Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Soms lukt het

Home

Hans Nauta

Henny Vrienten (1948) moet de opdrachten afslaan, zo gewild zijn zijn composities voor jeugdprogramma's en bioscoopfilms. Voor de Kinderboekenweek componeerde Henny Vrienten de kindermusical 'Na de zomer'. En ook zette hij de historische kinderboekenserie de Gouden Boekjes op muziek. ,,In muziek voor kinderen mag je best de ellende horen.”

Op het bureau van Henny Vrienten liggen de nieuwe liedteksten voor 'Klokhuis'. Bij het stapeltje papieren hoort een strakke deadline, maar zenuwachtig maakt dat de huiscomponist van het jeugdprogramma niet. De woorden zetten hem vanzelf op het spoor.

,,Liedjes schrijven is mijn eigenlijke stiel; het gaat me nog steeds gemakkelijker af. Meestal heb ik de melodie als ik de eerste regel lees.”

Door zijn brillenglazen bekijkt Vrienten het bovenste blad en leest voor:

,,Zie ik hoe in Ghana mensen zingen vrolijk en totaal niet gegeneerd kan ik een soort afgunst niet bedwingen waarom hebben wij dat hier verleerd.”

Hij herhaalt de regels, nu springt zijn stem met een lichte swing op en neer. De laatste woorden buigt hij zo dat je oren vanzelf een volgend couplet verwachten. Een melodie.

,,Klaar”, zegt hij, want zo simpel kan het zijn.

Dit werktempo doet denken aan dat van Harry Bannink, zijn voorganger bij 'Klokhuis', die in 1999 overleed en volgens Vrienten één van de allergrootste componisten was die dit land heeft voortgebracht. ,,Ik vroeg hem ooit hoe lang hij over zijn liedjes deed, en hij zei: zolang als het liedje duurt. Het verschil tussen ons tweeën is dat het bij hem echt af was. Ik werk er vaak nog veel langer aan door.”

Niet dat zo'n eerste schets niet goed is, maar Vrienten streeft altijd naar perfectie, zowel wat liedjes als zijn filmcomposities betreft. ,,Ik heb altijd eerst een mentale voorstelling van hoe de muziek in het allerbeste geval zou kunnen klinken. In een gevecht met de onkunde probeer ik dat zonder concessies aan tijd of inspanning zo goed mogelijk te benaderen.” Maar dat gedroomde ideaal bereikt hij eigenlijk nooit. Of het moet onverwacht zijn, vanuit onoplettendheid of door een fout, die een klank oplevert die hij zich vooraf niet had kunnen inbeelden.

In de twee decennia na zijn roemrijke jaren als zanger van popgroep Doe Maar, heeft hij als componist een goedlopende praktijk opgebouwd. Aan opdrachten heeft hij geen gebrek, negen op de tien wijst hij af uit tijdgebrek. Daarbij leidt hij een gezinsleven en houdt van overzichtelijke dagen, van orde en regelmaat. Door de jaren heen schreef hij film-en balletmuziek, liedjes voor 'Sesamstraat' en 'Klokhuis'. ,,Ik knutsel het liefst ergens aan mee, om zo heel ambachtelijk van teksten of beelden iets anders te maken.”

Grote kinderfilms als 'Abeltje', 'Kruimeltje' en tweemaal 'Pietje Bell', en films voor volwassenen zoals 'Discovery of heaven' en 'Verder dan de maan', vulden zijn agenda de laatste jaren. Stressvolle projecten met veel tijdsdruk. Niet zo lang geleden besloot Vrienten niet langer zes van die films in een jaar te doen. ,,Liever dan zo door te racen, wijd ik me met volledige concentratie aan dingen die ik nog nooit gedaan heb.”

Een musical staat op zijn lijstje, een opera en een hoogmis. Zijn eerste kindermusical is inmiddels af. 'Na de zomer' heeft hij samen met Kim van Kooten (verhaal) en Niek Barendsen (liedteksten) gemaakt voor de jarige Kinderboekenweek. Voor de zomer is 'Na de zomer' al op honderd basisscholen opgevoerd. Deze week besteedt 'Zappelin' op tv aandacht aan het project. En verder verschijnen deze week enkele Gouden Boekjes

(een klassieke kinderboekenserie, uitgegeven bij uitgeverij Rubinstein) als audioboekjes. Verhaaltjes als 'Henkie met de hoorn' en 'Sloffie Sleepboot' heeft Vrienten van voorleesstemmen en muziek voorzien. Ook iets nieuws.

