Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Soldaatje spelen op school

home

REPORTAGE | ELLEN KOK

In Fall Mountain Regional High School (New Hampshire) loopt een deel van de leerlingen in uniform. Deze tieners volgen een mede door het leger betaald lesprogramma. Fotograaf en journalist Ellen Kok wilde weten wat de jongeren bezielde en volgde hen ruim twee jaar. Vandaag verschijnt haar boek 'Cadets'.

Op een ochtend in november 2010 rijdt een gele schoolbus over de snelweg I-91. De tieners in de bus dragen niet de kleren die kinderen uit hun plattelandsregio in de staat New Hampshire meestal dragen - Carhartt jeans, T-shirts en truien, maar het groene 'Class A' uniform van het Amerikaanse leger. Hun linkerborstzak is versierd met medailles en lintjes, op de rechter een plaatje met achternaam.

Het zijn de cadetten van het Junior Reserve Officers' Training Corps, JROTC, van de Fall Mountain Regional High School in Langdon. Met hun leraren, Major John Cenney en Sergeant First Class Forde Delibac, oud-militairen die strijd hebben geleverd in Irak en Somalië, zijn ze op weg naar een militair medisch centrum. Daar zullen ze een herdenking opluisteren ter gelegenheid van Veterans Day en militairen ontmoeten die hebben gevochten in Vietnam, Afghanistan, Irak, misschien zelfs nog wel de Tweede Wereldoorlog. Wanneer de dienst begint, vormen vier cadetten de Color Guard, de vlaggenwacht. De Stars and Stripes wordt gedragen door Shawn Taylor, zoon van een Vietnam-veteraan, zijn gezicht ernstig onder zijn pet.

"Veel mensen krijgen pijn in hun buik van dat uniform. Ze zeggen: je maakt er kleine soldaatjes van." Major Cenney is een grote, bescheiden optredende man die meestal voor de klas staat in militaire werkkleding: jasje en broek met camouflagepatroon en zandkleurige legerkistjes. Voor hem is het uniform een leermiddel. "Om het correct te dragen, moet je vooruit denken, georganiseerd zijn. Waar anders leer je zo'n omgang met je uiterlijk?"

"Ik snap dat mensen moeite hebben met dat uniform," zegt hij, "maar we zijn geen pijplijn richting leger. Degenen die hier komen om te leren hoe je militair wordt ... als ik les geef over de verschillen tussen mensen, waarin ze moeten uitleggen waarom ze lippenstift vrouwelijk of toch ook mannelijk vinden, dan zeggen ze: 'Daar kom ik niet voor.' Die blijven niet lang."

Elk nieuw semester legt 'Major', zoals alle cadetten hem noemen, de nieuwelingen uit wat ze van het JROTC kunnen verwachten. "Denk niet dat we hier een vent van je gaan maken. We hebben geen vak 'wachtposten overmeesteren voor beginners'. Hier leer je zelfvertrouwen en trots. Dat kun je niet per kilo kopen in de supermarkt in Charlestown.

"Misschien ben je ooit niet leuk behandeld op je vorige school, in je buurt of zelfs thuis. Als dan iemand je in de weg loopt of ergert, reageer je daarop met vierletter-woorden waarvan een zeeman nog zou blozen. Die heb je hier niet nodig, en je vuisten al helemaal niet. Sergeant Delibac en ik zullen ervoor zorgen dat jullie altijd met respect worden behandeld. En dat doen we zelf ook. We noemen jullie Mister Taylor, Miss Sabol. En als je langer in deze klas zit en een rang verwerft, dan word je aangesproken met die rang."

Veel cadetten hebben een bijnaam. Cadet Bruce Willets, die altijd T-shirts van de mariniers draagt, heet natuurlijk 'Marine'. Cadet Noah Campbell is 'Soup'. Cadet James Clark heeft geen bijnaam. Misschien omdat hij zo serieus is. De tanige achttienjarige, met ultrakort haar, doet aan taekwondo en zit in het hardloopteam van de school. En bij de cadetten zit hij in het sportieve Raiderteam, waar je meedoet aan duurlopen en touwbruggen bouwt. Daar worden ze zelfredzaam van en leren ze improviseren, is het idee. Er is ook een exercitieteam, waarin ze leren samenwerken, en een team scherpschutters, goed voor geduld en concentratie. Maar het Raiderteam is het populairst, omdat de leden bij hun expedities het Army Combat Uniform mogen dragen.

