Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Sies Dik-Noorman 1911-2007

Home

Esther Hageman

Sies Dik was zo’n schooljuf die je nooit meer vergeet. Ze was ook de echtgenote van een kunstenaar: schilder Cor Dik. Op de Asvo-school in Amsterdam was ze een ’bijzondere’ juf.

Haar vader was banketbakker in de 3de Helmersstraat in Amsterdam – en hofleverancier. Nam je in die jaren in de Stadsschouwburg iets bij de koffie, dan was dat gebak van Noorman.

Tot op de kweekschool heette ze voluit Gezina Noorman, in het dagelijks leven bekort tot Ina. Maar in de klas zaten nog twee Gezina/Ina’s. Om die van elkaar te onderscheiden kregen ze andere namen. Zo werd Ina tot Sies.

Op de eerste school waar ze ging werken, in Velsen, leerde ze haar man kennen. Cor Dik, in Zaandijk geboren als zoon van een kuiper. Hij was op de Rijkskweekschool in Haarlem onderwijzer geworden. Die opleiding was gratis en trok slimme arbeiderskinderen, maar stelde een voorwaarde: je moest vijf jaar voor de klas staan. Voor Cor Dik, die wilde schilderen maar uit geldgebrek niet naar de kunstacademie had gekund, was dat lesgeven eigenlijk niks.

Sies en Cor – maar zij noemde hem ’Kees’ – trouwden in 1933 en kregen een jaar later een eerste kind: dochter Anje. Toen zij vier was en Cors verplichte jaren op school erop zaten, verhuisden ze naar Delden. Daar werden ze jeugdherbergouders. Dan woonde je gratis, als je het stookhout uit het bos haalde had je geen stookkosten, de elektriciteit was gratis en ’s zomers at je mee met de jeugdherberggasten – die toen nog ’trekkers’ heetten.

Dat bestaan gaf Cor de gelegenheid om te schilderen, zonder verplicht te zijn om uit geldnood werk te verkopen. Sies en Cor bleven het zeven jaar doen, kregen in Delden een tweede kind – zoon Simon – maar namen ontslag toen de jeugdherberg in 1942 opgeëist werd om er NSB-vrouwen en -kinderen in te laten wonen. De rest van de oorlog woonden ze met z’n vieren in het kleine atelier dat Cor verderop had, op het terrein van hotel Carelshaven.

Maar Cor kreeg meer en meer portretopdrachten uit de Randstad en kreeg dus behoefte aan een atelier daar. Hij vond het in de Jodenbreestraat in Amsterdam - schuin tegenover het Rembrandthuis, boven een filiaal van de Amsterdamsche Bank. Een paar maanden na de bevrijding, het derde kind was inmiddels geboren, ging het gezin er ook wonen. Door een paar kamers te verhuren hadden ze nog wat vaste inkomsten.

Sies Dik keerde in 1952 terug naar het onderwijs – en werd kostwinner – toen de jongste, zoon Jaap, zeven was. Ze ging werken aan de Asvo-school, een lagere school met zowel een Montessori- als een ’gewone’ afdeling. Juffie Dik haalde er speciaal de Montessori-aktes voor.

Ze werd zo’n juf die je nooit meer vergeet. „Geen enkele andere leraar op de Asvo, noch op de middelbare school, heeft zo’n diepe indruk achtergelaten”, zeiden een paar oud-leerlingen bij haar crematie. „De enige echte juf ooit.”

Dat was niet alleen omdat ze goed kon lesgeven – al kon ze dat. Ze had een stem die klonk als een klok en vertelde er prachtig mee – vooral bij geschiedenis. Ze had ook zo haar eigen pedagogische opvattingen. Toen ze eens tussen de middag op straat zag hoe een van haar leerlingen wraak nam op een treiterend klein broertje door hem te trappen, gebruikte ze ’s middags een les over Karel ende Elegast om het meisje in te peperen dat Elegast, hoewel bandiet, „altijd eerlijk en met open vizier” had gevochten. Ze was ook ’bijzonder’. Toen ze zich, voor het eerst sinds de oorlog, een helemaal nieuwe regenjas kon veroorloven, hield ze die in de klas de hele dag aan. Zag ze in de tram een zakkenroller aan het werk, dan sprak ze hem met die stem toe: „Zeg jongeman, wil je dat weleens laten!”

In 1965 verhuisden ze naar Ilpendam. Met behulp van mecenas Rob Polak was daar langs de dijk een huis verrezen dat precies geschikt was voor een schilder: een groot atelier met noorderlicht op de eerste verdieping, beneden wonen. De naar binnen gekeerde Cor Dik en de extraverte Sies – mocht je op een feestje niet weten wie ze was, dan hoefde je alleen maar te zoeken naar een groep mensen die stond te luisteren naar háár verhalen – werden er lid van de Ilpendamse, artistieke, clan.

Na de dood van haar man, in 1975, ging het een paar jaar lang slecht met haar. Maar ze hervond zichzelf ook weer. Ze overleefde twee van haar drie kinderen en bleef tot haar 88ste zelfstandig wonen (en fietsen, en tuinieren) in Ilpendam. Toen dat te zwaar werd, verhuisde ze naar het Otter-Knolhuis in Amstelveen, een bejaardenhuis voor veelal hoogopgeleide mensen. Zoals ze in Ilpendam welhaast vip-status had, zo had ze die ook nu. Sies Dik was er degene die het Kerstverhaal vertelde en de cliëntenraad voorzat. Tot een hersenbloeding en een val, vorig jaar herfst, het begin van het einde inluidden.

Sies Dik-Noorman werd op 27 februari 1911 in Amsterdam geboren. Ze overleed er op 17 juni 2007.

Deel dit artikel