Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Schrijfster Mirjam Rotenstreich: 'Ik ben met de dood opgegroeid'

Home

Arjan Visser

© Mark Kohn
Tien Geboden

Mirjam Rotenstreich (Amsterdam, 1959) is schrijfster. Ze is getrouwd met A.F. Th. van der Heijden. Hun zoon, Tonio, overleed op Eerste Pinksterdag 2010 aan de gevolgen van een verkeersongeluk. Op 24 april verschijnt bij Pepper Books haar foto/memoires-boek ‘Tonio’s blik. Focus op zijn katten’.

I. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

Lees verder na de advertentie

“Schrijven is het belangrijkst wat er is. Schrijven geeft me houvast. In mijn boeken ben ik de baas. Daar is geen ander - geen God, of wie dan ook - die iets voor mij bepaalt. Ik beslis. Ik schep. En wat ik heb gemaakt, blijft leven. Zo lang ik schrijf.”

II. Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

“Tijdens mijn studie Nederlandse taal- en letterkunde heb ik werkcolleges gevolgd over beeldgedichten; gedichten die geschreven zijn naar aanleiding van schilderijen en beeldhouwwerken. In zekere zin is ‘Tonio’s blik. Focus op zijn katten’ ook zoiets. Ik begon te schrijven met de talloze foto’s die Tonio heeft gemaakt als uitgangspunt. Het boek gaat over een kattenliefde, die ik deelde met mijn zoon. Ik doe dit niet om hem op een voetstuk te zetten, maar ik begrijp dat je je tóch afvraagt of Tonio een afgod voor me is geworden. Ik denk het niet; hij was in de werkelijkheid beslist niet volmaakt. Dat is, naast het enorme verdriet, ook gewoon vreselijk irritant: hij is bevroren in de tijd. Hij kan niets meer goed of fout doen. Mijn kind van vlees en bloed is weg. En ik moet het doen met de beelden die ik van hem heb.”

III. Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

“Ik weet nog hoe ik er tijdens joodse les op gebrand was om de naam van God vooral níet uit te spreken. Dat was namelijk verboden. Ik voelde toen al een ontzettende weerzin; waarom moest ik al die dingen leren? Een half jaar voor zijn dood bezocht ik mijn vader in het verzorgingstehuis, Beth Shalom. Hij vertelde dat hij had geweigerd om tijdens het eten voor te gaan in gebed. ‘Zoiets doe ik niet’, zei hij, ‘ik ben tegen het geloof!’ ‘Maar papa’, vroeg ik, ‘waarom moesten wij dan naar een joodse school? Waarom nam je ons mee naar sjoel?’ ‘Omdat ik eenzaam was’, antwoordde mijn vader, ‘omdat ik ergens aansluiting zocht’.”

Ik doe dit niet om hem op een voetstuk te zetten, maar ik begrijp dat je je tóch afvraagt of Tonio een afgod voor me is geworden

IV. Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

“We aten niet koosjer en we deden niet aan sjabbes, maar we vierden wel seideravond. Dan las mijn vader de hele Haggadah voor (het verhaal van de uittocht uit Egypte, AV) en stelde ik, als jongste kind, de vier vragen van het Ma Nisjtanna (over de verschillen tussen seideravond en andere avonden, AV). Ik mocht ook de deur opendoen voor de profeet Elia - die nooit kwam. Het extra glas zoete rode wijn dat voor hem op tafel stond, heb ik ooit nog eens leeg-gedronken waardoor ik dronken naar bed werd afgevoerd en zo het cadeautje misliep dat Hinde en ik altijd kregen als we het stuk matze - de afikoman - vonden dat mijn ouders aan het begin van de avond hadden verstopt.

