Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

SP en PVV lijken sterk op elkaar

Home

Ingrid Weel

Geert Wilders kiest steeds vaker voor typische SP-standpunten. En voor het speerpunt van de PVV, de integratie, zou Wilders inspiratie hebben kunnen geput uit een 26 jaar oud SP-rapport.

Tijdens de Algemene Beschouwingen viel het VVD-fractievoorzitter Mark Rutte op: zijn voormalig partijgenoot Geert Wilders schuift nogal op naar links. Dit keer bleek het uit Wilders’ verzet tegen het verhogen van de AOW-leeftijd. „Kant en Wilders die samen op de barricades staan”, zei Rutte, „wie had dat ooit verwacht?”

SP-fractievoorzitter Agnes Kant kon alleen maar heel blij zijn met deze onverwachte steun. Uiterst rechts en uiterst links vonden elkaar later bij de steun voor de motie van wantrouwen die de VVD tegen het kabinet indiende. Er zijn meer overeenkomsten tussen de flankpartijen.

Zowel SP als PVV pleit fanatiek voor meer handen aan het bed in verpleeg- en verzorgingshuizen. Er moet meer geld naar de zorg. Ze willen beiden ook lagere belastingen voor de ’gewone mensen’. Ze zijn voor meer blauw op straat, voor kleinschalig onderwijs, en voor bezuinigen op het Koninklijk Huis.

In de zeer gevoelige discussie over de leeftijd waarop mensen mogen stoppen met werken, kiest Wilders de kant van de SP. „Verhogen van de AOW-leeftijd is asociaal”, roepen Kant en Wilders om het hardst.

Was Wilders in zijn onafhankelijkheidsverklaring die hij opstelde toen hij in 2004 de VVD verliet nog voor het versoepelen van ontslagrecht, tegenwoordig is de PVV voor handhaven, net als de SP. Eerst was hij vóór nu is hij tégen afschaffing van het minimumloon. In de Kamer stemt de PVV overigens op deze sociaal-economische items wisselend, soms liberaal, soms behoudend.

De twee tegenpartijen voelen ook wel verwantschap, zei Kant deze maand in het tv-programma ’Buitenhof’: „Wij zijn niet zoals de rest van de Kamer, we zijn de buitenbeentjes. Net als de PVV stellen wij ook wel eens vragen waar ze niet van gediend zijn. Door de mensen worden we tegenwoordig als minder anti-establishment gezien, maar dat komt door gewenning sinds we met 25 leden in de Kamer zitten. Maar wij zijn anders dan de rest.”

SP en PVV vinden elkaar op meer terreinen: tegen de kilometerheffing (’automobilistje pesten’, noemen ze het), snijden in de bureaucratie, direct vertrek van de troepen uit Afghanistan (die daar überhaupt nooit naar toe hadden moeten gaan), terugdraaien van de onderwijshervormingen, minder geld naar defensie en een ’nee’ tegen de JSF.

Ze waren de enige twee partijen die duidelijk tijdens de verkiezingen voor het Europees Parlement ’nee’ zeiden tegen Europa. Beide partijen hebben moeite met de komst van Oost-Europeanen, omdat die de banen van autochtonen inpikken. Was het Hans Janmaat (Centrumpartij, later Centrum Democraten) op rechts die immigratie op de politieke agenda zette, de SP deed het op links.

De partij bracht in 1983 het rapport ’Gastarbeid en kapitaal’ uit. Daarin concludeerde de SP dat opeenvolgende kabinetten hadden nagelaten een duidelijk immigratiebeleid te voeren. Gevolg: slechte woon-en werkomstandigheden, aanpassingsproblemen voor immigranten en onbegrip tegenover nieuwkomers bij autochtone Nederlanders.

Uit het rapport: ’Islamieten vinden dat de cultuur een onderdeel is van hun geloof. En hun geloof schrijft nu eenmaal erg veel geboden en verboden voor. De combinatie van afkomst, zeden en gewoonten, én het grote verschil in cultuur en ontwikkeling, maken dat de islamitische gastarbeiders en hun gezinnen weinig of hoegenaamd geen contact krijgen met Nederlandse arbeiders en hun gezinnen’.

