Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Snelle schetsen

Home

HENNY DE LANGE

De kunstredactie van Trouw vraagt musea om een bijzonder kunstwerk uit het depot te halen dat nog nooit of lange tijd niet te zien was voor het publiek. In deze aflevering de keuze van Paulo Martina, directeur van Museum Drachten.

Jan met het boekje' werd hij genoemd. Omdat hij nooit de deur uitging zonder schetsboekje. In alles wat hij tegenkwam, zag Jan Planting (1893-1955) een onderwerp voor een snelle schets of tekening. Meer dan duizend van zijn tekeningen, schetsen, etsen en schilderijen zijn bewaard gebleven in Museum Drachten. Als je ze allemaal naast elkaar zou leggen, zie je een soort topografische atlas van Drachten en omstreken van de jaren twintig tot vijftig. Elke uitbreiding en ontwikkeling legde hij vast.

Buiten Drachten, waar hij op 3,5 jaar na - over die cruciale jaren straks meer - zijn hele leven heeft gewoond en gewerkt, is hij nooit een bekende kunstenaar geworden. "Maar hij was beslist bedreven met potlood en pen. Er zit zoveel vaart in zijn schetsen en tekeningen", zegt Paul Martina, directeur van Museum Drachten. Sommige schetsen werkte hij uit tot schilderijen, maar daarin was hij minder talentvol. De figuurtjes die hij met een paar potloodstreepjes op papier tot leven wist te brengen, 'bevroren' op het schildersdoek vaak tot houten klazen. Martina: "Maar in het schilderen van stillevens was hij wel goed." Een van zijn beste werken is een stilleven van verfpotten, dat destijds op een tentoonstelling in Utrecht lovende recensies kreeg. Dit schilderij hangt in Museum Drachten vrijwel altijd op zaal.

Dat geldt niet voor de vier schetsboekjes van Jan Planting die de directeur voor deze serie uit het depot heeft gehaald. Martina vermoedt dat ze daar al sinds de jaren vijftig hebben gelegen. Daarmee is het publiek wel tekortgedaan, want deze boekjes belichten een belangrijke periode in het leven van Planting. Martina: "Het zijn beelddagboeken van zijn ervaringen tijdens de mobilisatie van 1914 tot 1918."

In 1914 had Planting net zijn militaire dienstplicht vervuld, toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Met andere Friese soldaten moest hij naar Noord-Brabant om de Nederlandse grens te bewaken. De omstandigheden waaronder de troepen daar bivakkeerden, in tenten of op zolders van boerderijen, waren beroerd. Ook hadden ze weinig tot niets te doen. Uit verveling maar ook om wat bij te verdienen, ging Planting portretjes tekenen van zijn medesoldaten. Ook maakte hij tal van schetsen van de omgeving van Tilburg. Achteraf blijkt deze periode cruciaal te zijn geweest in zijn ontwikkeling als kunstenaar, zegt Martina.

Planting was verver van beroep, zeg maar huisschilder. Ververs kregen in die tijd niet alleen les in de basistechnieken maar ook in anatomie en het schilderen van landschappen en stillevens. Die vaardigheden moesten ze beheersen, omdat ze ook wel eens schoorsteenstukken moesten schilderen of decors voor toneelvoorstellingen. Het liefst was Planting kunstenaar geworden, maar daarvan kon hij niet leven. Tijdens de mobilisatie kon hij zich alsnog bijna volledig wijden aan zijn passie. Martina: "Planting had een enorme hekel aan het militaire leven en verlangde heel erg naar het moment dat hij terug mocht naar Friesland. Het tekenen was voor hem een uitvlucht, maar je ziet ook dat zijn tekenkunst in deze periode pas goed tot ontwikkeling is gekomen. Voor één van zijn schetsen kreeg hij zelfs een bronzen medaille tijdens een tentoonstelling in Tilburg."

Bladeren door de kwetsbare schetsboekjes mag niet, maar Martina heeft alle tekeningen - per boekje zijn dat er ongeveer veertig - laten scannen. Ze tonen hoe goed Planting kon observeren en van op het oog onbeduidende taferelen met een paar potloodstrepen pakkende beelden wist te maken. 'Ons nest' krabbelde hij bij een tekening van een zolder waarop een militair verveeld op zijn brits ligt. Eén van de favorieten van Martina is een schets van een verlaten landschap, waar in de verte een rij soldaten opdoemt. Martina: "Met een paar krasjes zette hij een soldaat neer." Zijn schetsboekjes had hij altijd bij zich. Voor de zekerheid had hij er ook -- in het Duits, Frans en Engels - in geschreven hoe te handelen mochten er toch vijandige militairen de grens oversteken. 'U bent in Holland. Ga terug of u wordt ontwapend en gevangen gezet.'

Martina vindt het mooi om deze relatief onbekende kunstenaar voor het voetlicht te halen. "Hij is voor Museum Drachten van groot belang. Niet alleen vanwege zijn nalatenschap die veel informatie geeft over de ontwikkeling van Drachten en omstreken. Hij heeft het museum ook meer dan honderd schilderijen geschonken van beeldend kunstenaar Thijs Rinsema. Ze vormen de basis van onze collectie." Planting was bevriend met Rinsema en diens broer Evert, die dichter was. Evert was tijdens de Eerste Wereldoorlog ook gemobiliseerd in de buurt van Tilburg. Thijs hoefde niet, omdat hij thuis de schoenmakerij draaiende moest houden. Martina kan daar nog een mooie anekdote over vertellen. Tijdens de mobilisatie maakte Evert zich nuttig met het repareren van de schoenen van soldaten. Tussen de bedrijven door las de dichter een boek over de Griekse wijsgeer Socrates. Dat viel een korporaal op. Die korporaal was Theo van Doesburg, die in 1917 beroemd zou worden als oprichter van de kunstbeweging De Stijl.

Planting bleef zijn hele leven bevriend met de Rinsema's en kwam via hen ook in contact met de kunstenaars van De Stijl, die de kunst en architectuur wilden hervormen. Ook leerde hij via de Rinsema's de dadaïst Kurt Schwitters kennen. Hun radicale opvattingen deelde hij niet. Martina: "Hij is altijd een traditionele kunstenaar gebleven met een beperkte actieradius." Jan Planting had genoeg aan Drachten, en zijn schetsboekje.

Deel dit artikel