“Ik ging naar de joodse lagere school en zat twee jaar op Maimonides, de joodse middelbare school in Amsterdam. Ik was blij dat ik naar het Montessori Lyceum mocht. Daar mocht ik zélf bedenken wat ik wilde doen. Ik heb me toen van dat benauwde wereldje afgekeerd, maar de laatste jaren voel ik om een of andere reden toch weer de behoefte om te laten zien dat ik joods ben. Zie je dit gouden hangertje aan mijn ketting? Het zijn de Hebreeuwse letters chet en yud, die samen het woord ‘chai’ vormen, dat leven betekent. Vandaar de toast lechaim: op het leven. Het zal ongetwijfeld ook met mijn vader te maken hebben. Toen hij nog leefde, durfde ik hem nauwelijks vragen te stellen over zijn verleden. Of hij wilde mij de antwoorden niet geven, dat kan ook. Nu ik hem in een boek wil laten voortleven en allerlei documenten - allemaal in het Hebreeuws en in het Jiddisch opgesteld - moet uitpluizen, denk ik: toch jammer dat ik vroeger zo koppig ben geweest.”

V. Eer uw vader en uw moeder

“Mijn vader werd geboren in een dorpje dat nu in West-Oekraïne ligt, mijn moeder was gewoon een Nederlandse. Hij was in de oorlog iedereen kwijtgeraakt, zij had nog veel familie over. Zijn poging om aansluiting te vinden bij de Oost-Europese joden in Amsterdam mislukte. Hij was dan weliswaar opgegroeid in een orthodox gezin, maar hij had al op jonge leeftijd afstand genomen van het geloof. Dat verhaal was in die gemeenschap bekend. Ze accepteerden hem niet - en zijn vrouw en twee dochters al helemaal niet. Al die zaken zorgden voor extra spanning, terwijl mijn vader eigenlijk alleen maar houvast had gezocht, opnieuw wilde beginnen.

“Hij heeft gediend in het Russische leger. Over die periode alleen al had ik hem van alles willen vragen. Later, na zijn dood, zou ik een krantenknipsel in zijn portemonnee vinden over een boek met interviews uit een documentaire over de slag om Berlijn in mei 1945. Het is het verhaal van honderden vrouwen en kinderen die door de Russische soldaten waren verkracht en vermoord. Mijn vader was bij de bevrijding van Berlijn; hij was een van die soldaten. Hoe had hij zich in die tijd gedragen? En waarom bewaarde hij dat bericht? Hoe herinnerde hij zich zijn ouders? Wat kon hij vertellen over z’n zussen? Hoe heetten ze eigenlijk? Ik heb twee keer een poging gedaan om hem te interviewen, maar het lukte gewoon niet; ik denk dat het lijden ons allebei in de weg zat. De oorlog, die zogenaamd buiten de deur werd gehouden, was in feite het middelpunt van ons bestaan.

Vroeger, voor Adri, was ik altijd verliefd, vaak op meerdere jongens tegelijk. Ik zocht dat gevoel weer op

“Ik heb lang gedacht dat ik een gelukkige jeugd heb gehad. Objectief gezien klopt dat wel, maar toen ik me tien, vijftien jaar geleden beter ging voelen, realiseerde ik me dat ik eigenlijk altijd heel angstig en somber ben geweest. Ik ben opgegroeid met de dood. Doden bepaalden mijn leven. Doden uit mijn eigen familie, maar ook dode familieleden van mijn joodse vriendjes en vriendinnetjes. En als ze niet vermoord waren, dan hadden ze wel zelfmoord gepleegd. Of ze zaten opgesloten in een krankzinnigengesticht. Het was een heel bedrukte omgeving waarin ik deed alsof ik vrolijk was. Iedereen zei ook altijd: ‘Mirjam is het zonnetje in huis!’ Mijn vijf jaar oudere zus Hinde had het veel moeilijker, dacht ik. Zij heeft haar hele middelbareschooltijd op dat verschrikkelijke Maimonides doorgebracht. Arm kind. Ze kreeg, dacht ik, ook meer mee van het slechte huwelijk van mijn ouders. Er was altijd strijd tussen die twee, altijd dreiging, altijd spanning in huis. Hinde bleef er vaak bij zitten - waarschijnlijk om er zeker van te zijn dat ze elkaar niets iets aan zouden doen - en ik vluchtte naar mijn kamertje om met de poppen te spelen. Om te doen alsof er niets aan de hand was.

