Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Schrijver Alfred Birney: 'Veel mensen weten niet hoe ze moeten leven'

Home

Arjan Visser

Alfred Birney © Mark Kohn

Alfred Birney (Den Haag, 1951) had al een groot aantal romans, verhalen en essays op zijn naam staan toen hij dit jaar met 'De tolk van Java' - volgens de uitgever 'een autobiografische mokerslag die de clichés over Nederlands-Indië verpulvert' - de Libris Literatuurprijs en de Henriëtte Roland Holst-prijs won.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

Lees verder na de advertentie

"In de zomer van 1985 was ik met mijn vriendin op Kreta. Het ging niet zo goed tussen ons of nee, eigenlijk moet ik zeggen: het ging niet goed met mij. Ik zat in een crisis. We logeerden in een pension aan een pleintje in het plaatsje Castelli. Op een avond zat ik in mijn eentje op het balkon te kijken naar het vallen van de nacht. Ik zag de contouren van de heuvelrug langzaam maar zeker vervagen tot alles uiteindelijk in het aardedonker was verdwenen. En toen wist ik het: er is geen God. Er is alleen maar energie. Vernietigende en opbouwende energie. Energieën die elkaar bevechten of ieder, op eigen kracht, een andere kant op gaan. Daar zou je een goddelijke gedachte in kunnen zien; een godsbeeld heb je er in ieder geval niet voor nodig."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

"Het zou me niets verbazen als Gustave Doré verantwoordelijk is voor het beeld van God als de man met de baard. Dát was de God waar ik in geloofde: die van de plaatjes uit de Bijbel waaruit de juf ons iedere week kwam voorlezen. God was een mooie man, met lang golvend haar, maar ik was ook hartstikke bang voor hem. Hij zou me straffen als ik zijn geboden overtrad. Naarmate ik ouder werd, werd het beeld van God allengs groter, impressionistischer, magisch realistischer, abstracter... ik ontdekte rond mijn twintigste de 'I Ching', ging de 'Tao te Ching' van Lao Tse lezen en 'Dansende woe-li meesters' van Gary Zukav. 

De man met de baard. Dát was de God waar ik in geloofde

Op een dag kreeg ik een belangrijk boek in handen: 'De tao van de fysica' van... kom, hoe heet die vogel? Dit is echt de bijwerking van de rotmedicijnen die ik slik. Ze hebben laatst ontdekt dat ik lijd aan lumbale kanaalstenose (vernauwing van het lendenwervelkanaal, AV), maar goed, die schrijver... ja, Fritjof Capra! Capra liep eens op het strand en dacht na over de miljarden zandkorrels onder zijn voeten, een beeld dat hij later overal op zou projecteren: alles wat er is, het 'heel-al', bestaat uit allemaal zelfstandig opererende deeltjes ... Afijn, op dat punt was ik dus aangekomen, die zomernacht in Castelli, en het was voorgoed gedaan met mijn geloof in de God van Doré."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

"Dat geraas en gebral, op Twitter en al die rare websites, over Zwarte Piet, God, Allah en de profeet, seksistische uitlatingen, scheldpartijen over en weer: ik word er niet goed van. Weet je wat het is? Veel mensen weten niet hoe ze moeten leven. Ze zijn klein. En hulpeloos. Toen Aldous Huxley (schrijver, essayist en dichter, 1894-1963, AV), het grote voorbeeld van de hippies, op sterven lag, vroegen ze hem: 'Hoe moeten we verder? Wat kunt u ons nog meegeven?' Huxley antwoordde: 'Wees een klein beetje aardig voor elkaar. Dat is al moeilijk genoeg'. En zo is het. Ik weet het, 't is flowerpower-taal, maar ik schaam me er niks voor. Ik ben nu eenmaal van die generatie."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

"Door die lumbale kanaalstenose word ik gedwongen om van elke dag de zevende dag te maken. De pijn achtervolgt me tot diep in de nacht, zodat ik eigenlijk nooit kan rusten. Het is een beetje wrang: nu ik eindelijk het succes heb waar ik jarenlang op hoopte, moet ik regelmatig een lezing afzeggen vanwege mijn slechte gezondheid. Als ze morgen een operatie aanbieden, zeg ik onmiddellijk ja. En ik heb zo'n inklapbaar wandelstokje dat ik overal mee naartoe kan nemen, dus helemaal hopeloos is het nog niet."

V Eer uw vader en uw moeder

"Bij ontstentenis van mijn ouders ben ik ergens in de jaren zeventig begonnen met de verering van mijn grootmoeder van vaders kant. Ze was al in oktober 1965 overleden. Ik zat toen in een internaat. Van mijn vader wist ik dat ik haar lievelingskind was. Als ze foto's van haar kleinkinderen ontving, wees ze mij altijd aan en zei dan: 'Hij zal later het kruis van de familie dragen'. Nou, ik zou bijna zeggen: lees 'De tolk van Java' er maar op na, dan weet je genoeg ... Ik kreeg in loop der jaren een steeds sterker 'contact' met haar; ik raakte ervan overtuigd dat ze vanuit het hiernamaals een oogje in het zeil hield.

