Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Smokkelen op weg naar Santiago

Home

TEKST BERT STOK FOTO'S MARJOLEIN VAN DIJK EN BERT STOK

Je hoeft je zolen niet te verslijten als pelgrim naar Santiago de Compostela: je kunt ook met de boemeltrein, helemaal langs de noordkust van Spanje.

"Onze auto rijdt sneller dan de trein", zegt een jongetje enthousiast tegen zijn vader. Samen zitten ze gezellig te babbelen in de boemel langs de kust van Noord-Spanje. Lang duurt de reis van vader en zoon niet, na een paar haltes stappen ze uit en verdwijnen in een van de smalle straatjes achter het station. Als je wilt kun je over smalspoor helemaal meerijden vanaf de Frans-Spaanse grens bij Irun tot vlakbij Santiago de Compostela. Het eerste stukje met een blauwe boemel van de Baskische maatschappij EuskoTren en dan verder vanaf Bilbao met het gele treintje van de FEVE (de nationale Spaanse smalspoorwegmaatschappij). Voor het geld hoef je het niet te laten: 800 kilometer boemelen voor iets minder dan 50 euro. Het traject telt zo'n 250 haltes. Steek voor alle zekerheid je hand op als je mee wilt. Een toeter van de machinist en dan is er de cadans van de wielen en het verglijdende uitzicht op wild stromende beken en fris groene bergdalen. Takken zwiepen gevaarlijk dicht langs de ruiten. Af en toe duikt de zee op en dan gaat het weer landinwaarts door bossen en weiden.

Aan de voet van de Picos de Europa, een bergmassief met eeuwige sneeuw, is het hooiland te steil voor een tractor. Mannen met zeisen doen het werk. Onder aan de spoordijk vluchten kalveren weg voor de trein. Waar rookpluimen ontsnappen uit fabriekspijpen staan rijen wagons beladen met erts te wachten om aan een locomotief gehaakt te worden. Teken dat de stad dichtbij is. Uitstappen voor weer een 'Guggenheim' of een architectonisch hoogstandje uit het verleden? Ik rij verder naar een vissersdorpje met naar men zegt mooie stranden: San Vicente de la Barquera.

Het station ligt ver buiten de bebouwde kom, maar dikke kastanjebomen langs de weg omlaag naar zee maken veel goed. Strandwandeling, paella met zeevruchten en een bed: 'la vida es linda' (het leven is mooi). De volgende morgen terug omhoog naar de gele boemel. Twee jongens trappen een balletje in afwachting van de trein. Ze komen uit Groningen en volgen 'El Camino de la Costa' naar Santiago. Deze kustroute is veel zwaarder dan ze dachten: steeds op en neer over de uitlopers van het Cantabrisch Gebergte. De 40 kilometer per dag die ze dachten te kunnen lopen, halen ze bij lange na niet. De kustroute is volgens hen een stuk lastiger dan die door het binnenland, de Camino Frances. "We hebben nog maar een week, dan worden we weer op ons werk verwacht. Om Santiago te halen moéten we af en toe de trein wel nemen". Op hun iPhone laten ze trots wat foto's zien van hun tocht. De meeste plaatjes tonen vertier in de avonduren. De verleiding om af en toe een stukje te smokkelen is groot. Op de muren van de stations zitten kleurige door Vodafone gesponsorde tegeltableaus met daarop de kustroute van de pelgrims die vrijwel helemaal het spoortraject volgt. Een echtpaar uit Utrecht zit met de fietsen in de trein. "Dan komen we nog op tijd in ons hotel." Alle overnachtingen tot aan Santiago zijn vanuit Nederland al gereserveerd. Ze vinden het fantastisch dat de fietsen gratis mee mogen met de boemel. Andere pelgrims nemen de trein om een tijdje droog te zitten. Jürgen uit Hamburg bezweert dat hij niet iemand is die trein of bus neemt om zeker te zijn van een slaapplek in een refugio. "Die heb je ook, en dan vissen de echte lopers achter het net." Zoals ik met de trein naar Santiago 'wandel', vindt hij niks: "Dat is pas iets voor als je heel oud bent." Bij Ribadeo op de grens met Galicië strompelt hij uit de trein: last van dikke voeten.