Net als de PVV nu laakte de SP destijds de politieke correctheid waarmee de problemen rond immigratie werden besproken. ’Alle mogelijke andragogen, zoals maatschappelijk werkers, opbouwwerkers, buurt- en clubhuiswerkers, maar ook politici, juristen, antropologen en theologen – meestal in dienst van de talloze stichtingen die voor het welzijn van gastarbeiders zeggen te werken – doen alsmaar een beroep op die Nederlanders die op wat voor manier dan ook worden geconfronteerd met de cultuur van hun buitenlandse buren. Zij moeten zich meer aanpassen aan de situatie die nu eenmaal is ontstaan. Zij moeten meer begrip tonen. En sommigen zeggen dat het feit dat er zoveel gastarbeiders in een wijk wonen, een verrijking is van de cultuur. Er wordt nooit bij verteld waaruit die verrijking dan wel mag bestaan’.

De SP had in ’83 een oplossing ’zowel in het belang van de betreffende buitenlanders als de Nederlandse bevolking’. Gastarbeiders moesten een keuze maken: in Nederland blijven of remigreren naar het geboorteland. Wie voor een toekomst in Nederland koos, diende binnen enkele jaren de Nederlandse nationaliteit aan te nemen en cursussen te volgen met de nadruk op het leren van de Nederlandse taal en ’vervolgens Nederlandse zeden en gewoonten’.

Voor gastarbeiders die naar het land van herkomst terugkeren, ’moet het mogelijk worden om in eigen land weer een bestaan op te bouwen’. De SP dacht daarbij aan een premie van 75.000 gulden en terugbetaling van een deel van de sociale lasten, al naar gelang reeds ontvangen uitkeringen, en begeleiding bij terugkeer.

De SP werd er destijds van beschuldigd op jacht te zijn naar Janmaat-stemmers. Het bedrag van 75.000 gulden kreeg het predicaat ’oprotpremie’. De negatieve reacties leidden ertoe dat de partij het onderwerp vanaf 1985 meed. „We moesten wel”, zei toenmalig partijleider en de huidig SP-voorzitter Jan Marijnissen in 2002 in Trouw „Als we toen het initiatief niet aan anderen hadden overgelaten, hadden we de partij kunnen opdoeken. We hadden nog geen Kamerzetel of contacten met de media om het beeld recht te zetten.”

Want de SP vond inderdaad dat mensen die hier kwamen wonen ook de taal en de waarden en normen moesten leren, maar vooral ’om die mensen onafhankelijk te maken’. Marijnissen: „Het klimaat was toen dermate verziekt dat je het woord buitenlander niet eens mocht laten vallen zonder voor racist te worden uitgemaakt. We ontvingen bedreigingen, partijkantoren werden beklad en er werden mensen in elkaar geslagen.”

Vijfentwintig jaar later zijn bedreigingen aan de orde van de dag voor Geert Wilders vanwege zijn anti-islamstandpunten. Waarmee direct het grootste verschilpunt tussen de SP en PVV zich aandient: SP-fractievoorzitter Agnes Kant verwerpt de wijze waarop de PVV ’bevolkingsgroepen wegzet’. „Een ander groot verschil is dat wij geworteld zijn in de democratie en de PVV meer een éénmanspartij is.”

Natuurlijk is er meer onderscheid. Ze worden het niet eens over het klimaatprobleem, niet over ontwikkelingssamenwerking, niet over de omvang van de overheid, niet over de hypotheekrenteaftrek. En uit de vele overeenkomsten blijkt tegelijkertijd dat ze elkaars concurrenten zijn. Beide vissen ze in de grote vijver van ontevreden burgers die het geloof in de politieke partijen van het klassieke midden zijn kwijtgeraakt.

Lees verder na de advertentie
Agnes Kant (R) en Geert Wilders (L) schudden elkaar de hand bij het afsluitende debat na de Europese Verkiezingen (Archieffoto 9-6-09) (\N)

Deel dit artikel