“Mijn ouders zijn gescheiden toen mijn vader al tachtig was. Ze zijn in verschillende verzorgingshuizen gaan wonen, niet ver van elkaar vandaan. Mijn vader stierf als eerste, in 2014. Hij was toen 101 jaar oud. Een half jaar voor zijn dood zei hij tegen me dat hij helemaal niet met mijn moeder had willen trouwen...

“Mijn moeder stierf een klein jaar na mijn vader. Ze wilde - zeker na de dood van Tonio, haar enige kleinkind - gewoon niet verder leven, weigerde te eten en te drinken. De arts van het verzorgingshuis zei na een tijdje dat hij haar slaapmedicatie kon geven, en dat ze dan waarschijnlijk niet meer wakker zou worden. Dat vond ze een goed idee. Toen ze haar besluit kenbaar had gemaakt, kwamen er die laatste dag ineens allerlei mensen bij haar op bezoek, om afscheid te nemen, en... sorry, maar het emotioneert me weer nu ik eraan denk... ze was zó blij verrast dat ik me ineens realiseerde dat ze waarschijnlijk een leven lang heeft gedacht dat er niemand was die van haar hield. En het gekke is: ik voelde me tijdens die laatste dagen helemaal niet meer ongemakkelijk in haar bijzijn. Ik kon pas bij haar blijven toen ze besloten had om weg te gaan.

“Sinds ze er niet meer zijn, kijk ik anders naar mijn ouders. Laatst dacht ik: bleef ik misschien uit mijn moeders buurt omdat ze op mij leek? Kon ik haar somberheid er niet bij hebben omdat ik me zelf al zo bedonderd voelde in die tijd? En mijn vader... ik ben helemaal niet zweverig of zo, maar zo’n anderhalf jaar na zijn dood, kwam hij ineens met een enorme dreun weer in mijn leven. Hij is nu, in gedachten, veel dichterbij dan hij in werkelijkheid ooit geweest is. Misschien moest hij eerst doodgaan om over hem te kunnen schrijven, ik weet het niet... Ik weet alleen dat ik nu haast niet meer kan stoppen. Ik pluis zijn verleden uit, ik haal herinneringen op en probeer zo alsnog dat leven van - en met - hem in woorden te vangen.”

VI. Gij zult niet doodslaan

“Als we elkaar vóór 23 mei 2010 hadden gesproken, zou ik bij dit gebod waarschijnlijk eerst aan de Holocaust hebben gedacht, aan alle familieleden die in Auschwitz zijn vermoord, maar nu denk ik bij het woord dood onmiddellijk aan Tonio. Niet dat ik de jongen die hem heeft aangereden van doodslag wil beschuldigen. Hij reed gewoon te hard - dat doe, nee, dat deed ik ook weleens. Hij kwam van zijn werk, wilde snel naar huis. Na het ongeluk heeft hij z’n 06-nummer bij de politie achtergelaten, maar het leek ons vanzelfsprekender dat hij met ons contact zou opnemen. Dat heeft hij niet gedaan... Maar ik moet je eerlijk zeggen dat Adri en ik nooit over die jongen praten. Ik ben ook blij dat ik niet boos op hem ben. Wat heeft dat voor zin? Dit was het noodlot. Daar kan niemand iets aan doen.”

VII. Gij zult niet echtbreken

“Elf jaar geleden heeft Adri jou in het kader van deze serie verteld dat ik ooit verliefd ‘tegen’ hem was geworden. Met die verliefdheid zou ik hem duidelijk hebben willen maken dat hij moest veranderen, als hij wilde dat ik bij hem zou blijven. Dat klopt wel, ongeveer. Adri was onmogelijk in die tijd. Hij dronk te veel en had last van stemmingswisselingen. Tonio was net geboren. Ik begon me af te vragen: gaat de rest van mijn leven er zó uitzien? Is dit alles?