James ziet het allemaal als voorbereiding op zijn opleiding tot marinier. Hij heeft al een contract getekend voor acht jaar. "Vier jaar actief, vier jaar reservist. Ik wil veel sparen. Als je in dienst bent, betaal je eigenlijk nergens voor. Ik wil niet hoeven sappelen later. Ik wil een goede kostwinner zijn voor mijn vriendin Sara.

"Er is natuurlijk ook die andere kant, dat ik misschien naar een crisisgebied moet. Dat is eng, ik wil niet bij Sara weg. Maar ik zou er wel iets goeds mee doen. En ik denk niet dat mijn taak hier op de wereld al volbracht is. Dus zal ik niet doodgaan. God staat aan mijn kant."

Elke schooldag begint hetzelfde. Een van de cadetten werpt zich op als 'klasleider' en commandeert de klas in de houding voor de eed van trouw aan de vlag. Tijdens de eerste les van een semester laten Major en Sergeant zien hoe je in de houding staat. Major: "Handen ontspannen langs de naad van je broek". Sergeant: "Hielen tegen elkaar". Major: "Het volgende bevel is 'Hoofd front'; je wendt je dan naar de middelste vlag. En dan 'Presenteer geweer'. Ben je in burger, dan leg je de rechterhand op het hart."

Zo gaat het elke dag. De klasleider: "Hoofd front! Presenteer geweer!" Alle cadetten: "Ik beloof trouw aan de vlag van de Verenigde Staten van Amerika en aan de republiek waar ze voor staat. Eén natie onder God, ondeelbaar, met vrijheid en recht voor allen."

Na een 'Zet af geweer, plaats rust!' van de klasleider, brengen de aanvoerders van elk squad rapport uit over hun cadetten: "Eerste eenheid, zes aangewezen, zes present", en rapporteert de klasleider tenslotte saluerend: "Major, iedereen present".

Daarna mag een van de leerlingen de 'Gelofte van de cadetten' inzetten: "Ik..." en alle cadetten vallen in: "...ben een Junior ROTC-cadet. Ik zal mij altijd gedragen tot eer van mijn familie, land, school en het cadettenkorps. Ik ben loyaal en vaderlandslievend. Ik ben de toekomst van de Verenigde Staten van Amerika. Ik lieg, bedrieg of steel niet en zal altijd verantwoordelijkheid dragen voor mijn daden. Ik zal altijd blijk geven van goed burgerschap en patriottisme. Ik zal hard werken om mijn geest te verbeteren en mijn lichaam sterker te maken. Ik zal proberen een leider te zijn en klaarstaan om de Grondwet en de Amerikaanse levenswijze te beschermen. Moge God me de kracht geven altijd te leven volgens deze gelofte." Major: "Goed gedaan mensen, prima. Het is een serieuze zaak wanneer je iets zweert. Mensen zullen je eraan houden en meer van je verwachten dan normaal."

Ter afsluiting is er, op dagen dat de cadetten niet in uniform zijn, een sportoefening. De klasleider mag kiezen. "De oefening vandaag is opdrukken." Alle cadetten: "Opdrukken, sergeant!" De klasleider: "Neem je positie in - start!" Major: "Maak er wat van mensen, doe je lichaam niet tekort. Je krijgt er maar één uitgereikt."

Major John Cenney werd geboren in 1955 in Johnstown, Pennsylvania. Hier werkten vrijwel alle mannen in de kolenmijn of, zoals Cenney's vader, in de staalfabriek. In zijn jeugd ving hij wel het nodige op over wat zijn vader en ooms hadden meegemaakt in de Tweede Wereldoorlog.

Op een dag gaf zijn vader hem en zijn broer een rondleiding in de staalfabriek. "Ik wil dat jullie iets anders gaan doen", zei hij. De enige ontsnappingskansen waren het leger of studeren, en Cenney combineerde die twee. Met een beurs van de marine studeerde hij aan de universiteit van Pennsylvania en leerde hij duiken, wat hij daarna vier jaar als militair moest doen. Maar dat bevredigde hem niet. "Ik was meer een arbeider dan een militair. Ik wilde een echte strijder zijn, iemand die zich onbaatzuchtig opoffert. En daarom dacht ik aan de commandotroepen. De Groene Baretten, dat waren voor mij de allerbesten."

