Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Smakelijk genen

Home

Kees de Vré

Met de gentechnologie heeft de veredelaar ongekende mogelijkheden in handen gekregen. Hij kan naar believen bruikbare genen in zijn producten bouwen. Vraag is of de consument die wil slikken. In de aanloop naar het maatschappelijk debat over gentechnologie en voeding, scharen we ons aan tafel en laten de culinaire hoogstandjes van de wetenschap opdienen. Zevende en laatste deel: Digestief.

Als de brand in de sigaren is gestoken en de kok even aanschuift, ontspint zich een discussie over de genoten maaltijd, over eten in het algemeen, over verse ingrediënten, smaak en, hoe kan het anders: voedselveiligheid.

BSE, dioxinekippen, varkenspest, mond- en klauwzeer, alle plagen van Egypte passeren de revue. De chef zucht dat ook gentechnologie hem danig bezighoudt. ,,Wat moeten we daar nu weer van denken? Ook de geleerden komen er niet uit. Zelfs met de tabak voor jullie sigaren wordt door gentechnologen geëxperimenteerd.'' Hij kent een collega in Utrecht met de toepasselijke naam Mijndert Groen die is overgestapt op biologische ingrediënten. ,,Ik denk er ook over.''

Edith Lammerts van Bueren ziet het voornemen van de vertwijfelde kok wel zitten. Ze heeft het tij ook mee. Schandaal op schandaal maken we mee met onze voeding. De consument weet niet meer wat nog veilig is. Lammerts van Bueren is sectieleider veredeling van het Louis Bolk instituut, dat de biologische landbouw onderzoekt. ,,Bij de biologische landbouw wordt naar het geheel gekeken: de plant, de bodem, de gebruikte mest. Hoe werkt dat alles op elkaar in? We proberen problemen, zoals insecten, onkruid en ziekten, op te lossen zonder gebruik van chemicaliën en antibiotica en in de veeteelt met veel aandacht voor het dierenwelzijn.''

En gentechnologie? Die wordt toch door velen beschouwd als een mooie aanvulling van de biologische landbouw. Gentechnologie kan de biologische landbouw voorzien van nieuwe rassen die bestrijding van onkruid en ziekten vergemakkelijken. ,,Ik zie daar niets in. Gentech is zo'n vernauwde manier van kijken. De plant als organisme is veel complexer dan die paar genen. Planten maken deel uit van een veel omvattend ecosysteem, waarin ook de mens zijn plaats heeft. Wij staan een multidisciplinaire aanpak voor van de landbouw, maar dat gebeurt niet. En dat is ons grote probleem. Zo'n aanpak geeft meerwaarde, je leert van elkaar.''

En gentechnologie past daar niet in? ,,Gentechnologie is een peperdure en risicovolle manier van veredelen en bovendien niet nodig. We kunnen zonder. Wij zitten op een ander spoor waarin we nog lang niet zijn vastgelopen. Sterker nog, ik zou de wetenschap willen uitdagen niet op één paard te wedden en ook te werken aan gentechvrije concepten ten behoeve van de biologische landbouw.''

Wetenschappers in Nederland en daarbuiten vinden dat de biologische landbouw zich met deze 'dogmatische' opstelling in de eigen voet dreigt te schieten. Biologische productie vereist biologisch zaaizaad, maar dat zaad moet wel gezond zijn. En gezond zaad is er niet genoeg, zeggen onderzoekers. Dus wordt er teruggegrepen op oude zaadsoorten die niet biologisch zijn. Soorten die gevoelig zijn voor bijvoorbeeld schade door schimmels. Juist de gentechnologie kan helpen om nieuwe rassen te ontwikkelen die volkomen biologisch zijn, zeggen wetenschappers, die hierin de kiem zien van een compromis.

Zaadveredelaar Enza Zaden doet zowel aan biologische landbouw als aan gentechnologie. Hoe ver kunnen die twee samen optrekken? Onderzoeksdirecteur Joep Lambalk: ,,Wij doen alleen aan gentechnologie als de natuur geen alternatief biedt. In een aantal situaties is dat zo. Met virussen en schimmels bij voorbeeld. Gentechnologie is echter zeer duur en een zaak van lange adem. Wij zijn een andere kant opgegaan, die van de moleculaire merkertechnologie. Dat is wel biotechnologie maar geen gerommel met genen. Met merkertechnologie breng je het genenpaspoort van een plant in kaart. Je maakt zichtbaar wat wel en wat niet aanwezig is in de plant, bij voorbeeld resistentie tegen een ziekte.''

,,Van allerlei planten zijn nog veel wilde variëteiten bekend, zoals van de tomaat, waar de gezochte genen in zitten. Door het kruisen van die wilde en de voor de consument bestemde variant kun je een gewenste resistentie inbouwen. Van wilde soorten is nog zo veel te halen. Gentechnologie heb je daarvoor niet nodig.''

Maar met gentechnologie gaat het wel sneller. ,,Ja, een tomaat veredelen op onze manier kost acht jaar, met gentechnologie ruim twee jaar. Die tijdwinst is aanzienlijk. Maar wíj hebben de publieke opinie mee. We hebben achteraf dus de goede keuze gemaakt.''