"Op 4 januari 1988 stond ik in Ungaran, een klein plaatsje ten zuiden van Semarang, op Java, bij haar graf. Ik vroeg de mensen die me daar gebracht hadden - een neefje en de tuinjongen van een overleden familielid - me even alleen te laten. Ik ging op een muurtje zitten en voelde me plotseling heel vredig worden. Zo'n gevoel had ik niet eerder gehad. Ik zag de tijd voor- en achteruit gaan, krimpen en weer uitdijen... heden, verleden en toekomst speelden zich tegelijkertijd op dat ene ogenblik af. Het was een verschijnsel dat ze in het boeddhisme een satori noemen, het moment waarop je alles volkomen helder ziet. Alles werd me duidelijk, ook al voelde dat helemaal niet zo bijzonder. Begrijp je? Ik weet in ieder geval dat mijn leven vanaf dat ogenblik nooit meer hetzelfde is geweest.

Bij ontstentenis van mijn ouders ben ik ergens in de jaren zeventig begonnen met de verering van mijn grootmoeder van vaders kant

"Ik geloof nog altijd in de synchroniciteit waar Jung zo mee stoeide, maar ik wil daarmee niet zeggen dat het principe van oorzaak en gevolg niet bestaat, en ik denk ook niet dat de toekomst al helemaal is vastgelegd ... alhoewel ik het ook niet helemaal wil ontkennen. In Nederland word je dan al snel voor een fatalist versleten, maar een fatalist knokt nergens meer tegen en dat heb ik juist wel gedaan. Ik ben een vechter. Ik heb jarenlang gevochten tegen het beeld van mijn vader, tegen het beeld van de koloniale oorlog - hoezo politionele acties? - en die hele worsteling is uiteindelijk geculmineerd in De tolk van Java. Ik ben dus wel degelijk een strijder, een samoerai met de pen.

"Het boek is in grote lijnen autobiografisch. Ik werd ernstig mishandeld door mijn getraumatiseerde vader. Sommige gebeurtenissen - bijvoorbeeld hoe hij me vastbond en dan af en toe langs liep om een dreun uit te delen - heb ik eruit gelaten omdat het misschien wel ongeloofwaardig zou worden. Al die ellende. Al die verhalen over wie hij 'in naam van Oranje' had omgelegd. En op welke wijze. Tijdens het eten, voor het slapen gaan: hij hield er niet over op. En dan die moeder, volstrekt autistisch, stelden we later vast, die zich helemaal geen raad wist met ons ... Tegen mijn tweelingbroer en mij zei ze altijd: 'Jullie komen van een andere planeet'. Laatst vroeg Sara Berkeljon (Volkskrantmagazine, 6 mei 2017, AV) me of mijn moeder, een blanke vrouw uit Helmond, zich misschien voor haar halfbloed-kinderen had geschaamd. Daar had ik, oprecht, nog nooit over nagedacht. Ik weet wel dat ze werd nagestaard als ze met ons in de wandelwagen over straat ging. Soms spraken ze haar er op aan: 'Wat zijn uw kinderen bruin mevrouw!' Of: 'Heb jij kinderen van een Indischman?!'

Weet je wat ik nu ook pas bedenk? Dat ik nooit een zoen van mijn moeder heb gehad

"Er was zoveel geweld in ons gezin dat uiteindelijk werd besloten alle kinderen op internaten onder te brengen. Gek genoeg deed mijn vader zijn best om ons terug te krijgen. Mijn moeder zocht ons pas na een paar weken op. Ik zal dat moment nooit meer vergeten. Ze stak haar hand uit en zei: 'Hallo, hoe gaat het?' Een hand. Het was net alsof ze zich aan ons voor wilde stellen ... Ja, misschien heb je gelijk en was ze wel blij dat we opgehoepeld waren! Alweer iemand die me confronteert met iets wat ik, een man van 66, kennelijk nooit heb durven toelaten in mijn gedachten. Weet je wat ik nu ook pas bedenk? Dat ik nooit een zoen van mijn moeder heb gehad. Ik kan het me in ieder geval niet herinneren.

"Een paar jaar geleden lag mijn moeder voor de zoveelste keer op sterven. Mijn zus belde en zei: 'Het gaat nu écht heel slecht met ma'. Ik ging naar het ziekenhuis. Mijn moeder was al half vertrokken. Ze deed haar ogen niet meer open. Ik fluisterde: 'Ik ben het, Fred. Ik ben hier'. Daarna aaide ik haar wang en zei: 'Ik hou van je'. Precies op dat moment - zo bleek later - blies ze haar laatste adem uit. Het is wrang, maar kennelijk moest ze eerst sterven voordat ik haar lief kon hebben. Of, nou ja, liefhebben ... voordat ik mededogen kon voelen. Het klinkt misschien gek, maar ik had meer met mijn vader. De man die mij had geslagen en getrapt, de man die ons gezin met zijn oorlogsverleden had geterroriseerd. Eerst was ik alleen maar bang, vanuit die angst ben ik hem gaan haten en toch ... het is moeilijk uit te leggen. Ik ben jaren met hem bezig geweest, eindeloos heb ik aan die verhalen gesleuteld, geprobeerd om alsnog iets van mijn vader te begrijpen. Ik weet nog hoe boos ik was toen ik hoorde dat hij in Spanje, waar hij als pensionado zijn laatste dagen sleet, was overleden. Wóedend! Hij was me ontsnapt. Een paar dagen na zijn dood kwam hij bij me langs, om afscheid te nemen. Ik schreeuwde: 'Wat doe jij hier? Je bent dood, sodemieter op!' Ik schopte hem het huis uit. Acht weken later kreeg ik een hartinfarct. Het duurde drie jaar om daar overheen te komen. En het gekke is dat ik ook met meer compassie over hem ben gaan denken ... Ach ja, mijn vader en mijn moeder, die twee arme stakkerds, voor het ouderschap volkomen ongeschikt."