Spoor en pelgrimsroute scheiden hier. De pelgrims trekken landinwaarts, de trein rijdt verder langs de kust en deze keer ook echt langs de zee. Het is het mooiste traject tot nu toe: koeien grazen tot aan de klifrand, het blauw van de oceaan contrasteert met het wit van een imposante bloemkolenlucht. Ik vraag de conducteur om me op Estación de Esteiro uit te laten stappen. Hoog over de klif banjer ik richting Praia das Catedrais. Wind en zee hebben het zachte gesteente in de meest bizarre vormen geslepen. Waar je elders alleen met een bootje dichtbij de grotten en gaten van zo'n rotsformatie kunt komen, kan dat hier te voet bij eb. Je wandelt er door een zuilengang zo hoog als een kathedraal. Terug naar het stationnetje loop ik in marstempo, de trein komt maar vier keer per dag langs. In Ponte Mera vraag ik nog een stop aan. Op 15 kilometer van het station liggen prachtig groene kliffen, met aan de voet bedevaartsoord Teixido, het bescheiden voorbeeld voor Santiago de Compostela. Door het heldere licht, de ruige rotsen en kapen voelt het langs de Galicische kust als in Scandinavië, maar dan met Spaanse tapas en rode wijn.

Op het perron bij Ferrol, het eindstation van de boemel, lopen de conducteur en ik naar de uitgang. Hij gaat vandaag nog terug naar huis. "Maar wel met de bus, dat is sneller", lacht hij. Het laatste stuk naar Santiago gaat met een hsl die als een hagelwitte kogel over het spoor suist. Buiten oogt het saai, er is niet veel meer te zien dan productiebos. Met de aanplant werd in de tweede helft van de vorige eeuw begonnen en nu is het binnenland overwoekerd door een woud van eucalyptusbomen. Het snel groeiende hout wordt verwerkt tot houtpulp, onder andere geschikt voor de productie van papieren zakdoekjes. Wie kon plantte eucalyptusbomen, alleen daarmee was het voor de boeren mogelijk om nog wat te verdienen. In de bergen, boven de 400 meter, gedijen deze bomen gelukkig niet.

Ik denk aan de pelgrims die bij Ribadeo het binnenland in trekken en door eindeloze productiebossen moeten sjokken. Geen pretje lijkt me. Maar in Santiago, op het schitterende Praza do Obradoiro bij de kathedraal, hoor ik een lofzang op de schaduw en de geur van het eucalyptusbos.

"Die Duft, wie in der Sauna", snuift een vrouw verrukt. De onlangs gepensioneerde Bob, met zijn vrouw al vijf maanden onderweg vanuit België, vindt die eucalyptusbossen eigenlijk wel mooi: "Die heb je bij ons niet." Uit zijn rugzak haalt hij een paar jonge blaadjes. Hij breek er een en laat me ruiken. "Lekker hè, je ruikt het bos", zegt Bob enthousiast. Ik knik van ja.

Met de trein

Een paar keer overstappen
Het Eusko Tren station in het Franse grensstad Hendaye bevindt zich vlakbij het hoofdstation. Vanaf het eindpunt in Bilbao is het ruim een halve kilometer naar Calle de Bailén nr 2, het station van de FEVE. Na Bilbao overstappen in Santander en Oviedo. Beide stations zijn ook het eindpunt van een specifiek FEVE-traject. Ferrol in Galicië is het eindstation van de FEVE. Vanaf hier met lokale trein naar La Coruña en vandaar met HSL naar Santiago.

Reserveren kan niet, maar tijdens mijn reis (juni) waren er steeds ruim voldoende zitplaatsen. Voor zo'n 50 euro reis je van de Frans/Spaanse grens naar Ferrol in Galicië. De fiets kan gratis mee. Zie verder; www.feve.es of www.ueskotren.es

Deel dit artikel