Dat hij vele jaren en tal van buitenlandse avonturen later, afgezwaaid zou solliciteren op een baan als leraar aan een middelbare school, vindt hij helemaal niet vreemd. De Amerikaanse commandotroepen vechten niet alleen, maar geven ook les aan buitenlandse legereenheden. "Je werkte met jonge mensen die het soms wel en soms niet begrepen, soms wel en soms niet wilden horen. Het lukte vaak niet in een week, een maand of een jaar, je moest blijven terugkomen. Les geven op een middelbare school lijkt heel erg op dat soort missies!"

Dat herkende niet iedereen op zijn school in New Hampshire direct. "Mensen betwijfelden of wij wel voor de klas konden staan, terwijl we toch heel goede opleidingen hadden. Zodra ze ons uniform zagen, hadden ze hun oordeel klaar. Ik werd in de hal niet gegroet, kreeg de behandeling die ik me herinnerde uit sommige ontwikkelingslanden. Nu is het een stuk beter."

In januari 2011 komen er klachten over de Raiders. Major ontbiedt het team. De captain, cadet Chris Leoutsakos, kijkt bezorgd. Hij heeft al een contract bij het leger en vlast op net zo'n groene baret als Major, die hij verafgoodt.

"Hoe ging de training vandaag?", informeert Major. "Dit kan jullie beste jaar ooit worden. Als er tenminste een Raiderteam blijft. We gaan geen namen noemen. Maar een marcheerlied zingen met het F-woord erin? Ik zit mijn halve leven al tussen stoere vechtersbazen, maar die gebruikten die woorden niet. En mensen opdrukoefeningen laten doen bij wijze van straf? Dat is geen leidinggeven."

Als de Raiders weg zijn, analyseert Major: "De jongen met de meeste macht misbruikt het. Vandaag kon hij daar iets over leren. Dat lukt ook, maar we moeten wel vechten tegen de voorafgaande zeventien jaar dat hij die andere mentaliteit had."

Later die maand is er opwinding onder de cadetten: James Clark heeft zijn contract met het Korps Mariniers verscheurd. "Ik wou graag militair worden", zegt hij. "Het doorzettingsvermogen, het vakmanschap. Maar ik wil ook erg graag naar de universiteit."

Een belangrijke factor, erkent hij, is zijn nieuwe vriendin Rebecca, met wie hij een relatie begon kort nadat Sara het had uitgemaakt. "Ik denk: dingen gebeuren niet zomaar." Hij surft alweer naar websites van opleidingen. "Ik zoek iets met handhaving en natuur."

Andere studenten geven commentaar. Riley Sabol vindt het een slecht besluit. "Mariniers zijn geweldig", zegt ze. Haar ouders waren het ook.

Rebecca sneert: "Hij heeft maar één geldige reden en dat ben ik!"

Op een ochtend in mei komt een student die niet in het JROTC zit met Major Cenney praten over zijn plan om het leger in te gaan. Major: "Je zegt dat je weet waar je aan begint. Dat dachten Sergeant Delibac en ik ook, toen we 18 waren. Maar er is een keiharde realiteit: achter elke militair die vecht, staan twintig anderen dat achter de schermen mogelijk te maken. En een van hen wijst de graven toe. Ik zou eerst maar eens naar de universiteit gaan."

Later zegt Cenney: "Ik ben zo blij dat Delibac en ik er hetzelfde over denken, dat we hier niet zijn om te recruteren. En tot dusver hebben we geluk gehad met de studenten die wel de krijgsmacht ingingen. Ze doen het voor een bepaalde periode, zoals die ene die naar West Point ging. Hij diende netjes zijn vier jaar uit en ging toen als ingenieur een burgerbestaan leiden. Ik denk dat ik er compleet kapot van zou zijn als ik hoorde dat een van hen gesneuveld was."

Dit artikel werd mede mogelijk gemaakt door het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten

Foto's uit het project zijn van 4 mei tot september 2013 te zien in het Nationaal Onderwijsmuseum, Nieuwe Haven 26, Dordrecht.

Cadets (Engelstalig, 128 pag., 30 euro, ISBN 978-90-819396-0-7) is verkrijgbaar in de boekhandel en via www.cadets.us

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.

Deel dit artikel

Advertentie

Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang tot Trouw.nl.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.