VI Gij zult niet doodslaan

"Jarenlang heb ik rondgelopen met de gedachte dat mijn vader misschien slechts, slechts ..., één persoon heeft vermoord, een oude schoolvriend of zo, en dat hij daar zó'n wroeging van heeft gehad dat hij er maar vijfhonderd moorden bij heeft verzonnen. In mijn boek laat ik hem bij honderd stoppen met tellen. Honderd kerfjes in de kolf van zijn geweer. Ik heb onderzoek gedaan, verhalen gehoord over andere jongens die net zoals hij als 'tolk' bij de mariniersbrigade hadden gediend en via via gesloten dossiers van het Niod mogen inzien. Dit alles, plus de dagboeken van mijn vader over zijn gevechten tegen de onafhankelijkheidsstrijders in voormalig Nederlands-Indië, laten er geen twijfel over bestaan. Mijn vader heeft honderden doden op zijn geweten. Mijn vader was een moordenaar."

VII Gij zult niet echtbreken

"Ha fijn, een makkelijke regel tussen door! Ik ben nooit getrouwd omdat ik er geen zin in had dit gebod te moeten overtreden."

VIII Gij zult niet stelen

"Op mijn achttiende verliet ik mijn derde internaat. Ik had daar eigenlijk tot mijn eenentwintigste moeten blijven zitten, maar ik hield het er niet langer uit. Ik ging bij mijn vader en mijn moeder langs, maar ze hadden allebei veel meer aandacht voor hun eigen problemen dan voor die van mij. Na een paar mislukte plaatsingen in kosthuizen ging ik zwerven. Ik sliep in parken en portieken in de stad. Als ik honger had, vroeg ik wel eens ergens iets te eten. Het kwam niet in me op om iets te pikken. Dat heb ik trouwens wel één keer gedaan. Ik was een jaar of tien, elf. Bij de V&D. Ik had net een marsreep in mijn zak laten glijden toen er iemand op mijn schouder tikte en vroeg of ik even met hem mee kon komen. Hij bracht me naar een verhoorkamertje en kwam die avond bij ons huis, wilde met mijn ouders spreken. Gelukkig was mijn vader niet thuis. Mijn moeder vertelde die rechercheur over het gewelddadige karakter van haar echtgenoot, en hoe wreed hij kon zijn, waarop die man medelijden met ons kreeg en zei: 'O, nou, goed. Niet meer doen dan'. Die Mars mocht ik helaas niet opeten."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

"In Engeland zou een boek zoals De tolk van Java faction worden genoemd. Verhalende non-fictie, een roman gebaseerd op de werkelijkheid. Ik heb er als verteller, maar ook persoonlijk, natuurlijk, erg veel moeite mee om te geloven dat mijn vader die vreselijke dingen heeft gedaan. Ergens hoop ik nog steeds dat iemand op een dag zal bewijzen dat het niet waar is wat ik over zijn oorlogshandelingen heb opgeschreven."

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

"Soms hoor ik iemands jeugdverhalen en denk: jij hebt het vroeger een stuk makkelijker gehad dan ik. Dat is geen jaloezie, toch? Het is zoals het is, niets aan te doen.

"Zo heb ik ook vrienden en vriendinnen die al veertig jaar bij elkaar zijn terwijl ik mijn ideaal - een klein, gelukkig gezin - nooit heb bereikt. Tegelijkertijd heb ik wel een veel avontuurlijker leven geleid. Ik kan dan ook gruwen van de brave huisvaders die op woensdag 'de week gaan doorzagen' of terugkomen van vakantie en zeggen: 'Zo, dat hebben we ook weer gehad!'

"En na al die jaren verscholen te hebben gezeten in het literaire peloton, is er met het winnen van die literaire prijzen op dat gebied ook weinig méér te begeren. Ik heb aan kop gereden. Wat nu? Door. Het stemt me ook wel tevreden dat ik eindelijk klaar ben met mijn Indië-verhalen. Alles is gezegd. Kan ik eindelijk weer eens over de liefde gaan schrijven."



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
De man met de baard. Dát was de God waar ik in geloofde

Bij ontstentenis van mijn ouders ben ik ergens in de jaren zeventig begonnen met de verering van mijn grootmoeder van vaders kant

Weet je wat ik nu ook pas bedenk? Dat ik nooit een zoen van mijn moeder heb gehad