Fascinerend om te zien hoe de consument de machtige agrochemische multinationals en de wetenschap de les leest. Natuurlijk, de consument wordt daarbij geholpen en dikwijls gestuurd door bondgenoten als supermarktconcerns en maatschappelijke organisaties als Greenpeace, die elk weer hun eigen agenda's hebben. Maar toch, het idee dat grote multinationals de consument iets door de strot kunnen duwen is definitief naar het verleden verwezen.

De klokkenluiders, waartoe ook steeds meer twijfelende wetenschappers behoren, durven in dit klimaat ook naar buiten te treden en vinden vaker gehoor. Of zij ook gelijk hebben is een tweede. In ieder geval is er mede door hen een groeiend besef dat de balans zoek was en nu in evenwicht moet worden getrokken. Er staat meer op het spel dan de ego's van managers en de belangen van aandeelhouders.

De techniek op zich is nauwelijks omstreden. Afgezien van de religieus bezwaarden die opkomen tegen het sleutelen aan Gods schepping is er ook bij de bestrijders van gentechnologie niemand die principieel tegen is. Dat komt het duidelijkst tot uitdrukking in de geneeskunde. Er is geen enkel protest tegen met gentechnologie vervaardigde geneesmiddelen voor ernstige ziekten zoals diabetes. Maar als het gaat om voedsel heeft men meer moeite met het afwegen van voor- en nadelen van gentechnologie.

Die afweging moet in Nederland gaan plaatsvinden via het maatschappelijk debat dat dit jaar wordt georganiseerd door de commissie-Terlouw. Een voudig is de afweging niet, want van de voordelen -gezond, goedkoop, beter voor het milieu- is nog weinig gebleken en de nadelen, vooral voor het leefmilieu, zijn nauwelijks onderzocht. Wat weeg je dan af? Kun je op grond van zo weinig feiten een goede keuze maken?

Lastig ook omdat in de discussie over gen-voeding argumenten en emoties worden vermengd die de zaak er niet helder op maken. Volgens techniekfilosoof Martijntje Smits, verbonden aan de TU Eindhoven, moet om het onderwerp helder te krijgen het massieve blok dat als 'gentechnologie' op de consument afkomt worden opgesplitst in kleinere delen. Smits, die dit jaar promoveert op een onderzoek naar de aanvaarding van nieuwe technieken in de samenleving, vergelijkt het met de omstreden introductie van plastic. Toen waren er eveneens angstvisioenen dat plastic de samenleving zou gaan overheersen en we zouden omkomen in de kunststoffen. De hitte werd uiteindelijk uit het debat gehaald door verschillende soorten plastic te onderscheiden. En dan blijken er, volgens Smits, slechte en goede soorten te zijn. De slechte hebben het niet gehaald en de goede plastics hebben een plaats in de samenleving gevonden. Zij is ervan overtuigd dat hetzelfde moet gebeuren bij de gentechnologie om de geest weer in de fles te krijgen.

Dat zal best nog even duren, maar de samenleving krijgt daarvoor ook de tijd. Er is namelijk geen bedrijf werkzaam in de voeding en/of landbouw dat erover denkt om binnenkort iets op de Europese markt te brengen dat is gefabriceerd met gentechnologie. De concernonderzoekers zitten weliswaar niet stil, er wordt veel ontwikkeld, maar de verkopers zijn in de huidige omstandigheden als de dood voor introductie van nieuwe gen-voeding. Wel wordt er in alle stilte overleg gevoerd met alle betrokkenen over de vraag hoe straks verder als de commotie enigszins is weggeëbd.

Volgens de vice-voorzitter van de commissie voor milieu, gezondheid en consumentenzaken van het Europees parlement Alexander de Roo (GroenLinks) betekent de huidige status-quo het einde van de relatie tussen gentechnologie en voeding. ,,Net als kernenergie zal het een vroege dood sterven. Genvoedsel heeft geen voordelen en we hebben het met onze rijke variatie aan voeding ook niet nodig.''

Het bedrijfsleven reageert verdeeld. Dr. Oscar Goddijn, een van de onderzoeksleiders van de gentechnologische multinational Syngenta: ,,Het duurt zeker nog tot 2005 voordat wij weer stappen op die markt zetten, maar er komen producten aan waar de consument wat aan heeft.'' Het gebrek aan aansprekende producten wordt beschouwd als een van de oorzaken van de huidige gentech-malaise. Gentechnoloog Kees Noome van zaadveredelaar Advanta: ,,Nou, ik weet echt niet welke producten daarvoor op overzienbare termijn in aanmerking komen. Als ik naar buiten kijk naar onze proefvelden, daar word ik niet opgewonden van. Daarop zijn nog geen schokkende zaken gaande.''

Ismael Serageldin, landbouwexpert en voormalig vice-president van de Wereldbank suggereert dat we ons over een tiental jaren terugkijkend een deuk zullen lachen om alle commotie over gen-voeding. Dr. Harry Kuiper van het onderzoeksinstituut voor land- en tuinbouw Rikilt: ,,Ik denk dat het nog minstens tien jaar duurt voordat bewezen is dat gen-voeding een positief effect heeft op de mens heeft. Het is erg overschat. Ik sta achter gentechnologie, maar het is zeker niet de oplossing voor alle kwalen.''



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie