Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Singer Museum / Als wilde zwanen steeds op doortocht

Home

door Cees Straus

Hagerstown is een onopvallend stadje, idyllisch gelegen in een Vogezen-achtig landschap in de Amerikaanse staat Maryland, een luttel uur rijden vanaf de hoofdstad Washington. De vele toeristen die hier accommodatie zoeken, komen niet in de eerste plaats voor de prachtige verzameling houten huizen die inmiddels al een kleine twee eeuwen moeten hebben getrotseerd, maar voor het nabijgelegen slagveld van Antietam dat lokaal beter bekend staat als Sharpsburg.

De Burgeroorlog liet Hagerstown onberoerd - Maryland was een soort niemandsland omdat het geen keuze wilde maken tussen de Noordelijken en de Zuidelijken en om die reden gemakkelijk een speelbal kon worden. Daarom oogt het centrum nog tamelijk historisch.

Midden in de stad maar schilderachtig gelegen tussen heuvels en aan een meertje staat het Washington County Museum of Fine Arts. Het is hét museum voor Hagerstown en wijde omgeving, maar legt het wat zijn collectie en expositiebeleid betreft natuurlijk af tegen de veel rijkere zusters in het nabijgelegen Washington. Toch weerhoudt dat het museum er niet van om nauwe betrekkingen met Nederland te onderhouden.

In de figuur van Anna Brugh kende Hagerstown een beroemde plaatsgenote die een deel van haar leven samen met haar schilderende man in het Noord-Hollandse Laren doorbracht. In Hagerstown zijn nog tal van plekken terug te vinden die met haar leven te maken hebben: haar geboortehuis staat niet ver van het museum af, net als de kerk waar het huwelijk werd voltrokken.

Anna Singer-Brugh, die in 1872 in Hagerstown werd geboren, was van minder rijke afkomst dan haar man, de uit Pittsburgh afkomstige schilder William Singer (1868-1943). Het vermogen dat zij gedurende haar leven aanwendde om maar liefst drie musea op te zetten en met een deel van hun kunstcollectie op een kwalitatief aanzienlijk niveau te brengen, moet van de kant van Singers familie zijn gekomen.

William Singer, zoon van een gefortuneerde staalfabrikant, leidde met zijn vrouw een leven van reizen en trekken, verdeelde zijn jaren over Europa en hun thuisland. Als zovele schilders uit de ’Nieuwe Wereld’ kwam hij aan het begin van de 20ste eeuw in Parijs, waar de Singers zich snel onderdompelden in het culturele leven. Niet zo lang dat ze zich er wilden vestigen. William Singer had ooit het werk van de Anton Mauve gezien, de Haagse School-schilder van weemoedig stemmende heidegezichten waar op altijd wel een herder zijn schaapskudde laat grazen. Dus togen de Singers naar Laren, zodat William zich kon bezighouden met het pure Hollandse plein air schilderen.

Ze kochten een Gooise villa die de naam ’Wild Swans’ (Wilde zwanen) kreeg. De Singers voelden zich immers gelijk zwanen altijd op doortocht door het leven, immer bereid om nieuwe plekken te zoeken waar het nog beter zou zijn. Behept met zo’n ongedurigheid heeft de wens om zich uiteindelijk ergens te nestelen natuurlijk weinig kans. De Singers zetten hun huis dan ook weer binnen een paar jaar te koop, toen de schilder bedacht dat het landschap in Noorwegen beslist mooier moest zijn en vooral meer inspiratie te bieden had. Dus volgde een nieuwe emigratie, dit keer naar een plaatsje aan de Noorse westkust, niet ver van de havenstad Bergen.

Onrustig als ze waren, bleven ze echter overal waar ze kwamen, uitgebreid reizen. Vanuit Bergen trokken ze eens in de zoveel tijd terug naar Laren, waar ze zelfs hun oorspronkelijke villa terugkochten. Ook Toscane, dat ook onder Amerikaanse kunstenaars een enorme reputatie had, werd regelmatig bezocht. Tussen de beide wereldoorlogen door werden trouwens de beide schoonfamilies in Amerika niet vergeten.

Vanaf het begin waren William en zijn vrouw op ruime schaal kunst gaan verzamelen. Om hier meer mensen van te laten genieten - de Singers bleven kinderloos - liet Anna Singer aan het begin van de jaren dertig in haar geboorteplaats het Washington County Museum optrekken. Het gebouw had toen nog niet de omvang van wat het veel later heeft gekregen. De bezoekers kwamen er binnen in een imposante neo-middeleeuwse hall die het oog door zijn afmetingen onmiddellijk in vervoering moest brengen. Aanvankelijk was deze ontvangstzaal voor tapijten gedacht, maar die zijn er nooit gekomen. De muren zijn er nog altijd volgehangen met oude Italiaanse meesters, al moeten van tijd tot tijd wel de toeschrijvingen worden bijgesteld.

Anna Singer heeft het - en dat typeert haar bijzondere karakter - niet bij één museum gehouden. William Singer stierf in 1943 op hun Noorse adres, met achterlating van een behoorlijk oeuvre van, laten we het eerlijk zeggen, niet opzienbarende kwaliteit. Voor Anna was het werk echter goed genoeg om er een monument voor op te richten. In Laren stelde ze in 1956 fondsen en de villa ’Wilde zwanen’ beschikbaar om daarmee het naar haar en haar man genoemde Singer Museum op te richten.

De oorspronkelijke woning werd fors uitgebreid (in de tuin sneuvelde het atelier van William Singer, maar daarvoor in de plaats kwam de tuinzaal die nog altijd kunst in een onovertroffen daglicht toont) en ook werd een concertzaal aan het complex toegevoegd. Muziek was een andere passie van Anna Singer die een ’niet onverdienstelijk pianiste’ wordt genoemd.

Ook Bergen werd niet vergeten: het plaatselijke museum kon enkele zalen met onderdelen van de collectie-Singer inrichten. Jammer genoeg beschouwt de directie van het museum dit deel van het bezit als een vreemde vogel en doet zelfs de deuren van de zalen op slot zodat bezoekers er nadrukkelijk om moeten vragen om te weten wat de Amerikaanse mecenassen hebben geschonken.

Zo niet het Singer Museum in Laren. Als particulier museum - en dat al weer een halve eeuw - heeft de Gooise kunstinstelling door de jaren heen een interessant expositiebeleid gevoerd. Nog steeds staat de figuratie uit de eerste helft van de 20ste eeuw met een uitloop naar de vroege modernisten in collectie en expositiebeleid centraal. Maar net als in het museum in Hagerstown heeft het museum in Laren een evolutie doorgemaakt. Na een geslaagde poging om aan te sluiten op het typische Gooise klimaat (wat leidde tot de charmante jaarlijkse Herfstflora, maar ook terugkerende presentaties van naaldkunstenares Cecile Dreesmann) heeft het Singer enkele decennia geleden de overstap gemaakt naar die categorie musea die niet langer een streekgebonden beleid voert maar zich eigenlijk op het hele land richt.

Om te laten zien hoezeer de over de diverse musea verspreid geraakte collectie met elkaar samenhangt heeft het jubilerende Singer het voortouw genomen van een groot overzicht dat in september in Laren begint en enkele maanden later naar Hagerstown verhuist. Tot die tijd gaat het Singer live met dagelijks muziek, toneel, variété en andere acts plus zaalinrichtingen. Anna Singer-Brugh zou het met welgevallen bezien.

Deel dit artikel