Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Slavenkind wordt als cadeau weggegeven in Mauretanië

Home

Niels Posthumus

Als laatste land ter wereld verbood Mauretanië in 2007 de slavernij, maar de wet heeft nog tot geen enkele veroordeling geleid. Een op de zes mensen leeft er nog steeds als slaaf. Kinderen uit de slavenkaste worden aan bekenden geschonken als schoonmaakhulp.

Vrouwelijke achternamen beginnen in het Afrikaanse land Mauretanië met ’Mint’. Het betekent: dochter van. Maar niet de naam van Bétoul. Zij had geen achternaam toen zij in 2004, rond de dertien jaar oud, aankwam bij S.O.S. Esclave, de mensenrechtenorganisatie in hoofdstad Nouakchott. Bétoul had geen achternaam, omdat niemand wist wie haar ouders waren. Evenmin was bekend wanneer ze precies ter wereld kwam.

Bétoul werd als kind door haar meester weggegeven, als cadeau, aan een volslagen onbekende familie. Dat gebeurt nog vaak, zegt Boubacar Ould Mohammed, secretaris-generaal van S.O.S. Esclave. „Kinderen van slaven zijn bij geboorte automatisch ook slaaf en worden als hulp in de huishouding aan bevriende meesters geschonken bij verjaardagen of huwelijken.”

Mauretanië stelde slavernij, als laatste land ter wereld, in 2007 strafbaar. Toch leven nog altijd naar schatting een half miljoen Mauretaniërs als slaaf. Na een legercoup in 2008 werd de antislavernijwet in praktijk weer terzijde geschoven.

Ould Mohammed: „De mensen die ’cadeaus’ ontvangen, verweren zich door te zeggen dat zij niets hebben misdaan. Ze hebben immers niemand bestolen, vermoord of gekidnapt. Ze hebben slechts een schoonmaakster gekregen van vrienden.”

Volgens Anti-Slavery International, de oudste mensenrechtenorganisatie ter wereld, leeft naar schatting één op de zes mensen in Mauretanië als slaaf. Ze zijn het bezit van een ander. Ze worden gedwongen te werken, al wanneer ze een paar jaar oud zijn, zonder dat zij ooit loon ontvangen. Kinderen mogen niet naar school. Meisjes mogen niet kiezen met wie ze willen trouwen. Ze zijn vaak het slachtoffer van geweld en verkrachting door hun meesters.

Die verkrachtingen leiden vaak tot zwangerschappen en buitenechtelijke kinderen. „Als een slavenvrouw vervolgens weigert degene te huwen die haar meester voor haar heeft uitgekozen, neemt haar dochter simpelweg haar plaats in”, vult Ould Mohammed aan.

Bétoul speelde niet met andere kinderen. Ze had nooit vriendinnetjes. Ze mocht van haar meesteres niet buitenspelen. Ze was in haar eentje verantwoordelijk voor het hele huishouden. Het enige dat ze bezat was een rok, een T-shirt en een hoofddoek. Ze werd vaak geslagen.

Mauretanië heeft een strakke sociale hiërarchie, een soort kastensysteem. Bovenaan staan de Bidane, de Moorse slavenhouders. Deze kleine minderheid van Arabische Berbers, ongeveer twintig procent van de 3,1 miljoen Mauretaniërs, heeft een lichte huidskleur en bezet alle belangrijke posities in de politiek, het bedrijfsleven en de rechtelijke macht. Onder hen staan de mensen van gemengd bloed en de ’vrije’ zwarte Mauretaniërs, van wie de ouders nooit slaven zijn geweest. In spaarzame gevallen houden ook zij slaven. Helemaal onder aan de sociale orde staan de Haratine, de slavenkaste, een status die zij van generatie op generatie doorgeven en waaraan ze niet kunnen ontsnappen. Hun huid is donker.

