Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Soms is vrijheid ondraaglijk

Home

Miek Smilde

Een dagje uit, mogelijkheden om te sporten en sociale activiteiten voor psychiatrisch patiënten: allemaal wegbezuinigd onder het motto ’iedereen moet zelf iets maken van zijn leven’.

Om te voorkomen dat patiënten als Brandon worden vastgebonden en anderen worden gesepareerd, is meer openheid voor de problemen nodig, schrijven zorgwetenschapper Tineke Abma c.s. (Podium, 27 januari). Maar zo’n ’cultuuromslag’ binnen de GGZ is niet makkelijk.

Minder drang en dwang, betere opleidingen voor medewerkers in de GGZ, minder routine, meer verantwoordelijkheden voor cliënten zelf, een dagbesteding organiseren, meer overleg met de familie. Het zijn enkele van de oplossingen die Abma en haar collega’s van het VU Medisch Centrum aandragen om niet te hoeven grijpen naar dwangmaatregelen als vastbinden of separeren.

Het is alleen niet nieuw wat zij schrijven. Veertig jaar geleden worstelden hulpverleners met precies dezelfde vragen als nu. Wanneer mag je iemand eten onthouden, spullen afnemen, vastbinden, opsluiten? Mijn vader was tussen 1974 en 1986 directeur-geneesheer van het psychiatrische ziekenhuis Franciscushof in Raalte. Op de eerste bouwtekeningen uit de jaren vijftig stond geen enkele separeercel. De Tweede Wereldoorlog was net achter de rug en iedereen was ervan overtuigd dat zulke mensonwaardige situaties als het onvrijwillig opsluiten van psychisch zieke mensen nooit meer mochten voorkomen. Uiteindelijk werden er een paar separeercellen gebouwd, maar te weinig om de veiligheid van patiënten en hulpverleners binnen de inrichting altijd te kunnen garanderen. Het gevolg was dat het ziekenhuis liever niet al te zware gevallen opnam.

Toen mijn vader aantrad als directeur stonden er honderd bedden leeg, terwijl de roep om psychiatrische hulp in Overijssel destijds groot was. Mijn vader bouwde cellen bij. Niet omdat hij geloofde in de heilzame werking van separeren, sterker nog, hij vond het vreselijk. Mijn vader was als psychiater sterk sociaal georiënteerd en hechtte zeer aan de relatie en het contact met patiënten. Het afzonderen van mensen in kale cellen hoorde daar niet bij. Toch deed hij het. Omdat de werkelijkheid er soms om vroeg. „De maatschappij ziet er nu eenmaal anders uit dan ons ideaal”, zei hij tegen mij. „Soms is vrijheid ondraaglijk.”

Dat is sindsdien niet wezenlijk veranderd. Ondanks de vermaatschappelijking van de zorg, waardoor psychiatrische patiënten kleinschaliger en dichter bij dorp of stad zijn gaan wonen, ondanks talloze initiatieven om patiënten meer rechten en inspraak te geven, ondanks meer farmaceutische mogelijkheden en andere behandelmethoden, blijft de vrijheid soms ondraaglijk. Binnen de zwakzinnigenzorg en binnen de psychiatrie bestaat een groep patiënten die soms zo onhandelbaar is dat een tijdelijke dwangmaatregel nodig is. Dat mag iedereen een schande vinden, maar het is wel de realiteit.

Mensen die met een bestraffende vinger naar hulpverleners wijzen, ontkennen die realiteit. En ze ontkennen evenzeer hoe ingrijpend zo’n maatregel is, natuurlijk in de eerste plaats voor de patiënt zelf, maar ook voor de hulpverleners. Dat was decennia geleden niet veel anders. In 1979 hield mijn vader een voordracht waarin hij onderstreepte hoezeer hulpverleners hun onmacht beleven als zij dwang moeten toepassen. „Dwang die, hoe paradoxaal ook, bedoeld is om weer vrijheid mogelijk te maken”, zoals hij zei. Dat liet onverlet dat ook hij graag wilde dat dwang binnen de psychiatrie zoveel mogelijk werd teruggedrongen. Om dat te bereiken, pleitte hij ervoor om te investeren. In mensen, in middelen en in menselijkheid. Dertig jaar later echoot zijn pleidooi nog door. Omdat er sindsdien namelijk heel veel is gebeurd, maar niet echt is geïnvesteerd. Wel in verantwoordingsrapportages, strategische missies en organogrammen. Niet in mensen, niet in middelen en ook niet in menselijkheid.

Op een gemiddelde afdeling voor chronische psychiatrische patiënten staan steeds minder verpleegkundigen. Twee verpleegkundigen op 24 patiënten is heel gewoon. Bovendien zijn deze verpleegkundigen steeds lager opgeleid. Anders zijn ze te duur. Ik heb tijdens mijn onderzoek meegemaakt hoe een stagiaire van 18 jaar oud alleen op een zaal zat met zestien patiënten, omdat de reguliere verpleegkundigen moesten assisteren bij een acute opname. Ze was heel lief, maar ik vond het nogal een verantwoordelijkheid.

Op middelen is de laatste decennia alleen maar bezuinigd. Dan heb ik het niet over middelen die direct met de behandeling of verpleging te maken hebben, maar met alles daaromheen. Een dagje uit, mogelijkheden om te sporten, sociale activiteiten, allemaal wegbezuinigd onder het motto: iedereen heeft zijn eigen verantwoordelijkheid om iets van zijn leven te maken. Tsja. Juist dit soort dingen: dagbesteding, sport, afleiding, aandacht, wordt vaak genoemd om dwang te voorkomen. Het wekt geen verbazing dat Nederland in de topdrie van meest separerende landen van Europa staat. In Scandinavië ligt dat cijfer veel lager. De verpleegkundige bezetting daar is aanmerkelijk hoger dan hier.

Ten slotte de menselijkheid. We dachten dat als psychiatrische patiënten nu maar niet langer in de bossen en op de hei werden weggestopt, er nooit meer een Zweedse band, een dommelkuur of een separeercel nodig zou zijn. Als patiënten als volwaardige burgers worden behandeld, worden ze niet meer onhandelbaar. Maar dat is niet gebeurd. Je kunt mensen namelijk wel een eigen woning in een wijk geven en buren in de buurt, maar daarmee dwing je geen echt contact af. De eenzaamheid van veel psychiatrische patiënten is groot. Binnen de instellingen is er nauwelijks tijd meer om echt aandacht aan patiënten te geven, buiten de instellingen zijn mensen nog net zo bang voor vreemd gedrag als ze altijd al waren.

Mijn vader is vorig jaar overleden. Maar bij het zien van de beelden van Brandon zou hij zijn hoofd hebben geschud en hebben verzucht: ’Wat een wereld’. Zo is het. Soms is vrijheid ondraaglijk.

Lees verder na de advertentie
Jolanda Venema en familie. De gehandicapte werd naakt vastgebonden, wat in 1988 tot ophef leidde. ( FOTO ANP)

Deel dit artikel