Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Speurtocht langs Haagse spionage-adressen

Home

HANS SCHMIT

Den Haag is sedert het begin van deze eeuw een stad waar spionnen zich thuis voelen. Dat was vooral te danken aan de neutraliteit die Nederland tot mei 1940 nadrukkelijk handhaafde en aan de gunstige ligging tussen de grootmachten Duitsland, Engeland en Frankrijk.

De inlichtingen- en veiligheidsdiensten van deze landen hielden elkaar in Den Haag rond de eerste wereldoorlog en tijdens het interbellum nauwlettend in de gaten. De Nederlandse militaire inlichtingendienst Generale Staf III stelde als voornaamste voorwaarde dat de geheim agenten de Nederlandse belangen niet mochten schaden.

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg Nederland naar Engels model een Centrale Veilig-heidsdienst (later Binnenlandse Veiligheidsdienst, BVD), die zich actief mengde in het spel van de inlichtingendiensten van de landen die in de Koude Oorlog tegenover elkaar stonden. Veel van die activiteiten speelden zich af achter gevels die uiterlijk niets daarvan verraden.

Begin jaren negentig praatten de bestuursleden van de Stichting Inlichtingen Studies Nedeland, die de werkwijze van inlichtingendiensten bestudeert, na afloop van een bijeenkomst onder het genot van een borrel nog wat na. Een van de aanwezigen bracht een bepaalde locatie uit de geschiedenis van de Nederlandse contraspionage in herinnering, hetgeen de opmerking uitlokte dat in Londen regelmatig tochten langs zulke plekken worden georganiseerd. En in Washington D.C. bestaat een gids waarin zelfs de gerechten staan die vermaarde spionnen in restaurants hebben gegeten.

Waarom zoiets niet in Den Haag? In september 1993 wandelde een gezelschap langs Haagse spionageadressen en vond dat zo leuk dat het idee van een boekje ontstond. Dat verscheen in 1994 en de reacties waren zo bemoedigend dat nu een tweede, verbeterde en vermeerderde druk is verschenen. 'Duister Den Haag' is geen wandelgids, maar beschrijft 34 locaties die iets met spionage hebben gehad.

Een wandeling langs een aantal van deze locaties begint bij het Centraal Station. Waar aan de rand van het Malieveld een 'petit restaurant' staat, stond vroeger een echte houten poffertjeskraam die zeer geliefd was bij spionnen. De locatie bij het station was gunstig en de kraam kende gesepareerde zitjes, waar ongestoord vertrouwelijkheden konden worden uitgewisseld. Vooral KGB-spionnen onderhielden hier contacten met Nederlanders, die zich vaak niet bewust waren dat die aardige persattaché een spion onder diplomatieke dekmantel was.

De Nieuwe Uitleg telt drie spionage-adressen. Op 10 was een 'coverfirma' van de Franse inlichtingendienst gevestigd, die vooral wilde weten wat de Duitsers van plan waren in het aan Nederland grenzende deel van Rijnland. Op 16 woonde de danseres Mata Hari, die in 1917 als spion voor de Duitsers in Parijs werd gefusilleerd. In de jaren dertig vestigde zich op 19 een Brits bedrijf dat op papier handelde in babyzalf, maar in werkelijkheid een 'coverfirma' van de Engelse Secret Intelligence Service was.

Halverwege de Denneweg bevindt zich, naast boekhandel Ulysses, een poort met een gedenkplaat voor Sieuwert de Koe, die vanuit het hofje militaire informatie over de Duitsers doorgaf aan de regering in Londen. Na de Mauritskade (op 43 het geboortehuis van de schrijver Louis Couperus) rechts de brug over. Aan het eind van de Nassaulaan huisde na de oorlog achter de weinig opwindende gevel van de Javastraat 68 het Bureau B van de latere BVD. De agenten van dat bureau hielden extremisten van links en rechts (trotskisten, communisten, neonazi's) in het oog.

In de Zeestraat 76, vlak naast het PTT-museum, was tot aan het eind van de tweede wereldoorlog de inlichtingendienst van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB) gevestigd. Of de dienst iets voorstelde, is onduidelijk; waarschijnlijk beveiligde het vooral de eigen gelederen tegen infiltranten. Na een wandeling over het Noordeinde vinden we in de Paleisstraat op nummer 10 het voormalige onderkomen van de militaire missie van de voormalige Sovjet-Unie, de GRU. In de loop der jaren zijn vele GRU-officieren uitgewezen. Op 4 huisde in de ambassade van het voormalige Tsjechoslowakije een spionagegroep.

Op de Plaats 11 bevond zich vroeger de Kabouterbar dat eenzelfde soort ontmoetingsplaats was als de poffertjeskraam. De bar was donker, had veel verborgen hoekjes en twee toegangen. Een spion die iemand via de Plaats zag binnenkomen door wie hij niet gezien wilde worden, verliet de bar snel aan het Buitenhof. In de Kettingstraat was in de jaren zeventig op 12B een seksbioscoop gevestigd. Deze werd veelvuldig bezocht door officieren van de KGB en andere Oost-Europese diensten. Het vermoeden dat in het donker spionagemateriaal werd uitgewisseld, bleek echter onjuist.

Het Lange Voorhout 7 was het hoofdkwartier van de Generale Staf, waarin ook GS III was ondergebracht; op 13 was korte tijd Bureau K gehuisvest dat onder de Bijzondere Rechtspleging viel. Het voormalig restaurant Royal op 44 was in de revolutiedagen van november 1918 het onderkomen van Oranjegezinde militairen, 52 was het eerste pand van GS III en in Hotel Des Indes werd in mei 1945 besloten tot de oprichting van wat later de BVD is gaan heten. Op het Plein 1 (het voormalige ministerie van koloniën, nu onderdeel van de Tweede Kamer) zetelde in de Tweede Wereldoorlog de top van de Duitse Sicherheitsdienst (SD). Sociëteit De Witte (op 24) ten slotte, waar voorname en rijke Haagse heren het glas heffen, is volgens hardnekkige geruchten een broedplaats van rechtse couppogingen; in de jaren zeventig doken berichten op over een noenmaal-gezelschap dat het kabinet-Den Uyl omver wilde werpen.

Deel dit artikel