Hij neemt minder projecten tegelijk aan, maar werkt niet minder hard.

,,Het idee dat iets niet zomaar komt, is misschien uit mijn tijd in de popmuziek overgebleven. Al mijn bandjes werkten zich te pletter. Altijd het braafste jongetje van de klas: juffrouw, ik doe mijn best, wilt u over mijn bol aaien?”

Er wachten nieuwe filmprojecten. Momenteel componeert Vrienten voor het Filmmuseum de muziek voor 'Beyond the rocks', de teruggevonden zwijgende film uit 1922 met Rudolph Valentino. Boven het klavier van zijn piano hangt een beeldscherm met daarop een dramatisch maar verstild zwart-witbeeld. Straks dient deze film weer als bewegende bladmuziek, waarbij Vrienten vanzelf de juiste noten aanslaat. Het wordt een eigentijdse soundtrack, met moderne instrumenten en geluiden. ,,Ik kom niet uit 1927 en heb net als het publiek een hedendaags muzikaal kader. De regisseur is dood, dus die heeft er niet zoveel over te zeggen. En periodemuziek is bovendien dodelijk saai.” Gelukkig kunnen zulke eigen filmregels probleemloos verworpen worden. Zo riep Vrienten in de jaren-vijftigscene waarAdemloos mee 'Pietje Bell' eindigde, wel een bijpassende rock-'n-roll-sfeer op. ,,Zulke duidelijkheid werkt in kinderfilms heel goed. Maar bij volwassenen kan je je wat meer permitteren.”

In zijn composities zoekt Vrienten meer het onaffe dan het gepolijste, hij houdt meer van muzikale vraagtekens dan van schreeuwerige wegwijzers. Zijn muziek voor kinderen is niet per se geruststellender of harmonieuzer.

,,Dat hangt van het liedje af. Als dat om rust, duidelijkheid en geborgen-heid vraagt - Opa Aart zit bij het haardvuur in 'Sesamstraat' - ga ik niet op zoek naar een schrille dissonant. Maar in een rap met Def P voor 'Klokhuis' of in een liedje over kanker mag een kind best ellende horen.”

Op soortgelijke wijze schuwde hij in 'Na de zomer' geen complexe ritmes en melodieën. De musical gaat over groepsgedrag in een achtste groep.

Een tijdloos thema, 'het is afschuwelijk om te verschillen van je schoolgenootjes: de grootste conformisten zijn kinderen', zei Annie M.G. Schmidt bijvoorbeeld in 1981. Van Kooten heeft het gemoderniseerd: het zijn hiphoppers, Britney's en nerds die met elkaar in de clinch liggen.

Vrientens oren staan niet meer zo naar de radio als vroeger, maar toch heeft hij sommige arrangementen met trendy geluidseffecten versierd.

,,In serieuze muziek gebruik je die niet, omdat je iets zoekt wat over twintig jaar niet gedateerd klinkt. Maar in dit project wilde ik dat kinde-Muziek ren van twaalf zich erg in de muziek konden vinden. En dat werkte.” Dat verbaast hem overigens van de plaatjes die hij met Doe Maar maakte: ,,Als ik die terughoor heb ik helemaal geen ouderwets gevoel. Terwijl de gitaren en apparaten waarmee ze gemaakt zijn niet eens meer bestaan.”

Vrienten is naast filmliefhebber een groot poëziekenner, en meent vanuit beide hartstochten te kunnen zeggen dat er niets mis is met de beeldcultuur. ,,In mijn tijd trokken ouders de stripboeken uit je handen, omdat ze slecht voor je waren. Maar wat is er fout aan Kuifje? Er wordt veel rotzooi maar ook veel prachtigs gemaakt. Dat geldt voor de beeldcultuur maar ook voor de boeken-en muziekwereld.”