Ook Boubacar Ould Messaoud, voorzitter van S.O.S. Esclave, is een Haratine, maar dan een van de weinigen die het geluk hadden een opleiding te kunnen volgen. Hij zette de mensenrechtenorganisatie in 1995 op, eerst nog illegaal. Slavernij was in 1981 weliswaar officieel afgeschaft bij presidentieel besluit, maar dit betekende in de praktijk vooral dat slavernij werd doodgezwegen en categorisch ontkend. Toen Ould Messaoud in 1998, tijdens de Parijs-Dakar Rally, op de Franse televisie meldde dat slavernij nog altijd bestond, werd hij gearresteerd en voor enkele weken gevangengezet.

Het tij leek te keren na de eerste volledig democratische verkiezingen in 2007. Met hulp van Oxfam Novib en de rapporten van S.O.S. Esclave loodste president Sidi Ould Cheikh Abdallahi een wet door het Mauretaanse parlement die slavernij strafbaar stelde. Een paar maanden later maakte een legercoup een einde aan zijn bewind.

„De arrogante houding van de Bidane, die na 2007 langzaam bijdraaide, is helemaal terug”, zegt Ould Mohammed. „De regering ontkent het bestaan van slavernij opnieuw en de dialoog met mensenrechtenorganisaties is opgeschort.” Tijdens een demonstratie vorig jaar augustus werd de voorzitter van S.O.S. Esclave, in elkaar geslagen door politieagenten. Uit de wet van 2007 vloeide tot op heden nog geen enkele veroordeling voort.

„Die wet bestaat alleen nog maar om de internationale gemeenschap tevreden te houden”, zegt Ould Mohammed. In praktijk schaart de huidige regering de zeldzame gevallen van slavernij die aan het licht komen onder de noemer mensensmokkel of uitbuiting. „Het probleem is bovendien breder”, gaat hij verder. „Ook de discriminatie van ex-slaven, die hun leven lang tot de Haratine-kaste behoren, groeit. Vroegere meesters eisen vaak het land op van ex-slaven. Zij toonden met valse documenten aan dat eigenlijk zij eigenaar zijn van het stukje grond.”

Omdat Haratine nergens in het Mauretaanse rechtssysteem beslissingsmacht hebben, winnen de Bidane ook met namaakdocumenten alle zaken. Evenzo claimen vroegere meesters regelmatig de erfenis van hun ex-slaven en roepen zij hen op als zij mankracht nodig hebben.

Het is niet eenvoudig voor een slaaf om aan zijn meester te ontsnappen. Haratine krijgen vaak te horen dat de islam stelt dat zij niet in het paradijs komen als zij hun meester niet gehoorzamen. Doordat slaven niet naar school gaan, zijn zij doorgaans ongeletterd, en kunnen zij dus niet in de Koran lezen of die moslims verbiedt om geloofsgenoten tot slaaf te maken.

De meeste slaven leven bovendien bij de nomadenvolken in de noordelijke en oostelijke woestijn van Mauretanië. Weglopen in die eindeloze zandvlaktes is niet eenvoudig. Bétoul had het geluk dat haar meesteres in een voorstad van Nouakchott woonde.

Veel ex-slaven keren uiteindelijk vrijwillig terug bij hun meester. Ze zijn te afhankelijk. Ould Mohammed: „Deze mensen kunnen water halen, hout sprokkelen en een kudde geiten bij elkaar houden, maar daar blijft het bij. Zelfs het schoonmaken van een huis hebben zij in de nomadententen nooit geleerd. En eenmaal vrij bezitten ze niks. Geen geld, geen kameel, niets. Veel Haratine-meisjes eindigen daardoor in de prostitutie en voor jongens is vaak alleen een baantje als sjouwer met ezel en wagen voorhanden.”

„Slavernij is in Mauretanië een diepgeworteld probleem met een traditie van honderden jaren”, besluit Ould Mohammed. „Je kunt niet verwachten dat we de hele traditie binnen een aantal jaren hebben uitgewist alsof zij nooit heeft bestaan.” Maar de overheid moet het probleem wel erkennen en samenwerken met mensenrechtenorganisaties om het lot van kinderen als Bétoul te verzachten. Het is volgens hem een taak voor de internationale gemeenschap om de druk op de Mauretaanse overheid op te voeren. „De machthebbers moeten hun groeiende arrogantie weer afschudden.”

Deel dit artikel