaarlijks zo'n duizend Nederlandse vrouwen hun pasgeborene af. Pas na de invoering van de Abortuswet in 1984, nam dat aantal af. Nu, veertig jaar later, komen er jaarlijks nog maar twintig 'afstandsmoeders' bij.

Er zijn veel verschillen tussen toen en nu: de morningafterpil is nu makkelijk verkrijgbaar, abortus gelegaliseerd. Ongehuwd moederschap is in veel Nederlandse kringen geen grote schande meer en hulpverleners zijn overtuigd van het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw. Toch zijn er ook nu nog veel vrouwen die leven in een leugen en hun kind verzwijgen.

Eijsink, die als psychotherapeut gespecialiseerd is in trauma's, adviseert lotgenoten om toch te praten over hun kind. "Je kunt een trauma niet oplossen, als je het ontkent."

Deel dit artikel