Toch leest hij zijn kinderen liever 'Abeltje' voor dan dat hij de film opzet. ,,Niet uit onvrede met de verfilming maar vanwege het medium.

Toen ik zelf opgroeide was er niets te zien. Ik zag mijn eerste film toen ik twaalf was in het patronaat achter de katholieke kerk in Hilvarenbeek: de Duitse circusfilm 'O mein papa'. Pas op mijn vijftiende kregen we tv, en tot die tijd heb ik me anders vermaakt.”

Natuurlijk is zo'n dvd van 'Lord of the Rings' geweldig. ,,Maar de verbeelding die je nodig hebt om zelf dingen te maken, ontwikkelt zich sterker en vrijer als je opgroeit met boeken, denk ik.” Elk medium ontwikkelt je geest anders, merkt hij ook als hij met jonge componisten werkt. ,,Zij zijn opgegroeid met computers en bewaren elk riedeltje dat ze maken op de harde schijf. Het gevolg is dat ze niet kunnen kiezen en met 24 mogelijkheden aan komen zetten. Ikzelf stam uit het tijdperk van de taperecorder; je had twee opnamesporen en wat je speelde was het ding. Daarvan heb ik geleerd om altijd te kiezen. Al spelend besluit ik wat goed genoeg is om mee verder te gaan. En zonder besluiteloosheid kan je heel snel werken.”

Vrienten werkt nu professioneler dan vijftien jaar geleden. Tegenwoordig voelt hij bij voorbaat aan welke problemen zich zullen aandienen bij het componeren van een bepaald stuk, en ook welke oplossingen kansloos zijn. Vooral bij het componeren van filmmuziek scheelt dat. ,,Vaak ben ik nergens anders mee bezig dan te onderzoeken wat bepaalde instrumenten en combinaties van geluiden doen met de concentratie op de film. Ik heb geleerd dat een klank die goed te duiden is de energie weghaalt van het beeld. Als je constateert 'Hé, een dwarsfluit' ben je niet inhoudelijk bij het verhaal. Als daarentegen niemand begrijpt wat hij hoort, neem bijvoorbeeld de boventonen van twee instrumenten en een gestreken vibrafoon, stuur je de emotie precies zoals je wilt.”

,,Na zoveel films weet ik dat eenzelfde melodie op trompet of klarinet onder het beeld een onbeschrijflijk groot verschil maakt. Als je dat mechanisme eenmaal begrijpt, kan je je instrument nog fijner afstellen. Het zijn afspraken tussen maker en kijker, een filmtaal, en door ervaring kan je gaan spelen met de verwachtingen die je wekt. Een gebied vol drijfzand, waarin je je steeds verder kunt begeven.”

Voor een te verschijnen cd-box met zijn filmmuziek beluisterde Vrienten laatst de muziek van 'De Prooi', in 1995 zijn eerste project. ,,Al luisterend stierf ik even. Ik zou het nooit weer zo doen, de instrumenten, te gedetailleerd en zo direct op het beeld.” Deze luisterervaring heeft hem doen beseffen dat zijn lat steeds hoger is komen te liggen. ,,Dat besef maakt het werk fijner, omdat je een deel van je onzekerheid verliest.”

Een gedeelte slechts; volledig vastberaden is Vrienten nooit. Ook al is hij geprezen en onderscheiden voor zijn muziek, bijvoorbeeld met twee Gouden Kalveren. ,,Tim Krabbé zei eens dat mensen die almaar relativeren zich onttrekken aan het falen: bescheidenheid is jezelf indekken en dat is laf. Je moet vechten voor het grootse en roepen dat je de beste bent. Misschien is dat zo. Het past in ieder geval in deze tijdgeest: geld is niet vies meer, je moet alles kunnen verkopen en daarom schreeuwt iedereen zo hard mogelijk. Ik veroordeel dat niet, maar schreeuw zelf liever zo weinig mogelijk. Al ben ik wel zelfbewuster geworden; ik heb nog slechts een tiende van mijn oude bescheidenheid bewaard. Vroeger wist ik werkelijk dat ik het niet kon, nu denk ik: soms lukt het.”

Deel dit artikel