“Vroeger, voor Adri, was ik altijd verliefd, vaak op meerdere jongens tegelijk. Ik zocht dat gevoel weer op. Al snel bleek dat Adri’s stemmingswisselingen een belangrijke oorzaak hadden: slaapapneu. Hij kreeg een masker aangemeten, kwam ’s nachts tot rust en zijn woedeaanvallen verdwenen als sneeuw voor de zon. Het was net alsof de jongen die op mijn twintigste verjaardag mijn leven was binnengewandeld om een eind te maken aan die onrustige tijd van hopeloze verliefdheid op alles en iedereen, weer tevoorschijn was gekomen.”

Ik schrijf niet om de wereld mooier te maken, ik schrijf om de wereld aan te kunnen zoals-ie is

VIII. Gij zult niet stelen

“Zelf heb ik nooit iets gestolen, maar ik moet nu wel denken aan de angst die ik had dat iemand mijn kind zou kunnen stelen. Ik had me ooit voorgenomen om nooit zo te worden als mijn moeder, niet zo hysterisch bezorgd. Dat is me uiteindelijk ook ten dele wel gelukt - ik heb me zelfs weleens afgevraagd of ik niet te ongeïnteresseerd was, waar Tonio vervolgens erg hard om moest lachen - maar toen hij nog een baby was, durfde ik hem nooit alleen te laten. Als we ergens naartoe gingen, hield ik de kinderwagen altijd in het oog. Stel je voor dat iemand mijn kind zou willen ontvoeren!

“Maar voor je gaat denken dat hier mijn grote moederhart spreekt, moet ik je toch teleurstellen: voor een hond kan ik precies hetzelfde voelen. Als ik zo’n beestje op de stoep van een winkel zie zitten, denk ik: dát zou ik nou nooit doen. Voor je het in de gaten hebt, ben je hem kwijt.”

IX. Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

“Soms verzin ik dingen, zelfs in boeken die heten autobiografisch te zijn. Ik maak het waar, niet per se beter. Ik schrijf niet om de wereld mooier te maken, ik schrijf om de wereld aan te kunnen zoals-ie is.”

X. Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

“Is het jaloezie? Ik weet het niet. Ik ben blij dat de kinderen van mijn vriendinnen ouder worden, afstuderen, gelukkig zijn... Maar toch, ik vind het moeilijk om op die manier met het leven van alledag geconfronteerd te worden. De pijn is minder extreem, maar er komen gewoon steeds weer nieuwe dingen bij. Straks worden de eerste kleinkinderen geboren. Daar heb ik nooit over nagedacht, maar nu denk ik: wéér iets wat in mijn leven niet zal gebeuren. We groeien niet samen op; er is geen toekomst meer met Tonio. Soms kan ik het gemis heel even wegduwen, maar het verdwijnt nooit helemaal. Mensen blijven altijd, tegen beter weten in, naar oplossingen zoeken. Er komt een oplossing, we bedenken wel iets, misschien komt hij nog terug...

“Laatst kwam deze afschuwelijke gedachte in me op: pas als ik doodga, heb ik eindelijk rust.”

In de serie Tien Geboden interviewt Arjan Visser bekende en minder bekende Nederlanders aan de hand van de Bijbelse tien geboden over hun leven, wereldbeeld en religie.

Lees ook: 'Dit boek ís mijn overleden zoon Tonio'

Ruim twee jaar nadat haar man furore maakte met zijn bestseller Tonio, komt de vrouw van schrijver A. F. Th van der Heijden ook met een boek over hun overleden zoon. "Dit boek gaat niet over Tonio, maar het is hem", zegt Mirjam Rotenstreich.

Deel dit artikel

Ik doe dit niet om hem op een voetstuk te zetten, maar ik begrijp dat je je tóch afvraagt of Tonio een afgod voor me is geworden

Vroeger, voor Adri, was ik altijd verliefd, vaak op meerdere jongens tegelijk. Ik zocht dat gevoel weer op

Ik schrijf niet om de wereld mooier te maken, ik schrijf om de wereld aan te kunnen zoals-ie is